dinsdag 27 mei 2014

Lesbos



De nacht is nauwelijks begonnen als we, zonder de slaap gevat te hebben, uit bed stappen. Een half uur later, het is intussen half twee, rijden we richting Schiphol. Daar zal om vijf uur in de morgen ons vliegtuig naar Lesbos opstijgen. De vlucht verloopt voorspoedig. Door het heldere weer is een groot deel van Europa zichtbaar. Om acht uur landt het vliegtuig uiteindelijk op Mytilini Airport.  Met een kleine huurauto proberen we later de stad achter ons te laten. Het lukt maar nauwelijks. Via een doodlopende weg die bij een betoncentrale eindigt, eenrichtingstraatjes en een bijna aanrijding, vinden we na anderhalf uur de juiste weg. Rond een uur rijden we Molivos binnen, de plaats waar we tien dagen zullen verblijven. Het appartement dat wij gehuurd hebben heeft een fraai balkon, vanwaar het vaste land van Turkije zichtbaar is. Moe van de reis ploffen we na de eerste indrukken op ons bed voor een korte siësta. ’s Middags wandelen we wat en ’s avonds genieten we van ons eerste authentieke Griekse diner. De volgende ochtend word ik om half zeven gewekt door een nieuwe dag.



     over de bergkam
     klimt als vanzelf de zon
     gouden morgenstond



Her en der grazen in de heuvels schapen. Vele van hen dragen een bel om hun nek, zodat het vaak een geklingel van jewelste is. Op kaal gevreten stukken grond scharrellen kuifleeuweriken hun kostje bij elkaar. In de verte, langs ons pad, slaan bij een verlaten stal een viertal honden aan. We besluiten van het pad af te wijken. Door een droge rivierbedding dalen we af tot ver achter de stal. Omdat het al behoorlijk warm is, laten enkele hagedissen zich bewonderen op gesleten rotsblokken. Via een uitgehouwen trap komen wij bij een klein bouwwerk. In eerste instantie denken wij dat het een behuizing van een kluizenaar is. Het blijkt een kapel. Na binnen foto’s geschoten te hebben loop ik om de kapel heen. Ineens klinkt het pruut pruut van de bijeneter. Even laat hij zich op een kei van dichtbij bewonderen, dan vliegt hij verder.

zondag 11 mei 2014

nieuw blog

Zojuist heb ik een nieuw blog aangemaakt waarop verhalen uit mijn jeugd.
Langzaam wordt door mijn geschiedenis duidelijk wie ik ben.
Kijk maar eens op: http://uithetjongerelevenvan.blogspot.nl/

vrijdag 9 mei 2014




beelden

Terwijl zij thee en koffie haalt,
staar ik, achter het glas gezeten,
naar de tuin.

De warme en stille gloed van buiten
overmeestert mij, in trance waan ik
mij nog met haar

in grote zalen, tussen sculpturen van
gips, was en brons, waar Brancusi’s
muze slaapt.

Kunst openbaart, is soms een raadsel,
zoals de vage contouren omwikkeld
met een deken.

‘niet storen’ waarschuwt het kaartje,
toch tikt zij zacht op mijn schouder:
“de koffie staat klaar”.

woensdag 30 april 2014

schaduw over speelnatuur



Speelnatuur ligt er deze maandagmorgen fleurig bij. Samen met anderen loop ik langs diverse wilde planten om hen op naam te brengen. Een plant is voor ons een struikelblok. Het internet zal later uitkomst bieden. Het blijkt de echte koekoeksbloem te zijn. Ondanks de zon ligt er een grauwsluier over het eiland. Tijdens de lunch als iedereen zijn plek heeft gevonden, roept Leo ons bijeen. Hij heeft ons iets te vertellen. Rustig brengt hij zijn verhaal. Zijn lip trilt. Wij zijn overwegend stil en zeggen alleen het hoognodige. Leo, energiek en gedreven als hij is, wordt geplaagd door een ernstige ziekte. Een chemokuur en een operatie zullen volgen. Ondanks de slechte boodschap blijft hij dapper en optimistisch. “Ze krijgen mij er niet onder”.

helder schijnt de zon
de man vertelt zijn verhaal
droef valt een schaduw

zondag 27 april 2014

Oude Maas



Langs de Oude Maas, een van de weinige getijdenrivieren van Europa, ligt het Allemansgriend. Een groot deel daarvan bestaat uit rietvelden waarin her en der verspreid vlierstruiken, meidoorns en wilgen groeien. In het voorjaar is de griend voor de vogelaar een waar lustoord.

onbeweeglijk
kleeft tegen de wilgenbast
een draaihals

Het is dat ik de vogel naar de wilg toe zag vliegen, anders had ik hem niet waargenomen. Zo in detail gecamoufleerd is hij. Niet alle vogels bewegen zich subtiel door de griend. Sommige vallen op door zang of uiterlijk.

           gekraagde roodstaart
           tussen het groen trilt driftig
           zijn roestrode staart
 

Met zijn gitzwarte boa en rode staart is de gekraagde roodstaart een haast tropische verschijning in de Hollandse griend. Zijn zang lijkt bij aanvang op die van een vink.
Als laat in de morgen de vogels haast niet meer fluiten eindigt mijn tocht langs de oever van de rivier.  

stilte, geur en kleur
liggend langs de waterkant
o, Oude Maas

© Tino van Kampen

  

maandag 21 april 2014

Wat komen gaat





Om kwart voor twaalf gromt en trilt mijn mobiele telefoon op het houten tafelblad. Ik wil net naar bed gaan, maar besluit toch te kijken wie er belt. Op het scherm staat de tekst, geheim nummer. Zelden beantwoord ik in die gevallen de oproep. Regelmatig plaagt een lastpak mij, die zodra zijn oproep wordt beantwoord ophangt. Iets zegt mij dat ik nu wel naar de beller moet luisteren. Een nare boodschap van een hulpdienst dit keer. Mijn vader is zojuist in de doucheruimte gevallen en kan niet meer opstaan. Mijn moeder is niet in staat hem te helpen. Of ik poolshoogte wil nemen en wanneer het nodig blijkt 112 wil bellen. Snel trek ik mijn jas aan en pak de fiets. In recordtempo rijd ik naar mijn ouders. Daar ligt mijn vader op de koude tegelvloer. Kreunend van de pijn. Zijn hoofd ligt in een met bloed besmeurde hoek op een kussen. Omdat hij rilt van de kou leg ik een badjas en handdoeken om en over hem heen. Ik wil hem niet optillen, er kunnen vitale lichaamsdelen gekneusd of gebroken zijn. Na een vijftal minuten belt de huisartsenpost, die eerder door mijn moeder is ingelicht. De dienstdoende arts is drukbezet, maar zo spoedig mogelijk zal hij hulp bieden. Na een half uur wachten arriveert hij, vergezeld met een reus als begeleider. Adequaat overziet hij de situatie en checkt of er niets aan het lijf van mijn vader gebroken is. Met hulp van de reus zet hij hem op een stoel. In bed tillen kan nog niet, dat is daarvoor te hoog. De arts belt een ambulance voor ziekenhuisopname. Mijn vader zal in de stoel moeten wachten. Als er na een uur wachten nog geen ambulance is gearriveerd, besluit ik hem, zo goed en kwaad als dat kan, in bed te leggen. Daar is het warm en kan hij even slapen. Drie kwartier later is daar eindelijk de ambulance. Voorzichtig maken de verplegers hem wakker. Verward en suf denkt hij met bekenden van doen te hebben. Opgewekt en met een glimlach verwelkomt hij hen. Even kunnen wij weer lachen. Om vier uur kan ik zelf gaan slapen. Later in de ochtend, om negen uur, haal ik mijn vader op. Hij mag naar huis.