Posts tonen met het label Spijkenisse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spijkenisse. Alle posts tonen

dinsdag 28 december 2021

Het verhaal gaat

Leken de dagen te lengen na de zonnewende, vlagen motregen houden het licht nog even tegen. Toch trekken Peter en ik eropuit met de fiets voor een rondje Spijkenisse. Vogels zijn minder actief en dus focussen wij ons meer op het landschap en wat wij elkaar te vertellen hebben.

Op die plaatsen waar het kan, zetten wij de fiets aan de ketting en lopen de ruigte in om toch, al is het maar even, het struingevoel te ervaren. Als we terugkomen bij onze fietsen, loopt een man van half in de zeventig ons voorbij. We groeten hem en op dat moment keert hij om voor een praatje.

Ik hoor aan zijn accent dat hij uit de buurt van Amsterdam komt. Als ik hem ernaar vraag, blijkt dat te kloppen. Hij komt uit de Zaan. Vroeger was hij scheepswerktuigbouwkundige in Amsterdam, maar omdat het werkaanbod stagneerde verhuisde hij naar … Vierpolders. Dat lijkt vreemd: verkassen vanuit de stad naar een agrarisch gehucht op Voorne Putten. In de Botlek was echter een overvloed aan werk in die tijd. Hij vond een baan en ging bij de Akzo werken. Laat nu juist daar ook mijn oom gewerkt hebben.

Hij vertelde dat zijn dochter een collega/vriendin was van mijn nichtje, de dochter van mijn oom die bij de Akzo werkte. Hoe wonderlijk toch, dat er op dat moment allerlei lijntjes samen kwamen.

Volgens de man zou mijn oom op klompen naar zijn werk gegaan zijn in die tijd. Dat lijkt in strijd met het ‘gebod’ van mijn oom aan mijn opa, een man op klompen en pet. De pet hield hij zelfs vaak op in huis. De klompen hield hij graag aan als hij boodschappen ging doen in het dorp en dat mocht nu juist niet van mijn oom.

Het is inmiddels vier uur en het begint te schemeren. Het moment om naar huis te fietsen. Thuis geniet ik na van onze tocht en het verhaal van de man. Die ontmoeting gaf licht aan de door het sombere weer overheerste dag. Als ik van mijn thee slurp, appt Peter dat hij op de valreep nog een vuurgoudhaan zag. Ik gun het hem van harte.          

zondag 3 maart 2019

Brieffragment


[..]Half in de ochtend ben ik naar het Mallebos gereden. Ik heb geen filmcamera, dus stel je het volgende verhaal voor alsof het een film is.


Een wandelaar met fiets aan de hand en kijker om de nek kuiert oplettend over een bospad in het nagenoeg door mensen verlaten bos. Boven de kale bomen hangt zwaar de half bewolkte lucht. Dan staat de man stil, pakt zijn kijker en brengt die langzaam naar zijn ogen. Voor hem, op 75 meter afstand staat een reebok die, zo lijkt het, de man aanstaart. Op het moment dat de ree verder gaat met grazen, zet de man behoedzaam enkele passen naar voren en richt zijn kijker opnieuw. En weer lijken de twee elkaar aan te staren. Dit tafereel herhaalt zich nog tweemaal. Dan stapt de bok, hij is dicht benaderd, naar het midden van het pad. De man blijft rustig staan, waarop de ree begint te brullen. Na drie keer brullen, de man lijkt in verhulde extase, verdwijnt de reebok tussen de bomen.


Het zal duidelijk zijn dat ik de gelukkige was. Dit is de eerste keer dat ik iets dergelijks meemaak. Bijzonder. [..]

maandag 10 september 2018

Als kinderen zo blij


De dag begint somber. Zwaar en drukkend hangt er bewegingloos een bui boven Spijkenisse. Pas nadat het wolkendek zich heeft ontladen en de lucht lijkt te klaren, trekken Peter en ik eropuit met onze fietsen.
Niet veel later zitten wij op onze canvaskrukjes onder het nog nadruppelend bladerdak te speuren naar ‘onze vrienden’: een familie boomvalken. Heel even maar vliegen twee juveniele exemplaren tussen het gebladerte door. Daarna laat geen vogel zich meer zien of horen. Gelaten verlaten wij de locatie voor een tochtje langs de Oude Maas en de Wolvenpolder.

’t Is wel heel stil vanmorgen’, zeg ik. ‘Het komt vanzelf’ zegt hij. En inderdaad, bij de Kraanvogel, een brug over de Oude Haven van Spijkenisse, vliegt flitsend snel een kobaltblauwe ijsvogel aan ons voorbij. Ons geluk is dat hij verderop, contrastrijk afstekend tegen een verroeste damwand, een rustplaats vindt.
Na hem met de telescoop te hebben bekeken, fietsen wij verder en weer lijkt het gedaan met de vogels. Toch sprokkelen wij onderweg, al is het mondjesmaat, enkele soorten bij elkaar.


foto Peter Ganzeboom


‘Waar wil je heen?’, vraagt hij.
‘Laten we maar langs het Spui fietsen. De weidsheid daar en het geluid van kabbelend water tegen de oever vind ik geweldig’. Even verderop stoppen wij en kijken naar een zwerm kieviten die, op de vlucht voor de slechtvalk, hun schuilplaats tussen de basaltblokken hebben verlaten.

‘Die pikken wij dan nog mooi even mee’, zegt hij, terwijl hij de snelle roofvogel door zijn verrekijker volgt. Het is meer de twinkeling in zijn ogen, dan de roofvogel die mijn lippen omhoog doet krullen tot een glimlach.

Dan stappen wij op onze fietsen voor de laatste kilometers richting huis. Het is inmiddels gaan regenen. De nazomerse bui kan mijn vriend niet deren. Vrolijk zingt hij een liedje uit zijn kindertijd. Zacht neurie ik met pretoogjes mee.

    







woensdag 13 juni 2018

Groen bezig Nissewaard


Als ik vanaf de rotonde op het Baljuwplein richting Hartelbrug rijd, valt mijn blik tevreden op de wegberm. Deze is vlak naast de weg kaalgeschoren en dat is goed voor de verkeersveiligheid. Maar verderop heeft de wegbeheerder een forse strook met gras en kruiden laten staan. En dat is goed voor de bijen!  Ook elders in de gemeente zie ik kruidenranden en natuurgebiedjes, barstensvol vogels, bijen, zweefvliegen, libellen en sprinkhanen. Een van die pareltjes is Park Welgelegen, ingesloten tussen Gaddijk, Korteweg en Drogendijk in Spijkenisse. Ik, Peter, kom hier graag met en Tino om in de ochtend te luisteren naar een orkest van riet- en andere zangvogels.



De ochtend ademt de laatste nevel van de nacht uit. Ik zit langs de Bernisse en luister naar het lied van een bosrietzanger. Achter mij bedelen pas uitgevlogen jongen van de groenling om eten. Dan gaat mijn mobiel. Mijn vriend Peter vraagt waar ik ben. Hij wil samen met mij op pad. Wij spreken af bij Hekelingen en fietsen vanaf daar door de lommerrijke Dorpsstraat naar park Welgelegen.



Het park is landschappelijk ingericht. Vanuit een struik in de rietkraag die het park omzoomt, zien wij een rietgors met zijn mooie zwarte kop. Met zijn onmiskenbare zang bakent hij zijn territorium af. Op een bankje vindt een vrouw in meditatieve houding haar rust. Wij maken een praatje met haar en fietsen verder naar de Wolvenpolder. Een recent door Natuurmonumenten aangekocht natuurgebied in ontwikkeling. Daar, laat in de namiddag, vallen onze gedachten samen: Nissewaard is groener dan menigeen denkt. 

Opgetekend door Peter Ganzeboom en Tino van Kampen