Op een zonwarme donderdagavond rijden
twee vrienden over de snelweg naar het zuiden van de stad. Aan de rand van een park
dat een buffer vormt tussen industrie en woongenot parkeren zij de auto. Een
wandeling door het groen zal hen goed doen. Langs
het wandelpad voert een steiger hen naar het plateau bij de vijver, met
adembenemend uitzicht.
Waterlelies staan in bloei, terwijl
daartussen een paartje futen elkaar kopschuddend het hof maakt. Stelletjes
wilde eenden, sommigen met jongen, vullen het tafereel aan en versterken de
landelijke sfeer. Terwijl ze met elkaar praten over wat hen
bezighoudt, verdwijnt het doel van hun reis steeds meer naar de achtergrond: de
bezichtiging van de stad.
‘Heb jij deze week nog iets bijzonders gelezen?’
‘Ja. Het was zó moeilijk te begrijpen dat mijn brein ervan uit elkaar viel.
Niet zomaar in twee stukken, maar in kleine oerdeeltjes. Die proberen nu
langzaam weer samen te klonteren. Ik wacht alleen nog op een oerknal, zodat
alles uiteindelijk weer uiteen kan vallen in woorden die wél begrijpelijk
zijn.’
‘Vertel. Ik heb nog wel wat buskruit om de boel op te blazen en daarna weer
samen te voegen tot iets moois.’
‘Ik las het volgende.’
“Hij bezit de
psychologische kwaliteit om in de weerkaatsingen van zijn eigen innerlijk het
zielenleven van de meest uiteenlopende mensentypen tot klinken te brengen,
evenals de ethische hartstocht voor de waarde van de mens als type.”
Rimpels verschijnen op het voorhoofd van zijn vriend.
Een nachtegaal die net nog vrolijk zong, zwijgt plotseling en fladdert haastig
weg naar een veiliger plek. Dan valt er een doodse stilte.
‘Tsja, misschien is het zo begrijpelijker?’
“Hij heeft het vermogen om in de weerspiegelingen van zijn eigen innerlijk het
gevoelsleven van zeer verschillende mensentypen tot uitdrukking te brengen. Ook
bezit hij een sterke ethische gedrevenheid voor de waarde van de mens als type.”
Langzaam
breekt de stilte, alsof de dageraad actief wordt. Stel je die voor: een nog
actieve nachtvlinder fladdert zijn laatste vlucht, een roodborst verdringt de
nacht met enigszins melancholische tonen. Denkrimpels lossen langzaam op. Tijd
om actief deel te nemen aan een nieuwe dag. ‘Ik weet het. Wat denk je hiervan?’
“Hij
kan zich diep in verschillende mensen verplaatsen en voelt sterk de waarde van
de mens.”
Op
dat moment lijken de twee vrienden volledig op één lijn te zitten. De laatste
schemering begeleidt hen naar de auto, die sputterend tot leven komt. Hun
tevredenheid krijgt een kleine knauw: de tank is leeg.