maandag 4 februari 2019

Bootstrijd


Bootstrijd

Er hangt een geladen sfeer wanneer zij bij het avondeten de week

doornemen. Buiten jagen grauwe wolken over de akkers.

 ‘Ik moet dit niet doen. Telkens loop ik ertegenaan. Ik kan niet
klussen en wil niet klussen. Bovendien is het jouw hobby en niet
de mijne,’ zegt hij gedecideerd.

 ‘Je kan het best. Je wilt het niet. Je zegt het zelf. Je wilt alleen de
lusten en niet de lasten. Egoïst,’ reageert zij vilein.

 ‘Egoïst? Moet je horen wie het zegt … Godverdomme. Jij liep
al tijden over die boot te ouwehoeren. Ik zag al het werk dat het
meebracht, maar toch zett e je door. Als puntje bij paaltje komt
ben ik de lul en kan ik die teringboot opknappen.’

 ‘Ga maar weer vloeken en schelden. Je krijgt van mij alle vrijheid
om te doen en laten wat je wilt. Die boot is het enige wat ik heb
verdorie. Een klein beetje interesse en hulp is toch niet te veel
gevraagd?’

 ‘Interesse,’ gilt hij met overslaande stem. ‘Heb jij je ooit echt in
mijn hobby’s verdiept? Sterker je vindt het maar niets … Maar
weet je wat het is? Telkens stoot ik mijn kop aan jouw ideeën. Ik
word er strontz iek van.’

Buiten is het donker. Een bliksemschicht doorklieft de lucht.
Na een donderslag valt er in huis een stilte die langzaam gevuld
wordt met wederzijds begrip. Een glimlach dekt de lading.


Deze dialoog is opgenomen in de bundel Pennen met mosterd.
De beste inzendingen zijn hierin opgenomen. De dialoog moest aan verschillende voorwaarden voldoen, o.a. 75% moest gesproken tekst zijn.

dinsdag 22 januari 2019

Kinderuitspraken, daar wordt je vrolijk van


Vandaag de dag wordt de burger overspoeld met zelfhulpboeken als alternatief voor een bezoek aan een therapeut. Die dan weer een optie is voor ‘hulp’ die je van het leven zelf kan krijgen. Wat te denken van een onbevangen observatie. Dan spreekt mijn ervaring en mijn gevoel zonder enig oordeel.

Nog niet zolang geleden, reed ik op een verregende zondagmiddag met de Metro naar Rotterdam. Op een station stapte een moeder met kleuter in. Gezellig waren zij op het bankje achter mij aan het kletsen.

‘Mamma koop je vanmiddag oorlippenstift?

Ik moest lachen en keek achterom. Ook de moeder kon een lach niet onderdrukken en antwoordde dat oorlippenstift niet bestond. Het meisje had door het gure weer eerder die week schrale lippen gekregen. De remedie daartegen was lippenbalsem in de vorm van lipstick. Nu had het meisje oorpijn en in haar beleving zou oorlippenstift daar best eens tegen kunnen helpen. Ik praatte nog even met het meisje en haar eerder beteuterde gezichtje ontdooide langzaam in ondeugend.

Afgelopen zondag was het dan eindelijk een zonnige dag. Vergezeld van een lichte vorst liepen mijn vrouw en ik door de duinen van Westenschouwen. Na afloop gingen wij voor een late lunch een Brasserie binnen. Niet veel later kwam een vader met twee kleine kinderen het vertrek binnen. Het jongetje was moe en verveeld.

‘Zo’, zei de vader blijmoedig. ‘Ik zal zo lekkere bitterballen voor ons bestellen’.
‘Wat zijn dat?’, vroeg de kleine jongen.
Waarop zijn zus, wijs zei: ‘Dat zijn soesjes, maar dan warm’.
‘Ik lust geen soesjes’, zei het jongetje sacherijnig.

In beide taferelen vertelde het verhaal zichzelf. Ik hoefde eigenlijk alleen maar te kijken en te ervaren. De vrolijke gevoelens kwamen als vanzelf. 





zaterdag 19 januari 2019

Rengay

Hieronder een rengay. Dat is een Japans kettingvers waarin de 4 seizoenen voorkomen. Tevens kan het ook een maanlied zijn als de maan genoemd wordt. De vorm een haiku en een tweeregelige reactie daarop gevolgd door opnieuw een haiku. Normaliter wordt hij door meerdere personen geschreven als een literair spel, ik koos ervoor om hem in mijn uppie te schrijven.

over het bestaan
hangt drukkend het donker
verdrongen dagmaan
de mens kijkt ziende blind
het zal zo’n vaart niet lopen
de duif bouwt zijn nest
in ontluikend struikgewas
het voorjaar dringt aan
nog een laatste stuiptrekking
dan dooit de koude koning
lente fleurt in kleur
jong leven in de weide
de hemel geklaard
lekker weertje roept men
elkaar opgewekt toe
over stad en land
hangt drukkend de hitte
kleur en vrucht verdort
bij de oude eiken hijgt
een kudde schapen loom uit
nazomer vervaagt
een mogelijke herfst
het jaar is haast rond
het land ligt braak te wachten
de mens bezint zijn bestaan

zaterdag 12 januari 2019

Tanka

nu het zachte licht
over uiterwaarden strijkt
vliegen de ganzen laag
ook deze winterdag zal 
de nevel vast verdwijnen





donderdag 10 januari 2019

Tanka

winterstilte
in een struik nog zonder blad
zingt zacht de merel
voorzichtig leunt de lente
tegen mijn winterblues

Een tanka is een Japanse versvorm








vrijdag 4 januari 2019

In de media


´Hoe tel jij nu eigenlijk vogels?’, vraagt zij mij.
Ik zit samen met Pien aan de keukentafel van het oude statige huis. Buiten schudt een struik honderden regendruppels, die als parels aan de kale takken hangen, van zich af.
‘Dat hangt ervan af of het bijvoorbeeld een roofvogeltelling in de winter, of een broedvogelinventarisatie in het vroege voorjaar is. Elke telling heeft zo zijn eigen methode’.
Terwijl Frits, een oude huiskat, mij kopjes geeft en klagend aangeeft dat hij naar buiten wil, vertel ik verder.
‘Het begint al bij een gebiedsverkenning, zodat ik globaal weet waar ik welke vogel  kan aantreffen. Tijdens de telling heb ik een kaartje van het gebied bij mij waar ik mijn waarnemingen op inteken. Deze methode heet de territoriumcartering’. Na het seizoen verwerk ik dan de gegevens’.
De wind is inmiddels gaan aantrekken tot stormachtig. Regen vlaagt in striemen langs de ruiten.
‘Wat een weer he? Met zulk weer kan er toch zeker niet geteld worden?’
‘Nee, dat heeft weinig zin, veel vogels verschuilen zich dan en van zang is geen sprake. Maar soms is het echt afzien. Ik herinner mij nog een ochtend half april. Het was vroeg. De zon verdrong de laatste schemer. In de waterkou liep ik door een griend. Op zeker moment moest ik een sloot over, de plank boven het water was spekglad. Voetje voor voetje schuifelde ik naar de overkant. Op het moment dat ik mij wilde afzetten voor een laatste stap, gleed ik van de plank af. Tot aan mijn kruis stond ik in het water. Enfin, ik heb mijn broek uitgedaan en een regenbroek aangetrokken. De broek hing ik over mijn rugzak te drogen. Dat was hartstikke koud natuurlijk. Het was amper vijf graden, we hadden zelfs nog nachtvorst gehad. Die ochtend werd ik echter wel beloond met een prachtig ‘plaatje’ van een blauwborst’.
‘Om ‘t weer koud van te krijgen’, zegt Pien lachend en zij slaat haar vest steviger om haar schouders. ’Kom, laten wij nog een kop koffie drinken, wil je nog? ‘Ja, graag’.
‘Bijzonder was ook een slaapplaats-telling in de winter van blauwe kiekendieven in de rietvelden aan het Haringvliet. Tot diep in de schemering zaten wij dan in de winterkou tegen een dijk aangeleund en telden wij de invallende roofvogels. De gegevens worden verwerkt en kunnen gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek, rapporten, of zoals recent voor een vuistdikke vogelatlas die geheel Nederland dekt. Een schat aan gegevens voor nu en later’.
Langzaam loopt ons gesprek ten einde en de lucht is opgeklaard. Pien gaat weer aan de slag met haar beelden. Ik trek er weer op uit, de natuur in.

vrijdag 21 december 2018

Mens van fatsoen


Schone letteren beschouwd als moord.
Want hoe zuiver ook de moraal,
de mens van fatsoen

verteerd door begeerten
welke de zede hem verbiedt,
hoopt zijn verstikking ooit te breken.

Weet, o mens van goede manieren,
het zijn vaak de gedachten van de Ander
die jou bedwingen.

Woorden als schone schijn, geschreven
in soms prozaïsche zinnen.
Herken je erin, of laat ze waaien.