Met een tot drie personen gereduceerd gezinnetje, Femke vierde haar vakantie op Elba, vierden we dit jaar onze vakantie in de Vogezen en de Lorraine in Frankrijk. De heenreis verliep voorspoedig. Niet één minuut vertraging. Net voorbij Maastricht, langs een Belgische snelweg, was het tijd voor een eerste versnapering. Een ongezellig ogende uitspanning nodigde ons daar voor uit. De uitbater moet een hardrocker zijn gezien de muziek die het vertrek vulde en de kleding die hij droeg: hoge schoenen, een korte broek tot over zijn knieën en een T-shirt. Alles in de monotone kleur zwart. Bij een raam dat uitzicht bood op de snelweg dronken we onze koffie. Auto’s zoefden langs. Uit de keuken kwam een vette walm van gebraden worst en ui. Het was alsof we in een roadmovie acteerden. Ik genoot. Mijn vrouw niet. Na haar laatste slok verraadde haar mimiek mij het vertrek zo snel mogelijk te verlaten. Buiten, net voor we weg wilden rijden, hield een vrouw ons tegen. “Kan ik een stukje meerijden, ik sta zonder benzine”. Na kort overleg staptte zij in, om drie kilometer verderop op zoek te gaan naar een benzinepomp. Een goede daad was door ons verricht. Beter kan een vakantie niet beginnen. Na zes uur reizen naderden we onze bestemming, althans dat gaf onze TomTom aan. Na de auto geparkeerd te hebben, liepen we om het huis, dat pal langs een drukke weg gelegen was. We belden aan. Een vrouw deed open. Nadat ze onze reisbescheiden gelezen had, maakte zij ons duidelijk dat dit adres niet het juiste was. Geduldig legde zei ons uit waar we wel moesten zijn. Vijf kilometer verderop bereikten we uiteindelijk onze bestemming. Een knus ingericht huisje in het dal van de Cleurie. Helaas lag het huisje langs een drukke verkeersweg. Rustig buiten zitten was hierdoor niet prettig. De mooie omgeving vergoedde veel. We wandelden vele kilometers door de omgeving. Fietsen werden ook gehuurd. Zwaar waren de beklimmingen heuvel op, spectaculair de afdalingen. Voor mij was het een echte uitdaging om heuvel op in het spoor van mijn zoon Micha te blijven. Van streekgerechten werd ook genoten. José waagde een gok om een varkensworst gevuld met orgaanvlees te proberen. Helaas, verder dan de worst uitpluizen en een paar hapjes kwam zij niet. Micha met een halve kip op plank en ik met een vegetarische salade hadden beter gekozen. Qua vogelsoorten viel het in deze omgeving wat tegen. Verder dan een vermeende waterspreeuw, een roodborsttapuit en een familie grauwe klauwier als ‘bijzondere’ soorten kwam de teller niet. Al moet ik natuurlijk wel vermelden dat er in elke dorpje tientallen zwarte roodstaarten huisden. Al met al een geslaagde eerste week. Hoe week twee verlopen is, kunt u lezen in het volgende blogje.
maandag 8 augustus 2011
woensdag 20 juli 2011
De mensch
Letters als lijm van een nieuwe vriendschap
Vandaag kwam het er dan van. Eindelijk, zou ik kunnen zeggen. Verleden zomer vroeg zij mij haar eens te bezoeken. We hadden elkaar om en nabij een jaar per mail ‘gesproken‘. Het was of de uitnodiging, aan mij gericht, moest rijpen. Als dan later in het bijzijn van de echtgenoot wederom een hartelijke uitnodiging volgt kan ik er niet meer om heen. Ik was echter terughoudend. Waarom dat was kon ik niet zeggen. Enfin, vanmorgen ging ik per fiets op pad. Bij het huis langs het Spui werd ik hartelijk ontvangen. Na wat losse uitwisselingen van gedachten kwam al snel het dichten ter sprake, want dat was wat ons bond. Toen ik later de bibliotheek van de heer des huizes mocht bewonderen was het hek van de dam. De grote hoeveelheid aan letters en onderwerpen trok onze kersverse band strakker aan. Gesprekstof te over voor toen en later. Na de lunch reed ik tevreden huiswaarts. Ik hield het tempo hoog, want ieder moment kon een fikse bui mij overspoelen. Helaas hield ik het niet droog. Dat gold wel voor het boek dat ik van de echtgenoot geleend had. Als hij dit blogje leest moet dat feit voor hem een geruststelling zijn.
zondag 10 juli 2011
De Mensch
Als schrijver van dit blog laat ik de touwtjes even vieren. Er zullen de komende weken minder stukjes verschijnen. Inspiratie om te schrijven is er nog wel, maar het vat met energie loopt langzaam leeg. Als ik zoals vanochtend in stilte van mijn tuintje geniet voel ik dat er voorlopig genoeg geschreven is. Naast mij liggen twee boeken, waaruit ik gelezen heb. Eentje waarin wijsheden van de Dalai Lama staan beschreven en de Bhagavad Gita. Beide sluiten op elkaar aan en vertellen het verhaal van de mens. Zo las ik over egoïsme. De egoïstische en zelfzuchtige mens verbindt elke handeling met baten ten gunste van zichzelf. Nimmer neemt hij een altruïstische houding aan, d.i. zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. Toch is er een vorm van egoïsme die geen negatieve lading heeft. Deze vorm komt voort uit een onbaatzuchtige handeling. Voor iemand zorgen bijvoorbeeld, zonder iets terug te verlangen. Toch krijg je er iets voor terug: dankbaarheid en het inzicht dat je iemand hebt kunnen helpen. Beide geven je een gevoel van geluk. Uiteindelijk ben je dus door middel van onbaatzuchtigheid uit op je eigen geluk. Deze vorm van egoïsme is niet verkeerd meen ik, De Ander wordt immers niet vergeten.
Ik wens u een mooie zomer toe. Bezoek af en toe deze weblog. En lees later mijn zomerervaringen.
zaterdag 2 juli 2011
De Biograaf
Het grind knarst onder mijn schoenen als ik naar het huis van Niels loop. Links van mij is een merel druk in de weer met een compositie van tonen. Door een raam zie ik Niels bezig met paperassen, die hij rangschikt op een grote tafel. Aan diezelfde tafel zit ook zijn zoon Valentijn. Verder ontwaar ik vaag zijn vrouw Ineke. Ik ben inmiddels dermate vertrouwd dat ik achterom naar binnen mag. Op kousenvoeten sluip ik binnen om opeens bij hen in de kamer te staan. Ineke blijkt zijn dochter Wendy te zijn. Er volgt een uitwisseling van begroetingen en zaken van materiële aard. Zo heb ik voor Wendy een krantenartikel over de dag van de architectuur meegenomen. Ik wist dat Wendy en Niels daar heen zouden gaan, vandaar. Langzaam gaan Niels en ik aan de slag met de biografie. Ondertussen wordt er koffie geslurpt en van een appeltaartje gesnoept. Die laatste was gemaakt door Wendy en smaakt ons meer dan lekker. Een stroom aan informatie komt mijn hersens binnen, die naarstig al de gegevens proberen te verwerken. Ik schrijf, luister en geef zo nu en dan feedback. Tegen twaalven is het voor mij genoeg. Ik voel mij of ik een zware cursusdag achter de rug heb. “Nog even”, zegt Niels dan stoppen we. De lunch, een flinke stapel boterhammen met kaas eten we in de tuin op. ’s Middags kuieren we een rondje over de Kwade Hoek om later op een terrasje in Goedereede een pintje te pakken. Denk nu niet dat dat geheel ter ontspanning is, ook tussen enkele slokken geel vocht door legt Niels het één en ander uit. Dit keer over De school voor Filosofie en de vedantaleer. ’s Avonds blik ik terug en constateer dat een kijkje in het leven van een ander boeiend is, maar ook vermoeiend. Nu maar hopen dat het resultaat mooi zal zijn.
donderdag 23 juni 2011
De Mensch
Het jaar van een vogelaar is dynamisch als het leven zelf. De winter verloopt over het algemeen rustig, maar kent ook zijn hoogtepunten. Dit komt omdat er dan regelmatig interessante wintergasten te zien zijn. Bovendien is de natuur ‘kaal’ .Daardoor zijn de vogels goed te zien. Het voorjaar is vaak een zeer onrustige periode. Niet in het minst omdat dan de voorjaarstrek plaatsvindt. Duizenden aantallen en tientallen soorten vogels trekken dan door naar noordelijker gelegen gebieden, of blijven achter in ons land. Elke dag en als het kan elke minuut wordt er dan naar de lucht getuurd, langs rietkragen gelopen, in houtwallen gekeken. Dit, om als het even kan, geen vogeltje te missen. Zo rond juli neemt de activiteit in vogelland af. De vogels zingen minder. Zij hebben het druk met het grootbrengen van hun jongen. Menig vogelaar wordt langzaam chagrijnig. Er is immers weinig te vogelen.
Bob zit niet lekker in zijn vel vandaag. Weinig lukt en zelfs het ontspannen lezen van een boek gaat hem niet makkelijk af. Hij weet dan dat kuieren zonder doel dé remedie is. Zo gezegd zo gedaan. Langzaam knapt hij op. Een vijftal lepelaars draagt zeker bij aan een goed humeur. Zonder dat hij er erg in heeft staat hij opeens onder een nest, met daarin drie jonge buizerds. De oudervogels zijn er niet. Vaak zit één van hen in een naastgelegen boom. Zij of hij waakt daar of poetst de veren. ’t kan ook dat ze op jacht zijn naar voer voor hun jongen. Het is inmiddels hard gaan waaien, zeker windkracht vijf. De boom met nest zwiept vervaarlijk heen en weer. Een bijna volgroeid jong, zit kaarsrecht en staart hem aan. Dan plotseling verliest hij zijn evenwicht als de wind vat krijgt op het nest. Even heeft de vogel geen vaste grond meer onder zijn klauwen. Voor het nest langs waaiend populierenblad ontneemt Bob voor korte tijd het zicht. Dan ziet hij het nest met jong weer. De vogel moet een pirouette gemaakt hebben, want uit schaamte voor zijn instabiliteit staat hij nu met zijn rug naar Bob toe op het nest. Schalks kijkt hij achterom. Bob betrapt zich erop dat hij moet lachen, hardop nog wel .Zo is de natuur zijn medicijn tegen lusteloosheid en malaise. Met een goed gemoed keert hij huiswaarts. Samen met zijn vrouw drinkt hij een bakkie en doet zijn verhaal.
Zomer. Werd het maar herfst denkt de vogelaar. Vogels keren dan weer terug naar warmere oorden. Vele soorten doen zich dan te goed aan menig bessenstruik, of bouwen anderszins een energievoorraad op. Er wacht hen immers een lange tocht naar het zuiden. Weliswaar worden er niet zoveel aantallen waargenomen als in het voorjaar. De vogelaar kan weer in actie komen. Enfin mocht u komende weken mensen met verrekijkers schijnbaar doelloos en lusteloos rond zien dolen, denkt u dan aan dit verhaal. Laat hen met rust, of benader ze vriendelijk. Menigeen van hen heeft het even zwaar.
maandag 20 juni 2011
De Dichter
Zo’n twee jaar houd ik mij bezig met het schrijven van haiku’s. Ik probeer er wekelijks één te schrijven die ik vervolgens opstuur naar een mailgroep d.i. een haikugroep. Mijn haiku en de haiku van andere leden worden dan kritisch besproken. Soms komt er ook een senryu langs, of een tanka. Alle drie zijn het oorspronkelijke Japanse dichtvormen. De eisen waaraan de drie moeten voldoen om hun naam met recht te dragen moet u maar eens opzoeken, daarvoor is het bestek van dit schrijven te kort. Afgelopen week schreef ik de volgende Senryu.
zorgzaam slaat de mees
een regenworm in stukken
voer voor haar jongen
een regenworm in stukken
voer voor haar jongen
Het lijkt allemaal heel simpel, maar is het zeker niet. Lees het commentaar van een ervaren kenner maar eens: “De senryu bevat een poëtisch element, is met een scherp psychologisch inzicht geschreven en bevat ook een zekere lichtheid. Humor en tragiek gaan vaak samen”. Zo’n reactie doet mij goed. Maar ik blijf met beide benen op de grond, want de volgende haiku, of senryu kan mindere kritieken krijgen.
Abonneren op:
Posts (Atom)