woensdag 4 december 2019

In de krant: Groot Goeree Overflakkee



De kop van Goeree

In het winterlicht ligt de Koude Hoek er haast leeg bij. Langs een kreek jaagt een juveniele bruine kiekendief, te herkennen aan de roomkleurige kop en dito vleugelbochten. Een havik rust uit in een wilg na een vlucht over het veld. Het hek middenin het perceel is leeg. Vaak zit hier een knoeperd van een slechtvalk. Vandaag dus niet, dat is jammer, want het is spectaculair om hem vanaf een uitkijkpost op jacht te zien gaan. Die activiteit is dan ook wat voor mij, naast de schoonheid van de roofvogels zelf, het aantrekkelijkst is.


Weide- en watervogels bijvoorbeeld, hoe mooi zij ook kunnen zijn, zijn ‘saaie’ vogels. Het mooie is er snel vanaf gekeken. Wat rest, is een vogel die traag zijn gangetje gaat. Dat laatste is ook een prettige kant, want in drukke tijden is het een genot om een eend te zien dobberen en snateren op kabbelend water.
Hoe dubbel allemaal.



Uilen zijn voor mij mysterieuze vogels, ik zie ze niet vaak. Je moet er naar op zoek. Mijn eerste velduil zag ik op de Slikken van Flakkee, tijdens een excursie met Gerard Ouweneel. Hij is een bekende vogelaar en heeft een schat aan artikelen over onze gevederde vrienden geschreven. In Normandië ontdekte ik tijdens een vakantie, bij een bouwvallige boerderij, een gezin steenuilen. Het was een feest om ze te observeren. Een groot deel van de dag namelijk was het jonge grut aan het spelen, terwijl de ouders regelmatig een versnapering kwamen brengen. Nee, schuw waren zij zeker niet.


Van dichtbij had ik nog nooit een kerkuil gezien, totdat er eentje opvloog vanuit een struik op het Volgerland. De vogel vloog rakelings over onze hoofden en landde verderop in een struik. Enkele kraaien verraadden zijn schuilplaats. Voorzichtig slopen mijn vriend en ik naderbij en konden er foto’s genomen worden. Een bewijsplaatje meer niet, want takken en nog groen blad zaten een excellent plaatje in de weg.


Een enkele keer bungelt mijn verrekijker werkeloos om mijn nek. Dan heb ik geen zin om actief achter het gevogelte aan te jagen en geniet ik nog meer van het landschap, de fraaie luchten en het speelse licht. Bij de Markenje bijvoorbeeld, bovenop de dijk. Vanaf daar heb je een prachtig uitzicht over het Grevelingenmeer. Omdat het helder weer is breng ik alsnog de kijker voor mijn ogen en kijk over het water naar de overzijde. Het fraaie lijnenspel van de zandplaten en het laveren van een zeilboot ver weg, vraagt om op de gevoelige plaat vastgelegd te worden. Ik roep mijn vriend te hulp. Het resultaat wil ik graag met u delen.





foto: Peter Ganzeboom

woensdag 13 november 2019

Suspense


Een deken van mist hangt boven het land en is op sommige plekken een kleine meter dik. Op die plekken zijn alleen de poten van het vee zichtbaar. Als dan ook de opgaande zon het landschap wonderlijk mooi in een oranje gloed legt, is het alsof ik mij in een sprookje bevind. In dat surrealistische landschap rust een knoeperd van een slechtvalk op een paaltje. Gelet op het formaat denk ik dat het een vrouwtje is. 

Diezelfde middag jaagt zij, ik vermoed dat het dezelfde is als die van vanochtend, achter een groep goudplevieren en kieviten aan. De keuze is te groot om er daadwerkelijk een slachtoffer uit te kiezen en berustend met dit gegeven landt zij bovenin een hoogspanningsmast. Vanaf haar troon overziet zij als een vorstin haar domein.





Een zich van geen kwaad bewuste smient vliegt in zondagmiddagstemming argeloos over het veld. Op dat moment duikt de valk naar beneden, draait een rondje en maakt vaart. Haar doel: de smient! Alles gaat razendsnel, want in nog geen halve minuut vliegt zij naast de smient, draait half op haar zij en haalt uit met een dodelijke houw van een van haar klauwen. De smient is de sjaak.



Niet veel later plukt de valk op een rustig plekje de eend en maakt zich klaar om de buit te verorberen, althans dat denkt zij. Zeker zes kraaien maken het haar dermate lastig dat zij haar prooi moet verlaten. De kraaien hebben echter buiten de waard gerekend. Krijsend gaat de valk met stoot- en duikvluchten achter de kraaien aan. Een van hen krijgt zij bijna te pakken, voor de kraaien het teken om het veld te ruimen. De rust keert weer en eindelijk kan zij aan tafel.

Ergo: Ik hoef geen thriller te lezen of te zien in de bioscoop, ik maak het real live mee in mijn ‘achtertuin’, de Polder Simonshaven.




De foto's zijn van Peter Ganzeboom            

woensdag 6 november 2019

Jong geleerd ...


Om kwart voor negen vink ik de lijst met deelnemers aan de roofvogelexcursie op Tiengemeten af. Iedereen van het aangemelde gezelschap, waaronder een meisje van vier en een jongen van een jaar of twaalf is present. Onder een strakblauwe lucht varen wij over; het belooft een prachtdag te worden.


Aan de overzijde rechts naast het bezoekerscentrum lopen wij de dijk op en met uitzicht op ‘plas en dras’ houd ik een inleidend praatje en worden de eerste watervogels gespot. Al gauw laat zich een eerste bruine kiekendief zien; een vrouwtje. ‘Zie je het slanke lijfje, de smalle vleugels en de donkere vleugelpunten, in vergelijk met de buizerd?’, zeg ik aan de groep en meer in het bijzonder tegen de jongen naast mij.


De knaap heeft inmiddels een vogelboekje tevoorschijn getoverd en bladert door het boekje opzoek naar de kiekendief. Als hij de vogel gevonden heeft, bombardeer ik hem tot assistent. ‘Ga jij de groep maar rond en laat maar zien waar de vogelaar op moet letten bij het op naam brengen van de roofvogel die je net zag.

Trots als een pauw is hij lange tijd niet meer van mijn zijde te wijken. Voor mij is dit kat in het bakkie, want ik zie in hem een kersverse vogelaar en wat is er mooier voor een vogelgids.


‘Zijn zij aan het bijvoeren?’, vraagt een vrouw wijzend op een man die een bolderkar voorttrekt. In de kar staat o.a. een kist met in kleine stukjes gesneden appel. ‘Nee, ik denk dat hij met een onderzoek bezig is’.

Waar ik voor vreesde wordt bewaarheid, het aanbod van roofvogels is karig en wat te zien is zit vaak ver weg. Mijn telescoop biedt dan uitkomst, maar toch …
Ondanks dat hoor ik geen wanklank en als ik subtiel doorvraag blijkt dat de deelnemers het prima naar de zin hebben. De tocht door de natuur is voor velen op zichzelf al een belevenis. Een verhaal over de bever en zijn sporen bij een verlaten boerderij maken het boeiend.
    

Als ik twee dagen later weer op Tiengemeten ben, kom ik de man met de bolderkar weer tegen. Hij blijkt de muizenstand op Tiengemeten te onderzoeken. In zijn hand ligt een haast tamme Noorse woelmuis. Later laat hij mij een bosspitsmuis zien, een klein driftig mannetje met een gitzwart vachtje; prachtig!



Was het aanbod van roofvogels tijdens de excursie mager, vandaag wordt dat ruimschoots gecompenseerd. Boven een water hangt biddend als een torenvalk een visarend. Deze roofvogel eet uitsluitend vis en is daardoor niet verwant aan andere roofvogels, die een meer gevarieerd menu hebben. Niet veel later vertrekt hij over het Haringvliet richting de Bommelse Gorzen. Wie weet blijft hij daar nog een tijdje pleisteren. 




    De foto is van Kees van 't Zelfde      

donderdag 10 oktober 2019

Herfstschrijfsel


Het wisselen van de seizoenen is vrijwel op ieder mens van invloed. Nu in de herfst sluipen er bij mij langzaam en soms ongemerkt, vervelende gevoelens binnen. De dagen gaan korten, het wordt wat killer en soms verregent er domweg een etmaal. Voor een buitenmens als ik kan dat lastig zijn.

Ik werk al vanaf het voorjaar gemiddeld twee uur per dag aan een roman. Rond koffietijd rond ik een sessie af en piep na een cafeïneshot naar buiten voor een wandeling of tochtje op de racefiets. Nieuwe ideeën voor mijn schrijven krijgen dan vorm.

Het manuscript is samen met een werkschema voor een tweede controle opgestuurd naar een schrijfcoach. Er wordt in deze ronde vooral gekeken naar een juiste volgorde van de hoofdstukken; ik werk met flashbacks en dus niet chronologisch. Daarnaast is er aandacht voor uitdieping van karakters en situaties waarin de hoofdpersonen zich bevinden.

Deze week heb ik dus pauze. Even lekker het hoofd leegmaken, nieuwe inzichten zullen zich vast aandienen. Ik besluit dan ook een stevige wandeling door de duinen van Oostvoorne te maken, met het Mildenburgbos als startpunt.

Het bijzondere van een bos in de herfst zijn die momenten dat het zonlicht speels tussen de bomen een door het gebladerde strijkt. De kleurnuances komen dan optimaal tot hun recht. Als er dan ook nog een ree op een bedauwd veldje eikels kraakt, is het plaatje compleet. Helaas kan ik dit sprookje vandaag wel schudden, het is zwaar bewolk.

Paddenstoelen en zwammen compenseren de zwaarte. En als ik dan ineens een stukje open duin bereik klaart alles op. Een clubje van zeker vijftig sijzen trekt mijn aandacht. Zij scharrelen wat op de grond en verdwijnen als op een teken plotsklaps in de toppen van een els. Omzichtig besluip ik hen. Helaas zijn zij verdwenen.

Na een kleine drie uur loop ik het Mildenburgbos weer in. Nog een klein stukje en de wandeling zit erop. Het is intussen wat drukker geworden. Wandelaars met fototoestel en joggers ‘vechten’ om voorrang bij een smal paadje en verderop zoekt een uitgelaten schoolklas materiaal voor een herfststukje. Ik ga naar huis. Het was goed zo.            

 
    

zaterdag 31 augustus 2019

York - enige reisimpressies


Staalblauw en haast spiegelglad ligt het water van de Nieuwe Waterweg achter de Ferry die ons naar Hull zal brengen. In de verte verdwijnen langzaam de contouren van de Maeslantkering tussen de windmolens. Het is windstil en warm.



Na een nacht met weinig slaap, het gezoem van de airco en de lichte deining van het schip zullen vast de schuldigen zijn, varen wij vroeg in de ochtend de zeearm van Hull in. Havens zijn bijna overal hetzelfde. Vierentwintig uur bedrijvigheid: vrachtauto’s die af en aan rijden, kranen die laden en lossen, mannen in feloranje kleding met witte helmen op hun hoofd die als mieren door elkaar heenlopen en dampende schoorstenen. Hoog vanaf de achtersteven is alles goed gade te slaan. De intercom dirigeert mij naar mijn hut. Ik mag mij klaar gaan maken om aan wal te gaan.

Het is altijd wennen als je ineens links moet rijden in het verkeer. Hoe goed ik ook oplet, bij de eerste de beste rotonde die ik dus linksom moet nemen, ‘vergeet’ ik dat rechts voorrang heeft. Pas op, roept mijn vrouw een auto van rechts. Stoppen gaat niet meer, een dot gas brengt uitkomst. De volgende dagen glijd ik soepel door het verkeer heen.



Ons hotel, een elegant herenhuis (bouwjaar 1904), in traditioneel Engelse stijl, ligt aan de rand van het centrum van de stad York. Elke morgen worden wij op zangerige toon bediend door de eigenaar, die van oorsprong Grieks is. ‘Good morning, how do you like your breakfast? First you can get some tea or coffee and toast. And after that an Englisch breakfast if you want.’ Wij kiezen voor een gebakken ei met bacon. De bonen in tomatensaus en de gegrilde worstjes zijn ons te machtig.

De route naar het centrum van York loopt dwars door een glooiend stadspark. Als je daar in alle vroegte de dag begint, wagen zich op het groene gras tientallen grijze eekhoorns. De meeste van hen graven kuiltjes in een plantsoen en halen of brengen daar een hazelnoot. Razendsnel ontdoen zij die van hun harde bast, de vrucht verdwijnt in hun hongerige magen. Het centrum, de oude stad, is ommuurd en dateert uit de vroege Middeleeuwen, al was de stad al eerder onder een andere naam bekend.


Jane Austen kon prachtig verhalen over The Moors of Yorkshire. De uitgestrekte heidevelden waar ieder moment het weer kon omslaan. Verrast kon je worden door winterse kou en buien of de typische Moorlands fog, een dichte mist die je liet verdwalen. Beroemd is The Famous  Grouse, het Schots sneeuwhoen. Ja, die van de Whisky. Daar gaan wij natuurlijk heen voor een fijne wandeling. Het is snikheet en maar langzaam komen wij op gang. Wij volgen de loop van een smal riviertje en moeten telkens door een klaphekje om van het ene veld met schapen naar het andere veld met bulls, zo groot als een kleine bestelbus, te lopen. In de middag struinen wij over de heide en gaan op zoek naar het Schots sneeuwhoen, die ik zowaar op de foto krijg.



De terugvaart verliep voor mij moeizaam. Het leek of wij met onze hut precies boven de machinekamer lagen. De hele nacht trilde mijn bed dat het een lieve lust was. Een keer of drie werd ik daardoor wakker. Om vier uur was ik het zat. In het donker zocht ik mijn kleding en schoenen en vertrok voor een wandeling op het schip. In een lounge vond ik een rustig plekje. Hier kon ik mooi een boek lezen. Door vermoeidheid doezelde ik in slaap en droomde ik over mijn laatste aankoop.