woensdag 7 december 2016

De literator gaat regionaal

Vanaf heden wordt er elke maand een verhaal van mij geplaatst in Groot Goeree Overflakkee.




 

dinsdag 22 november 2016

Frommelen in Hoorn




Met rijkelijk gevulde magen lopen wij over de dijk langs het IJsselmeer. De wind waait dusdanig hard, dat het water schuimend op de oever klotst. Met de hand aan de kraag, of in mijn geval op de pet wenden wij ons af van de wind en lopen langs het standbeeld van J.P. Coen en Kunstcentrum de Boterhal het oude centrum van Hoorn binnen, om bij de Kleine Noord in de auto te stappen. Eerder hadden wij in de Dubbele Buurt een Surinaams restaurant bezocht:Percy’s.

Als wij het etablissement binnengaan, worden wij hartelijk verwelkomd door de eigenaar en nemen plaats aan een tafel. Alles lijkt vlot te verlopen, totdat een groter gezelschap dan de onze binnenkomt. Al improviserend, herschikt Percy de ruimte zo efficiënt mogelijk; wij verhuizen naar een tafel diagonaal tegenover de plek waar wij eerst waren gaan zitten. Na een kleine vijf minuten komt een licht getinte medelander van binnenlandse afkomst onze bestelling opnemen. Wij vragen uitleg over de menukaart omdat wij niet bekend zijn met de Surinaamse keuken. De bediende raadt ons het ‘frommelen’ aan. Frommelen blijkt later het nuttigen van een allegaartje aan diverse gerechten te zijn, hier een soort van Surinaamse tapas. Als wij ons over de roti, rijst en hete kip buigen en het vuur in onze magen blussen met koud bier en witte wijn, wordt er hard op de deur gebonkt. De deur zwaait open en een voor een komen een tiental gitzwarte pietermannen het restaurant binnen. Het lied ‘Sinterklaas kom maar binnen met je knecht’, wordt door een ieder luidkeels ingezet, waarna Percy lachend door alle pieten wordt omhelsd. De donker getinte medelander van buitenlandse afkomst lijkt de aandacht in het geheel niet erg te vinden. Als er enkele liedjes zijn gezongen en anekdotes zijn verteld, is het tijd om afscheid te nemen van de ‘Spaanse’ gasten en onder de klanken van ‘dag Sinterklaasje dahag, dahag Zwarte Piet’, verlaat het gezelschap de ruimte. Zo kan Sinterklaas ook gevierd worden bedenk ik mij. Niemand die zich aan een ver verleden stoort. Vrolijk knabbel ik verder aan een extra bijgerecht, te weten Spaanse kruidnootjes.

donderdag 17 november 2016

Ruwe huid



Zacht valt het warme flanel van de pasgekochte pyjama om haar naakte lichaam. Zij schuift haar voeten in warme wintersloffen en loopt naar de keuken waar zij koffie zet. In de fauteuil bij de haard vouwt zij haar benen onder de billen, buigt behoedzaam voorover en pakt haar tablet. Met de wijsvinger veegt en tikt zij op het scherm. Zij checkt haar mail, nipt van haar hete drank en knabbelt aan een haverkoek.

Eerder

In de ochtend, toen nevel bevroren op de aarde lag en knisperde bij elke stap die zij zette, wees niets op de weersomslag welke later die morgen volgde. Het blauw en roze aan de horizon transformeerde langzaam in donkergrijs en ook de wind stak op. Nog voor het middaguur waaide een miezerige regen tegen de ramen. Met tegenzin haalde zij na de lunch de boodschappen voor die dag en verviel in sombere stemming. De wind was intussen aangewakkerd en was striemend koud en nat. Als troost besloot zij zichzelf een cadeau te doen. In een etalage zag zij hem hangen om de ranke schouders van een paspop; een pyjama in warme tinten, zo te zien van zachte stof. In de winkel was de koop snel gesloten en in opgewekte stemming fietste zij naar huis.

Later

Uitgeslapen staat zij de volgende ochtend voor de spiegel en maakt haar toilet. Een ruw aanvoelend plekje op haar bil geeft zij extra aandacht. Na het ontbijt strooit zij wat vogelvoer over de patio achter het huis, waarbij een merel nerveus in de lijsterbes vliegt. Gedurende de ochtend irriteert het plekje op de bil haar steeds meer. In het medicijnkastje vindt zij een tubetje zalf tegen huidallergie. De zalf smeert zij zorgvuldig over de aangedane plek. Het schrijnende gevoel wordt gedurende de dag alleen maar erger en na een onrustige nacht besluit zij de huisarts te bellen voor een afspraak. Zij kan laat in de middag nog terecht. Als zij in de spreekkamer plaats heeft genomen, vertelt zij haar verhaal. De arts bekijkt met hoofdlampje en loep haar bil en krabt met zijn nagel over haar huid. “Hebbes”, zegt hij en houdt triomfantelijk een klein doorzichtig plakkertje in de lucht. Beteuterd kijkt zij de huisarts aan, die zijn lach niet meer kan inhouden. Als een boer die kiespijn heeft, verlaat zij stilletjes de spreekkamer.
Het plakkertje, blijkt later, was na een reis van verpakking naar pyjama op de bil van de vrouw beland.

zaterdag 12 november 2016

De ijsvogel



De polder ligt er, na een ochtend waarin regenval de hoofdrol speelde, mistroostig bij. Het is windstil en geluid dringt nauwelijks door. Ik heb geen enkele reden om daar te zijn, dan om het er zijn zelf. Mijn gedachten laat ik de vrije loop. Ineens valt mijn oog op een grijze en deels verbrokkelde plastic drainagepijp. Een stroompje helder water sijpelt melodieus uit de opening. Bovenop deze pijp zit een ijsvogel. Zijn kopje buigt schoksgewijs opzij naar het water van de sloot onder hem. Langzaam sluip ik dichterbij, dan vliegt hij op. Een bemoste tak is zijn volgende stek. Daar zit hij met zijn rug naar mij toe. Het oplichtende kobaltblauw is zo fel, dat het lijkt alsof er een lampje in het inwendige van de vogel brandt. De vogel lijkt een spel met mij te spelen, want telkens als ik hem te dicht nader vliegt hij op. In een rietkraag probeert hij opnieuw te landen, maar het riet buigt te ver door. Hij verliest even het evenwicht, herstelt zich en scheert over het water definitief uit het zicht.


vrijdag 4 november 2016

Bijzondere verhalen



Het belooft weer een mooie herfstdag te worden. De lucht is helderblauw en de zon wordt nauwelijks gehinderd door wolken die voor hem langs schuiven. De weerschijn van het licht op het verkleurde blad van diverse struik- en boomsoorten geeft de omgeving een sprookjesachtig aanzien. Ook is het niet koud, integendeel mijn maatje en ik zitten in hemdsmouwen aan ons tafeltje en praten over de beslommeringen van het weekeinde. Hij kan soms moeilijk uit zijn woorden komen. Zinnen kan hij nauwelijks ordenen naar de gedachten die hij wil uitdrukken. Ik vertel hem dat mijn computer de laatste tijd erg traag is. “Dat probleem heb ik ook”, zegt hij. “Ik heb de Eneco gebeld”. “De Eneco?” vraag ik verbaasd. “ Dat is een energieleverancier, dat bedrijf heeft toch niets met een trage computer te maken?” Wat volgt is een onsamenhangend verhaal over zijn WIFI verbinding en zijn router. Geduldig probeer ik te achterhalen wat hij nu precies bedoelt. Hij heeft het over signaaltonen in zijn Router bij het starten van zijn computer. Nu gaat het mij duizelen. Zou hij het over een inbelsignaal hebben in zijn modem, maar hij heeft toch WIFI? Enfin, ik vraag door en zie dat hij boos begint te worden als gevolg van zijn onvermogen en mijn onbegrip. Voorzichtig leid ik hem van het onderwerp af en spoor hem aan om samen aan het werk te gaan. Zijn WIFI problemen laat ik voor wat ze zijn.


Tijdens het werken zie ik dat iets hem niet lekker zit. Als wij later even uitblazen vraag ik hem hoe zijn weekeinde was. Hij vertelt over zijn reis naar de Zaanstreek waar zijn zwager dat weekeinde gecremeerd is. Rustig doet hij zijn verhaal. Dat hij vanuit de Hoekse Waard met de bus, metro en trein naar de plaats van bestemming is gereden, waar hij te laat aankwam; de dienst was net afgelopen. Wat volgde was een discussie met zijn broer. “Je had mij toch kunnen bellen”, zei die. “Dan had je mee kunnen rijden”. Hij wilde dat niet doen, omdat hij het vermoeden had dat de auto vol zou zitten met zijn vrouw en kinderen als medepassagiers. De terugreis verliep iets sneller. Hij kon meerijden naar Pijnacker en van daar nam hij de Hofpleinlijn naar het Zuidplein om vervolgens met de bus weer naar de Hoekse Waard te rijden. Al met al was hij een flink deel van de dag op reis geweest. Hij voelt zich duidelijk bezwaard dat hij zijn familie niet had kunnen steunen die dag. Ik stel hem gerust en zeg dat het waarschijnlijk allemaal op een misverstand berust. Hij had zijn goede wil getoond en was in feite onmachtig. “Aan de andere kant had je broer jou best kunnen bellen, hij weet immers dat je geen auto hebt”, zeg ik. Ik zie aan zijn ogen dat hij enigszins opgelucht is en sla hem op zijn brede schouders en maak een geintje over de Eneco, “misschien hadden zij een oplossing geweten”. Nu is de kou definitief uit de lucht. Hij gaat grinnikend aan het werk.


 Later die dag staat hij voor mij. “Tino, ik heb een parkiet gekocht dit weekeinde”. Direct herstelt hij zich en zegt: “ Of nee, een kanarie”. Ik kijk hem lachend aan en zeg dat er een groot verschil is tussen een kanarie en een parkiet.


“Ja, sorry een kanarie. Hij heeft zich dood gezongen”.
“Dood gezongen?”
“ Ja, hij begon te fluiten, steeds harder en feller en toen viel hij dood van zijn stokje”.
“Dat is nogal wat. Wat heb je daarna gedaan?”
“Ik ben terug gegaan en heb een nieuwe gekregen”.


Ik schiet in de lach na het aanhoren van dit verhaal.


“Mijn broer heeft ook iets dergelijks gehad vertelt hij verder. Die heeft er vier verspeeld”.
“Vier?” zeg ik mijn lach nauwelijks inhoudend. “Vier in één keer?”
“Nee, na elkaar”.
“Vertel op”, zeg ik hem.


Het kwam erop neer dat zijn broer een kanarie had gekocht, die er tijdens het zingen de brui aangaf. Hij was teruggegaan naar de dierenwinkel en kreeg een nieuwe, echter het drama herhaalde zich. Tot drie keer toe kreeg de broer een kanarie, toen waren er blijkbaar geen meer.
Beteuterd kijkt hij mij aan. Ik kan mijn lach niet meer inhouden en laat mij gaan. Gelukkig ziet hij het komische van het verhaal in en lacht grinnikend met mij mee. Ik wacht met genoegen zijn volgende verhaal af.



 

     

dinsdag 25 oktober 2016

herfsthaiku

optrekkende mist
als ik mij omdraai - dampend
een meute wol



storm en slagregen
fauna diep verscholen
- die ene vogel



kille herfstmorgen
vanuit een deken van mist

klinkt een jagersschot

 



zondag 16 oktober 2016

Er is maar één ronde en dat is De Ronde



Ons vakantieadres op de gemeentegrond van Zottegem lijkt zelfs voor de routeplanner moeilijk te vinden. Telkens verlaten wij de grens om hem, via bochtige betonwegen, verderop weer te overschrijden. Vanuit alle windrichtingen worden wij dan ook richting ons huisje gestuurd. Maar dan rijden wij eindelijk langs het spoor de plaats van bestemming op. De reis van Etretat naar hier heeft acht uur geduurd.

De gastvrouw heet ons hartelijk welkom en wijst lachend op een tekst langs het erf. Snel sluit ik de portieren van de auto.



De dagen die volgen zijn voor mij van groot belang. Wij gaan historische plekken bezoeken van de mooiste wielerklassieker ooit; De Ronde van Vlaanderen. Al jaren kijk ik hier naar uit.

Half in de ochtend rijden wij over de Dender Geraardsbergen binnen. De auto parkeren wij onder het viaduct, om vervolgens door de Brugstraat naar de Markt te lopen. Daar stijgt het plaveisel al licht, evenals mijn hartslag. Terwijl José nog wat rondhangt bij winkelpandjes kan ik mijn ongeduld niet bedwingen en loop de Vesten op. Nog één keer kijk ik achterom en zie dat mijn vrouw er glimlachend de pas inzet om zich bij mij aan te sluiten. Zij begrijpt mij. Aan het einde van de veste, die nu al behoorlijk steil omhoog loopt, staat een bord.
 









Na mijn hartslag gaat nu ook mijn bloeddruk omhoog. Nog enkele meters en ik bereik gewijde grond.

De Muur.
Hier vloeide het bloed,
gutste het zweet en
stroomden de tranen.

Hier werd door menige renner
en hondstrouwe supporter
gevloekt en gescholden.

Hier knokten de groten der aarde,
de  echte Flandriens zoals Briek Schotte,
“De Kanibaal” Eddy Merckx
en Tommeke Boonen.

Hier sta ik, geëmotioneerd
haast te huilen.
 








De Muur gaat na een bocht over in de Kapelmuur, die nog steiler is. Aan het einde op het hoogste punt ligt de kapel. Vanaf daar heb je een prachtig uitzicht over Oost-Vlaanderen.




Aan de rand van Oudenaarde, ligt naast de Sint-Walburgakerk het Centrum Ronde van Vlaanderen. Na een korte wandeling door het kleine en oude centrum, archeologen zijn juist bezig met opgravingen en bestudering van wat gevonden wordt, gaan wij het gebouw binnen en lopen de trap af naar een grote ruimte met diverse zalen waar je, zo staat vermeld, De Ronde zelf kan beleven. En daar is niets van overdreven. Op een ‘drieluik’ wordt in zwart-wit en kleur een film getoond over de geschiedenis en hoogtepunten van De Ronde. Er hangen foto’s, staan originele racefietsen van winnaars, bidons, merktruien – zelfs de ouderwetse wollen van weleer en op schermen zijn klassieke aankomsten te zien, zoals de vete tussen Roger de Vlaeminck en Freddy Maertens. Op een fietssimulator kan ik zelf ervaren hoe het voelt om over de kasseien te hobbelen. Geheel in de waan van de koers sta ik later even tussen twee klasbakken van weleer.
 



Vlnr. E. Merckx, T.van Kampen, J. Museeuw   
 

Voldaan verlaten wij het gebouw, zelfs José heeft genoten. Wat nu te doen, het loopt al tegen het einde van de middag en morgen gaan wij weer naar huis. Ik drentel heen en weer met de platte grond van de omgeving in mijn handen en zie tot mijn gespeelde verbazing dat de Koppenberg  en de Oude Kwaremont ook in de buurt liggen. Vooruit dan maar zegt José en samen sjouwen wij de laatste hellingen op.







Nog een laatste slok, met een stijgingspercentage van 6% en dan zit onze vakantie erop.