woensdag 1 december 2021

Ach ja, tegenslagen

In het schemerdonker is Renz op weg naar het kantoor waar hij als accountant werkt. De kraag van zijn jas is omhooggeslagen. Hij geniet van de wandeling over het geel verlichte voetpad, dat slingert tussen woonwijk en stadsvijver. Op het station is het even dringen, maar uiteindelijk vindt hij zijn plek in de metro. Hij haalt zijn IPad tevoorschijn en beweegt met zijn vinger over het glazen scherm en opent zijn digitale krant. Af en toe kijkt hij op en tuurt door een beregend raam. Brrr, wat een somber weer. De gedachten aan een warme werkplek, een kop koffie en een sociaal praatje met een collega, maakt dat hij zich niet somber voelt.

Op kantoor lijkt het inderdaad zo te gaan als gedacht. Maar al snel vraagt het werk de aandacht, maken carrièrejagers zich groter dan zij zijn, verzinnen rancuneuze collega’s snode plannen en houden leidinggevende de touwtjes strak in handen. In gedachten verlangt Renz naar huis waar  alles beter is.

 

De intelligente centrale verwarming slaat een half uur voor thuiskomst aan, zodat het aangenaam warm is. Ook de exclusieve, computergestuurde en peperdure koffiemachine is ingesteld. De zithoek wordt automatisch bij binnenkomst sfeervol verlicht. Heerlijk. Schoenen uit. Koffie. De post doornemen en daarna aan het eten beginnen. Als Dylan thuiskomt een glaasje wijn voor het diner. Daarna uitbuiken om vervolgens een hobby op te pakken. Een kopje koffie tussendoor en als het tijd is tevreden naar bed.

 

Als Renz vroeg in de avond met een goed humeur thuiskomt, knippert het display van de koffiemachine en geeft foutcode 501 aan. Het apparaat blijkt defect. Hij laat zich niet van de wijs brengen; Dan maar oploskoffie. Het potje Nescafé is nagenoeg leeg. Zijn stemming lijkt om te slaan. Een verkwikkende douche zorgt voor wat ontspanning en energie. Vrolijk maakt hij het diner, een Franse schotel, en schuift die de oven in. Nu nog wat liflafjes als garnituur.

 

Dylan blijkt bij thuiskomst overspannen van zijn werk. Alcohol doet echter goed en iets later dan gedacht gaat het stel aan tafel. De op Franse wijze bereide eend komt goed tot zijn recht. Uitbuiken, gemberthee tussendoor en wat lummelen voor de televisie; voor een hobby zijn zij te moe.

 

Alles gaat zoals het gaan moet. Alleen die vervelende verwarming wil het maar niet doen. Dan maar vroeg naar bed. En Renz spreekt zijn gedachten met een niets verhullende knipoog uit. In bed streelt en kust hij zijn lief. Ook Dylan doet zijn best, ondanks zijn aarzelingen. Intiem en fijn is het zeker, maar: ‘Ook al is het vrijdag schat ik heb echt geen zin in dat.’

  

zaterdag 27 november 2021

Zomaar een dag

 

Spotlight valt als zomers zonlicht over mijn e-reader. Ik tik de bladzijde om en lees verder aan de brief die Ilja aan zijn jongere ik geschreven heeft. Knap gevonden! Een originele vorm van autobiografisch schrijven.

Wat mijzelf betreft stokt het schrijven even. Er zijn geen onderwerpen voorhanden waar ik inspiratie voor heb. Een stukje voor de krant zou kunnen, maar ik ben bang om in herhaling te vervallen. En dat gegeven dempt mijn motivatie.

 

Huishoudelijke klusjes motiveren bijna altijd. En zo sta ik niet veel later de dakramen van mijn huis te lappen. Dat valt nog niet mee, want het zijn grote tuimelramen; ik kan er nauwelijks bij. Terwijl ik de klus klaar en niet kan voorkomen dat ik mijn kop tegen een zolderbalk stoot begint het lichtjes te miezeren. De regen zet gelukkig niet door en na een uurtje is de klus geklaard. Koffietijd.

 

Terwijl ik van het zwarte goud geniet los ik wat schaakpuzzeltjes op. Ik schommel al tijden rond de 1500 Elo punten. Dat is een leuke rating voor een thuisschaker. Het gaat voorspoedig, wat mij aanzet tot het openen van een echte partij van maximaal drie dagen bedenktijd per zet. Het spel verloopt vaak vlotter. Meestal wordt er drie of vier keer per dag gezet en dat is net genoeg als break tussendoor.

 

Rond half elf ga ik op de fiets naar de radioloog om een echo van mijn knie te laten maken. De fysio kan dan gerichter behandelen. In coronatijd is het geen pretje om in een ziekenhuis te zijn, want: handen desinfecteren, mondkapje op en mensen van allerlei pluimage. Niet iedereen houdt zich aan adviezen of verplichtingen. Ongemakkelijk allemaal.

 

Na het ziekenhuisbezoek fiets ik nog even langs de kringloop voor een nieuwe theepot. De oude is gesneuveld tijdens een verbouwing thuis. Als ik mijn lunch klaarmaak zet ik hem in een kokend heet sopje. Vanmiddag mag hij dienstdoen.

 

Lunchtijd. Nadat de laatste cracker is vermalen nip ik van mijn thee (niet gezet in de nieuwe theepot, dat zult u begrijpen) en komt er een app van een vriend binnen. Hij vraagt of ik al wat voor de krant geschreven heb. Ik app hem dat dat niet het geval is. Zelf is hij gedichten aan het herschrijven. Na de laatste berichtjes zit ik achter het toetsenbord van mijn pc.

 

Terwijl ik vlot de toetsen intik is het harder gaan regenen. Het raam waardoor ik naar buiten kijk is kraakhelder door het druipend hemelwater; het zemen is niet voor niets geweest. Wat mij weer extra motiveert om er een stukje over te schrijven.   

dinsdag 23 november 2021

Contrasten

In het voorjaar hadden wij bij de Doelen twee plaatsen gereserveerd voor een concert later in het jaar. Nu in de herfst is het zover. Eigenlijk heb ik niet zo’n zin meer. Ik ben moe van een al weken durende verbouwing thuis, en ook de corona maatregelen spelen op de achtergrond mee. Ik doe net of ik het concert vergeten ben. Pas als mijn José over de avond begint stem ik met haar idee in; het is goed om er even tussenuit te zijn. 

Het concert wordt opgedeeld in twee etappes, zodat de concertzaal tweemaal voor de helft gevuld is en de bezoekers zoveel als mogelijk door de zaal verspreid van Ibrahim Maalouf kunnen genieten. Hij kan niet alleen fabelachtig mooi trompet spelen, ook zijn piano- en zangkwaliteiten ontroeren ons. Voor even vergeten wij de dagelijkse drukte.


In de auto praten wij nog na over het concert. Bij het Hofplein stroopt het verkeer op en staan wij plotseling stil. De Coolsingel is door agenten afgezet. Er rijden politiebusjes met zwaailicht en gillende sirenes rond het plein. Als er een ambulance langs raast, denk ik aan een ernstig verkeersongeluk. Wanneer vanaf het Pompenburg de ME met zwaar geschut komt aangereden en met gierende banden de Coolsingel oprijdt beseffen we dat er iets vreselijk mis is in het centrum van Rotterdam. ‘We moeten zo snel mogelijk wegwezen’ zegt mijn vrouw.

 

Pas bij thuiskomst horen wij over de rellen. Wat een geluk dat wij met de auto zijn gegaan en niet met de metro, zo konden wij aan de chaos ontsnappen.

 

Terwijl ik dit schrijf kijk ik uit het raam, er is gelukkig nog zoveel wat wel mooi is.

 

een zanglijster vliegt
naar de top van een wilg

een verstild moment

 

      

  

zondag 14 november 2021

Hollandse luchten

 

die wolken zie ze drijven

aaneengeklonken als een straat

breed en wazig aan de horizon

eronder een sluier van regen

 

bij elke stap die ik zet

komt het nader, speldenprikken

in de sloot en op mijn wangen

mijn pet zet ik af, een lauwe najaarsdouche

 

net niet hard genoeg

net niet koud genoeg

om naar huis te vluchten

o, ik hou van die Hollandse luchten

woensdag 10 november 2021

De blauwe reiger hapt toe

zaterdag 30 oktober 2021

Zomaar een alledaags praatje aan de rand van Spijkenisse

Bij mij thuis is de stukadoor aan het werk. Zo nu en dan piep ik er even tussenuit. In een van die momenten zie ik een ouder echtpaar bij een bord langs de weg. Ze bestuderen een fietsroute. ‘Kunt u mij de weg naar het centrum wijzen?’ vraagt de man. Na enig nadenken vertel ik hoe het beste te rijden. Per aanwijzing zie ik de frons tussen hun ogen groter worden. ‘Mijn’ route is te ingewikkeld realiseer ik mij. Ik loop naar het bord en wijs hun op het metrospoor. ‘Als je die volgt, kom je vanzelf in het centrum.’ Spontaan ontstaat er na mijn uitleg een sociaal praatje. Het echtpaar was op de e-bike vanuit Oud-Beijerland komen fietsen. Het idee was om in Spijkenisse te lunchen en vandaar weer richting huis te fietsen.

 

 ‘Hoe oud denk je dat wij zijn?’ vroeg de vrouw.

 ‘Oei, dat is lastig hoor. Maar ik zal voorzichtig raden. Ik schat dat uw man achter in de zeventig is en misschien zelfs al tachtig.’

 ‘Vierentachtig’ zei de man trots.

 ‘En ik?’ vroeg de vrouw.

 

De vrouw zag er duidelijk ouder uit, toch was ik bedachtzaam.

 

  ‘Vijf- zesenzeventig schat ik.’

  ‘Tachtig’ zei de vrouw met een grote glimlach. ‘En u?’

  ‘Nu mag u raden’ zei ik ad rem.

  ‘Zesenvijftig’ was het kordate antwoord.

 

Nadat ik haar vertelde dat ik zestig was, keek zij mij vol ongeloof aan en zei: ‘U ziet er veel jonger uit hoor.’ Voor mij was dit compliment hét moment om maar weer eens verder te lopen. De man hield mij min of meer tegen om te vertellen dat hij al twintig jaar met pensioen was en dat de twee dure e-bikes een van hun laatste grote investeringen was. Ik complimenteerde hem met zijn aankoop. Daarna stapte hij op, zijn maag begon te knorren, zei hij. En hij zoefde weg. De vrouw volgde hem, keek nog eenmaal achterom en bedankte mij voor de hulp en het leuke gesprek. Waarop ik het echtpaar met een glimlach uitzwaaide.   

  

donderdag 28 oktober 2021

leven en dood

Vroeg in de avond fiets ik door het donker. Een auto rijdt mij met te hoge snelheid tegemoet. Ineens is daar de schim en een doffe klap; een aanrijding. De bestuurder rijdt onverstoord verder. Op de plaats van het incident ligt een nog jong waterhoen te vechten voor zijn leven. Ik zie het zinloze van zijn strijd in en help hem uit zijn lijden. Daarna schuif ik hem voorzichtig aan de kant in het gras. Gemengde gevoelens overspoelen mij. Enerzijds de onnodige dood door te hard rijden. Anderzijds mijn hulp die op dat moment het beste was. Snel schud ik het voorval van mij af en rijd verder. Later op de avond ga ik nog even bij het beestje langs en toon in gedachten mijn respect voor hem en zijn verloren leven. Pas dan kan ik het voorval echt achter mij laten. Vandaag, een dag later, realiseer ik mij dat dat niet het geval is, ik schrijf er immers over. Leven en dood liggen dicht bij elkaar. Soms ga je er argeloos aan voorbij een andere keer raakt het je, ook al gaat het om een ‘simpel’ waterhoen.