zaterdag 14 februari 2026


 Giovanni Bellini 

        een jonge Venetiaanse schone

        maakt toilet, haren neigen rood
        gelijk 't lichtrode doek om arm
        buik en been

        bedeesd introvert verleiderlijk
        kleur haar - doek blauw bruin
        vallen vlekkeloos samen met -
        
        het landschap op de achtergrond
        onzichtbaar naast 't blote been
        een brief van haar geliefde

        

        

        

        
         

        

woensdag 11 februari 2026

Droef zit hij aan tafel, welke in een hoek van de woonkamer staat. Op een snijpunt van twee zijden daarvan, liggen lieflijk lui enkele boeken, schrijfgerei en een aantekeningblok om op te schrijven wat zoal in hem opkomt. Af en toe staat hij voor of achter de ramen - het is maar hoe je het bekijkt - om naar buiten te staren, de laatste dagen in een melancholische stemming.

Even treedt er een spatje zonlicht in zijn bestaan. Mandarijnpartjes, aan hem gegeven door zijn kleindochter Lisa op een groen schoteltje, beuren hem op. De geur daarvan laten hem wegdromen naar zonnige stranden uit een leven vol vreugde.

Op dat moment vergeet hij het bordje met de partjes mandarijn. Het schuift scheef in zijn hand; partjes vallen op de tafel. Met een droeve zucht staart hij ze na. ‘Zal ik ze voor je opeten?’ roept Lisa, die vol empathie naar haar opa staart. Een traan van verborgen geluk vindt zijn weg langs opa’s wang.

Vrij naar een gedicht van Niels Snoek. Bezoek ook eens https://gedichtenvanniels.blogspot.com/

vrijdag 6 februari 2026

Stilleven

dit eerst geschreven woord
zou je vast ook zo kunnen lezen:
stil even, doch dit terzijde gelegd

vier uien, een medisch zelfhulp-
boek, pijp, tabak, theepot en
een grote lege fles absint

getemperde kleuren minder
indringend, simpele voorwerpen
sta er eens bij stil, wees hier nu

zie, een brief waarin geschreven
mijn oor afgesneden en dit mijn
eerste schilderij na droevenis

de geur van de schilder, de verf,
kringelt stevig in mijn neus, tot
in mijn diepste wezen – stil even

vrij naar V van Gogh’s stilleven rond bord met uien 

woensdag 4 februari 2026

 

Het slot

met fulpen kamers

Even iets rechtbreien. Fulpen kamers is oudhollands voor studentenkamers, maar dit terzijde.

Een student bezoekt zijn medestudent.

Het kasteel ontoegankelijk
spiegelbaar waar dromen
dwalen; vuur, angst, vlucht
en in elkaar overgaan ben ik.

Ik sta plots op het voorplein
het slot achter mij een vlam
groen en hemelhoog, weer-
spiegelt in de gracht.

Ik ren op gesloten slotbrug af
vleugels van angst dragen mij
tegen de brug over fosforwater
gemengd in rood wit.

Ik val op een lichaam van hem
zijn verschoten gelaat en zijn
holle staalgrijze ogen staren mij
mij levenloos aan

Vrij naar Frankenstein





dinsdag 27 januari 2026

Nichtevecht Ankeveense plas
boven het water rood de zon
libellen muggen zoemen zacht

zwart water tussen wilg en els
‘n gezonde geur van verrotting
geen stadse stank rook of herrie

vaartuigen varen liggen in stilte
fabrieksschoorstenen niet te zien
alleen hier of daar heel oud een -

oude in rode baksteen en veilig
een kalkoven of stoomwasserij
in rugzak koude thee en brood

 

Sluit de ogen na het lezen van dit gedicht. Ervaar het moment, of ga eens aan de oever staan bij kasteel Doorwerth langs De Waal, kijk naar de overkant, beleef de gebeurtenis van dit gedicht.

 

zaterdag 24 januari 2026

In de O-O-GO van de maand februari met als thema Metamorfose staat een gedicht van mij gepresenteerd, zie hieronder. Bestel of koop eens zo'n leuk vormgegeven blad. Dit keer met Illustraties die het thema uitbeelden, of bezoek een optrede.

https://dereizendedichters.nl


 


woensdag 21 januari 2026

Argos

Alsof hij honderd ogen heeft, die alles met aandacht in de gaten houden, vertelt de boswachter zijn verhaal.

Hoe het begon: met zijn vader loopt de kleine jongen door het park. Op een stil plekje, geen wandelaar is te zien, wijst zijn vader op een voetbalgrote bol, waarin in het midden een klein gaatje is te zien. ‘Weet je wat dat is?’ ‘Nee,’ is het antwoord, waarop de vader zijn verhaal doet. Het blijkt het nestje van de winterkoning te zijn, in de vogelaarsvolksmond ook wel Klein Jantje genoemd.

Zijn publiek kijkt vol interesse toe, doet mee op die momenten wanneer zij aanvoelen dat ze mee kunnen doen, stellen vragen, vertellen anekdotes van wat zij weten en mee hebben gemaakt. Vogelplaatjes en geluiden worden tevoorschijn getoverd. De boswachter gaat zo in zijn ‘spel’ op, dat hij vergeet waar hij in zijn verhaal was gebleven als hij even op zijn pad een zijweg was ingeslagen.

En dan ineens zegt de klok: brei er een eind aan. Het is tijd voor de lunch. Er volgen bedankjes, vrolijke gezichten en zichtbare blijdschap. Een iemand vertelt over een vader, een Spartapiet. Direct is er een klik, want ook de boswachter is een Spartafan. Als hij zijn jas aantrekt, wordt hij op zijn schouder getikt. Wat hij ziet is een oorkonde van lang geleden, de vader van iemand uit het publiek was toen deze nog leefde, de trotse eigenaar.