donderdag 29 augustus 2024

Absurd tweeëneenhalf

 

‘De weg loopt vast af. Het trappen gaat zo soepel, terwijl we wind tegen hebben.’

Met z’n tweeën fietsen wij over het asfalt langs de kust. Een bord wijst ons de weg naar het stadje verderop. Nu wordt het lastiger. Ik ben gewaarschuwd. In mijn hoofd is ingeprent hoe wij rijden moeten. Links-rechts-rechts-links-links, enzovoort. Met de bocht mee, de bocht negeren. Helaas, het gaat verkeerd. Met vertraging en toch in een goede bui komen wij bij de eierenboer aan.

‘Kijk nou. We hebben mazzel. Twee eieren voor de prijs van een.’

Vriendelijk doe ik mijn bestelling.

‘Geef mij er maar twintig, da’s dan toch een tien euro?’
‘De korting geld alleen per twee eieren.’

Na veel gesteggel komen wij erachter dat wij voor twintig eieren tien keer bij de boer aan moeten kloppen. No way.

‘Geef er dan maar twee’.

Met pijn en moeite betaal ik twee euro. Een teveel. Ik heb niet kleiner. De boer heeft geen wisselgeld.

Voor ik ontplof de stad uit zien te komen. Hoe liep de route ook al weer? 

zaterdag 24 augustus 2024

Absurd

Ooit had ik een huisvlieg als vriend. Kon ook een vriendin zijn geweest hoor. Ik praatte vaak met hem. Nooit sprak hij terug. Hij zoemde alleen maar. Op een dag sprak hij opeens wel. Toevallig had ik net mijn recorder aanstaan. Ik luisterde terug. Het bleek onverstaanbaar wat hij zei, maar het waren overduidelijk woorden. Ik legde mijn probleem voor aan een bevriende wetenschapper. Hij kwam er niet uit. Als goede vriend leerde ik de vlieg verstaanbaar spreken. Later nam ik hem mee voor een klein wandelingetje. In een winkel vroeg hij aan een medewerkster waar hij de thee kon vinden. Met vriendelijke blik legde zij het mij uit. Ik zoemde als dank. 

donderdag 22 augustus 2024

Beeldentuin - in 55 woorden

In een entree worden wij ontvangen. Een aggregaat draait overuren. Toiletverstopping. Het mensenbeeld hangt aan onzichtbare draden in de forse eik. De kin steekt als een centenbakje vooruit. Na onze lunch en een klein boertje van tevredenheid maken we nog een rondje. Bij twee ‘hoornen des overvloeds’, stoppen we. Kijken over de omgeving. Genoeg. Huiswaarts.




zondag 4 augustus 2024

Gedicht van de week OOGO

 Vragen


Nacht. Dwalen door de stad. Bestemming ongewis. Wat ik zie en droom vouwt zich ineen. De sterren een vraag, bestaan zij nog …  Een mengelmoes van waar en niet-waar. Inzicht en vertwijfeling. Hoe waar is waar … In mijn herinnering een lied. Zoek jezelf broeder. Wees alleen jezelf. Wie ben ik … Vele karaktervariaties, vele meningen. Waar vandaan …  De luchtballon waarin je leeft is misschien wel gevuld met optimisme. Kan lekken. Dag. Bestemming thuis. Droomloos kijk ik om mij heen. Sterren zijn gedoofd. Bestaan zij nog … Wat blijft is waar en niet-waar. Hoop en wanhoop. Hoe echt is waar, hoe echt ben ik …


Deze poëzie staat gepubliceerd op: gedicht van de week (email-provider.eu)


maandag 29 juli 2024

Wat is in een naam

Rare jongens die Romeinen, hoor ik Obelix in mijn gedachten zeggen. Ik denk min of meer hetzelfde als ik de namen van enkele insectensoorten voorbij zie komen. Wat te denken van bochelcicaden of, snuitkevers. Rare jongens die naamgevers.

Ooit, er was een naamsverandering actief, maakte ik een geintje. Op een speciale website schreef ik oranje- i.p.v. roodborst. Van alle kanten commentaar natuurlijk. Ik stelde dat het vogeltje immers een oranje borstje had. Bovendien kwam het uit wetenschappelijke richting en… was het 1 April.

Kan het nog gekker? Wat dacht je van de klitboorkever. Met een borreltje op in balorig gezelschap kan je je daar van alles schunnigs bij voorstellen. Of verzin er zelf een. In een broeierige zomer bijvoorbeeld kun je de klikolarf vast tegenkomen. 

dinsdag 2 juli 2024

Vlaanderen, o zo mooi

De bergen van Gerard, waar het plaatsje vast naar vernoemd is, liggen er rondom heen. Ook in het stadje zelf is het nauwelijks vlak. Via de Veste sta ik aan de voet van De Muur. Ooit was ik hem opgewandeld, later gefietst. Vandaag loop ik over de kasseien naar boven, waar een klein kapelletje staat. Ik geniet van het uitzicht over de omgeving. Hier ligt wielergeschiedenis die mij veel doet.


 

Weer beneden na een biertje zonder alcohol, anders sla ik lallend op hol, zoeken José en ik de auto op. Op weg naar onze vakantiebestemming in Lessines. Een klein gehuchtje op de grens van Vlaanderen en Wallonië. Na een vriendelijke ontvangst maken wij een rondgang door het huisje. Voor mij een Walhalla. In alle vertrekken hangen foto’s van wielrenners aan de muur. Niet de minste. Ook zijn er boeken te vinden. Glorie van niet te vergeten pedaalridders. Maar ook voor de artistieke gasten is er lees- en kijkvoer. Prachtige fotoboeken waar het expressi(e)- en impressionisme de gasten aangename uurtjes bieden.



Het weer is op die dagen dat wij er te gast zijn prima om per fiets de heuvels aan te vallen. Op te zware stukken stappen wij gewoon af. Hier komen de fiets en ik weer samen. Heuvelafwaarts verlies ik mijn schroom en win mijn zelfvertrouwen, als een raket los ik mijn achtervolgers en verlies zelfs mijn petje. Wat nou val-angst. Dalen met mijn karretje!

En mocht ons iets gebeuren, dan is daar het voormalig nonnenklooster , L’Hopital Notre-Dame a la Rose, waar genoeg kennis opgeslagen ligt en de pestepidemie ooit is verslagen. Daarbij een ommuurde tuin met een veelheid aan geneeskrachtige kruiden.



Op de rand van Geraardsbergen vinden wij een heus Vlaams eetcafé. Binnen is er een geweldige sfeer, bediening en prima eten. Hoe kan je een vakantie mooier afsluiten.        

maandag 24 juni 2024

Wat is in een naam

Waar een ander aan voorbijloopt, sta ik zo nu en dan stil. Waar komt de naam Appelscha vandaan? De naam deel ik op. Appel-scha. Appel-schade. Mmm, dat zou meer op van in de Betuwe van toepassing kunnen zijn en daar ben ik niet op vakantie. In het Fries ligt de oorsprong deels vast in sche. Dus Appelsche. Maar die appels dan … Denken, speuren, combineren. En dan ineens, Apollo. De god van orde, regelmaat en verzen. Bovendien van de jacht en waar doe je dat? Juist in en rond het bos. Apollobos, dat moet het zijn. En daar ligt het plaatsje, in het Drents Friese Woud!

José en ik zijn daar op vakantie in een oud schoolgebouw. De entreehal ligt langs de schoollokalen. Die zijn minimaal verbouwd met tussenwanden, zodat er een appartement in een haast oorspronkelijke staat is ontstaan. Schoolattributen uit die tijd zoals het Aap-Noot-Mies en landkaarten sieren de wanden. Achter in de tuin ligt een prieel, een cirkelvormige yogaruimte in het gras en een vijver. Als ik daar lezend doorheen kuier, snuffelt de kat of de hond zo af en toe aan mij nog niet door de zon gebruinde benen.

Rondom ons verblijf liggen de bossen die zelfs Apollo in trance brengt. Ik ben hem in ieder geval niet tegen gekomen. Omdat ik daar eerder ben geweest, herken ik het een en ander. Zoals die dag op de fiets. Wij rijden naar het Fochteloërveen. Wat een naam. Waar komt die vandaan? Nou, laat maar gaan hoor. ’tis goe zo’. In een vogelkijkhut zien wij boerenzwaluwen die tegen de dakspanten hun nest hebben gebouwd en de honger van hun jongen stillen.

Om het verhaal compleet te maken brengen wij een bezoek aan Frank en zijn lief. Zij wonen niet apart-samen, maar samen-apart in een verbouwde boerderij. Net als ik houdt hij van literatuur en kunst. Ooit gaf ik op- en aanmerkingen bij het schrijven van zijn boek In een Dubbele Spiegel. Zo’n kort en intens bezoek is eigenlijk een prima afsluiting van onze vakantie. Nou vooruit nog een lekker hapje in Appelscha.