donderdag 21 mei 2026

 

Op een zonwarme donderdagavond rijden twee vrienden over de snelweg naar het zuiden van de stad. Aan de rand van een park dat een buffer vormt tussen industrie en woongenot parkeren zij de auto. Een wandeling door het groen zal hen goed doen. Langs het wandelpad voert een steiger hen naar het plateau bij de vijver, met adembenemend uitzicht.

Waterlelies staan in bloei, terwijl daartussen een paartje futen elkaar kopschuddend het hof maakt. Stelletjes wilde eenden, sommigen met jongen, vullen het tafereel aan en versterken de landelijke sfeer. Terwijl ze met elkaar praten over wat hen bezighoudt, verdwijnt het doel van hun reis steeds meer naar de achtergrond: de bezichtiging van de stad.


‘Heb jij deze week nog iets bijzonders gelezen?’
‘Ja. Het was zó moeilijk te begrijpen dat mijn brein ervan uit elkaar viel. Niet zomaar in twee stukken, maar in kleine oerdeeltjes. Die proberen nu langzaam weer samen te klonteren. Ik wacht alleen nog op een oerknal, zodat alles uiteindelijk weer uiteen kan vallen in woorden die wél begrijpelijk zijn.’
‘Vertel. Ik heb nog wel wat buskruit om de boel op te blazen en daarna weer samen te voegen tot iets moois.’
‘Ik las het volgende.’

Hij bezit de psychologische kwaliteit om in de weerkaatsingen van zijn eigen innerlijk het zielenleven van de meest uiteenlopende mensentypen tot klinken te brengen, evenals de ethische hartstocht voor de waarde van de mens als type.”

Rimpels verschijnen op het voorhoofd van zijn vriend. Een nachtegaal die net nog vrolijk zong, zwijgt plotseling en fladdert haastig weg naar een veiliger plek. Dan valt er een doodse stilte.
‘Tsja, misschien is het zo begrijpelijker?’


“Hij heeft het vermogen om in de weerspiegelingen van zijn eigen innerlijk het gevoelsleven van zeer verschillende mensentypen tot uitdrukking te brengen. Ook bezit hij een sterke ethische gedrevenheid voor de waarde van de mens als type.”

Langzaam breekt de stilte, alsof de dageraad actief wordt. Stel je die voor: een nog actieve nachtvlinder fladdert zijn laatste vlucht, een roodborst verdringt de nacht met enigszins melancholische tonen. Denkrimpels lossen langzaam op. Tijd om actief deel te nemen aan een nieuwe dag. ‘Ik weet het. Wat denk je hiervan?’

“Hij kan zich diep in verschillende mensen verplaatsen en voelt sterk de waarde van de mens.”

Op dat moment lijken de twee vrienden volledig op één lijn te zitten. De laatste schemering begeleidt hen naar de auto, die sputterend tot leven komt. Hun tevredenheid krijgt een kleine knauw: de tank is leeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten