Posts tonen met het label Spui. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spui. Alle posts tonen

zaterdag 7 maart 2020

Brabbelen


En opeens is daar tussen regen- en stormdagen door een stralende winterdag. Alsof het voorjaar is. Soms heb ik de drang om als de ochtend gloort de rugzak om te hangen en lopend de wijde wereld in te trekken. Vandaag is zo’n dag. In nog geen vijf minuten sta ik na de voordeur achter mij dichtgetrokken te hebben tussen de weilanden, waar hazen elkaar najagen, spreeuwenbollen de meest wonderlijke mozaïeken vormen en brandganzen bij honderden het gras kort grazen.

De eerste etappe gaat naar een bosperceel aangeplant door Staatsbosbeheer. Op sommige plekken in de luwte bloeit het speenkruid en het klein hoefblad al. Vanuit de populieren klinkt behalve het geroffel van een grote bonte specht een voor mij onbekend gebrabbel. Geduldig probeer ik het te lokaliseren, wat mij pas lukt als ik iets zie bewegen. Het blijkt een vink te zijn. Nu ken in zijn zang, de kenmerkende vinkenslag en ook zijn contactroep: ink, ink. Maar tot mijn verwondering blijkt hij ook gezellig te kunnen brabbelen. Zo is er altijd wel iets bijzonders te leren.


Deze bijzondere foto is gemaakt door Peter Ganzeboom



De tweede etappe wandel ik langs het Spui. Een aftakking van getijderivier de Oude Maas die uitmondt in het Haringvliet. Vooral de wijde bocht die de rivier maakt net voordat hij enkele honderden meters verderop over gaat in het Haringvliet is voor mij imposant; dit stukje oer-Hollands landschap verveelt mij nooit.

Bij een jachthaven houd ik een kleine lunchpauze. Van mijn rugzak maak ik een ‘zitje’, het gaas van een raster gebruik ik als rugleuning. Tussen een hap brood en een slok water door bekijk ik wat foto’s die ik onderweg met mijn smartphone genomen heb en stuur de mooiste op naar mijn vrouw. Dan ga ik weer op pad. Ik zou zo maar door kunnen lopen naar de even verderop gelegen Beningerslikken, echter dat zou betekenen dat ik pas na zeven uur wandelen weer thuis zou zijn. Dat is mij te gortig. Vijf uurtjes is genoeg. Ik besluit langs de Bernisse terug te lopen. Op een bankje rust ik nog wat uit. Vaak vist hier ook een ijsvogel vanuit het wilgenhout pal langs het water. Dit keer laat hij zich niet zien. Wel een paartje futen dat elkaar al kopschuddend het hof maakt.

Als zo vaak wegen de laatste loodjes het zwaarst. Ik merk dat mijn passen kleiner en trager worden. Een vrouw leidt mij van mijn vermoeidheid af. ’Nog wat bijzonders gezien vandaag?’, vraagt zij vrolijk. ‘Is niet heel de dag bijzonder, zo in het ‘lentezonnetje’?, vraag ik haar. Zij kan niet anders dan mij gelijk geven en samen lopen wij al brabbelend een stukje op.   

dinsdag 25 september 2018

Als een moderne Don Quichot


Een spook waart over het land. Het spook van de klimaatcontrole. Alle machten hebben zich geschaard achter het heilige convenant van Parijs. Een blinde drijfjacht is begonnen.

Grauw is de zondagmorgen als ik op mijn fiets stap voor een rondje polder. Een bolletje spreeuwen zwenkt speels van links naar rechts, wijkt uiteen en waaiert over het natte grasland. Nergens is een roofvogel te bespeuren, zodat zij rustig kunnen foerageren. In de verte aan de einder verheft zich een kolossale toren van staal, die de horizon letterlijk vervuild. Straks zullen er nog vier als heersende dictators aan het Spui verrijzen. Zij zullen nog hoger worden als hun wieken machtige rondjes zullen draaien.

Het deed mij pijn toen ik ze boven de dijk zag groeien. Maar snel besefte ik dat ik ermee moest zien te leven. Stoïcijns bedacht ik mij: Ach is het geen prachtig staaltje van techniek, is het geen boeiend spel tussen landelijke-, provinciale-, en gemeentelijke politiek. Jezelf hersenspoelen, is moeilijk, maar soms noodzakelijk.


Deze morgen fiets ik er voor het oog argeloos aan voorbij. En in een naar de herfst geurend Spuibos, geniet ik van de stilte. Op een veldje staat een ree. Wij kijken elkaar een poos aan en dit keer ben ik het die het eerst aan zijn stutten trekt. Bij het Neutebol, een buitendijks grasgors, is hij daar ineens weer; die vermaledijde windmolen. En weer ‘vecht’ ik om hem te weerstaan.

De politiek moet wat om de klimaatdoelstelling te halen ten gunste van het milieu. In allerlei bochten heeft men zich gewrongen. Met deze windmolens als resultaat. Maar zijn zij wel zo milieuvriendelijk? Denk aan grondstof verbruik, fabricage, vervoer, montage en onderhoud.

Inmiddels is het gaan regenen. Een jonge boomvalk vliegt op vanuit een hoogspanningsmast, letterlijk een staaltje van techniek. In razende vaart jaagt hij over het veld en doet drie uitvallen naar een mogelijke prooi. Hij mist en vliegt op naar een volgende uitkijkpost. Straks vertrekt hij naar het warme Zuiden. In het voorjaar keert hij terug, mits hij niet vermalen is door bijvoorbeeld de wieken langs het Spui.*

*Elk jaar kosten de windmolens in Nederland 50 duizend trekvogels het leven.      

woensdag 8 november 2017

Keuzevrijheid


Deze zeldzaam mooie herfstmorgen heb ik de keuze om te gaan fietsen op mijn racefiets, of om te genieten van de natuur op Voorne-Putten. Ik besluit om mijn ‘ros’ van carbon van stal te halen. Denk nu niet dat dit een makkelijke keuze is, want op een dag als deze doe ik beiden graag. Als ik de polder achter mij laat en langs het Spui naar het Haringvliet fiets, strijken honderden grauwe ganzen neer in de grasgorzen langs het water. In het ondiepe water van de slikken pleisteren verspreid enkele grote zilverreigers. Vogelaars zitten lui achter hun telescoop, keuvelen wat en turen over het vogelrijke terrein. Ongemerkt ben ik langzamer gaan fietsen en dringt een onrustige gedachte zich op: Had ik niet beter kunnen gaan vogelen. Bij de Hoornse Hoofdjes wordt deze gedachte nog sterker, als ik een ligfiets geparkeerd zie staan. De bestuurder daarvan ligt tegen de kade lui in de zon en staart over het strakke water naar de overkant, waar Middelharnis blakert in de zon. Op dat moment hak ik met ‘het zwaard’ mijn twijfel doormidden, schakel een tandje bij en concentreer mij volledig op het zoeven van mijn dunne bandjes op het asfalt. Het aankomende weekeinde wordt het ook mooi weer en dan ga ik op pad met mijn vriend de Stadsvogelaar, zo zelfbenoemd omdat hij vaak in en rond de stad van zijn vogeltjes geniet.

Het blijft een geweldig moment om de vanaf het eiland Voorne-Putten de Haringvlietdam op te rijden. Vandaag is het nevelig en het uitzicht over het Haringvliet en de Noordzee met zijn scharkeringen van licht dat over de zandplaten pal voor de kust strijkt, is haast surrealistisch. Als wij de eerste afslag nemen en onder de N57 doorrijden, draaien wij onze raampjes een klein stukje open om de geur van de eerste gebakken vis van die dag op te snuiven. Niet veel later rijden wij naar de zeedijk bij de buitenhaven, parkeren de auto, klimmen over de dijk en genieten op onze klapstoeltjes van de wadvogels op het slik. Bontbekjes dribbelen driftig heen en weer, futen dobberen kalm op het water en duiken zo af en toe onder voor een vette hap. In de verte op een paal tegen de duinrand van de Kwade Hoek poetst een slechtvalk zijn verenpak; hij maakt zich vast op voor de jacht. Als na lange tijd een groep kneuen onze aandacht trekt, verhuizen wij naar de duinreep om daar de kleinere vogelsoorten op te sporen. Een groepje wielrenners raast voorbij en een tijd lang ben ik stil. Mijn vriend die mij goed kent glimlacht en zegt: “Je wilt gaan fietsen hè?”  


De schrijver/vogelaar in actie. Foto uit het archief van Peter Ganzeboom