zondag 13 september 2026

Noten

Regen sloeg met vlagen hard tegen het glas van het kamerraam. De jongen verveelde zich. ‘Ga wat pianospelen,’ zei de moeder. Hij slofte inspiratieloos naar de vleugel schuin voor het raam, pakte het notenschrift en zette het in de daarvoor bestemde standaard op de vleugel, terwijl hij keek naar stromen water die over het raam naar beneden vloeiden.

Terwijl hij daar zo zat, onderbrak hij zijn spel met tussenpozen. Zijn moeder, die hem observeerde, vroeg alsof hij uit een trance ontwaakte: ‘Wat gaat er door je heen, behalve de noten die je speelt?’ Hij antwoordde: ‘Hoe kan het nou dat ik die losstaande noten niet als losstaand hoor, maar als het ware als één geheel?’

Voor de moeder was dit een lastige vraag. ‘Speel nu maar gewoon verder,’ zei zij, terwijl ze aan haar stutten trok. De jongen speelde door, maar gaf zijn vraag niet op. Misschien, dacht hij, is dit een verklaring:

Het directe verleden houd ik vast in mijn brein en koppel ik als het ware aan het heden: de nieuwe noot. Onbewust verwacht ik de volgende noot, die nog toekomst is, en dat telkens opnieuw. Zo ontstaat uit losse tonen een begrijpelijk geheel van melodie en compositie: muziek.

Momenten van verleden, heden en toekomst kleuren onze ervaring van de wereld om ons heen.