dinsdag 13 oktober 2026

Dat wat ik voor ogen zie

is dat werkelijk waar of

een hallucinatie, een droom

Het brood dat nu voor mij ligt

was ooit deeg, een toekomstbeeld

het mengsel, water gist tarwe, ‘t verleden

Ook de foto’s die ik nam en nu zie

ik proef de uren op het plaatje

voel de warmte van kort geleden

Misschien is alles wat ik zie

slechts wat mijn denken ervan

maakt, een droom die vorm krijgt

Oplost zodra ik verder kijk

wat blijft er over van toen en nu

wanneer ik later terugkijk 

maandag 12 oktober 2026

 

De vijgenboom door de tijd

Thuis op de bank keer ik even terug naar het verleden en bekijk ik foto’s van plekken waar ik niet meer ben. Zo werkt dat met tijd: in een flits is zij voorbij. Het mooie is dat je een herinnering kunt herbeleven, zodat het lijkt alsof je de verloren tijd in het nu opnieuw meemaakt.

Hier en daar liggen, ingeklemd tussen de gebouwen van de drukke stad, paradijzen van rust en groen. Door een poort, nauwelijks zichtbaar vanaf de straat, wandel ik nieuwsgierig een hof binnen. In het midden staat een vijgenboom, zo groot dat enkele boomdikke zijtakken ondersteund worden door blokken natuursteen.

Ik draai mijn hoofd, werp een blik over mijn schouder en zie de vijgenboom in mijn eigen achtertuin. Ook die zal mijn tuin overwoekeren als ik hem niet elk jaar snoei. Zo vloeien de drie tijdeenheden in elkaar over. Mijn gedachten gaan terug.

Op een bankje onder een raam waarachter druk gepraat wordt, ga ik even zitten. Op een sokkel staat een zwart beeld, levensgroot: een naakte vrouw. Zonlicht reflecteert op haar borst. Te mooi om de herinnering eraan niet te bewaren. Ik maak een foto voor thuis, daar keer ik even terug in de tijd.