donderdag 7 april 2022

Twijfels

Vlagen vol druilerige regen trekken over het land. Omdat het morgen niet veel beter zal zijn volgens de weermannen, lijkt het mij een goed idee om naar Rotterdam te gaan voor een museumbezoek. Tussen de buien door kan ik dan mooi door een stadswijk of park wandelen. Ik doe dat graag. Ik bel mijn vriend en vraag of hij zin heeft om mee te gaan. Uiterst vervelende familieomstandigheden hebben hem zoveel energie gekost dat hij geen fut heeft om mee te gaan. Jammer, dan ga ik alleen.

De volgende morgen doe ik nog een kleine boodschap. Onderweg onderzoek ik mijn gevoelens en gedachten die zich eerder die morgen ook al opdrongen: De reis. Welk museum? Het online bestellen van tickets (niet verplicht). Kortom, heb ik nog wel zin?

 

Als ik bijna thuis ben, loop ik nog even de polder in. Het is grijs, maar droog. De wind is matig, kracht vier. Langzaam verdwijnt Rotterdam in mijn gedachten naar de achtergrond en zie ik mijzelf rijden op de racefiets. Langs het Spui en het Haringvliet. De wind schuin op kop. Over dijken, met hier en daar een huis of boerderij. Tussen akkers en weiden. De wind nu in de rug.

 

Thuis spreek ik mijzelf toe omdat ik niet goed overweg kan met al mijn ideeën. Pas na de koffie neem ik een besluit. Ik ga fietsen. Ik leg wat kleding klaar. Kijk nog een keer uit het raam. Check voor de derde keer de temperatuur en de weersverwachting. De keuze voor welke kleding ik aan zal trekken is lastig. Niet te warm, of niet te koud, dat is de vraag. Maar dan eindelijk zit ik op mijn fiets.

 

Het begint al snel zachtjes te miezeren. Ik geef er niet om. De wind is toch wel hard en ik heb hem tegen. Een tandje terugschakelen dan maar. Ik probeer een nieuwe route uit langs een nieuw aangelegd industrieterrein bij Hellevoetsluis.

 

De rit verloopt precies zoals hij zich eerder in mijn gedachten afspeelde en voor ik er erg in heb, is mijn tocht voorbij. Tevreden zet ik mijn fiets dan ook in de schuur. Na een douche maak ik mijn lunch klaar. Zoet of hartig … koffie of thee …

    

zaterdag 26 maart 2022

Een dagje Utrecht

Rond half tien zit ik dan toch in de trein. Het gedoe met kaartjes bestellen, het perron van vertrek opzoeken, een zitplaats vinden, dat alles blijkt geen gedoe te zijn, maar een flow. Vanachter het raam flitsen volkstuinen, weilanden, boerderijen en lintdorpen voorbij. Een metalen stem zegt dat we Utrecht naderen.

Sanitaire stop. Bij een zestal tourniquets staan een drietal automaten die na betaling de poortjes openen. De gebruiksaanwijzing is mij onduidelijk en ik waag de gok en stop mijn betaalkaart in een van de drie gleuven die de automaat rijk is. Ik krijg zelfs een tegoedbon, te besteden bij diverse stations horeca.


Achter een enorme glazen pui verblijdt de zon mij met warmte en licht. Als ik mij omdraai staat zij voor mij. Zij straalt. Hoe kan het anders nu zij in verwachting is. Ik krijg een kus en dan wandelen Femke en ik de stad Utrecht binnen. Na een slinger door het centrum, buitenom over singels.

 

 

In het zonnetje

op een minuscuul terras
achter ons blues en jazz.

 

Slenteren door straten en stegen
over wallen, langs verborgen verleden.

 

Gewoon dat samenzijn tussen
vader en dochter, en toch zo bijzonder. 

 

 


zondag 20 maart 2022

In hogere sferen



Oooo, kijk daar …


maar weet, kijken is ook zien

het bijzondere in het algemene

zo hogerop zie je ze niet vaak 

 

 

    



Voor mobiel: draai toestel en klik op foto voor vergroting.
Tsja soms moet je er iets voor doen ;-)

 


 

zondag 13 maart 2022

Stil de tijd

Wat ik hier nu zie,
was eerder daar ook.

De tijd lijkt stil te staan.
De narcis bij de wilg stak
in een verleden voorjaar
ook zijn kop op in de zon.

De eeuwige kringloop,
achterlaten, beleven,
herbeleven.

Wat ik nu hier zie,
is later daar ook. 

woensdag 9 maart 2022

Langs het Haringvliet

Vandaag heb ik afgesproken met mijn vriend om te gaan vogelen. Onderweg piepen we even over de dijk bij de Beninger slikken. Vanuit de auto kijken we uit over het gebied. Als een vogel over een ruggetje van klei golft en er verderop achter verdwijnt, wordt mijn vriend onrustig. ‘Was het geen waterpieper?’ vraagt hij zich hardop af. Hij opent de deur van de auto, pakt zijn camera, en sluipt naar de vogel toe. Die blijkt gevlogen. Omdat hij verder over de dijk blijft lopen, sluit ik mij bij hem aan. Door een harde en koude wind is het onaangenaam. Bovendien ‘drukken’ de vogels zich in zulke weersomstandigheden. Ze verschuilen zich liever in de luwte. In draf lopen we daarom naar de auto en rijden naar het Kooisteebos, een perceel van Staatsbosbeheer bij Hellevoetsluis.

 

Een deel daarvan is verruigd, zodat het op echte natuur lijkt. De zang van een winterkoning trekt onze aandacht. Het is voor ons een sport om het beweeglijke vogeltje op te sporen in het dode hout en het struikgewas. Een silhouet brengt ons op een vals spoor. ‘Joh, dat is een vuurgoudhaantje!´ zegt Peter enthousiast fluisterend tegen mij terwijl hij mij zacht aanstoot. Wat een mooi beestje is dat toch. De groenige mantel die over zijn rug en deels over de flanken geslagen ligt en het gouden kruintje waardoor het lijkt of er een vuurtje op zijn kopje bandt. ‘Machtig mooi man, het lijkt wel een toverbal.’ Zie hem daar hangen als een kolibrie onder een takje, op zoek naar een insect. Ondertussen is de zon fel doorgebroken. Een grote bonte specht die hoog bovenin een dode boom aan het kloppen is, wordt daardoor optimaal verlicht. De balts is inmiddels in volle gang.



                                            Foto: Peter Ganzeboom - Het vuurgoudhaantje, klaar voor de sprong naar een sappig insect.

 

Maar nog steeds hebben wij ons winterkoninkje niet gevonden. Omdat onze aandacht was afgeleid, is hij hogerop gaan zitten en nog harder gaan zingen: Hé, hier zit ik! En dan ‘hebben’ wij hem eindelijk. We hebben er niet minder lol om dan om een zogenaamde bijzondere soort. En zo op het gemak, de ogen geopend, de oren gespitst, struinen wij door het bos. ‘Het zou leuk zijn om een ijsvogeltje te spotten’ zeg ik. Helaas laat die zich niet zien. Je kan ook niet alles hebben.

 

De volgende dag loop ik op een zonovergoten zaterdag een vogelexcursie op Tiengemeten. Een sperwer vliegt pal voor ons over het struweel, langs de oevers van het Haringvliet. De eerste krent in de pap deze dag. Bij een voormalig haventje is het wederom raak. Een scherpe krachtige fluittoon, ZIE-ti ontlokt mij de kreet: ‘Een ijsvogel!’ ‘Waar?’ ‘Nou daar!’ En ik wijs naar de vogel die snel over het water vliegt.

 

Langs het Haringvliet hoef je je nooit te vervelen.     

dinsdag 22 februari 2022

Nog niet uitgeteld

Telkens verbaas ik mij over de stilte voor een storm. Hoewel stilte? De media en een deel van de burgers waren druk bezig de boel op stelten te zetten. Zelf was ik ietwat stoïcijns: Ik zou wel zien.

De dag waarop Eunice aan land zou komen, begon rustig. Pas in de loop van de middag wakkerde de wind aan tot stormachtig, om in de avond en nacht fikse beuken uit te delen. Zaterdag nam ik de schade op. Als een verdwaasde, maar nog niet verslagen bokser, lag de wijk aan mijn voeten. Er waren dakpannen van de daken geblazen, hier en daar lag een omgewaaide boom en sommige tuinen hadden een schutting minder. Opgelucht haalde ik adem. Pas later vernam ik dat er elders wel een knock-out was uitgedeeld; naast materiele schade was er zelfs desastreuse letselschade

Na een dag luwte kwam de definitieve genadestoot van Franklin, die als Mike Tyson woest om zich heen sloeg. Nu de storm is uitgeraasd ligt de wijk alsnog uitgeteld op de grond. Bomen zijn als luciferhoutjes afgeknapt, of zijn met wortelstelsel en al omgevallen. Complete daken zijn weggevaagd.

Vandaag wordt de schade opgenomen en waar mogelijk hersteld. Wij hebben waterschade net als de buren. Wind, langdurige regenval en opstuwend water van het schuurdak zijn waarschijnlijk de oorzaak. Of ligt het anders? Eerder hadden wij immers ook al lekkage op die plek. Toen konden aannemers het lek niet vinden. Ik zal de wanden, die pas waren gerenoveerd moeten herstellen en wie weet vind ik dan zelf het lek.

Vervelend allemaal, maar uitgeteld ben ik nog niet. Als een ware vuistvechter zet ik mij schrap voor Gladys, de volgende storm!

 

 

dinsdag 15 februari 2022

Een goede vriend

Vriendschap vergroot het geluk en vermindert ellende, door onze vreugden te verdubbelen, en ons verdriet te delen.

 

Cicero. Romeins staatsman en schrijver 106 v.C. – 46 v.C.

 

De muze bestaat. Ik geloof er niet in, ik weet het zeker. Soms stagneert het schrijven en mag de machine gesmeerd worden. De muze reikt mij in die gevallen de oliespuit aan en voorzichtig laat ik dan een drupje tussen de radartjes vallen. Na wat gekraak en gepiep dat overgaat in een zacht ruisen rollen de zinnen dan als vanzelf op het papier.

 

Naast een roman, De Toverberg van Thomas Mann, lees ik ‘Verzet in ecopanische tijden’, een studie van de filosoof Henk Oosterling. Ik had het boek al eens gelezen, maar nu probeer ik paralellen te leggen met het verzet in Covidpanische tijden. Het lukt aardig en ik zie veel overeenkomsten. Straks ga ik op bezoek bij mijn vriend Leon en zal ik het een en ander als gewoonlijk met hem bespreken.

 

Ik parkeer mijn auto op de parkeerplaats langs de Maas in Rotterdam. Het waait behoorlijk en af en toe valt er een spat regen. Met de lift zoef ik naar de vierde verdieping van het flatgebouw waarin hij woont. Als ik uit de lift stap en naar zijn voordeur loop, staat die wijdopen; een mooier welkom is haast niet mogelijk. In de hal staat een platenspeler op pootjes.

 

Vanuit het raam kijken wij uit over de Maas en de erlangs gelegen markante bouwwerken. Ik zie de Willemsbrug en de Hef daar vlakbij. Leon heeft direct een kwinkslag paraat: ‘De ophef over de Hef…’ Een leuke passage om over na te denken. De hef moet tijdelijk deels gedemonteerd worden om een gigantisch groot jacht van een puissant rijke miljonair door te laten. We beredeneren het probleem op filosofische wijze van alle kanten. Uiteindelijk komen wij uit op begeerte.

 

Lunchen doen wij in de Watertoren en zonder dat ik er erg in heb vliegt de tijd. Op de terugweg naar zijn appartement regent het. We steken onze nekken diep in de kragen van onze jas. Binnen praten wij nog wat na en dan is het tijd om naar huis te gaan. De platenspeler waar ik eerder met een schuin oog naar keek, stond voor mij klaar. Ik mag hem meenemen.

 

Thuis probeer ik hem uit. Ik leeg een langspeelplaat van Bobby Hackett en de Ted Easton jazzband op de draaischijf, plaats de naald boven de groeven, laat die zaken en dan rolt de swing de huiskamer binnen om vervolgens hemelwaarts te stijgen. Daar veert vast en zeker mijn vader op bij het horen van zijn muziek.