maandag 20 april 2026

 

Tochtje overzee

Stralend blauw, de lucht. Hier en daar een wit wolkje. Wel wat wind, die speelt met de wolken boven de zee. In de haven is het stil, op het kletsen van tuig tegen scheepmasten na. Vanaf een klassieke zeilschuit klinkt een kreet: ‘Hey, ga je mee?’ ‘Jij hier? leuk je te zien. Waarheen?’ ‘Het Kanaal over, naar Zeebrugge’.

Ondanks dat ik nauwelijks op een zeilschip gevaren heb en dat ook nog op zee, roep ik: ‘Oké!’. Op zee wordt de wind straffer; hij komt ook nog eens uit een voor ons verkeerde richting. Wolken worden groter, donkerder, er vallen vlagen regen. Disbalans, misselijkheid, zelfs braken overvalt mij: gal wordt geel. Geen zon zakt in zee, geen maan reist met ons mee. Romantiek is verdwenen, melancholie komt ervoor in de plaats.

Het is overal gedonder: van noord naar zuid, van west naar oost. Denk je te ontsnappen van land naar zee, lig je te kotsen in het vooronder. En hij roept, ook nog eens gemeend: ‘Is dit geen pracht-ervaring?’ Oké, de tegenwind drukte ons zuidwaarts. Een rustige overtocht is mislukt - . ‘Verrek’, roep ik. ‘We hebben Zeebrugge gehaald.’

Vrij naar zeiltocht. Een gedicht uit:  Bloemen van de pijn,  vaan Frank Mommersteeg. ISBN 9789085485179

Geen opmerkingen:

Een reactie posten