woensdag 3 april 2024

Poëzie

Leuk vind ik het om goede teksten te lezen en daar iets mee te doen. Bijvoorbeeld om te zetten in haikuvorm. Let wel: de vorm, ze zijn het niet. De kunst is dan ook om het min of meer onherkenbaar, met het oog op het origineel, voor de schrijver en lezer te maken. Anders is het plagiaat en wie wil dat.

  

bijna struikelt hij
een houten balk, of zoiets
zo lijkt het immers

als hout voelt het niet
bij wegleggen was ’t nat, glad
te rond voor zo iets

het voelt ook vies aan
bijschijnen lukt niet genoeg
het lampje te zwak

hij en ik benieuwd
willen weten wat het is
de lezer vast ook

          😉

 

achteloos leunen zij
tegen deurposten, alleen
of soms bij elkaar

zeggen amore
en dat ze van mij houden
willen dat ik kom

willen mij strelen
de geur van de namiddag
op hoge benen

witte tanden in
het warme vlees van mannen
wie wil, wie kijkt om

            #

 

traag loop ik naar zee
een vliegtuig schept zout water
bosbranden, waarzo

mensen lezen ’t weer
aan de zwaluw ’s vlucht, bij hoog
zindert de zomer

maakt spontaan warm vuur
‘t vliegtuig is betrouwbaarder
hevige hitte

  

 



 

maandag 25 maart 2024

Lekker Kronkels lezen

Boeken en films ‘moeten’ voor mij diepgang hebben, al mogen zij best ontspannend zijn natuurlijk. Ik lees op het ogenblik Nirwana van Wieringa, waarin de schrijver zelf een hoofdpersoon is. Knap gevonden. Zoiets tovert een glimlach op mijn gezicht. Veel wat de mens bezighoudt komt aan bod. Op de achtergrond ‘bestudeer‘ ik dan de betekenis daarvan. Dat pas ik op mijzelf en anderen toe, evenals wat ik elders gelezen heb. Het is in dat geval oppassen het niet te veel met mijzelf in verband te brengen.

Wat mij daarbij helpt is: Kronkels van Carmiggelt lezen. Plezierige, ontspannende, en humoristische schetsjes uit het leven van doorsnee mensen in korte verhaaltjes.
Bijvoorbeeld: In de tram leest een reiziger een kronkel en schatert het hardop uit want:

Een moedeloze kroegloper zit droevig achter zijn zoveelste glas, op de zoveelste vroege morgen, in een schemerig café. Al de problemen uit zijn leven komen in woorden en gedachten aan bod.

De lezer herkent zich er gelukkig niet in. Ze zijn zo dolkomisch, dat hij hardop in de lach schiet. So do I. Kronkels lezen, laten juist het gedraai in mijn gedachten verdwijnen.

Pageturners houd ik nooit lang vol. Al kunnen daar ook toppertjes bijzitten.
Misschien moet ik dat ook wel met Nirwana doen. Gewoon doorlezen als ontspanning. Maar ik weet: Door inspanning tot ontspanning. Zegt u het maar.

Nirwana, wat geeft gemoedsrust? 

maandag 18 maart 2024

Tino van Kampen, vertelt over Kwikkerdekwik

Zie je zijn staart op en neer gaan, dat noemden ze ooit kwikken. Daar komt de naam van de vogel vandaan: kwikstaart. En omdat hij overwegend wit is heet hij witte kwikstaart’. 

De late winterdag is aangenaam. Langzaam probeert het voorjaar de kou opzij te drukken. De vogelaar is met een jonge beginner op pad. Wie weet blijft er wat ‘hangen’ en wordt het estafette stokje doorgegeven. 

‘Er is toch ook een gele kwikstaart?’ ‘Ja, over een paar weken komt die binnen. Hij is dan veel te vinden in het boerenland, weilanden en akkers. Kenmerkend is zijn blauwachtige kop en natuurlijk zijn gele kleur.’ 

Ontspannen banjeren de twee door het bosperceel. Vinken vliegen over het pad heen en weer, scharrelen in nog niet door de grond opgezogen regenwater en kijken zo nu en dan op of de kust nog veilig is. In oude elzenkatjes zoeken sijsjes naar insecten. Hoog vanuit de top van een boom rolt onmiskenbaar een zanglijster zijn vocale kunsten over de bühne. Het vogeltheater in volle glorie.

Plots klinkt een hoog ‘gekekker’ vanuit een populierenperceel. ‘Wat is dat’ vraagt de jongen. ‘Probeer hem maar te vinden’. Een schicht vliegt tussen de bomen door. Zo is hij niet op naam te brengen. Ineens is er een geluid te horen wat er op lijkt. ‘Is dit hem?’ Nee, dat is volgens mij een groene specht’. ‘Al klonk hij wel wat schor’. 

foto: Peter Ganzeboom

Op het pad waarop de twee hun weg zoeken, beweegt een geelachtige vogel met een forse staart tussen de plassen door. De staart hipt. ‘Dat moet dan een gele kwikstaart zijn, al is hij wel wat groot’. ‘Bijna goed’. ‘Je ziet het goed, alleen de naam klopt niet’. ‘Dit is de grote gele kwikstaart. Best wel schaars. Je ziet ze niet zoveel. Alleen rond deze tijd.’

Weken later, de twee zijn weer op pad, buitelen kieviten door de lucht. Het eerste ei is al gevonden. Een vreemde gewoonte van de mens. Laat die beestjes toch met rust. Tluu – tlululu, is er opeens te horen. Een bruingrijze weidevogel ijlt door de lucht, landt en pas dan zijn de knaloranje poten goed te zien. De tureluur. ‘Dan zal de grutto ons ook vast een bezoek brengen’. En ja hoor ook hij laat van zich horen.

Eigenlijk best bijzonder. De wintergasten, o.a. de smient, grazen nog van het wintergras terwijl de voorjaarsvogels al actief zijn. Door de jaren heen is ook de vogelwereld aan verandering onderhevig: klimaatverandering. De vraag is, of dit alleen maar een natuurlijk proces is, of dat de mens daar toe bijdraagt. En is dat laatste normaal, evolutie, of … Geniet van de vogeltjes!

uit de krant Groot Goeree Overflakkee



woensdag 13 maart 2024

Aha

Hand in hand lopen de twee door de dierentuin. Bij een kooi stoppen zij. ‘Kijk nou. Zie je die aap? Het lijkt wel of hij depri is’. Telkens kijkt de aap omhoog, waar boven in zijn met tralies versierde hok een tros bananen hangt. In plaats van die op allerlei manieren proberen te pakken, staart hij naar de bananen en een aantal kisten in een hoek van hetzelfde vertrek. Dan ineens weet hij het. De kisten zet hij op elkaar, klimt erop, pakt de bananen.

‘Het lijkt je broer wel’. ‘Me broer?’ ‘Ja, die zat in de tuin, keek naar vallende appels en riep: Eureka. Het is de zwaartekracht die de appels laat vallen en aantrekt. Nu hoef ik niet meer op die ladder te klimmen’.

‘Aantrekkingskracht. Jij hebt dat ook. Daarom …’ Hij pakt haar hand, geeft een knuffel en dikke kus. ‘Gekkerd’, zegt ze en trekt hem zachtjes tegen zich aan. 

maandag 4 maart 2024

Als je maar kikt

As je maar kikt.
As je maar kikt.
't is Willem die 't hem flikt.

Wie kent het liedje (nog) uit de Fabeltjeskrant. Gezongen door Ed en Willem Bever.
Als Vogelaar zag ik 'weinig' vanochtend, maar als natuurliefhebber ...


Een ander liedje zong door mijn hoofd: I can get no satisfaction.
Nou ik wel hoor en dacht ook aan een popartfoto.



O ja, ook zag ik nog een paartje roodborsttapuit. Mooi toch?

vrijdag 16 februari 2024

Drijfsijsjes

 

Bij een T-splitsing wacht ik op mijn vriend De Stadsvogelaar. Een cettiszanger galmt zijn lied vanuit het riet. Ganzen en wulpen doorkruisen het luchtruim. Voel ik daar niet wat nattigheid? Zachtjes tikt iets op mijn jas. Op het water tonen zich kleine kringetjes. Het miezert. Mijn stemming zakt. Ik heb genoeg tijd van mijn leven in de nattigheid doorgebracht, gaf er vaak weinig om, maar nu heb er geen zin in.

Wij besluiten om naar het stadspark te gaan, dat doet mijn maatjes naam eer aan. Mijn twijfelend humeur stijgt weer. Terplekke vliegt een grote groep koperwieken over de boomkruinen, om in enkele daarvan neer te strijken. Wij stappen af, leggen onze fietsen aan de ketting en kuieren het park in.

Tussen takken bekleed met elzenproppen scharrelen een aantal putters rond en wat kleiner gespuis. Zij zijn moeilijk op naam te brengen. Het licht is te diffuus. ‘Laten we een stukje doorlopen en terugkijken’. Het helpt. Sijsjes! ‘Die met hun donkere kopje zijn de mannetjes’. ‘Misschien zit er ook een barmsijs tussen. Die heeft een rode kruinvlek. Net boven zijn snavel’.

Zo hobbelen wij samen tussen de nog winterkale bomen door. Halen herinneringen op van onze avonturen. Maken grapjes. En genieten vooral van de hobby die wij samen delen: vogelen.

Een tweetal buizerds zweeft ‘mauwend’ rondjes. Voor een baltsvlucht is het nog te vroeg, daarvoor maken zij duikvluchten. Alsof zij zich laten vallen en ineens weer opvliegen. Ik hoor een havik roepen. ‘Is dat er niet een?’ We overleggen. ‘Mmm, misschien een sperwervrouwtje, die is min of meer even groot als een havik mannetje’. ‘Ik zie ook geen witte heupvlek.’ Dit maakt het vogelen zo leuk. Het determineren en het genot van al het moois.

Op een plek waar hij ooit zijn eerste boomvalk had gezien, houden wij pauze en drinken wat warms. Over een pad, waarop door storm en onweer omgevallen bomen liggen, gaan wij verder. Op een plas dobbert wat ondefinieerbaar gevleugelte. Wij maken er drijfsijsjes van. ‘Een nieuwe soort.’

Zo kruipen de uurtjes langzaam voort. Een zanglijster zingt hoog in een boomtop. Soms is het een kunst om hem in beeld te vangen. Maar als je hem eenmaal hebt, is het puur genieten. Kenmerkend zijn de zwarte vlekjes op zijn borst in de vorm van een pijl.

Bij het naar huisgaan. Komt een toetje in onze gedachten. Wij schrijven allebei graag. Wij hebben allebei een blog en ik een stukje voor de krant. Veel leesplezier beste lezer en misschien ook wel vogelliefhebber. 


       

 Sijs man - foto Peter (De Stadsvogelaar) Ganzeboom