vrijdag 19 juni 2026

 

Monoloog

‘Het landschap: gemaaid gras, vlas. In de verte, langs de weg: bomen als afbakening van een perceel. De zon schijnt genadeloos — fel en warm. Als ik het niet zie; sterker nog, als het niet wordt waargenomen en als het ware op zichzelf is, is het zonder betekenis. Pas als ik mijn gevoelens over wat ik ervaar onder woorden breng — al is het in gedachten — krijgt het betekenis; is het niet meer op zichzelf. Het landschap als spiegel van de ziel.’