woensdag 29 juli 2026

 

      Tweespraak

Gedachten en gevoelens

 

‘Vind jij jezelf zielig dan?’

   Een kiekendief glijdt over de grens van water en riet.

‘Een juveniele bruine is het, niet?’
‘Ja, een mannetje, gezien het grijs op de vleugels.’

   Veel meer aan vogels is er niet te horen en te zien. Juli: komkommertijd.

‘Nee, zielig vind ik mij niet. Het is eerder boosheid, geboren uit frustratie. Hopelijk tijdelijke onmacht.’

   Een pen pakken, schrijven, dat helpt. Vermeng fictie met de werkelijkheid. Schrijf! Wat hem bezighoudt, zijn de verschillen tussen gevoelens en emoties. Elke waarneming — horen en zien — is vaak de grond voor gedachten waaruit gevoelens ontstaan, die langdurig kunnen aanhouden. Emoties zijn kort en intens.

‘Ik houd van mooie, lange zinnen. Niet te lang natuurlijk, maar literair, met metaforen, waarbij je even pauze houdt om te herlezen en het tot je te laten doordringen. Jij?’

‘Ja, maar nu even niet. Ik lees op het ogenblik over Engelse studenten, waarbij er één probeert te ontsnappen aan de sfeer waarin zijn vader, een lord, leeft. En hij erin wordt meegezogen. Daarbij staat hij recht tegenover zijn vader. Een leven vol conflicten: met zijn vader, zijn vrienden en zichzelf. Toch, omdat ik weet dat het fictie is en naar mijn gevoel wat losser dan een roman, behapbaar.’

   De lucht is al een tweetal dagen geklaard. Voor sommige mensen aangenaam warm, anderen vinden juist hun gerief er niet in. Het rare is ook dat vlinders, vogels en wilde bijen, zich weinig laten zien. Welke gedachten zouden daarbij rondzwerven?

‘Weet je, wij schrijven graag. De gedachten die wij daarbij hebben, moeten wij kwijt. Pak een pen, schrijf!’

‘Oké, ik denk dat je gelijk hebt. Ik zal mijn gedachten eens op een rijtje zetten. Je hoort of,’ - een glimlach verschijnt - ‘je leest.’

#

Op tafel staan een glas wijn en whisky. Een houtduif vliegt koerend over, landt op een dak en vervolgt zijn vocale kunsten. Aan de muur hangt een pre-kubistisch schilderij.

‘Wat vind jij ervan?’ — wijzend naar het doek.

‘Prachtig. Een origineel?’

‘Ja, kom eens hier. Trek deze witte handschoenen aan en wrijf er zachtjes over.’

 

   Dit kan niet anders dan echt zijn. Het geheim wordt prijsgegeven. Van Paul Cézanne. De vriend van Émile Zola, de grote schrijver.

‘Maar dit prachtige werk moet een fortuin waard zijn. Hoe kom je eraan?’

‘Zelf geschilderd.’

‘Maar dat is plagiaat.’

‘Vind je het nu niet mooi meer?’

‘Nee.’

   De gedachten kleuren de gevoelens, die zich uitten in niet-gecontroleerde bewegingen. Terwijl hij zich aangedaan afwendt van dat wat aan de muur hangt en wat hij betastte, stoot hij een glas alcoholisch vocht om. Buiten krast een zwarte kraai.

‘Bijzonder, hè, dat gedachten bepalen wat jij mooi vindt en wat niet. De gevoelens die je daarbij krijgt, de emoties die daarop volgen.’

Misschien moet je iets er gewoon laten zijn. Zonder er in gedachten iets van te vinden.