zondag 7 oktober 2012

In herinnering René Mijnders

Woensdag drie oktober tweeduizendtwaalf is een natte en grauwe dag. De gehele middag regent het gestaag. Als ik moe van het werk in de tuin, thuis een douche heb genomen en de inwendige mens heb versterkt, neem ik plaats achter de computer. Nog steeds is de lucht grauw en sijpelt regen over het dakraam. Ik open de mailbox en zie op het scherm van mijn computer een berichtje met het onderwerp René. Met schrik lees ik de eerste regel. René heeft een einde aan zijn leven gemaakt. Ik heb René een aantal keren mogen ontmoeten en die keren viel het mij op dat hij naast een filosofische kant ook een vrolijke kant had. Misschien was het daarom wel dat het klikte tussen ons. Maar poëzie hadden wij het meest gemeen. In de nazomer van 2010 is een aantal haikudichters een dagje bij hem op bezoek geweest. Die dag zal ik niet gauw vergeten. Vooral niet de zorg die hij had besteed om ons het zo aangenaam mogelijk te maken. Vele haiku werden die morgen besproken. Tijdens een copieuze lunch met als toetje een compote van kweeperen, voor mij een nieuwe smaakervaring, werden ook persoonlijke getinte gesprekken gevoerd. Op de een of andere manier waren we allen vrienden. Uitbuiken deden we buiten tijdens een kleine wandeling door zijn fraaie tuin, die hij samen met zijn partner Cor onderhield. Na het bezoek aan de tuin namen we in de loop van de middag een voor een afscheid van René en reden we tevreden naar huis.
In die tijd mailden René en ik elkaar regelmatig. We stuurden elkaar dan gedichten met een kwinkslag, want humor is de jus op het bestaan vonden wij. Als ik in de buurt van zijn woning was, keek ik altijd naar de vlag die in zijn tuin wapperde. Mocht de vlag mij onbekend zijn, dan mailde ik hem. Zo hadden we weer even contact. De laatste vlag die ik in top zag hangen had betrekking op de opening van het mosselseizoen. In een gesprek met René, vlak voor de verbouwing van zijn huis, vernam ik van hem dat hij ziek was. Die ziekte was debet aan melancholie. Nu, in oktober 2012 kon hij blijkbaar niet meer verder leven.

René als je meeleest met mijn gedachten, weet dan dat ik die keren dat ik je ontmoette  als fijn heb ervaren. Altijd zal ik aan je denken, dat beloof ik, als ik een vlag in jouw tuin aan de Oostdijk zie wapperen. Ik hoop dat Cor die traditie in ere wil houden.

donderdag 27 september 2012

maandag 24 september 2012



Naast mijn hobby’s schrijven en atletiek, ben ik graag in de natuur. Vooral de vogelwereld heeft mijn speciale aandacht. Iemand die vogels observeert in de vrije natuur noemt men een vogelaar. Er zijn verschillende categorieën vogelaars. Je hebt de soortenjagers, zij ‘jagen’ op vaak bijzondere vogelsoorten. Veelal kijken deze lui op de website van onder andere Dutch Bird Alert om te zien waar zich een bijzondere soort bevindt. Vele kilometers worden dan gereden om bijvoorbeeld een roze spreeuw op het lijstje bij te schrijven. Na een uurtje met soortgenoten gebabbeld te hebben reizen deze vogelliefhebbers dan weer huiswaarts. Daarnaast heb je vogelaars die een te bezoeken gebied plannen en vervolgens het web afspeuren naar wat eerder die week ter plekke waargenomen is en aan de hand daarvan uitstippelen waar de reis exact heen zal gaan. Deze vogelaars zijn al minder gebonden. Ik doe dit ook regelmatig, maar vaker ga ik op de bonnefooi op pad. Op die dagen verveel ik me zelden en geniet van wat zich aandient.
Afgelopen zaterdag was een dergelijke middag. Met mijn vriend Peter was ik getuige van de jacht van een slechtvalk, die vanuit een wolk spreeuwen een slachtoffer probeerde te slaan – het mislukte. Diezelfde avond las ik dat er een kwak waargenomen was in onze regio. De voorbije winter was de kwak ter plekke op precies dezelfde locatie en ik moet bekennen, dat ik destijds ook op de kwak ben gaan ‘jagen’. Het viel tegen. De kwak is een miniatuur van de blauwe reiger en is nog luier dan een buizerd. De vogel deed niets anders dan zitten en poepen. De struiken onder zijn zittak waren wit van de uitwerpselen. Snel liet ik de kwak voor wat hij was en vertrok. Nog geen vijf minuten later ging ik op in het weidse polderlandschap, een vlucht wulpen vergezelde mij.

dinsdag 18 september 2012



Het Diekhuus, wat ongetwijfeld dijkhuis betekent, zit stampvol dichters. De hoeken zijn gevuld met een zanger-muzikant, een spreekstalmeester en boekverkopers. De dichters zitten in het midden, zoals het hoort. Ik hang aan de bar. Voor mij is geen plaats meer, de stoelen zijn bezet. Meer dan vijfentwintig dichters geven deze middag acte présence. Elk van hen mag één of twee gedichten voordragen. Dit naar aanleiding van een gedichtenwedstrijd ter gelegenheid van het derde O-O-GO bladerboek, dat die middag uitkomt. De beste gedichten verdienden een plaatsje in het boek en de schrijvers daarvan mogen die deze middag voordragen. Het is een geslaagde middag, waarin een vloed van poëtische zinnen het publiek overspoelt. Ook de muzikant is in vorm. Vooral de vertolking ‘Laat me’ van wijlen Ramses Shaffy krijgt veel bijval. Als ik mijn korte gedicht heb voorgedragen en ik onder applaus bedolven, terugloop naar mijn plaats aan de bar, steekt een echtpaar de duim naar mij op. Later na afloop bij het verlaten van het pand spreken zij mij aan. De waardering lag hem in het feit dat ik met weinig woorden een krachtig gedicht heb neergezet. Deze waardering doet mij goed.

Op zolder
naast het raam
smolten ijsbloemen
onder mijn handen.
Adem blies nieuwe
zo ijzig koud was het.
in de schemer streek licht
over vergeelde posters
vastgepind aan de zoldering.
Ik lag in bed en wachtte
tot het huis krakend
de dag begon.


maandag 10 september 2012



Het is minstens tien jaar geleden dat ik met mijn vrouw José en zoon Micha naar de Open Havendagen in Rotterdam ben geweest. Op die dag stond ik met hen in een lange rij van mensen om uiteindelijk een rondgang door een benauwde duikboot te maken. Het was warm en druk die dag. Ik had het niet naar mijn zin en zwoer om nimmer meer naar de open havendagen te gaan.
Vandaag breek ik die belofte. Met een watertaxi varen José en ik over de Nieuwe Maas naar de Parkkade. Op het water dobberen vele soorten boten, van sloep tot The Pride Of Rotterdam, een kolossale veerboot van P&O Ferries. Aan wal heeft het corps mariniers een echte stormbaan aangelegd. Enkele mariniers entertainen groepjes groen geschminkte kinderen. Vaak voel ik een weerstand opborrelen als ik militairen in uniform zie. Nu ze zo lief spelen met de krijgsmacht in de dop, blijft die uit. Het is wederom druk en warm. Een file van mensen schuifelt aan ons voorbij. Op een ponton dansen jonge meisjes op de muziek van een Salsa band. Volwassen mensen spelen met waterkannonen en hijskranen. Helikopters zoemen als grote insecten door de lucht. Ik voel mij niet echt thuis. Een koel biertje vergoedt alles. Op weg naar de Maastunnel, we gaan lopend terug, zijn de mariniers nog steeds aan het spelen met enkele kinderen. Ik vraag mij af: ligt hier niet de sleutel voor de kinderopvangproblematiek. Kunnen ‘onze jongens’ niet bijspringen – ze doen het leuk. Nederland is tenslotte toch niet in oorlog.

maandag 3 september 2012



Twee jaar geleden zag ik de kleinst waterhoen voor het eerst. Met mijn vriend Peter liep ik de trappen af naar het ‘podium’ dat met een lint afgezet was tegen al te opdringerig publiek. We hadden onze telescopen net opgesteld toen de acteur zich liet zien. Op grote voeten banjerde hij over het slik. We genoten.

Mijn vrouw en ik zijn uitgenodigd om een kunstbeurs te bezoeken in Aalsmeer. Om naast cultuur ook van de natuur te genieten besluiten we om naar de Groene Kamer te reizen – een moerasgebied langs de Kromme Mijdrecht. Vanaf de dijk zien we groepjes mensen met optische apparatuur geanimeerd samengeklonterd. We sluiten ons aan. Achter een pol biezen verschijnt een grijs silhouet. Te ver weg voor mij. Een man biedt mij zijn telescoop aan. Deze is van inferieure kwaliteit, zodat ik met geen mogelijkheid de hoofdrolspeler van vandaag kan determineren. Als we later samen met een fotograaf over het slik turen, dribbelt er ineens een porseleinhoen voor ons langs. Het beestje nadert ons tot op drie meter afstand. We staan perplex. Kreten van geluk kunnen we maar net inhouden. Wat een mooi beestje en zo dichtbij. Dan lijkt het of de doos van Pandora helemaal leegstroomt. Er blijkt daar niet een porseleinhoen te vertoeven, maar zeker zes. Later schuift ook de schuwe waterral aan. Wat een mooie ochtend. Als we tevreden naar onze auto teruglopen, kijken we nog eenmaal over het slik. Het eerder waargenomen grijze silhouet, het doel van onze excursie: het kleinst waterhoen, is iets dichterbij gekomen. Maar nog steeds niet goed te zien. Ik zal het met mijn herinnering van twee jaar geleden moeten doen.
De vermeende hoofdrolspeler bleef dus vaag. Misschien waren wij vogelaars de acteurs en verscholen de toeschouwers zich in het riet.            

woensdag 22 augustus 2012

                dew-grey leaf
          stains slowly green
          wasps buszzing


          dauwgrijs blad
          kleurt langzaam groen
          wespen zoemen


 
Haiku Heights #158 green http://haiku-heights.blogspot.com/