eenden dobberen terwijl
Costa del Spui gloort
wie o wie staat daar,
terwijl de havik met buit
hem vast gadeslaat?
nu zingt poëzie in mijn hoofd
jij hoort het vast ook ;-)
wie o wie staat daar,
terwijl de havik met buit
hem vast gadeslaat?
Mensen inspireren elkaar. Zo schrijf en dicht ik graag. Soms zit de klad erin. Laat Femke nu ook aan het schrijven en dichten gegaan zijn. Zij zegt dat ik haar inspireer. Wel zij mij.
Creatief
met woorden
Zinderende zinnen
Zingen door mijn hoofd
Elke dag iets schrijven
Heb ik mijzelf beloofd
Het is een hele kunst
Al die woorden op papier
Een maand lang schrijven
Wordt een bundel vol plezier
Soms een mooi gedicht
Soms een gek verhaal
Maar altijd een genot
Om te puzzelen met taal
#
Rijm
zij prikkelt
mij met dichten op rijm
doe dat maar, liefst zonder dwang
ik denk: plak maar achter ‘t behang
bevrijdt je van het literair geslijm
echter, ik
zie tot mijn grote vreugd
als ik mijn best doe, kan ik het ook
thuis voelen in de taal is geen spook
spelen met taal niet alleen voor jeugd
alliteratie,
ach dat mag schrijf maar
‘t gaat om het spel niet meer dan dat
raak o raak ik nu een gevoelige snaar
schrijf ik hier zowaar haast ‘n sonnet
dat is, dacht ik zonet, zeker te zwaar
poëzie blijft leuk zo is het maar net
Pieperdepiep
Hij
zit aan een stamtafel van een ouderwets café. Voor hem ligt een stapeltje
kranten die hij doorspit. Links naast hem een geurige kop cappuccino. Schuin
tegenover hem zit een ander. Min of meer doet die precies hetzelfde, met dien verstande
dat hij een praatje aanknoopt. ‘Nog wat leuks gelezen?’ ‘Nee, niet echt.’ ‘Wat
zoek je?’ ‘Iets over piepers. Er zou een leuk stuk over in een krant staan.’
‘Piepers?’ ‘Ja vogelsoorten.’
De
beiden blijken interesse in de natuur te hebben, al wist een van hen wat minder
van vogels. Van het een komt het ander. Een afspraak wordt gemaakt en zo staan
zij in een voorjaar in een polder. Op een rasterpaal landt een klein grijsbruin
vogeltje. Zijn borst een flanken zijn gestreept. Een graspieper.
Na een tijdje vliegt hij op. Hoog boven in de lucht begint hij zijn
zang. 'psiep-psiep!' Als hij gaat dalen, spreidt hij de
vleugeltjes, vouwt ze iets bol. Zo lijkt het net of hij aan een parachuutje
hangt. Zijn zang heeft ook dalende en in snelheid aflopende tonen. Opnieuw zakt
hij op de paal en kijkt nieuwsgierig om zich heen.
De piepers zijn best lastige soorten om te herkennen. Zo heb je ook een
boompieper. Die komt neer in een boom zou je zeggen. Precies. Voor een niet
ervaren vogelaar zijn het van die lastige soorten. Dat maakt het vogelen juist
ook leuk.
Hij lijkt op de graspieper, heeft een iets dikkere snavel. De streepjes
op zijn flanken zijn dunner dan die op zijn borst. Zijn zang klinkt iets anders
dan bij de graspieper. Zij zijn wat feller, alsof er bommetjes exploderen.
Zoiets. De tonen dalen en lijken te vertragen. Ze stoppen als de vogel in een
boom landt.
De beide vogelaars hebben het prima naar de zin en spreken nog een
aantal keren af. De winters zijn nat de laatste jaren in ons kikkerlandje. Fikse
en langdurige vorst ontbreekt. Op een dag, half in de ochtend, het is een graad
of acht, staan de vogelaars bij een grasperceel. Langs een slootkant half
verscholen achter pollen biezengras scharrelen wat vogels rond.
‘Zijn dat nou oeverpiepers?’ ‘Die zit hier niet’. ‘Kijk, zijn flanken
zijn ook veel witter’. ‘En de streepjes op zijn vleugels zijn duidelijker.’ ‘Ja
zeg’. ‘En moet je zien, zijn buitenste staartpennen zijn wit’. ‘Ik denk dat het
een waterpieper is’.
Als de lucht betrekt en de wind iets aantrekt, breken de vogelaars op.
Een fijne miezer is nauwelijks hoorbaar op de waterdichte winterjassen. Met de
wind in de rug fietsen ze richting huis. Ver weg vliegt een clubje ganzen.
‘Kijk ze houden geen v-vorm. Dus, waarschijnlijk brandganzen. Die doen dat
haast nooit.
Half
in de morgen stapt zij in de metro, knoopt haar jas los, neemt de muts van het
hoofd, vouwt hem op en propt hem in een jaszak. ’t is warm genoeg. Bij elke
stop kijkt ze naar de passagiers die instappen en tovert een glimlach rond haar
mond. Het schijnt dat die lach stofjes in haar hoofd losmaakt waarbij zij zich
prettiger gaat voelen. Het werkt. Een klein uur later stapt ze het fotomuseum
binnen.
het
lijnenspel
de compositie
de grap
strijkt de
man het natuurschoon glad,
zoals het gazon achter hem
of kan hij het beter laten zijn
zoals het is?
gezellig
niet?
vijf stoelen, een asbak
en entertainment in de hoek
niemand te zien -
vertier in eenzaamheid
op de smartphone?
over het stuur
tegen de wind in
Op
de weg naar huis stopt de metro. Een zwaan is op het spoor geland. Die kan niet
meer voor of achteruit. Het is wachten op de dierenambulance. Met een
onwrikbare glimlach probeert de reizigster er geen probleem van te maken.
Langzaam wordt de dag wakker, ondanks dat de zon zich nauwelijks laat zien. Er botst door vlagen wind voortgedreven miezer tegen de ramen. Ik voel mij thuis waar ik ben. Een veilige plek waar ik mag zijn en niet in twijfel wordt getrokken in mijn doen en laten.
Het
aircorooster bij de buren kleppert. Mijn schrijven hapert. Onrust steekt de kop
op. Buiten wordt het lichter. Mijn stoel schuif ik naar achteren, even naar
buiten kijken. Binnen voel ik mij thuis, buiten ook. Omringd door stilte,
weidsheid, wind die langs mijn oren en wangen waait. De andere kant van mijn
mij thuis voelen. Beiden kan ik niet weerstaan. Herinneringen aan toen, thuis
zijn in het nu, denken en verlangen naar de toekomst. Je thuis voelen
kan oneindig zijn.
grenzen
opgelegd -
blijken krijtstrepen te zijn
zij zijn uitwisbaar
thuis in mijn
dromen -
buiten, weidsheid, jij en ik
de hemel zo blauw
verlangen
naar thuis
terug naar de veiligheid
daar waar je echt bent
De
Nederlandse taal heeft om het foutloos te schrijven regeltjes. Soms weet je die
en soms helaas niet. Zo is er het woord pannenkoek. Is dat nu
pannenkoek, of pannekoek? Je kan immers de koeken tegelijkertijd in meerdere
pannen bakken, dus pannenkoek. De speerwerpers van Team Pats waren na de
training bij de trainer/coach en aten hun buikje vol. Krachtvoer voor een nieuw
en knallend seizoen.
Vooraf
werd er geschaakt, want dat wordt onderling ook gestimuleerd. Het was
beregezellig. Hè waar is de n nu? Voor de gezelligheid zijn toch beren
nodig in deze kwestie? Of, wacht misschien staat bere voor geweldig
(gezellig) en heeft het niets met beren te maken.
Bij
het naar huis gaan, kregen de atleten een presentje met envelopje, waarop een
aanhef met naam. Zo stond er koorknaap ‘Pietje’. Die maakte er schandknaap van.
Hilariteit alom. Het woord zal vast voor schande staan 😉
Nederlands is soms een lastige taal, maar wie de humor erin ziet soms ook geinig.