vrijdag 9 oktober 2026

Parijs I

Het is stil op straat. Slechts twee of drie voetgangers zijn onderweg naar de plek waar hun bestemming op hen wacht. De mijne is bij een kleine synagoge. Bij de voordeur daarvan moet ik een code intikken. Dan gaat de deur open. Via een smalle gang, waarin een zestal vuilcontainers staan, kom ik op een binnenplaats. Ook daar hangt een kastje met een paneel van cijfers en letters. Ik tik de code in en de deur gaat open. Er wacht een trapportiek. De klim naar boven, er is geen lift naar de derde verdieping, kan met rolkoffer en rugzak beginnen. Daar hangt de sleutel in een, haast onvindbaar, met code beveiligd kastje.

Moe van de reis en al het gedoe eromheen kruip ik op bed en doe even mijn ogen dicht. Een kort slaapje verkwikt. Rond zes uur krijg ik honger en sjouw ik naar beneden, de Joodse wijk in. Er is weinig open, althans voor een Frans diner. De cultuur schrijft voor dat het avondeten in restaurants pas rond acht uur begint. Even wennen voor een ‘jongen’ van de Hollandse pot.


vrijdag 18 september 2026

Evi staat in de tuin van haar vrijstaande woning. Gedachten zoeken verankering. In haar hand rust een blozende appel, zojuist geplukt. Zij woont in een stille ontgonnen polder waar de dichtstbijzijnde buren twee à drie kilometer verderop wonen. Gelukkig leeft zij niet in eenzaamheid. Toch vraagt zij zich af wat haar naar deze plek heeft gebracht. Waarom heeft zij daarvoor uit vrije wil gekozen?

Door een onbedwingbare drang geeft Evi zich over. Ze gaat schrijven. Woorden vormen zinnen over wat haar bezighoudt en wat er gaande is in de wereld om haar heen. Wat is daarvan het einddoel, of is er helemaal geen doel? Ze las: dit is de best mogelijke wereld; anders was hij wel anders geweest. En toch denkt ze: er is hoop.

Hoop is het verlangen dat de wereld beter kan worden. Ze vraagt om beweging: niet passief afwachten, maar handelen. Mensen leven met hun blik op een toekomst die nog niet bestaat, maar wel mogelijk is. Hoop betekent voorbij het heden denken en dat verlangen armen en benen geven. Doen.


zondag 13 september 2026

Noten

Regen sloeg met vlagen hard tegen het glas van het kamerraam. De jongen verveelde zich. ‘Ga wat pianospelen,’ zei de moeder. Hij slofte inspiratieloos naar de vleugel schuin voor het raam, pakte het notenschrift en zette het in de daarvoor bestemde standaard op de vleugel, terwijl hij keek naar stromen water die over het raam naar beneden vloeiden.

Terwijl hij daar zo zat, onderbrak hij zijn spel met tussenpozen. Zijn moeder, die hem observeerde, vroeg alsof hij uit een trance ontwaakte: ‘Wat gaat er door je heen, behalve de noten die je speelt?’ Hij antwoordde: ‘Hoe kan het nou dat ik die losstaande noten niet als losstaand hoor, maar als het ware als één geheel?’

Voor de moeder was dit een lastige vraag. ‘Speel nu maar gewoon verder,’ zei zij, terwijl ze aan haar stutten trok. De jongen speelde door, maar gaf zijn vraag niet op. Misschien, dacht hij, is dit een verklaring:

Het directe verleden houd ik vast in mijn brein en koppel ik als het ware aan het heden: de nieuwe noot. Onbewust verwacht ik de volgende noot, die nog toekomst is, en dat telkens opnieuw. Zo ontstaat uit losse tonen een begrijpelijk geheel van melodie en compositie: muziek.

Momenten van verleden, heden en toekomst kleuren onze ervaring van de wereld om ons heen. 

maandag 7 september 2026

 

Over de toekomst

De toekomst wordt niet eenvoudigweg bepaald door wat al vaststaat, maar door een veld van mogelijkheden. Dat veld is echter nooit volledig te overzien. Er kunnen zich gebeurtenissen voordoen die binnen onze huidige voorstelling nog geen plaats hebben. Elke verbeelding van de toekomst blijft daarom voorlopig en speculatief. Neem de prei uit het vorige blog: iedere gedachte over hoe de stronken later kunnen worden aangetroffen, is niet meer dan een mogelijkheid binnen het perspectief van nu.

De tijd, en daarmee ook de toekomst, is geen gesloten systeem zoals de klok ons doet vermoeden. Op een klok lijkt tijd te bestaan uit gelijke, meetbare eenheden: een minuut is een minuut. Maar geleefde tijd laat iets anders zien. Momenten staan niet los naast elkaar; zij vloeien in elkaar over en krijgen betekenis door wat eraan voorafgaat en erop volgt. Dat merken we in de ervaring: een minuut kan kort lijken, maar ook eindeloos duren.

Een werkelijke voorstelling van de toekomst is pas mogelijk wanneer zij ophoudt toekomst te zijn en zich als heden aandient. Pas achteraf wordt zichtbaar welke mogelijkheden daadwerkelijk openlagen. In die zin bestaat het mogelijke niet als volledig kenbare werkelijkheid vóór ons, maar verschijnt het in het spiegelbeeld van het heden in het verleden. De toekomst is daarom niet simpelweg te voorspellen: zij ontstaat in de overgang van mogelijkheid naar werkelijkheid.

 

dinsdag 1 september 2026

 

Achter het menshoge zwarte raster dat om het sportveld ligt, landt lachend een groene specht. Een juveniel, gezien zijn nog enigszins matte kleuren. Reagerend met eveneens een lach, vliegen door de populieren nog drie exemplaren. Waarschijnlijk zijn het broers en zussen.

Bij een bungalow aan het begin van een landtong tussen twee watergangen, ligt een oase van groen. Diverse naaldbomen delen de ruimte met loofbomen. Een eldorado voor een pracht aan vogelsoorten.

Een boomvalk zoekt in de lucht een prooi. Een boerenzwaluw, of misschien een libelle, die zijn versnapering zoekt in de ruigte langs het pad. In de struiken langs het water beweegt zich een vaalbruin vogeltje. Om niet op te vallen maakt hij geen geluid. Het wit rondom zijn keel wijst op een grasmus.

vogelaars voldaan
na het zien van al dat moois
keren huiswaarts weer

maandag 31 augustus 2026

 

Hij wandelt tot aan het havenhoofd. Daar gaat hij op de kademuur zitten. Zichtbaar in het water is een fikse onderstroom, geen golfslag. In het heldere water schieten scholen visjes druk heen en weer, zoals wolken spreeuwen dat in de herfst doen, maar dan in de lucht. Een onbedwingbare gedachte dringt zich op.

Hij weet niet waar beweging begint. Bij de vis, die met staart en vinnen door het water snijdt, of bij het water zelf, dat haar al draagt vóór zij zich verzet. Misschien is geen van beide eerste. Misschien bestaat beweging alleen waar het ene het andere ontmoet: vin en stroom, lichaam en richting, wil en drift. Zoals schuim aan de kust niet enkel door de golf uit zee ontstaat en ook niet enkel door het terugkerende water vanaf het strand, maar zichtbaar wordt in de spanning daartussen.

water stroomt willoos
vissen schieten door de stroom
licht breekt in golven

dinsdag 25 augustus 2026

 

‘Gedachten brengen een vorm naar voren.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ideeën kunnen abstract zijn, nog niet zichtbaar. Een vorm maakt ze inzichtelijk en concreet. Een vorm, als materie, is vergankelijk. Een idee lijkt dat minder te zijn, zeker wanneer het om een fundamenteel grondidee gaat. Het woord zegt het al: fundament, de basis. Misschien is zo’n idee niet permanent, maar wel duurzamer dan de vorm waarin het tijdelijk verschijnt.’
‘Maar een gedachte, een idee, kun je toch aan je voorbij laten gaan? Yoga en meditatie zijn daar sterk in.’
‘Ja, maar de kracht van een gedachte is ook sterk. En wat nu als je jezelf een illusie, een begoocheling, voorspiegelt?’
‘Het is dus zaak om je gedachten te observeren en in te zien dat ze weleens niet waar kunnen zijn. Ze open te laten voor andere ideeën.’
‘Ja, maar ook dat kan een illusie zijn.’

De overgang van individuele gedachte naar publiek complot denken begint bij twijfel. Twijfel kan bevrijdend zijn wanneer zij een gedachte onderzoekt, maar zij kan ook ontsporen wanneer zij elk tegenargument bij voorbaat als verdacht beschouwt. Dan wordt twijfel geen middel tot inzicht, maar een gesloten systeem dat zichzelf bevestigt.

‘En zo zijn wij beland bij complot denken: samenzweren, onder één hoedje spelen.’
‘Kun je daar een specifieker voorbeeld van geven?’
‘Als een argument uitgesproken wordt, is het zaak dat te bevragen. Het beste is om bij de basis te beginnen, want vaak is de uitgesproken argumentatie  gevormd langs mogelijke dwaalwegen: twijfels, vragen, patronen en lijnen. Hoe zuiver is de ‘uitgesproken’ argumentatie dan nog?’
‘En daar kan misbruik van worden gemaakt: het zogenaamde complot.’
‘Inderdaad. Blijft die complottheorie in min of meer besloten kring, dan is dat niet erg. Wordt zij publiek, dan ligt het geheel gevoeliger.’

‘Een argument tegen complotdenkers is dat zij goedgelovig zijn in hun denken, terwijl er juist hiaten in dat denken leven. Het is dus zaak om die leemtes op te sporen en zichtbaar te maken. Logica en realiteit zijn daarbij cruciaal, niet als wapen tegen de ander, maar als middel om samen te toetsen wat standhoudt.’
‘Maar pas op. Het blijft een zaak van samenwerking tussen intuïtie en logica. Ik denk dat geen van beide de overhand mag krijgen. Of zou dit mogelijk, zonder dat ik het zelf doorheb, een dwaalspoor kunnen zijn naar een complot?’ Gedachten geven ideeën tijdelijk vorm, maar die vorm blijft vergankelijk en kan misleidend zijn.
Daarom is het nodig gedachten te observeren en open te houden voor andere inzichten.
Twijfel kan tot inzicht leiden, maar kan ook ontsporen wanneer zij elk tegenargument wantrouwt.
Dan verandert twijfel in een gesloten systeem dat zichzelf bevestigt: complot denken.
De tekst pleit voor het zichtbaar maken van leemtes in denken, waarbij logica, realiteit en intuïtie samen moeten toetsen wat standhoudt.

#

 

De kern van de tekst is dat gedachten ideeën tijdelijk vormgeven, maar dat die vormen altijd voorlopig en vergankelijk blijven. Twijfel kan helpen om gedachten kritisch te onderzoeken, zolang zij open blijft voor andere inzichten. Wanneer twijfel echter elk tegenargument wantrouwt, kan zij omslaan in een gesloten systeem van complot denken. De tekst pleit daarom voor het zichtbaar maken van hiaten in denken, met logica, realiteit en intuïtie als gezamenlijke toetsstenen.

 

#

 

gedachten dwalen
zoeken naar een vaste grond
leemtes spreken zacht