zondag 10 juli 2011

De Mensch


Als schrijver van dit blog laat ik de touwtjes even vieren. Er zullen de komende weken minder stukjes verschijnen. Inspiratie om te schrijven is er nog wel, maar het vat met energie loopt langzaam leeg. Als ik zoals vanochtend in stilte van mijn tuintje geniet voel ik dat er voorlopig genoeg geschreven is. Naast mij liggen twee boeken, waaruit ik gelezen heb. Eentje waarin wijsheden van de Dalai Lama staan beschreven en de Bhagavad Gita. Beide sluiten op elkaar aan en vertellen het verhaal van de mens. Zo las ik over egoïsme. De egoïstische en zelfzuchtige mens verbindt elke handeling met baten ten gunste van zichzelf. Nimmer neemt hij een altruïstische houding aan, d.i. zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. Toch is er een vorm van egoïsme die geen negatieve lading heeft. Deze vorm komt voort uit een onbaatzuchtige handeling. Voor iemand zorgen bijvoorbeeld, zonder iets terug te verlangen. Toch krijg je er iets voor terug: dankbaarheid en het inzicht dat je iemand hebt kunnen helpen. Beide geven je  een gevoel van geluk. Uiteindelijk ben je dus door middel van onbaatzuchtigheid uit op je eigen geluk. Deze vorm van egoïsme is niet verkeerd meen ik, De Ander wordt immers niet vergeten.

Ik wens u een mooie zomer toe. Bezoek af en toe deze weblog. En lees later mijn zomerervaringen.

zaterdag 2 juli 2011

De Biograaf


Het grind knarst onder mijn schoenen als ik naar het huis van Niels loop. Links van mij is een merel druk in de weer met een compositie van tonen. Door een raam zie ik Niels bezig met paperassen, die hij rangschikt op een grote tafel. Aan diezelfde tafel zit ook zijn zoon Valentijn. Verder ontwaar ik vaag zijn vrouw Ineke. Ik ben inmiddels dermate vertrouwd dat ik achterom naar binnen mag. Op kousenvoeten sluip ik binnen om opeens bij hen in de kamer te staan. Ineke blijkt zijn dochter Wendy te zijn. Er volgt een uitwisseling van  begroetingen en zaken van materiële aard. Zo heb ik voor Wendy een krantenartikel over de dag van de architectuur meegenomen. Ik wist dat Wendy en Niels daar heen zouden gaan, vandaar. Langzaam gaan Niels en ik aan de slag met de biografie. Ondertussen wordt er koffie geslurpt en van een appeltaartje gesnoept. Die laatste was gemaakt door Wendy en smaakt ons meer dan lekker. Een stroom aan informatie komt mijn hersens binnen, die naarstig al de gegevens proberen te verwerken. Ik schrijf, luister en geef zo nu en dan feedback. Tegen twaalven is het voor mij genoeg. Ik voel mij of ik een zware cursusdag achter de rug heb. “Nog even”,  zegt Niels dan stoppen we. De lunch, een flinke stapel boterhammen met kaas eten we in de tuin op. ’s Middags kuieren we een rondje over de Kwade Hoek om later op een terrasje in Goedereede een pintje te pakken. Denk nu niet dat dat geheel ter ontspanning is, ook tussen enkele slokken geel vocht door legt Niels het één en ander uit. Dit keer over De school voor Filosofie en de vedantaleer. ’s Avonds blik ik terug en constateer dat een kijkje in het leven van een ander boeiend is, maar ook vermoeiend. Nu maar hopen dat het resultaat mooi zal zijn.        

donderdag 23 juni 2011

De Mensch

Het jaar van een vogelaar is dynamisch als het leven zelf. De winter verloopt over het algemeen rustig, maar kent ook zijn hoogtepunten. Dit komt omdat er dan regelmatig interessante wintergasten te zien zijn. Bovendien is de natuur ‘kaal’ .Daardoor zijn de vogels  goed te zien. Het voorjaar is vaak een zeer onrustige periode. Niet in het minst omdat dan de voorjaarstrek plaatsvindt. Duizenden aantallen en tientallen soorten vogels trekken dan door naar noordelijker gelegen gebieden, of blijven achter in ons land. Elke dag en als het kan elke minuut wordt er dan naar de lucht getuurd, langs rietkragen gelopen, in houtwallen gekeken. Dit, om als het even kan, geen vogeltje te missen. Zo rond juli neemt de activiteit in vogelland af. De vogels zingen minder. Zij hebben het druk met het grootbrengen van hun jongen. Menig vogelaar wordt langzaam chagrijnig. Er is immers weinig te vogelen.

Bob zit niet lekker in zijn vel vandaag. Weinig lukt en zelfs het ontspannen lezen van een boek gaat hem niet makkelijk af. Hij weet dan dat kuieren zonder doel  dé remedie is. Zo gezegd zo gedaan. Langzaam knapt hij op. Een vijftal lepelaars draagt zeker bij aan een goed humeur. Zonder dat hij er erg in heeft staat hij opeens onder een nest, met daarin drie jonge buizerds. De oudervogels zijn er niet. Vaak zit één van hen in een naastgelegen boom. Zij of hij waakt daar of poetst de veren. ’t kan ook dat ze op jacht zijn naar voer voor hun jongen. Het is inmiddels hard gaan waaien, zeker windkracht vijf. De boom met nest zwiept vervaarlijk heen en weer. Een bijna volgroeid jong, zit kaarsrecht en staart hem aan. Dan plotseling verliest hij zijn evenwicht als de wind vat krijgt op het nest. Even heeft de vogel geen vaste grond meer onder zijn klauwen. Voor het nest langs waaiend populierenblad ontneemt Bob voor korte tijd het zicht. Dan ziet hij het nest met jong weer. De vogel moet een pirouette gemaakt hebben, want uit schaamte voor zijn instabiliteit staat hij nu met zijn rug naar Bob toe op het nest. Schalks kijkt hij achterom. Bob betrapt zich erop dat hij moet lachen, hardop nog wel .Zo is de natuur zijn medicijn tegen lusteloosheid en malaise. Met een goed gemoed keert hij huiswaarts. Samen met zijn vrouw drinkt hij een bakkie en doet zijn verhaal.

Zomer. Werd het maar herfst denkt de vogelaar. Vogels keren dan weer terug naar warmere oorden. Vele soorten doen zich dan te goed aan menig bessenstruik, of bouwen anderszins een energievoorraad op. Er wacht hen immers een lange tocht naar het zuiden. Weliswaar worden er niet zoveel aantallen waargenomen als in het voorjaar. De vogelaar kan weer in actie komen. Enfin mocht u komende weken mensen met verrekijkers schijnbaar doelloos en lusteloos rond zien dolen, denkt u dan aan dit verhaal. Laat hen met rust, of benader ze vriendelijk. Menigeen van hen heeft het even zwaar.    
        

maandag 20 juni 2011

De Dichter

Zo’n twee jaar houd ik mij bezig met het schrijven van haiku’s. Ik probeer er wekelijks één te schrijven die ik vervolgens opstuur naar een mailgroep d.i. een haikugroep. Mijn haiku en de haiku van andere leden worden dan kritisch besproken. Soms komt er ook een senryu langs, of een tanka. Alle drie zijn het oorspronkelijke Japanse dichtvormen. De eisen waaraan de drie moeten voldoen om hun naam met recht te dragen moet u maar eens opzoeken, daarvoor is het bestek van dit schrijven te kort. Afgelopen week schreef ik de volgende Senryu.

       zorgzaam slaat de mees
          een regenworm in stukken
     voer voor haar jongen

Het lijkt allemaal heel simpel, maar is het zeker niet. Lees het commentaar van een ervaren kenner maar eens: “De senryu bevat een poëtisch element, is met een scherp psychologisch inzicht geschreven en bevat ook een zekere lichtheid. Humor en tragiek gaan vaak samen”. Zo’n reactie doet mij goed. Maar ik blijf met beide benen op de grond, want de volgende haiku, of senryu kan mindere kritieken krijgen.

dinsdag 14 juni 2011

De Mensch

Pinksteren op Goeree
Samen lopen we in eendendraf over het pad naar vogelkijkhut ’t Kiekgat bij Stellendam. In de struiken klinkt de zang van zwartkoppen en een enkele tuinfluiter. Bij de hut staan twee fietsen geparkeerd. Een stikker achterop de spatborden verraadt dat ze afkomstig zijn van een fietsenboer uit Heenvliet. Zachtjes lopen we de trap naar de entree op en gaan de hut binnen. Een vermeend stel vogelaars schrikt van onze binnenkomst en even heb ik de indruk dat ze zich betrapt voelen. Zich herstellend van de schrik tuurt de man weer snel over Het Zuiderdiep, waar in de verte een bruine kiekendief boven het riet jaagt. Een vreemd geluid trekt mijn aandacht naar de vrouw die enthousiast met een game boy aan het spelen is. Rauwe klanken verlaten haar keel. Dan is het stel ons vergeten. Beiden raken in gesprek. Ik probeer het gesprek te volgen, maar de taal die ze spreken is vrijwel niet te ontcijferen. De klanken houden het midden tussen een vergeten dialect en laag beschaafd Nederlands. Als de vrouw met luide stem verkondigt dat ze nog een goede mop weet daalt mijn humeur. Ik begin mij te ergeren. Twee bosruiters op het slik voor de hut zijn inmiddels verdwenen. Zal ik hen aanspreken op hun voor mij storend gedrag, bedenk ik mij. Maar dat hoeft niet meer. Het stel besluit luidruchtig weg te gaan. Terwijl wij alsnog proberen de rust te ervaren galmen nog honderden meters lang flarden van gesproken woorden door de natuur. Daar waar het toch eigenlijk stil moet zijn.

Aan de mop ontkomen lopen we later elders te genieten van de dag. Ik tuur door mijn kijker over een weidse vlakte. Een man groet mij en begint een gesprek . Eigenlijk heb ik geen zin om hem te woord te staan. Zeker niet als hij mijn mening vraagt naar zijn kijker van inferieure kwaliteit, waarvoor elk bedrag door hem betaald, teveel is geweest. We praten wat over vogels en uiteindelijk valt deze ontmoeting mij mee. Totdat de man mij een mop gaat vertellen…
Weet je wat een oeioei vogel is, vraagt hij mij. Nog voor ik ja kan zeggen, om aan de clou te ontkomen, antwoordt hij: een oeioei vogel heeft een zware zak. Als hij over je heen vliegt roept hij oeioei. Mijn vrouw lacht, niet om de mop, maar om mijn ergernis, die ik overigens niet aan de man onthul.

Aan het einde van de middag vind ik eindelijk rust in tuin van mijn vriend. Denk nu niet dat hier niet gelachen is. Ook al is Niels over het algemeen uiterst serieus, een kwinkslag deelt hij altijd uit. Al hebben die wel een ander niveau dan de eerder vermelde mop. Weet u trouwens wat een drijfsijsje is…   

zondag 12 juni 2011

De Dichter

Niels Snoek een man van duizend dingen lanceerde een ingenieus idee. Gecharmeerd door mijn vogelgedichten blaarde hij door zijn eigen archief en vond daarin gedichten waarin zich een vogel bevond of doorheen gevlogen was. Het verschil echter was en is dat ik een echte vogelaar ben en hij niet. Niels is een niet-vogelaar. Zou dat verschil merkbaar zijn in onze gedichten? Die vraag mag u als lezer beantwoorden. We maakten een glossy, die naast onze gedichten fraaie illustraties bevat van kunstwerken op basis van gemixte technieken, vervaardigd door Yasemin Sözer, schetsen van Willem Hamel en foto’s van Peter Ganzeboom. De lay-out is verzorgt door Niels al mocht ik ook mijn zegje doen. In hoog tempo, maar secuur, is ‘alles’ uitgezocht. Naar ons idee is het resultaat dusdanig dat wij beiden mogen nagenieten van ons werk. Misschien moet u dat ook wel doen. Lekker lezen in een tuin en even wegdromen bij een gedicht of illustratie.
De dichters wensen u daarom veel lees en kijk plezier.

De glossy is te bekijken op en eventueel bij mij of Niels snoek te bestellen.

 http://www.jilster.nl/pageflip?widgetCode=cf3d770b55536cce936e838087bbea48

dinsdag 7 juni 2011

De Mensch

Even voor half acht genoot ik vanochtend van een mok thee in mijn tuintje. De sfeer was kalm. In mijn handen rustte een boek van de Dalai Lama. Vergeven, mededogen en onbaatzuchtigheid kwamen als thema aan de orde. Bedachtzaam liet ik de korte passages tot mij doordringen. Dit doe ik vaker, intermenselijke teksten overdenken en hen proberen toe te passen in mijn leven.
Later die morgen liep ik gewapend met kijker en telescoop door een stukje griend langs De Oude Maas, op zoek naar vliegend gespuis. Voor mij over het pad vlogen met luid geschetter bruin getinte vogeltjes heen en weer. Even zag ik een roestbruin staartje. De beestjes waren zo beweeglijk dat ik ze nauwelijks in het vizier kon krijgen. Tot er één op een tak ging zitten. Toen wist ik het zeker, een jonge gekraagde roodstaart. Met opengesperde bek wachtte hij tot een oudervogel een insect kwam brengen. Door de onrust en het gebladerte kon ik het tafereel niet goed waarnemen. Dat werd later goed gemaakt. Een man gekraagde roodstaart liet zich langdurig en van dichtbij bekijken. Wat een pracht vogeltje. Zoekt u hem maar eens op in een gidsje of op het web. Ik besloot even bij de zorgboerderij langs te gaan, ik werk daar, om een vogelminnende hulpboer deelgenoot te maken van mijn geluk. Tijdens onze wandeling langs het griend liet de roodstaart zich nog eenmaal zien. Nu terugdenkend aan de ochtend denk ik na over onbaatzuchtigheid. Dat is iets doen zonder er vrucht van te verlangen. Of, de kosten voor lief nemen ook als er geen baten zijn.