Naast
enkele eendensoorten, waren de meeuwen de eerste vogels die ik leerde kennen.
Wat handig was voor mijn wintertellingen
langs de Oude Maas. Op zeker moment nam mijn aandacht voor hen af. Zij boeiden
mij niet meer, met uitzondering van nieuwe meeuwensoorten. Ik heb het afgelopen
winter weer eens opgepakt.
Nu
het lente is parkeer mijn fiets op een dam langs een polderweg, loop naar het
hek en tuur over het weiland. Langs een sloot in het gras, scharrelen enkele
meeuwen rond. Sommige herken ik direct. De zilvermeeuw bijvoorbeeld. Herkenbaar
aan zijn grijze zilverkleurige mantel, het verenkleed op de rug en flankzijden.
Nu
ik het toch over een mantel heb, er zijn ook mantelmeeuwen en wel de grote en
de kleine mantelmeeuw. Bij hen is het genoemde verenkleed donkergrijs tot bijna
zwart. Ver weg en solitair in het veld is het lastig om ze op naam te brengen.
De kleur van de poten geeft uitsluitsel. Zoek dat maar eens op in een goede
vogelgids, of op het internet.
Na
een tijdje pak ik de fiets weer op en loop er wat meters naast. Net als ik op
het zadel wil gaan zitten klinkt een hard ‘tsissip’. Achter mij op een hek zit
een graspieper. Hij kijkt naar mij. Ik doe net of ik hem niet zie, ergens
anders naar kijk en wandel intussen zogenaamd ongeïnteresseerd naar hem toe.
Dan richt ik mijn kijker en geniet in detail van zijn verenkleed. Nog maar wat
dichterbij proberen te komen. Het beestje is niet van gisteren, ruikt onraad en
maakt zich uit de voeten. Verderop landt hij karakteristiek als een parachute
in het gras en raak ik hem kwijt.
Een
akker van een vogelvriendelijke boer is mijn volgende stop. Hier geen
kruidenvrije weide van Engels raaigras, maar een soort van wetlandje. Zonder
drainage dus. Op de oever van een nat stukje perceel lopen jonge kieviten en
scholeksters. Hoor ik daar niet een tureluur? Wat ik zeker zie en hoor zijn
zilvermeeuwen. De kannibalen proberen de jonge vogels te snaaien. Alerte
volwassen kieviten vliegen en duiken als ware gevechtsvliegtuigen achter de
meeuwen aan.
Zo
wordt mijn ochtend op een ouderwetse manier gevuld. De meeuwen en hun gedrag
hebben mij weer gegrepen. Een kennis vraagt hoe het met mij gaat en ik wijs
hem, na mijn antwoord op zijn vraag, op wat ik in het weiland zie. Tureluurs en
scholeksters, in al hun kleedvariaties, van jong tot oud. Helaas heeft hij daar
geen oog voor, al is hij wel liefhebber van de weidsheid, ruimte en rust.
Meer
dan tevreden fiets ik huiswaarts. Waarbij de meeuwen opnieuw mijn aandacht
trokken en belevenissen hebben gebracht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten