vrijdag 3 april 2026

 

Mooie zinnen

Begin eens met vijf, denkt hij bij zichzelf, en hij pakt de pen, wrijft met zijn wijsvinger - die van zijn hand waarin niet zijn pen rust - langs zijn neus, waaruit warme lucht stroomt, voortgebracht uit de diepte van zijn denken. Een mooi intro, die zijn ideeën aanwakkert en soepel schrijft hij de eerste woorden: hij, geboren onder de rookpluimen en eeuwige vlam - die laatste zo genoemd omdat hij dag en nacht brandt - van de petrochemische industrie, stapt die morgen op zijn fiets, rijdt onwrikbaar tegen de noordwesten wind, kracht vier, de weidsheid in, op zoek naar gevederd gespuis; dat was immers een vraag van zijn vogelvriend. En ja, daar vliegt een bruine kiek man, gracieus met kalme vleugelslag, zijn ogen speuren van links naar rechts, dan buigt de vogel ineens af, naar ergens ver weg, wat de hij in dit schrijven doet tasten naar zijn verrekijker, waarvan de prismaglazen een groot nest tonen, waar achter op datzelfde moment een roofvogel met witte heupvlekken kekkerend voorbij vliegt. Een havik denkt de vogelaar en ja niet veel later ziet hij op het nest schuins een gestreepte staart het nest uitpriemen.

1 opmerking:

  1. Bruine kieken terug. Hopelijk word ik binnenkort ook gezegend met een blik erop. Zonnetje erbij, grasspriet in de mond, liggen op de dijk. Turen naar honderden meters hoge balts.

    BeantwoordenVerwijderen