Tijdbeleving – drie generaties
Een
doordeweekse herfstdag. Een vader en zijn zoon zijn thuis. Zij zitten
comfortabel in de woonkamer. Ze luisteren naar jazz, muziek die ze samen delen.
De oude iep voor het huis verliest zijn blad, dat in de windstille middag
langzaam naar beneden dwarrelt. Een oude man, opa, zet zijn fiets tegen het
raam en komt bij hen zitten. De vader pakt een fles jonge klare, zet drie
glaasjes neer en schenkt ze vol. Met een kop erop; zonder kun je niet leven.
We leven met
het gevoel dat we ergens heen gaan, alsof de toekomst een plaats is die op ons
wacht. Vaak is onze blik daarop gericht. Vergeten we dan niet waar we nu
zijn en waar we toen waren? De wereld waarin wij leven is nauwelijks te
overzien; hij lijkt wanordelijk. Wij brengen er orde in en geven er betekenis
aan. Uit zichzelf reikt de wereld ons geen zin aan. Wie of wat vertelt ons dan
wat de zin is? De mens zelf, jijzelf: maak er iets van.
En dat is
precies wat de drie doen. Zonder kop op het gevulde glas heeft de vader het
gevoel dat het nog niet vol is, ook al is het dat in theorie wel. Hoger dan het
bolletje kan de jenever niet reiken; dan loopt het glaasje over. Zonde. De
vader denkt in beelden: in wat hij ziet, proeft en voelt. Voor wat zou dat goed
gevulde jeneverglaasje, met zijn glanzende kop, een metafoor kunnen zijn?
Misschien voor de beleving van de tijd: een ogenblik dat pas vol wordt door
muziek, het weer en de aanwezigheid van wie het met ons deelt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten