vrijdag 26 april 2013

Lentelach



Nadat ik mijn auto voor het winkeltje heb geparkeerd, glijdt mijn blik even over de tuin. De aardappelbedden liggen er goed verzorgd bij. Jeffrey wordt dan ook niet voor niets de aardappelkoning genoemd. Mijn ogen dwalen af naar de houtstapel. Zag ik tussen de wilgenstammen niet iets bewegen? Quasi ongeïnteresseerd loop naar het wilgenhout. De beweger vliegt weg, om verderop op een paaltje te landen. Krassend laat hij zijn roep horen - dit is mijn territorium! Ik kan hem nu goed bekijken, zijn rode staart wipt op en neer. De gitzwarte kraag geeft hem een voornaam aanzien. Met dit cadeautje voor ogen stap ik de kantine in, rangschik de pictogrammen en kan de werkdag beginnen. Tijdens de koffiepauze worden we getrakteerd door Dorien, die samen met Sophia een smoothie heeft gemaakt. Het voor het oog inferieure helgroene sapje vindt in eerste instantie geen aftrek; Wat de boer niet kent, dat drinkt hij niet. Als verteld is dat de drank bestaat uit geperste banaan, peer en brandnetel gaan de hulpboeren een voor een overstag en al snel zijn de twee flessen leeg. Met de buiken vol vitaminen en mineralen wordt het werk hervat. De middagboterhammen worden buiten opgegeten. We turen over het riet waar de bruine kiekendief zijn rondjes vliegt. Ineens is hij er weer, ik hoor zijn gekras. “Kijk, daar zit hij”, zeg ik tegen Elisa. Op een kromme tak van de walnotenboom kijkt de gekraagde roodstaart ons aan. Zijn bruingrijze vrouwtje vliegt onrustig heen en weer tussen vlier en wilg. Wat kan een mens zich nog meer wensen bedenk ik mij terwijl het water van de Oude Maas tegen haar oever klotst.


voorjaarssalade

madeliefjes en goudsbloem

kleuren de dis

zaterdag 13 april 2013



Guna

Daar lig ik,
vergeten, tot humus te vergaan.
Boven mij wortels van een boom,
zij lijken mij te grijpen.

Droogte rimpelde mijn huid.
Vocht van trage druppels dauw
trekken het vel weer strak.
De kiem in mij ontwaakt.

Langzaam wortel ik.
Pril groen verlaat mijn lichaam,
vouwt haar blad als wil zij grijpen
laatste restjes hoop tot leven.

Een kinderhand trekt mij langzaam,
liefdevol uit de grond.
In een pot fleur ik even op, om later
langzaam te sterven en tot humus te vergaan.

(Men vergat mij water te geven.)




zondag 7 april 2013

Sta op en wandel



Hij loopt liever in de luwte, pal langs de huizen. Zij zoekt de ruimte, daar waar de gure wind vrij spel heeft. En dus zien we het oudere echtpaar voortschuifelen langs de vijver, de kinderboerderij en de oude boomgaard. Met gebogen rug duwt zij de rollator voorwaarts. Hij loopt stram zoekend naar evenwicht naast haar en richt zijn door de kou betraande ogen naar de lucht, waar enkele kauwen krijsend achter elkaar aanvliegen. Een vrouw van Surinaamse afkomst ziet het tafereel voor haar. Het raakt haar. “Hebt u al tot God gebeden”, vraagt zij aan de oude vrouw, die zojuist op adem komt. Nog voordat zij kan antwoorden roept de Surinaamse, “God helpt”. “Nog niet zolang geleden is er tijdens een gebedsdienst een vrouw van vierennegentig uit haar rolstoel opgestaan, ze loopt nu als een kievit”. De oude vrouw weet wel beter. Ouderdom komt met gebreken. Het lichaam dat versleten is zal niet meer helen. Daar kan zelfs een goede oude God niets aan verhelpen.

vrijdag 29 maart 2013

Een reis naar Rome III



De zon probeert de volgende morgen een grijze lucht te breken. Met een plattegrond in de hand zoeken Frans en Ciska hun weg naar het oude stadsdeel van Rome. Het verkeer is een geweldige heksenketel. Dampend schuiven, vaak vier rijen dik, auto’s door de straten. Tussen de auto’s door laveren behendig een nog groter aantal scooters. Ambulances proberen met loeiende sirenes nog enige melodie in de ogenschijnlijke verkeerschaos te bewerkstelligen. Als de zon definitief lijkt door te breken en het verkeer in intensiteit afneemt doemt de San Giovanni op. Het gebouw met zijn  imposante entree van wit marmer schijnt een van de eerste Christelijke kerken van Rome te zijn.
Rome, één groot cultuur museum. Dit feit wordt bevestigt als enkele ogenblikken later aan het eind van een smalle straat het colosseum opdoemt. Toch valt het Frank tegen. Hij had een groter emotioneel moment verwacht bij het zien van het bouwwerk. Op het plein voor colosseum is het behoorlijk druk. Ciska en Frans besluiten eerst de Monte Cellio met zijn archeologische vondsten te  bezoeken.


Haast op hun tandvlees lopen onze helden later naar de metro. Het culturele deel van die dag is afgesloten, het culinaire deel wacht. Bij de ingang ligt een oude vrouw voorovergebogen op haar knieën. Haar armen gestrekt. De handen gevouwen. Ze prevelt een gebed. Wie wil kan enkele munten in de plastic beker, die voor de handen van de vrouw staat, werpen. Tot welke maat kan een mens zich vernederen, denkt Frans. Rome toch een rijke stad, met een stroom aan welvarende toeristen. Wat een contrast.