En zo babbelen en kabbelen de twee fictieve personen, waarvan de een toch echt werkelijk is, rustig voort in een karakteristieke omgeving, dat eigenlijk best een vogelparadijs genoemd mag worden. 'Kijk daar, is dat niet een keep?' Tussen een clubje vinken, scharrelt een op hen lijkend vogeltje rond. 'Ja, vast wel. Kijk maar naar het oranje op borst en flanken.' Van ver klinkt de lach van een groene specht.
Verderop, balanceren tientallen sijsjes rondom elzenkatjes. 'Zit er niet een barmsijsje tussen?' Op het water drijft nieuwsgierig, wat willen die twee, een kuifeend voorbij. 'Ik hoorde gisteren van een vriend, dat wij op moeten letten. Kraanvogels zijn op trek.' Koning winter lijkt verdwenen. Niet de naamgenoot. Zijn zang klinkt vanaf en boomtak, hangend over het water.
Na een rondje varen, leggen de twee aan bij een steiger. Het zit erop. Op het terrein van het outdoor centrum, die de naam eer aandoet, Markant, velen aan het werk om alles 'up to date' te maken voor het buitenseizoen. 'Kijk daar!' Op een akker tussen klei en groen, beweegt iets. 'Is dat niet een patrijs?' Die waarneming zou een mooi slot van hun vogeltocht zijn.
