donderdag 6 december 2018

Yess Jazz


Zaterdagavond. Op mijn schoot ligt de van mijn schoonmoeder geërfde IPad. Vaak als ik bij haar op visite was, haalde ik die tevoorschijn voor een puzzeltje of zomaar wat surfen over het wereldwijde web. Ondertussen dronken wij koffie en praatten wij elkaar bij.

Nu vanavond probeer ik uit te vinden of er dit weekeinde in een klein theater in de buurt wat te beleven valt. Er lijkt niets voor ons bij. Of toch, zondagmiddag komt de jazzpianist Michiel Borstlap naar Spijkenisse voor een concert. Hij heeft een nieuw project: Georg. Dit keer is het minimalistische muziek. Ik houd daar wel van op zijn tijd, maar José is daar minder fan van, dus ook dit is geen optie.

Zondagochtend wip ik na het ontbijt vaak even naar buiten om rond koffietijd weer terug te komen. Wij bespreken dan de plannen voor die dag. Deze zondag is grauw en grijs, het voelt waterkoud aan en nodigt derhalve niet uit voor een fijne wandeling. Als ik in mijn zolderkamertje wat schaakcomposities bestudeer, roept José enthousiast, ’Ik heb wat gevonden voor vanmiddag. In De Machinist in Delfshaven speelt een Jazz duo. Een gitarist en een saxofonist’. Ik reageer verheugd en niet veel later razen wij in de metro diep onder de Nieuwe Maas richting Rotterdam.

De Machinist is een voormalig opleidingsinstituut tot, inderdaad, machinist. Het lokaal waarin wij ons vertier vinden, een heuse pub, ademt de olie en het vet van weleer. Als je goed luistert hoor je zelfs het stampen van de dieselmotoren. Bij de eerste teugen herfstbok en witte wijn komt er een heer van in de tachtig naast ons zitten. Met zachte stem, maar voor ons nog net hoorbaar, vertelt hij zijn verhaal. ‘Ik woon hier aan de overkant en ga elke zondagmiddag naar hier. Ik bestel dan vaak een rum-cola en geniet van de muziek. Soms ontmoet ik een dame en dan spreek ik met haar af om na afloopt iets te gaan eten’.

Als Reinier Baas zijn eerste akkoorden aanslaat en Ben van Gelder zijn sax liefdevol leven inblaast, stopt ons gesprek. Tijdens een rustig nummer kijk ik om mij heen. Het is net of ik word aangeraakt. Naast mij vertelt opnieuw de oude man, terwijl mijn vrouw geduldig luistert. Even heb ik oogcontact met de muzikanten. In die sfeer valt alles op zijn plek. Een moment van tevredenheid; het is goed zo.

’s Avonds als de klanken zijn weggestorven, praten wij nog even na. Toch wel bijzonder zo’n krasse heer. Nog zo vief en vol levenslust. ‘Ja’, zegt José. ‘En hij heeft tot voor kort ook nog eens vijf jaar lang voor zijn bovenbuurvrouw gezorgd. Helden, zij bestaan dus toch.

    

dinsdag 4 december 2018

donderdag 29 november 2018

Gedicht


In de kamer van deze dag
hangt donker het gordijn.

Telkens vlaagt het verleden
het even opzij.

Door het raam  twee paden
in een oneindig vergezicht.

Kies ik het pad naar morgen,
of houdt iets mij daar vandaan?

dinsdag 27 november 2018

gedicht


Pantha Rei

De gele en de groene blaadjes
van de herfstkale wilg,

De koolmees die er haast onzichtbaar
tussen leeft,

De kauw op het bemoste dak
dat van ouderdom kreunt en kraakt,

De gedachten die ik juist
in deze kleine kamer wil stillen,

Alles, ja alles beweegt.

donderdag 22 november 2018

Op het verkeerde been



November, de kantelmaand. De laatste herfstkleuren liggen bedekt onder een grauw en koud licht dat de winter aankondigt. Ondanks dat ik een buitenman ben zoek ik mijn vertier in deze tijd ook binnen. Vandaag is het plan om met mijn vriend Niels de Kunsthal te bezoeken, waar kinetische kunst de bezoeker poogt te ontroeren of beroeren.

Al op metrostation Akkers dreigt het mis te gaan. Twee treinstellen zijn uitgevallen. Maar uiteindelijk zit ik comfortabel achter een nog niet beslagen ruit en rijd langs de crèche waar mijn dochter Femke meer dan 25 jaar terug haar plezier vond. Ter hoogte van Poortugaal maakt de metro een eigenaardig geluid en ook het kalm voortzoeven is aan haperingen onderhevig. Het zal toch niet? Bij Rhoon gaat het afremmen en optrekken nog minder gelijkmatig. Een stem uit de intercom bevrijdt mij uit een sfeer van negatieve gedachten. ‘Wegens extreme gladheid kan er enige vertraging ontstaan. Wij vragen uw begrip hiervoor’. Het is weer zover, gevallen herfstblad, bedenk ik mij.

Bij het Zuidplein stapt Niels in. Wij rijden op naar station Wilhelminapier om vandaar over de Erasmusbrug naar de Kunsthal te lopen. Omdat de brug geopend is lopen wij een rondje om. Een man met een filmcamera op zijn schouder komt ons tegemoet. Achter hem loopt een man in een grijze mantel en dito gekleurde pet. Enthousiast roept hij: ‘Fantastisch. Filmen’. Wat ik denk, zegt Niels tegen mij. ‘Beau’! Beau van Erven Dorens maakt opnames voor zijn nieuwe programma. Wij praten even over hem en schenken hem verder geen aandacht.

Onze belangstelling gaat vooralsnog uit naar Joost Zwagerman en zijn obsessieve honger naar kennis. Niet-weten bracht hem in een permanente toestand van angst, was ons duidelijk geworden bij het zien van een onlangs uitgezonden documentaire over zijn leven. Tenslotte is die angst hem noodlottig geworden. Via Joost en zijn poëzie komen wij uiteindelijk op onze gedichten uit.

In het restaurant van de Kunsthal liggen zij voor ons neus. Altijd is het interessant om samen elkaars gedichten te bespreken. Het bitter, de koffie en het zoet, een cakeje, houdt ons bij de les. Beiden zoeken wij een strofe van een gedicht uit die ons aanspreekt. Vervolgens een zin uit de gekozen strofe en daarna een woord. Dat ‘moet’ dan, is de theorie, het kernbegrip van het gedicht zijn. Dat begrip onderzoeken kan tot een heel andere interpretatie van het gedicht leiden en dus wat de dichter eigenlijk met zijn schrijven wilde zeggen.

Dan is het tijd om het denken en de poëzie achter ons te laten. Bij de ingang van de expositieruimte waarschuwt een tekst ons dat sommige installaties de bezoeker dusdanig kunnen raken, zodat zij zich ongemakkelijk kunnen gaan voelen. Zij brengen te veel aan indrukken teweeg. Soms heb ik ook wel eens last van een explosie aan indrukken. Rustig alles benaderen dus en maar zien wat het teweeg brengt.

Wat tentoongesteld wordt, brengt een bijna bovenmenselijk zintuigelijke ervaring met zich mee. Telkens word ik op het verkeerde been gezet. Vooral visueel. Op zeker moment stappen wij een ruimte in met fluorescerend gekleurd licht. Op de grens van de kleurvlakken lijkt alles mistig. Even ontbreekt alle gevoel voor diepte, alsof ik in een surrealistisch landschap sta.



Bij een houten frame, waartussen horizontaal draden zijn gespannen, verzamelen zich enige mensen die verwonderd kijken naar kleine ringetjes die om de draden zijn bevestigd. De draden trillen en de ringetjes bewegen solitair of in kleine groepjes van links naar rechts en weer terug. Daar waar zij botsen lijken sommige zich door de andere ringetjes heen te bewegen. Wat natuurlijk niet kan. Over dat fenomeen, die illusie, ontstaan spontaan leuke en leerzame discussies. De installatie is geslaagd, juist omdat kunst als actie reactie bij de aanschouwer teweegbrengt.



In de Metro praten wij later nog even bij. Een bouwvakker stapt struikelend de coupé in. In een plastic tas die hij bij zich draagt, zit een flesje sportdrank. Hij haalt dit regelmatig tevoorschijn om er een slokje uit te nemen. Is hij beneveld? Hij zegt van niet als hij zacht voor zichzelf uitpraat. Al mompelend probeert hij contact met de reizigers te maken. Niemand reageert. Maar ik zie en voel beroering bij mijzelf en de andere passagiers. Actie = reactie, maar die blijft in dit geval deels versluierd. De een na laatste halte stap hij uit. Pas nu, als ik dit stukje schrijf geef ik hem aandacht, al onthul ik niets over mijn gevoelens en gedachten. Of, toch een beetje. Wie was die man, was hij wel een bouwvakker? Wat zat er in zijn flesje. Struikelen kan ook zonder aangeschoten te zijn. Ben ik niet weer op het verkeerde been gezet, dit keer door mijn eigen gedachten?                        

donderdag 15 november 2018

Zinvol leven in een zinloos bestaan


Op een mooie zaterdagochtend rijd ik naar Klein Delfgauw, een gehucht dat pal naast de Delftse Hout ligt. Hier dieper in het landschap verborgen, ligt een rustiek gelegen locatie om optimaal met anderen van gedachten te wisselen. Op het terrein liggen verschillende kleine houten bebouwingen, waarvan de daken begroeid zijn met sedum. Het geheel doet als een natuurcamping aan. Ik voel mij dan ook snel thuis.

Als ik ‘de denkruimte’ binnenloop, heeft de gespreksleider van die dag de openhaard al aangestoken en pruttelt de koffie in een glazen pot. Een voor een druppelen ook de wijsgeren van die dag binnen. Een eerste kennismaking volgt en de mogelijk beste plaatsen worden uitgezocht. Het is een gemêleerd gezelschap van juristen, technici en vrijetijdsdenkers, allen met filosofie als passie.

Het vraagstuk van deze dag is: ‘Moeten wij de vrijheid van meningsuiting inperken zodat wij, burgers in de samenleving, ons veiliger voelen’. Vanuit verschillende filosofische stromingen wordt de vraag benaderd. Mijn antwoord ligt in de lijn van het existentialisme, omdat ik mij daar momenteel het meest in thuis voel. Waarom? Omdat het in wezen een positieve, optimistische en anti nihilistische filosofie is. Het zet uiteen hoe je een eerlijk en zinvol leven kunt leiden ondanks het feit dat het menselijk bestaan uiteindelijk zinloos en absurd is.[1] Zo, ga er maar aanstaan.

Nadat iedereen zijn of haar goed voorbereidde filosofisch betoog heeft gehouden en de eerste vragen zijn afgevuurd en daarop door de spreker adequaat is gereageerd, is het tijd voor een lunch. Denken maakt hongerig en in een naastgelegen restaurant staat een torenhoog en goed gevuld broodje voor mijn neus met daarnaast evenals bij de oude Grieken een geestrijk gevuld glas. Drank en genoeglijk samenzijn verbindt, zodat na het middagmaal de discussie op prettige wijze wordt voortgezet. Een definitief antwoord op de vraag blijft dan ook open. ‘Ja, maar mits’ en nee, tenzij’, liggen dan ook erg dicht bij elkaar. Wat rest en wat voor mij waardevol is, is een verdieping van het persoonlijk denken.

Een nuttige invulling van mijn dag dus, die geheel in lijn ligt met een zinvolle duiding van het bestaan; ik ben vrij om te denken, te kiezen en te handelen, al komt daar wel verantwoording bij aan te pas. Zelfs niet-handelen is een keuze en eist verantwoording. En zo zit ik toch gevangen, maar in mijn eigen vrijheid.





[1] Gary Cox in ‘Hoe wordt je existentialist’.