Noten
Regen
sloeg met vlagen hard tegen het glas van het kamerraam. De jongen verveelde
zich. ‘Ga wat pianospelen,’ zei de moeder. Hij slofte inspiratieloos naar de
vleugel schuin voor het raam, pakte het notenschrift en zette het in de
daarvoor bestemde standaard op de vleugel, terwijl hij keek naar stromen water
die over het raam naar beneden vloeiden.
Terwijl
hij daar zo zat, onderbrak hij zijn spel met tussenpozen. Zijn moeder, die hem
observeerde, vroeg alsof hij uit een trance ontwaakte: ‘Wat gaat er door je
heen, behalve de noten die je speelt?’ Hij antwoordde: ‘Hoe kan het nou dat ik
die losstaande noten niet als losstaand hoor, maar als het ware als één
geheel?’
Voor
de moeder was dit een lastige vraag. ‘Speel nu maar gewoon verder,’ zei zij,
terwijl ze aan haar stutten trok. De jongen speelde door, maar gaf zijn vraag niet
op. Misschien, dacht hij, is dit een verklaring:
Het
directe verleden houd ik vast in mijn brein en koppel ik als het ware aan het
heden: de nieuwe noot. Onbewust verwacht ik de volgende noot, die nog toekomst
is, en dat telkens opnieuw. Zo ontstaat uit losse tonen een begrijpelijk geheel
van melodie en compositie: muziek.
Momenten van verleden, heden en toekomst kleuren onze ervaring van de wereld om ons heen.