zaterdag 1 oktober 2011

De Dichter

Het zal in het voorjaar van 2010 geweest zijn dat ik gevraagd ben om deel te nemen aan het schrijven van haiku’s in een haikugroep. Dat leek mij leuk. Ik had al wat haiku’s op papier staan en zo nu en dan schreef ik nieuwe. Aldus stuurde ik een haiku in. Wat bleek, de door mij gemaakte haiku was geen haiku, maar een drieregelig gedichtje. Weliswaar voldeed hij aan de technische eisen, maar inhoudelijk was er het één en ander op aan te merken. Dit gegeven schets gelijk een beeld van de haikugroep. We zijn betrokken en enthousiast maar ook kritisch. Niemand wordt gespaard. Een of twee maal per jaar komen we een dagje bij elkaar om haiku’s te bespreken, maar meer nog om de sociale contacten te verstevigen. Het niveau van de haiku is in de loop der tijd bij allen gestegen. Ik wil er eentje onder uw aandacht brengen, geschreven door Gerda Boevé.

vergeten plantjes
staan verdronken op de stoep
herfst in een bloempot

Deze haiku die een natuuringang heeft - de herfst- is in spanning opgebouwd.
De derde regel heeft een aha moment. Dat aha moment zou hier kunnen zeggen: Ja inderdaad ik heb dat ook eens gezien – het herkenbare. Tevens heeft de haiku een dramatische component:  vergeten en daardoor verdronken plantjes. Bijzonder is ook dat de ‘grote’ herfst ook toeslaat op kleine plekjes. Geheel dat tafereel kunnen zien en daar een haiku over schrijven maakt de haiku een goede haiku.

Inmiddels zijn we zover dat we een boekje gaan uitbrengen met daarin de beste zes haiku van elk van ons afzonderlijk. Als het boekje gedrukt en gebonden is zult u dit hier kunnen lezen.

vrijdag 23 september 2011

De Mensch



Mijn vriend De Stadsvogelaar was gisteren uitermate gelukkig bij het zien van een juveniele kwak. Een kwak hoor ik u denken. Ja een kwak. De kwak is een reigersoort die zelden te zien is althans hier in onze contreien. Nu kan ik ook naar de kwak op zoek gaan en mij gelukkig wanen, maar dat werkt niet. Geluk is niet vindbaar, geluk overkomt je. Evenals pech. Zo wilde ik vanochtend een tochtje maken op de racefiets. Helaas was mijn achterband plat. Dat is geen probleem. Een nieuw bandje is zo om het wiel gelegd. Na vijftien minuten reed ik alsnog mijn rondje. Van korte duur dit keer. Binnen het half uur liep mijn achterband opnieuw leeg. Ligt een nieuw bandje er thuis zo om, bezweet in de polder is het andere koek. Met een half harde band, meer lucht kreeg ik er niet in met mijn handpompje, reed ik naar huis om de band voldoende lucht te geven. Nadat ik droge kleding had aangetrokken waagde ik een nieuwe poging. Ontspannen reed ik de eerste meters en toen gebeurde het. Ik wilde mijn bril rechtzetten en vatte de veer tussen duim en wijsvinger, schoof hem langzaam achter mijn oor. Van het rechtzetten kwam niets terecht. Precies op het scharnier brak de bril in tweeën. De bril ligt inmiddels afgeschreven in de plomp en ik zit ongelukkig thuis. Misschien dat de foto van de kwak enig soelaas kan bieden, hij staat inmiddels op het bureaublad van mijn computer.

zaterdag 17 september 2011

De Mensch

Zij zaten op de grond. Om preciezer te zijn, op een bonk omhoog geworpen vette zeeklei. Het waren er drie. Twee jonge en één oudere. Ze poetsten en schikten hun verenkleed. Zo nu en dan pauzeerden ze even. De bonk klei veranderde dan in een troon. Zij waren even de vorsten van hun habitat, althans die suggestie gaf hun lichaamshouding: trots rechtop alles overziend. Zij hadden de touwtjes in handen. Ineens vlogen ze op. Er ontstond een wirwar van draaien en keren in de lucht. Nauwelijks te volgen. Even werd de oudervogel door de jongen belaagd. Daarna  keerde de rust terug en nam een ieder zijn eigen plekje in. Likkebaardend van genot. Zo eindigt dit verhaal over drie boomvalken op een akker aan de rand van een ‘slapende’ stad.

maandag 12 september 2011

De Mensch

Langzaam maar zeker drong het besef van een onbehagelijk gevoel tot mij door. Rillerig ging ik die avond naar mijn bed. Een griepje of verkoudheid probeerde mij te vellen. Dat vellen viel vanochtend mee, al ben ik in het geheel niet fit. Ik voelde warm aan zei mijn vrouw. Dan blijf ik vandaag lekker binnen nam ik mij voor, kan ik mooi mijn nieuwe ochtendjas uitproberen. Een ochtendjas is niets voor mij evenmin als een pyjama. De enige keer dat ik een pyjama en ochtendjas heb gedragen was in het ziekenhuis zo’n vijfentwintig jaar geleden. Dat moest toen van mijn vrouw. “Je kan niet alleen met een onderbroek in bed gaan liggen en je al helemaal niet half naakt door het ziekenhuis begeven”. Vandaag dus een ochtendjas aangedaan. Hij zit lekker, maar wat is hij warm. Na een paar uurtjes is het tijd voor een toiletbezoek. De blaas moet immers ook geleegd worden. Het valt niet mee. De panden lijken zich telkens over de klepel van mijn klokkenspel te willen laten vallen. Ik heb geen zin in een natte ochtendjas dus met één hand vouw ik hem achter mijn rug. Met de andere stuur ik mijn waterstraal. Uiteindelijk is het gelukt en glimlachend lees ik later een boek en doe wat huishoudelijke klusjes. Steeds warmer wordt het in mijn dikke ochtendjas. Uiteindelijk doe ik hem uit. En terwijl dit stukje schrijf heb ik in mijn dagelijkse kloffie aan: een t-shirt en omdat ik ziek ben een soepele trainingbroek.
De ochtendjas heb ik overigens gratis gekregen bij de aanschaf van een nieuw matras.

woensdag 7 september 2011

De Mensch


Terwijl ik een tekst lees van Femke, wriemelt er een pluisje bij mijn linkeroog. Verveelt veeg ik het weg. Het pluisje blijf echter wriemelen. Ik negeer het en lees geconcentreerd verder. Tot Femke plotsklaps zegt: “Pa der zit een spin bij je oog”. Lachend voegt zij er aan toe: “En hij weeft ook nog een web”. Vanaf  mijn neus, naar mijn jukbeen, mijn oogkas en weer terug naar mijn neus trekt een minuscuul klein spinnetje een ragfijn draadje. Uiterst voorzichtig zet ik haar elders. We glimlachen. Wat een wonderlijke wereld.  

zaterdag 3 september 2011

De Mensch


Omdat ik veel in de natuur vertoef voel ik de wisselingen van de seizoenen aardig aan. Soms ruim voordat anderen in mijn omgeving bijvoorbeeld de herfst voelen aankomen. Vooral in de vroege morgen is het naderende najaar waarneembaar; de wind is dikker en er ligt een zweem van frisheid in verscholen. De weilanden dragen meer dan voorheen dekens van nevel. Toch geeft de zomer nog niet op. Afgelopen vrijdag was zo’n dag, het kwik liep op tot ver boven de twintig graden. Léon en ik hadden deze dag uitgekozen voor een wandeling van zo’n vijftien kilometer langs de Loet in de Krimpenerwaard. Léon ging voortvarend van start ondanks dat hij niet zo getraind is als ik. In een toch ontspannen sfeer spraken we over van alles en genoten van de natuur. Onderweg werden we getrakteerd door een groep vrouwen die vrolijk aan het hoepelen was. Eén der dames was die dag vijftig jaar geworden. Een ochtend vol Oudhollandse spellen was speciaal voor haar georganiseerd. Wij konden dit natuurlijk niet voorbij laten gaan en gaven Sara een wam gemeende felicitatie. Een kus bleef achterwege. De lunch was een feestmaal. Léon toverde van alles en nog wat uit zijn tas waarmee hij de hele ochtend sleepte. Met volle buiken liepen we tevreden voort. En ach die arme Léon, ik zag hem langzaam van kleur veranderen, moest zijn snelle beginpassen bekopen. Bijna uitgeput zeeg hij neder op een bankje. Na een korte rust gingen we uiteen. De herfst tegemoet. Want het kan nu wel twee dagen warm zijn, volgende week wordt het herfst. Let maar op.