woensdag 2 februari 2022

De wandeling

Voordat alles in gang gezet werd, was er stilte, of misschien een zacht gezoem. Vanuit die stilte ontstond creatie.

Ik las dat meditatie die stilte ervaart en dat vandaaruit ideeën ontstaan, als vanuit een zacht gezoem.

 

Ik sta op het punt om te gaan wandelen maar twijfel of ik mijn verrekijker om zal hangen. Steeds meer laat ik hem thuis en gebruik hem alleen als ik echt ga vogelen. De soorten in mijn omgeving ken ik nu wel en dat is geen hautaine gedachte. Ik probeer soms op een andere manier naar vogels te kijken; zomaar tussen neus en lippen door.

 

Twee vrouwen te paard zijn druk in gesprek als ik hen passeer. Een aalscholver stijgt met ferme vleugelslag op uit het water. Verderop, net als ik een bosperceel in wil gaan, maak ik pas op de plaats voor een peloton scholieren. Zij zijn zo levendig aan het praten dat zij weinig van hun omgeving zien.

 

Aan de rand van het bos dat ik zojuist ben doorgestoken, sta ik stil en kijk uit over de rietkraag van een afgedamd water; hoog in lucht is een buizerd in ‘gevecht’ met twee kraaien.

Ik verlaat het bos en loop over de dijk, om bij een afgelegen boerderij het bos van de andere kant opnieuw in te lopen. Ik maak een praatje met een echtpaar; er zijn gelukkig meer mensen die van een wandeling kunnen genieten. Drie wandelaars met een dubbel aantal drukke honden komen mij tegemoet. Ik zie ertegenop om hen te passeren. Springerige honden met bemodderde poten is niet mijn ding. In mijn gedachten gaat alles fout. Bij het voorbijgaan doe ik net of ik de honden niet zie. Het werkt. Ongeïnteresseerd in de saaie wandelaar die ik voor hen ben, lopen zij speels verder. De eigenaren zeggen mij vriendelijk gedag en ik hen, al is het wat schuchter.

 

Als ik bijna thuis ben, gaan net de laagste klassen van de basisschool uit. Het is een vrolijke drukte en ik loop langzaam voorbij. Ik sta zelfs even stil om naar kindergesprekken te luisteren, want ook daar kan ik van genieten.

 

En zo heb ik vanuit de stilte een verhaal gecreëerd van wat ik heb meegemaakt. Ik wist even niet wat te schrijven, maar merkte wel een zacht gezoem.          

 

  

zondag 23 januari 2022

Amaryllis

rond kerst stond hij als
een fallus rechtop in het mos
de knop nog gesloten

 

nu in het licht

verliest hij langzaam
zijn schaamte


Foto van de auteur.

Als je wilt weten wie je bent, sluit dan uit wie je niet bent - .



zondag 9 januari 2022

Het zit wel goed

jouw zwijgen snoerde mij de mond
wij begrepen elkaar zonder woorden
onze lichaamstaal was wat volstond

bij het afscheid nam jij mijn hand

legde de andere op mijn schouder

betekenisvol verstevigde jij onze band

 

hierdoor aangedaan sloot ik de ogen

en langzaam gleden wij daarna uiteen

we keken om en glimlachten opgetogen



Zie ook:  gedicht van de week (email-provider.nl)  

 

woensdag 5 januari 2022

De dagen die korten en lengen

Langzaam korten de dagen. De natuur schakelt over in absolute ruststand. Soms op een zonnige dag is er wat weerstand, maar dan zakt alles weer in. Vandaag is zo´n dag. Het is mistig en de zwaarte daarvan gaat over in een lichte miezerregen, waarin je denkt droog te blijven, maar die stiekem door je kleding dringt. Op de plas binnendijks langs het Haringvliet is het stil. Er dobberen maar enkele eenden. Het gros heeft zich verstopt tussen het riet langs de oevers. Zo af en toe hoor ik het fluiten van de wintertaling. Met de kraag van mijn jas hoog opgetrokken loop ik verder.

Twee reeën, die ik schijnbaar heb opgejaagd, zoeken tussen wilgen en elzen hun weg. Ik kijk ze na met mijn verrekijker en merk dat de glazen bedekt zijn met fijne regendruppels. Op het glas van mijn bril zitten er nog veel meer. De druppels lijken te vechten om een plekje en vloeien samen tot een forse parel die langzaam naar beneden sijpelt. Ik zal ze schoon moeten poetsen wil ik nog iets zien. Met klamme en haast gevoelloze vingers tast ik in de zakken van mijn broek. Hebbes. Ik vouw het doekje uit en dep het glas.


Tino duikt op uit de mist. Foto Peter Ganzeboom

Kristalhelder zie ik de torenvalk op een rasterpaal. Hij plukt een zojuist gevangen prooi. In de randen langs het griend zijn overal knaagsporen van de bever te vinden. In grote delen van ons land gaat het goed met hem. Zo goed dat zijn aanwezigheid wel eens een plaag kan worden. Dit is een heikel punt. Eerst zetten we hem uit en geven hem de ruimte, totdat het te goed gaat en hij overlast geeft. De volgende stap is dat we hem gaan bestrijden. Wat wil de mens nu eigenlijk. Zo hoor en lees ik wel eens dat als de mens naar de sterrenhemel heeft gekeken hij tot de conclusie komt dat hij nietig is. En toch meent hij de natuur te kunnen beheren. Soms zit de mens werkelijk in een spagaat.

Omdat ik al een aantal uurtjes op pad ben en de weersomstandigheden mij niet uitnodigen tot een langer verblijf buiten, maak ik langzaam een einde aan mijn tocht. Ik ‘jaag’ nog een houtsnip op en dat was het dan.

De volgende dag maak ik mij klaar voor een excursie op Tiengemeten. Als laatste trek ik mijn jas aan. Hij is nog nat van de dag ervoor. Droog zal hij die dag niet worden, want opnieuw miezert het als een neveldouche. Ondanks het waterkoude grijs heb ik het naar de zin. En toch kijk ik uit naar half januari, want dan gaan de dagen zichtbaar lengen.      

dinsdag 28 december 2021

Het verhaal gaat

Leken de dagen te lengen na de zonnewende, vlagen motregen houden het licht nog even tegen. Toch trekken Peter en ik eropuit met de fiets voor een rondje Spijkenisse. Vogels zijn minder actief en dus focussen wij ons meer op het landschap en wat wij elkaar te vertellen hebben.

Op die plaatsen waar het kan, zetten wij de fiets aan de ketting en lopen de ruigte in om toch, al is het maar even, het struingevoel te ervaren. Als we terugkomen bij onze fietsen, loopt een man van half in de zeventig ons voorbij. We groeten hem en op dat moment keert hij om voor een praatje.

Ik hoor aan zijn accent dat hij uit de buurt van Amsterdam komt. Als ik hem ernaar vraag, blijkt dat te kloppen. Hij komt uit de Zaan. Vroeger was hij scheepswerktuigbouwkundige in Amsterdam, maar omdat het werkaanbod stagneerde verhuisde hij naar … Vierpolders. Dat lijkt vreemd: verkassen vanuit de stad naar een agrarisch gehucht op Voorne Putten. In de Botlek was echter een overvloed aan werk in die tijd. Hij vond een baan en ging bij de Akzo werken. Laat nu juist daar ook mijn oom gewerkt hebben.

Hij vertelde dat zijn dochter een collega/vriendin was van mijn nichtje, de dochter van mijn oom die bij de Akzo werkte. Hoe wonderlijk toch, dat er op dat moment allerlei lijntjes samen kwamen.

Volgens de man zou mijn oom op klompen naar zijn werk gegaan zijn in die tijd. Dat lijkt in strijd met het ‘gebod’ van mijn oom aan mijn opa, een man op klompen en pet. De pet hield hij zelfs vaak op in huis. De klompen hield hij graag aan als hij boodschappen ging doen in het dorp en dat mocht nu juist niet van mijn oom.

Het is inmiddels vier uur en het begint te schemeren. Het moment om naar huis te fietsen. Thuis geniet ik na van onze tocht en het verhaal van de man. Die ontmoeting gaf licht aan de door het sombere weer overheerste dag. Als ik van mijn thee slurp, appt Peter dat hij op de valreep nog een vuurgoudhaan zag. Ik gun het hem van harte.          

zondag 19 december 2021

De ene mens is voor de ander een beslagen spiegel.

 

Zo’n dertig jaar geleden liep ik regelmatig in mijn uppie door het polderlandschap achter mijn huis. Dat beeld van een mens die graag buiten is, past al sinds mijn vroege jeugd bij mij; ik was en ben geen binnenmens. In die dagen kwam ik regelmatig mensen tegen die hun hond uitlieten. Een van hen verwoordde wat anderen van mij dachten: ’Is het niet wat voor jou om een hond te nemen, het lijkt mij eenzaam zo alleen?’ Hun innerlijk spiegelde hen een beeld voor van hoe ik mij zou kunnen voelen, aan de hand van een uiterlijk beeld. Mijn uiterlijk, gedrag en houding, verraadt dus iets van hoe of wie ik ben.

 

Nu dertig jaar later maak ik nog steeds mijn wandelingen langs de weilanden. Alleen, of met een bekende. Soms stop ik voor een praatje met een passant, of een dier op het land. Eenzaam voel ik mij nooit.

 

Tijdens die tochten kom ik regelmatig een jonge man tegen van naar ik denk Chinese afkomst, maar dat laatste terzijde. In eerste instantie liep hij op met, denk ik, zijn vader. Ik zei hen gedag en de vader knikte vriendelijk terug. Van de jonge man waren de lippen strak gespannen en lagen de kaken op elkaar geklemd. Het leek of hij mij niet zag, of wilde zien.

 

De laatste tijd loopt hij dus alleen en telkens groet ik hem. Op die momenten versnelt hij zijn pas, alsof hij bang voor mij is. Het geeft mij een onprettig gevoel, want wie wil dat iemand bang van hem is. Ik volhard echter in mijn groeten en kijk hem telkens met open blik in de ogen. Eigenlijk wil ik verbaal contact met hem; wie is die eenzame?

 

Ook in zijn innerlijk gaat het een en ander om want als hij mij van verre aan ziet komen, versnelt hij drastisch zijn pas en zwaait ter ondersteuning met zijn armen krachtig langs zijn lichaam. Heel soms als wij elkaar passeren meen ik dat hij mij toeknikt.

 

Wie is dat toch die jongere die ik op uiterlijk gedrag probeer te doorgronden? Is hij bang, boos, of autist, of misschien wel niets van dat alles?

 

Wie ben ik als ik in de spiegel kijk? Ben ik die man zoals anderen mij zien en denken te kennen? Ben ik wel die man zoals ik mijzelf zie? Is mijn buiten het buiten van mijn binnen? En die ander, wat denk ik van hem of haar te weten?

 

Zal het ooit tot een gesprek komen tussen hem en mij? Of lopen we beiden verder, ieder in zijn eigen universum?

 

 

zaterdag 11 december 2021

De wil, de weg en het doel

Het doel van het schaakspel is om te voorkomen dat jouw koning omvalt en niet dat de koning van je tegenstander omvalt. Ik zal dat uitleggen.

 

Stel je staat voor een wild stromende rivier en je wilt naar de overzijde. Hoog boven de rivier ligt een boomstam en de enige weg is om die zo geconcentreerd mogelijk over te lopen, zodat je niet valt en verdrinkt. Op zeker moment, je bent al over de helft, stapt er een ander op de stam met precies hetzelfde idee als jij hebt. Je nadert elkaar en voor beiden is er geen weg terug. Denk aan je doel: Niet vallen! Nu is het zaak om mee te gaan in de bewegingen van de ander en het is te hopen dat hij een ander doel heeft, namelijk jou te laten vallen en niet om zelf overeind te blijven…

 

Dit is natuurlijk een parabel. De diepere betekenis geeft een ander inzicht. En met oefening kan het zeker werken in momenten van de dag.

 

Training is dus de weg. Het is een training in discipline en concentratie. Een voorbeeld: de taak die iedere ochtend voor je ligt is om het aanrecht schoon achter te laten als je de dag inwandelt. Geconcentreerd en met je gedachten alleen bij je taak vergeet je geen enkel vlekje of kruimeltje … Doe dit elke dag opnieuw zonder het per se te willen; want waar geen wil is, is een weg!

 

Een tweede voorbeeld: Kijk eens naar een boom. Selecteer een enkel blad en bekijk dat. Zie daarna de boom en al zijn bladeren in zijn geheel. Er gebeurt meer om je heen dan dat ene aspect waar je uit gewoonte je aandacht bij hebt.

 

Goed, dan nu terug naar het schaken. Het doel is te voorkomen dat mijn koning valt. Laat de aanval(len) van de tegenstander maar komen. Ga mee in de bewegingen van zijn stukken en wie weet valt zijn koning om, net zoals de aanvaller om zal vallen op de boomstam – al is voor beiden wel training nodig zoals gezegd.

Betekent dit nu dat je zelf niet mag aanvallen? Ja! En heel dat proces van aanvallen en niet-aanvallen vergt discipline en inzicht. Dat is de weg, een weg vol leermomenten.

 

Schaken is een spel. Maar ik zie het ook als een parabel van het leven. Een voorbeeld:

 

Ik geef regelmatig vogelexcursies. Wat wil ik daar mee bereiken, wat is het doel daarvan? Wil ik de deelnemers zoveel mogelijk leren in een zo’n goed mogelijke sfeer? Of … ?

Ik bedenk mij nu, dat het beter is om niet te willen. Waar geen wil is, is een weg! Met andere woorden ik ga met open mind op pad. Vertel verhalen en geef informatie. Concentreer mij op details zonder het grotere geheel uit het oog te verliezen en ga mee met de bewegingen van de groep en de mensen afzonderlijk. Er is geen doel, er is geen wil, er is een weg.

 

Waar het ook om gaat is oplettendheid, want voor je er erg in hebt kun je in ongewenste situaties belanden. Een discussie kan zomaar omslaan in onmin omdat jijzelf of de ander zijn mening wilt opleggen. Ook hier geldt ga niet in de aanval, maar ga mee met de beweging. Zie het als stoeien in een rit op de fiets tegen de wind. Hou je benen even stil en laat hem uitrazen, uiteindelijk gaat hij liggen.

 

Dit is allemaal te leren. Op het schaakbord, op de boomstam, aan het aanrecht en in het leven zelf.

 

Dit zijn mijn gedachten. Spontaan opgeschreven, zonder wil, zonder doel. Het is kennis uit vele boeken, gesprekken en van mijzelf. Tot slot:

 

Er was een mens die had als doel de top van een berg (een vulkaan) te bereiken. Hij wilde dat per se en koos een weg. Uit eindelijk was hij boven en besefte dat er helemaal geen top was. Die was weggevaagd door talrijke uitbarstingen.