Posts tonen met het label Oostvoorne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oostvoorne. Alle posts tonen

donderdag 10 oktober 2019

Herfstschrijfsel


Het wisselen van de seizoenen is vrijwel op ieder mens van invloed. Nu in de herfst sluipen er bij mij langzaam en soms ongemerkt, vervelende gevoelens binnen. De dagen gaan korten, het wordt wat killer en soms verregent er domweg een etmaal. Voor een buitenmens als ik kan dat lastig zijn.

Ik werk al vanaf het voorjaar gemiddeld twee uur per dag aan een roman. Rond koffietijd rond ik een sessie af en piep na een cafeïneshot naar buiten voor een wandeling of tochtje op de racefiets. Nieuwe ideeën voor mijn schrijven krijgen dan vorm.

Het manuscript is samen met een werkschema voor een tweede controle opgestuurd naar een schrijfcoach. Er wordt in deze ronde vooral gekeken naar een juiste volgorde van de hoofdstukken; ik werk met flashbacks en dus niet chronologisch. Daarnaast is er aandacht voor uitdieping van karakters en situaties waarin de hoofdpersonen zich bevinden.

Deze week heb ik dus pauze. Even lekker het hoofd leegmaken, nieuwe inzichten zullen zich vast aandienen. Ik besluit dan ook een stevige wandeling door de duinen van Oostvoorne te maken, met het Mildenburgbos als startpunt.

Het bijzondere van een bos in de herfst zijn die momenten dat het zonlicht speels tussen de bomen een door het gebladerde strijkt. De kleurnuances komen dan optimaal tot hun recht. Als er dan ook nog een ree op een bedauwd veldje eikels kraakt, is het plaatje compleet. Helaas kan ik dit sprookje vandaag wel schudden, het is zwaar bewolk.

Paddenstoelen en zwammen compenseren de zwaarte. En als ik dan ineens een stukje open duin bereik klaart alles op. Een clubje van zeker vijftig sijzen trekt mijn aandacht. Zij scharrelen wat op de grond en verdwijnen als op een teken plotsklaps in de toppen van een els. Omzichtig besluip ik hen. Helaas zijn zij verdwenen.

Na een kleine drie uur loop ik het Mildenburgbos weer in. Nog een klein stukje en de wandeling zit erop. Het is intussen wat drukker geworden. Wandelaars met fototoestel en joggers ‘vechten’ om voorrang bij een smal paadje en verderop zoekt een uitgelaten schoolklas materiaal voor een herfststukje. Ik ga naar huis. Het was goed zo.            

 
    

zondag 15 oktober 2017

Verdwaald



De Man
Met de auto en mijn fiets stevig op het fietsenrek, rijd ik naar Oostvoorne om van daaruit op de fiets een tochtje door het duin te maken. Tegen enen wil ik bij de stal zijn waar mijn vrouw en dochter een paard hebben gehuurd. Daar zullen wij samen lunchen.
Boven de open vlakten van het Groene Strand hangen velden van nevel, die een vleug watermunt in zich dragen. Bij restaurant Aan Zee beklim ik de toren. Vandaar heb ik een goed uitzicht over de kustlijn van Voorne. Een kennis vertelde mij, zelf ben ik niet goed bekend in deze streek, dat er een mooi fietspad door en langs het duin loopt. Het is even zoeken, maar dan vind ik het pad: Sipkes Slag. Na over een veerooster en een kasseienstrook te hebben gereden, verandert het pad in een gladde strook beton; dit is pas fietsgenot. Mijmerend meander ik door de duinen, vergeet de tijd en de plek waar ik precies ben. Verderop, mijn maag begint te knorren, vertelt mijn horloge dat ik nog een uur heb om de stal te vinden. Op gevoel probeer ik de weg te vinden. Als ik voor de derde keer bij hetzelfde kruispunt ben uitgekomen, raak ik geïrriteerd. Verdorie waar blijft die verrekte stal nou, zo kom ik te laat. Ah, daar staat een paddenstoel. Mmm, ik ben ergens tussen Rockanje en Oostvoorne, maar waar precies? Daar komt een wielrenner, die weet vast de weg.
‘Meneer, meneer’, weet u waar ik mij bevind?’
Een minuut of vijf voeren wij een gesprek waarbij wij druk gebaren. Dan stappen wij op en gaan uiteen. Een dwingende vraag rolt impulsief en luid over mijn lippen. De renner keert moeizaam om, knikt bevestigend op mijn vraag en dan gaan wij definitief onze eigen weg. Ik dwalend en mopperend - Met die vrouwen kun je ook nooit iets afspreken - en de wielrenner met zijn eigen gedachten.

De wielrenner
In gedachten verzonken en mijn handen losjes op het stuur, trap ik met lichte tred over de Schapendijk. Over de landgoederen links van mij jagen de schaduwen van enkele herfstwolken elkaar na. Verderop ligt het duin, waarin ik talloze uren heb doorgebracht. Ik herinner mij nog goed die zware novemberstorm van jaren terug, die grote stukken van het duin had weggeslagen. Nu is de duinreep verhoogd en verstevigd met helmgras en een schelplaag.
Hard knijp ik in mijn remmen als een man mij wenkt. Verdikkeme net nu ik zo lekker door de bocht kan zoeven.
‘Meneer, meneer’ roept hij in lichte paniek, ‘weet u waar ik mij bevind?
Van mijn irritatie is niets te merken als ik de man vriendelijk en geduldig de weg wijs.
‘Precies op de grens van Oostvoorne en Rockanje’ zeg ik en wijs hem aan waar beide plaatsen liggen.
‘En als ik nu daarheen rijd?’
‘Dan komt u bij een kruispunt en kunt u meer rechtstreeks naar een van beide dorpen rijden’.
‘O, dank u’.
Nog even kijk ik de man aan, die twijfelend aanstalten maakt om verder te rijden, dan klik ik in mijn pedalen en zet aan om op gang te komen. Bij een volgende pedaalslag roept de man opnieuw. Met een zucht keer ik met een ruime bocht terug. Wat nu weer.
‘Sorry meneer, maar als u twee vrouwen op een paard ziet, wilt u hen dan zeggen dat ik op weg ben naar de stal?’
Ik knik en zeg dat ik dat zal doen. Al gauw rijd ik weer een lekker tempo. Op een paardenpad naast mij rijden twee amazones voorbij. Zouden dat? Ik kijk met sluimerend schuldgevoel achterom. De ruiters verdwijnen net uit zicht.

Moeder en dochter
‘Wat een heerlijke dag weer. Ik denk dat pa het ook een goed heeft’.
‘Zeker weten dit is echt iets voor hem. Zo heerlijk relaxed op de fiets door het duin’.
‘Ja, ik ben benieuwd naar zijn verhaal. Hoe laat is het trouwens?’
‘Kwart voor een’.
‘Mmm, dan hebben wij nog een kwartier’.
Een wielrenner rijdt langs.
‘Zou dat niet iets voor Pa zijn, wielrennen?’