zaterdag 15 april 2017

De tjiftjaf


Ondanks dat er bordjes op de bomen langs het pad zijn gespijkerd waarop de tekst, ‘verboden afval te storten’, ligt het plantsoen vol met tuinafval. Ik schud mijn hoofd en loop verderop het volkstuinencomplex binnen. Onder een struik scharrelt een klein bruin vogeltje. Ik houd even halt om het beestje op naam te brengen. Een man nadert steppend op een scooter en vraagt wat er te zien is. 
‘Een klein bruin vogeltje, waarschijnlijk een tjiftjaf denk ik’.
Samen kijken wij of hij zich wil laten zien. Al na enkele seconden hipt hij vanachter de struik vandaan en fladdert een bosje anjers in. Op het gezicht van de man verschijnt een glimlach.
‘Leuk he?’ zegt hij.
Ik kan dat alleen maar beamen.

dinsdag 11 april 2017

Jazz als religie


Religie is een terugkeer naar onszelf vanuit het oneindige, absoluut ongrijpbare en onveranderlijke, waarbij het erom gaat dat wij niet helemaal verloren gaan. (Markus Gabriel)
Het is wachten tot het ‘gedicht’ of het ‘verhaal’ verschijnt, tot het zich ontworstelt vanuit zijn achtergrond. Als het zich dan toont, lopen velen eraan voorbij, maar een schrijver pakt het op en pas dan ervaart ook de passant het en keert doormiddel van wat geschreven en gelezen is terug naar zichzelf; wat doet het verhaal met hem of haar?
Nu de ‘oude garde’ op een enkeling na niet meer leeft, vindt er in de wereld van de Jazz een overgang plaats tussen oude en nieuwe stijlen. Miles Davis was een van de eerste trendsetters door Pop te integreren met Jazz. Na zijn dood heeft de jongere generatie het stokje overgenomen en een jazzcompositie kan een cocktail zijn van (authentieke) Jazz, Hip Hop en Soul om enkele stijlen te noemen. Transition Jazz Festival Utrecht is een goed voorbeeld van wat gaande is op het gebied van Jazz.
Vanaf de eerste klanken neemt het trio het publiek mee in het verhaal dat niet geschreven is met letters, maar met noten. Een kalme en vrolijke melodielijn meandert tussen ritmische contrabasklanken en de bij vlagen onnavolgbare slagen op de drumkit. De kunst is om toeschouwers te grijpen, wat gezien de enthousiaste reacties Phronesis lukt.
Dat het meer ingetogen, maar met expressieve mimiek ook kan, bewijst Ala.Ni. Haar zang begeleid met gitaar en harp is een muzikale mimesis, zij legt met haar diepe en warme soulgeluid, die doet denken aan Billy Holliday heel haar ziel en zaligheid bloot. Voor de luisteraar een terugkeer naar zichzelf, een reiniging, want geen enkele ziel blijft onberoerd.
Toch blijven de oude jazzstandaards ook nu nog actueel. Het Branford Marsalis Quartet is daar een voorbeeld van. Samen met de vocalist, want hij is meer dan een zanger, Kurt Elling, transformeert het Quartet bestaande composities tot moderne kunst. Zij komen wat traag op gang, maar als de diesel eenmaal op stoom is, gaan de musici los. Onnavolgbaar zijn de vocale kunstgrepen, helder als water de pianoklanken, warm de klanken van de sax, allen begeleid door drum en bas.
Daarom,
is Jazz poëzie
is Jazz proza
is Jazz kunst
is Jazz religie.


woensdag 5 april 2017

Vreugde en Verdriet

Beste lezer,

Als u op de onderstaande link klikt, kunt u mijn bijdrage van deze week lezen in het weekblad: Groot Goeree Overflakkee. (blz. 22)

https://www.jambooty.be/nl/document/1054906


zondag 19 maart 2017

Klamme vingers

Nerveus plugt hij het snoer in de versterker en hangt de basgitaar om zijn schouder, om met klamme vingers een eerste loopje te spelen. Als de overige bandleden zijn opgewarmd, speelt de slaggitarist het intro van ‘Mary had a little lamb’. Precies daarna moet hij invallen en juist dat lukt hem maar niet. Als de drummer even later gefrustreerd zijn stokjes door de ruimte gooit en de gitarist zijn plectrum erbij neer lijkt te leggen, demonteert hij de E-snaar en knoopt hem om de kop van de bas. Buiten werpt hij de snaar om een dikke tak van een treurwilg, hijst zijn instrument op en sloft weg. Nog een keer kijkt hij achterom; zijn basgitaar bungelt ritmisch op en neer.

Dit stukje bestaat uit exact 120 woorden en is ook te lezen op:


vrijdag 17 maart 2017

Waarom van der Staaij ons toelachte


Langzaam glijdt de dag uit de schaduw van de nacht. Ik sla mijn benen vanonder het warme dekbed en stap op het koude zeil, dan zoek in het halfduister enkele kledingstukken die ik bij het naar bed gaan in een hoek van de slaapkamer heb gelegd. Slaapdronken waggel ik naar de badkamer om mij okselfris en gladgeschoren op te maken voor een feestelijke voorjaarsdag.

De avond ervoor heb ik met een heerlijke pot gerstenat onder handbereik naar het verkiezingsdebat gekeken. Tussendoor appte ik met mijn vriend Peter om onze mening uit te wisselen over wie zich volgens ons het beste verweerde, ongeacht of wij het nu eens waren met de debater of niet. Gezien het feit dat de appjes naar mate de avond vorderde steeds meliger werden, verdenk ik Peter ervan dat ook hij een alcoholische versnapering ter beschikking had. Het ‘hoogtepunt’ van onze digitale woordenwisseling was de afspraak anderdaags samen te gaan stemmen. Daarna zouden wij naar Tiengemeten overvaren om de zeearend te spotten.

In het stemhokje vouw ik het enorm brede stemformulier open om enigszins nerveus het vakje van mijn keuze rood te kleuren; het blijft spannend om te mogen stemmen. Bij het naar buiten gaan groet ik de mensen van het stembureau en zie dat Peter zijn formulier in de stembus schuift. Buiten kijkt hij mij opgewonden aan. ‘Wat is er?’ vraag ik hem. ‘Ik heb verkeerd gestemd. Ik heb Van der Staaij rood gekleurd’. Ik ken hem langer dan vandaag en geloof hem niet. Om hem niet verder op stang te jagen houd ik mijn mond en ga over op een ander onderwerp, te weten onze verdere plannen van vandaag.

Op de veerpont naar Tiengemeten, vliegt een havik op volle snelheid langs. Wij volgen hem totdat hij achter de kruin van een dijk verdwijnt. In hetzelfde blikveld ziet Peter ver weg het silhouet van een grote vogel rustend op een tak van een nog kale boom. Een zeearend! Twee bomen naast hem zit een tweede exemplaar op een kersvers nest. Over het terrein van Speelnatuur, ik wil hem graag laten zien welke werkzaamheden ik op maandagen daar verricht, lopen wij naar de kreek om vandaar de roofvogels beter te kunnen zien. Na twee uur luieren, het is inmiddels dik boven de vijftien graden, cirkelen de vogels op de ontstane thermiek hoog de lucht in, om vervolgens af te zeilen in Zuidwestelijke richting. Het is nu afwachten of zij zich definitief op Tiengemeten zullen vestigen.

Onderweg naar huis zien wij over al het lachende gezicht van Van der Staaij; ‘Tsja dan had je maar beter op moeten letten Peter’ lijkt hij te zeggen. Ik geloof mijn vriend nog steeds niet. De lezer die het fijne van Peter zijn keuze wil weten, nodig ik uit om zijn blog te lezen.

http://peterdestadsvogelaar.blogspot.nl/       

  

woensdag 8 maart 2017

Filosoferen in Dordt


Op een parkeerplaats aan de Noordendijk te Dordrecht google ik op mijn mobieltje Villa Augustus. Ondanks dat ik de route naar het gebouw in mijn hoofd heb geprint ben ik bang dat ik verkeerd rijd. Juist op dat moment appt Leon mij, met hem heb ik afgesproken, hij is zojuist gearriveerd. Ook ik blijk mij dichterbij de plaats van bestemming te bevinden dan ik dacht. Na een hartelijke begroeting zoeken wij een plekje in het restaurant, bestellen een grote pot thee en wisselen boeken en wetenswaardigheden uit. Wij beiden lijken blij met het aangereikte leesvoer. Leon met Oosterlings Waar geen wil is, is een weg en ik met Gabriels Waarom De Wereld niet bestaat.





Tijdens een wandeling naar het oude centrum van de stad lopen wij door Het Hof van de Augustijnenkerk en staan stil bij een gedicht geschreven door een negenjarig kind. De speelsheid van het gedicht doet niets af aan de diepere laag van de poëzie.

Nadat wij een galerie in de Voorstraat hebben bezocht is het tijd voor een lunch. Wij kiezen voor Daantje, een veganistisch restaurant. Tijdens de maaltijd leggen wij elkaar onder de filosofische meetlat, wij nemen elkaar de maat. Dit is niet altijd even makkelijk, maar uiteindelijk komen wij er sterker uit. Voldaan in de brede betekenis van het woord strekken wij dan ook onze benen richting het Dordrechts museum dat wij, dit blijkt achteraf, vereren met een bliksembezoek. Een schilderij van Fernhout trekt mijn aandacht.





De zee

Soms vriendelijk blauw,
soms woedend groen,
schuimbekt wit haar golven.

De zee
Een visioen
vol kleur en beweging

De zee
tekent een mui in nat zand,
zout water stroomt als in glooiend akkerland,

terug
naar zee


Op de weg terug naar huis houd ik mij al vast bezig met de vraag, waarom de wereld niet bestaat.