Tweespraak
Gedachten en
gevoelens
‘Vind jij jezelf
zielig dan?’
Een kiekendief glijdt over de grens van
water en riet.
‘Een juveniele
bruine is het, niet?’
‘Ja, een mannetje, gezien het grijs op de vleugels.’
Veel meer aan vogels is er niet te horen en te
zien. Juli: komkommertijd.
‘Nee, zielig
vind ik mij niet. Het is eerder boosheid, geboren uit frustratie. Hopelijk tijdelijke
onmacht.’
Een pen pakken, schrijven, dat helpt. Vermeng
fictie met de werkelijkheid. Schrijf! Wat hem bezighoudt, zijn de verschillen
tussen gevoelens en emoties. Elke waarneming — horen en zien — is vaak de grond
voor gedachten waaruit gevoelens ontstaan, die langdurig kunnen aanhouden. Emoties
zijn kort en intens.
‘Ik
houd van mooie, lange zinnen. Niet te lang natuurlijk, maar literair, met
metaforen, waarbij je even pauze houdt om te herlezen en het tot je te laten
doordringen. Jij?’
‘Ja,
maar nu even niet. Ik lees op het ogenblik over Engelse studenten, waarbij er één
probeert te ontsnappen aan de sfeer waarin zijn vader, een lord, leeft. En hij
erin wordt meegezogen. Daarbij staat hij recht tegenover zijn vader. Een leven
vol conflicten: met zijn vader, zijn vrienden en zichzelf. Toch, omdat ik weet
dat het fictie is en naar mijn gevoel wat losser dan een roman, behapbaar.’
De lucht is al een tweetal dagen geklaard. Voor
sommige mensen aangenaam warm, anderen vinden juist hun gerief er niet in. Het rare
is ook dat vlinders, vogels en wilde bijen, zich weinig laten zien. Welke gedachten
zouden daarbij rondzwerven?
‘Weet
je, wij schrijven graag. De gedachten die wij daarbij hebben, moeten wij kwijt.
Pak een pen, schrijf!’
‘Oké,
ik denk dat je gelijk hebt. Ik zal mijn gedachten eens op een rijtje zetten. Je
hoort of,’ - een glimlach verschijnt - ‘je leest.’
#
Op
tafel staan een glas wijn en whisky. Een houtduif vliegt koerend over, landt op
een dak en vervolgt zijn vocale kunsten. Aan de muur hangt een pre-kubistisch schilderij.
‘Wat
vind jij ervan?’ — wijzend naar het doek.
‘Prachtig.
Een origineel?’
‘Ja,
kom eens hier. Trek deze witte handschoenen aan en wrijf er zachtjes over.’
Dit kan
niet anders dan echt zijn. Het geheim wordt prijsgegeven. Van Paul Cézanne. De vriend van Émile Zola, de grote
schrijver.
‘Maar dit prachtige werk moet een fortuin waard
zijn. Hoe kom je eraan?’
‘Zelf geschilderd.’
‘Maar dat is
plagiaat.’
‘Vind je het nu niet mooi meer?’
‘Nee.’
De gedachten
kleuren de gevoelens, die zich uitten in niet-gecontroleerde bewegingen. Terwijl
hij zich aangedaan afwendt van dat wat aan de muur hangt en wat hij betastte,
stoot hij een glas alcoholisch vocht om. Buiten krast een zwarte kraai.
‘Bijzonder, hè, dat gedachten bepalen wat jij
mooi vindt en wat niet. De gevoelens die je daarbij krijgt, de emoties die
daarop volgen.’
Misschien moet je iets er gewoon laten zijn. Zonder
er in gedachten iets van te vinden.
