Mooie zinnen
Begin
eens met vijf, denkt hij bij zichzelf, en hij pakt de pen, wrijft met zijn
wijsvinger - die van zijn hand waarin niet zijn pen rust - langs zijn neus,
waaruit warme lucht stroomt, voortgebracht uit de diepte van zijn denken. Een mooi
intro, die zijn ideeën aanwakkert en soepel schrijft hij de eerste woorden: hij,
geboren onder de rookpluimen en eeuwige vlam - die laatste zo genoemd omdat hij
dag en nacht brandt - van de petrochemische industrie, stapt die morgen op zijn
fiets, rijdt onwrikbaar tegen de noordwesten wind, kracht vier, de weidsheid in,
op zoek naar gevederd gespuis; dat was immers een vraag van zijn vogelvriend. En
ja, daar vliegt een bruine kiek man, gracieus met kalme vleugelslag, zijn ogen speuren
van links naar rechts, dan buigt de vogel ineens af, naar ergens ver weg, wat
de hij in dit schrijven doet tasten naar zijn verrekijker, waarvan de prismaglazen
een groot nest tonen, waar achter op datzelfde moment een roofvogel met witte
heupvlekken kekkerend voorbij vliegt. Een havik denkt de vogelaar en ja niet
veel later ziet hij op het nest schuins een gestreepte staart het nest
uitpriemen.
Bruine kieken terug. Hopelijk word ik binnenkort ook gezegend met een blik erop. Zonnetje erbij, grasspriet in de mond, liggen op de dijk. Turen naar honderden meters hoge balts.
BeantwoordenVerwijderen