Een
gediplomeerd straatmaker uit de buurt, een agrarisch cultuur- en natuurgebied,
is door zijn contact met een van oorsprong getalenteerde kunstschilder in de
stijl van Monet, die vele jaren werd bewonderd om zijn geniale impressies
zonder opsmuk, ertoe gekomen kleine literaire stukjes te schrijven in proza- en
dichtvorm, maar volgens degenen die zijn letterkunsten lazen waren zijn
schrijfsels onleesbaar en bezorgden zij hemeltergende hoofdpijnen en andere
nare gevoelens, simpelweg omdat niemand ze begreep, waarna hij, wanhopig door
die miskenning, kort na zijn verjaardag in een met gier vervuilde vaart sprong,
in katzwijm raakte en verdronk.