Tochtje
overzee
Stralend
blauw, de lucht. Hier en daar een wit wolkje. Wel wat wind, die speelt met de wolken boven de zee. In de haven is het stil, op het kletsen van tuig tegen
scheepmasten na. Vanaf een klassieke zeilschuit klinkt een kreet: ‘Hey, ga je
mee?’ ‘Jij hier? leuk je te zien. Waarheen?’ ‘Het Kanaal over, naar Zeebrugge’.
Ondanks
dat ik nauwelijks op een zeilschip gevaren heb en dat ook nog op zee, roep ik:
‘Oké!’. Op zee wordt de wind straffer; hij komt ook nog eens uit een voor ons
verkeerde richting. Wolken worden groter, donkerder, er vallen vlagen regen.
Disbalans, misselijkheid, zelfs braken overvalt mij: gal wordt geel. Geen zon
zakt in zee, geen maan reist met ons mee. Romantiek is verdwenen, melancholie
komt ervoor in de plaats.
Het
is overal gedonder: van noord naar zuid, van west naar oost. Denk je te
ontsnappen van land naar zee, lig je te kotsen in het vooronder. En hij roept,
ook nog eens gemeend: ‘Is dit geen pracht-ervaring?’ Oké, de tegenwind drukte
ons zuidwaarts. Een rustige overtocht is mislukt - . ‘Verrek’, roep ik. ‘We hebben Zeebrugge
gehaald.’
Vrij naar zeiltocht. Een gedicht uit: Bloemen van de pijn, vaan Frank Mommersteeg. ISBN 9789085485179
Geen opmerkingen:
Een reactie posten