donderdag 27 oktober 2011

De Dichter


De dichter krijgt het druk. Zondag wacht een optreden in Brielle. Verleden jaar mocht hij daar ook zijn kunsten vertonen. Een organisatorische fout strooide destijds roet in het eten. Nu krijgt hij een herkansing, of eigenlijk de organisatie. Vijf minuten spreektijd moeten hem op de kaart zetten. In december leest hij met anderen in diverse huiskamers van Ooltgensplaat. Hij kijkt er naar uit hoewel het razend spannend is als er zoveel ogen op hem gericht zijn.
Ook de biograaf heeft het druk. Deze week werden de reeds geschreven verhalen telefonisch besproken. Het valt niet mee. Telkens worden nieuwe foutjes gevonden. Toch vordert het bouwwerk gestaag. Een document is al zover dat er een proefdruk van gemaakt is, compleet met plaatjes. Er wachten nog interviews en nieuwe verhalen kortom klaar is het nog lang niet.
De Mensch had wederom pech vandaag. Nu was het de voorband van zijn racefiets die langzaam afliep. Wat is dat toch. Wordt hij door hogere machten getest of geplaagd. De bandenfabrikant en de plaatselijke fietsenboer varen in ieder geval wel bij zijn ongeluk.
  

maandag 17 oktober 2011

De Mensch


Al vanaf de ochtend hangt er een sluier van motregen boven de stad. Dit gevoegd bij de belabberde mentale gesteldheid van De Mensch maakt de dag wat minder aangenaam. Als een zombie hobbelt hij dan ook achter het winkelwagentje aan, dat driftig door zijn vrouw wordt voortgeduwd. De Mensch, gepokt en gemazzeld als hij is, weet inmiddels met zo’n mindere dag om te gaan. Hij komt op het lumineuze idee om gezellig samen met vrouwlief een middagje naar Schiedam te gaan. Kuieren door de stad en een bezoek aan het museum dat zal de dag vast uit zijn grauwheid tillen. Als ze samen langs de winkels slenteren knapt hij langzaam op. Bij een tweedehands boekwinkel gaan ze naar binnen. Hier zijn vast dichtbundels te koop, denkt hij. Twee dames helpen hem bij toerbuurt. Geaffecteerd verlaten woorden en zinnen hun lippen als ze hem te woord staan. De Mensch die gek is op typetjes kruipt in de huid van één van de dames. Voorzichtig wordt een dame nagebootst. Echter hij vergeet zichzelf en al gauw stijgt het volume van zijn stem naar gespreksniveau. Zachtjes maar gedecideerd fluistert zijn vrouw hem toe dat hij zich moet gedragen. De dames hebben hem vast gehoord. Om het goed te maken gaat hij bij het afrekenen in gesprek met één van hen. Het winkeltje, zo blijkt, wordt elk weekeinde gerund  door vrijwilligers van de soroptimisten. Een soroptimist is een vrouw die o.a.staat. voor: verbetering van de rechten van de vrouw, hoge ethische normen, gelijkwaardigheid, ontwikkeling en vrede door het bevorderen van goede internationale verstandhoudingen.
In het bezit van nieuwe kennis, drie dichtbundels en vers gemalen Colombiaanse koffie, die elders was gekocht, verlaat De Mensch later tevreden Schiedam. Het museum is inmiddels gesloten.

donderdag 13 oktober 2011

De Mensch

De aanvoer van nieuwe blogjes stagneert enig zins is mij opgevallen. De oorzaak ligt niet in inspiratie, maar meer in het feit dat De Mensch andere activiteiten is gaan ondernemen. Zo ben ik een maand gelden begonnen met een studie: Shiatsu Massage Therapeut. De studie vergt veel tijd aan lezen, studeren en praktiseren. Ook wil ik mij verdiepen in de filosofie die de bouwstenen vormen van deze complementaire therapie. Een ander facet van de stagnatie is het gegeven dat mensen om mij heen weten dat ik graag schrijf. Ze weten mij te vinden. Zo ‘moet’ ik een stukje schrijven voor een nieuwsbrief en heb ik een stukje geschreven voor een achterflap van een nog te verschijnen dichtbundel. Kortom De Mensch heeft even andere  zaken aan zijn hoofd. Maar er zitten letters in de pen, die eerdaags het licht zullen zien. Zo was ik afgelopen zaterdag in Schiedam. Aldaar maakte ik kennis met twee So – optimisten. Nog nooit van gehoord? Ik ook niet tot voor zaterdag. U leest er spoedig meer van. Dat beloof ik.

Voor de ongeduldige liefhebber ;-) zal er spoedig ook een gedichtje volgen.

zaterdag 1 oktober 2011

De Dichter

Het zal in het voorjaar van 2010 geweest zijn dat ik gevraagd ben om deel te nemen aan het schrijven van haiku’s in een haikugroep. Dat leek mij leuk. Ik had al wat haiku’s op papier staan en zo nu en dan schreef ik nieuwe. Aldus stuurde ik een haiku in. Wat bleek, de door mij gemaakte haiku was geen haiku, maar een drieregelig gedichtje. Weliswaar voldeed hij aan de technische eisen, maar inhoudelijk was er het één en ander op aan te merken. Dit gegeven schets gelijk een beeld van de haikugroep. We zijn betrokken en enthousiast maar ook kritisch. Niemand wordt gespaard. Een of twee maal per jaar komen we een dagje bij elkaar om haiku’s te bespreken, maar meer nog om de sociale contacten te verstevigen. Het niveau van de haiku is in de loop der tijd bij allen gestegen. Ik wil er eentje onder uw aandacht brengen, geschreven door Gerda Boevé.

vergeten plantjes
staan verdronken op de stoep
herfst in een bloempot

Deze haiku die een natuuringang heeft - de herfst- is in spanning opgebouwd.
De derde regel heeft een aha moment. Dat aha moment zou hier kunnen zeggen: Ja inderdaad ik heb dat ook eens gezien – het herkenbare. Tevens heeft de haiku een dramatische component:  vergeten en daardoor verdronken plantjes. Bijzonder is ook dat de ‘grote’ herfst ook toeslaat op kleine plekjes. Geheel dat tafereel kunnen zien en daar een haiku over schrijven maakt de haiku een goede haiku.

Inmiddels zijn we zover dat we een boekje gaan uitbrengen met daarin de beste zes haiku van elk van ons afzonderlijk. Als het boekje gedrukt en gebonden is zult u dit hier kunnen lezen.

vrijdag 23 september 2011

De Mensch



Mijn vriend De Stadsvogelaar was gisteren uitermate gelukkig bij het zien van een juveniele kwak. Een kwak hoor ik u denken. Ja een kwak. De kwak is een reigersoort die zelden te zien is althans hier in onze contreien. Nu kan ik ook naar de kwak op zoek gaan en mij gelukkig wanen, maar dat werkt niet. Geluk is niet vindbaar, geluk overkomt je. Evenals pech. Zo wilde ik vanochtend een tochtje maken op de racefiets. Helaas was mijn achterband plat. Dat is geen probleem. Een nieuw bandje is zo om het wiel gelegd. Na vijftien minuten reed ik alsnog mijn rondje. Van korte duur dit keer. Binnen het half uur liep mijn achterband opnieuw leeg. Ligt een nieuw bandje er thuis zo om, bezweet in de polder is het andere koek. Met een half harde band, meer lucht kreeg ik er niet in met mijn handpompje, reed ik naar huis om de band voldoende lucht te geven. Nadat ik droge kleding had aangetrokken waagde ik een nieuwe poging. Ontspannen reed ik de eerste meters en toen gebeurde het. Ik wilde mijn bril rechtzetten en vatte de veer tussen duim en wijsvinger, schoof hem langzaam achter mijn oor. Van het rechtzetten kwam niets terecht. Precies op het scharnier brak de bril in tweeën. De bril ligt inmiddels afgeschreven in de plomp en ik zit ongelukkig thuis. Misschien dat de foto van de kwak enig soelaas kan bieden, hij staat inmiddels op het bureaublad van mijn computer.

zaterdag 17 september 2011

De Mensch

Zij zaten op de grond. Om preciezer te zijn, op een bonk omhoog geworpen vette zeeklei. Het waren er drie. Twee jonge en één oudere. Ze poetsten en schikten hun verenkleed. Zo nu en dan pauzeerden ze even. De bonk klei veranderde dan in een troon. Zij waren even de vorsten van hun habitat, althans die suggestie gaf hun lichaamshouding: trots rechtop alles overziend. Zij hadden de touwtjes in handen. Ineens vlogen ze op. Er ontstond een wirwar van draaien en keren in de lucht. Nauwelijks te volgen. Even werd de oudervogel door de jongen belaagd. Daarna  keerde de rust terug en nam een ieder zijn eigen plekje in. Likkebaardend van genot. Zo eindigt dit verhaal over drie boomvalken op een akker aan de rand van een ‘slapende’ stad.