zondag 18 augustus 2013

koffie als troost



[..]en de kreet Sparta naar voren over het Kasteel uitstijgt,
weten wij de tijd gekomen, ons te gorden tot de strijd.

                                                                           ©Jules Deelder





Kwart voor zes zaterdagavond. Na de laatste happen van ons avondmaal lopen José en ik in gestrekte draf naar het metrostation. Over een uur zal de strijd op 'Het Kasteel’ tussen Sparta en VVV losbarsten. Om half zeven lopen wij door het uitgestorven Spangen. Niets wijst op een voetbalsfeer. Op het plein voor het stadion dromt een twintigtal trouwe voetbalsupporters samen. Sommige met rood-witte sjaal. Schalks tuur ik bij een zijingang het stadion in. De lege stoeltjes bezorgen mij een gevoel van schaamte. “Zullen we maar doorlopen”, mompel ik voor mij uit. “Ben jij nu een Spartaan”, zegt mijn vrouw. Met gemengde gevoelens sluit ik mij aan in een rij om een kaartje te kopen. Als later de Spartamars door het stadion galmt en iedere Spartaan gaat staan om ten minste een couplet mee te zingen, groei ik van trots en voel warme gevoelens. Dan kan de wedstrijd beginnen. De eerste helft is uitzonderlijk saai en eindigt in een bloedeloze 0-0. Alleen koffie en de gedachte aan meer glorierijke dagen bieden troost.



In de jaren tachtig van de vorige eeuw beleefde Sparta een van de mooiste jaren in haar voetbalbestaan. Op tien september 1985 kwam het grote HSV (Duitsland) op bezoek in Rotterdam. De belangstelling voor die wedstrijd was zo groot, dat Sparta uit moest wijken naar De Kuip. Ik was erbij. In die jaren zong ik bij elke thuiswedstrijd, op de toen nog onoverdekte kasteeltribune,  mijn keel schor. Wie kent ze nog de helden van toen: Bas - ‘Alles is voor Bassie’ - van Noortwijk, Louis van Gaal de regisseur op het middenveld en ‘Sulky’ Ronald Lengkeek op rechts. Die avond werd in een kolkende Kuip de tegenstander met 2-0 verslagen. Doelpuntenmakers Ronald Lengkeek en Robin Schmidt.



De tweede helft biedt meer soelaas. In een geheel andere gedaante pakt Sparta de tegenstander aan. In de 51e minuut beroert de bal het net. Johan Voskamp de doelpuntmaker balt de vuisten van geluk, supporters juichen. Gescoord wordt er niet meer, maar de sfeer en de wedstrijd zelf is nu opperbest.

Tevreden lopen we later door de Bilderdijkstraat. In mijn hoofd maak ik plannen voor de volgende thuiswedstrijd. Rood Wit gaat nooit verloren. SP-AR-TA.


        









vrijdag 9 augustus 2013




   gras breekt het asfalt
   de wind drijft wolken uiteen
   zie - zonder woorden

vrijdag 19 juli 2013

De stoofpot van Utrecht




Dinsdag. Het is rustig maar warm onderweg als Jade en ik op ons gemak naar Utrecht rijden. De route naar Maarschalkerweerd ligt uitgeschreven op de schoot van Jade. Samen met haar alertheid zullen we ongetwijfeld zonder oponthoud bij de atletiekbaan arriveren. Toch gaat het mis. Bij de laatste rotonde verliezen wij het zicht op de vele rijbanen die daar op aansluiten en opeens verlaten we Utrecht richting Houten. Verderop keren we om. Nog eenmaal missen we een afslag, Galgenwaard, maar dan rijden we langs het stadion van FC Utrecht recht op ons doel af. Het is goed om oude relaties in stand te houden, want ter plekke wijst Gert ons een vrije parkeerplaats. Om even voor drie uur nemen we plaats op de snikhete tribune – hoe warm moet het wel niet op de baan zijn. Die middag genieten we van de mooiste prestaties waarvan de tweede plek van  Tasa  Jiya 100m meisjes de uitschieter is. Ook Kylian komt nog even buurten. Enthousiast vertelt hij dat hij als zesde geplaatst is en in trainingen tegen de vijfenzestig meter werpt. Dat belooft wat voor donderdag als hij op het onderdeel speerwerpen in actie komt. Vroeg in de avond rijden we terug naar huis. Op de schoot van Jade ligt wederom de uitgeschreven route. “Die hebben we donderdag niet meer nodig”, zeg ik gekscherend. Jade kijkt mij lachend aan.


Donderdag. De temperatuur rondom het tartan is opgelopen tot tropische hoogte. We poseren ons in de bocht net na de start. Vanaf hier kunnen we het hoogspringen en het discuswerpen prima volgen. Ook staan we pal bij de start van de 100 meter horden wat vooral voor Jade een spannende ervaring is. Na het discuswerpen waar Rody Wolf een prima vijfde plek bemachtigde trakteert Jade op een ijsje, likkebaardend sjokken we naar de speerwerpsector. We nemen plaats op de ‘tribune’ van gras. Als de gladiatoren later aantreden loop ik naar het coach gedeelte. Jade volgt in mijn zog. Ter plekke zijn ook Keith en Jurgen gearriveerd, beide zijn coaches van het ATR. Dan ineens voel ik een hand op mijn schouder en meldt ook Jacqueline zich. Zij is deze week de werpcoach van de Nederlandse ploeg. Vier coaches op een atleet, nu kan het toch niet meer misgaan? Na drie worpen plaatst Kylian zich dan ook met 62,37 meter voor de finale. Zijn werptechniek is die middag prima, al laat hij veel liggen bij zijn impulspassen en zijn blok. Uiteindelijk wordt hij keurig vijfde. Dat Kylian deze middag in goed gezelschap verkeert, bewijst het feit dat de winnaar zich met zijn worp geplaatst heeft voor de WK.


Na felicitaties, knuffels en een babbeltje, rijden we tevreden naar huis. Jade is stil. Is zij onder de indruk, of…? Ik kijk om en zie haar knikkebollen. Je slaapt toch niet Jade? Nee hoor, maar wel bijna zegt zij lachend.




     

donderdag 18 juli 2013


                                             zachte zomerbries
                                    tussen raam en kozijn wiegt
                                    versleten spinrag

maandag 15 juli 2013

verdwaald



Er bevindt zich in de streek waarin wij op vakantie zijn een uitgestrekt netwerk aan public foothpaths. Deze paden zijn vaak op elkaar aangesloten en slingeren door het heuvellandschap, langs bosranden en de mooiste pittoreske dorpen. Om niet te verdwalen hebben wij een gedetailleerde kaart aangeschaft. Nadat we de auto aan de rand van Balcombe geparkeerd hebben lopen we de eerste kilometers langs het Ardingly reservoir. De op het informatiebord beloofde ijsvogel laat zich niet zien, wel worden op een tak jonge grasmussen door hun ouders gevoerd. We dwalen over de weiden van West Hill en houden halt bij een zinken voedertrog. De trog doet dienst als ruggensteun als we onze boterhammen opeten. Onder ons stroomt de Ardingly naar het meer. Een zachte bries droogt mijn bezwete rug. Met de kaart uitgevouwen voor ons op de grond bepalen we het vervolg van onze route. We dalen de heuvel af en volgen het pad door een bosperceel. Een houten brug over een rivier brengt ons bij het oude ‘Boat House’ en de Royal Botanic Gardens van Wakehurst Place. Op de parkeerplaats van de tuinen staan zeker honderd auto’s. Nieuwsgierig als we zijn besluiten we een kijkje in het bezoekerscentrum te nemen. Het gebouw heeft veel weg van een uit de kluiten gewassen
hobbywinkel annex restaurant. Er is van alles te koop van potjes gevuld met jam tot bloemenzaad, van tuinhandschoenen tot fleurig versierde agenda’s. Hier moet je echt liefhebber van zijn. Ik ben dat niet. Snel verlaat ik dan ook het gebouw en wacht buiten op mijn vrouw. Als we later via Warrens Wood en Newhouse Farm terugkeren naar Balcombe zijn we ineens de weg kwijt. Het pad op de kaart blijkt in werkelijkheid niet meer te bestaan. Met de kaart in de hand dwalen we tussen bomen en varens over paden die, gezien de printen op de grond, ook gebruikt zijn door damherten. De kaart gaat in de rugzak, die is tijdelijk onbruikbaar. Op gevoel dwalen we door het bos om uiteindelijk bij de Botanic Gardens uit te komen. Nu pas beseffen we hoe groot die tuinen zijn. Werkelijk uit alle delen van de wereld zijn grote thematische tuinen aangelegd. Geweldig mooi allemaal. Uiteindelijk na een wandeling van bijna zes uur komen we bij het bezoekerscentrum uit. Daar waar ik het die ochtend nog geen vijf minuten uithield sluit ik nu vriendschap met de restaurateur. Een flink stuk notenkoek en een warme pot thee doen nu wonderen en langzaam verdwijnt mijn vermoeidheid. Jose peuzelt en drinkt natuurlijk lekker mee. Morgen doen we het rustig aan beloven we ons zelf. Maar of dat gaat lukken?

woensdag 10 juli 2013

De monnik van Canterbury



Een baan zonlicht verlicht onze slaapkamer. Buiten fluiten enkele zanglijsters hun ochtendlied. Als de gordijnen zijn opengeschoven, het raam is geopend en de zilte zeelucht de kamer binnenwaait bereiden wij ons langzaam voor op het ontbijt. Verwachtingsvol betreden we de ontbijtkamer waar een geur van vers gebakken brood ons doet watertanden. We kunnen kiezen uit een Continentaal- of een echt Engels ontbijt. Wij houden het bij ons vertrouwde ontbijt van thuis, al geven de snippers zalm in de scrumbled eggs toch een Engels tintje aan het ontbijt mee. Dan ineens vliet er een zwaar penetrante vislucht door de ruimte die mij als niet visliefhebber bijna doet kokhalzen. Naast ons blijkt een echtpaar een gebakken panharing te nuttigen. Vlug spoel ik mijn broodje weg met een slok zwarte lauwe thee. Genieten van mijn ontbijt kan ik niet meer.

Een echte gentleman gekleed in double breasted jasje vertelt ons later spontaan de weg naar Canterbury. Aan de rand van het centrum parkeren we de auto. Canterbury is een oud vestingstadje met een grote middeleeuwse kathedraal. Tevens bevinden zich in het oude centrum een aantal voormalige kloosters, waarvan de tuinen nu dienst doen als publieke stadstuinen. Langs een van de tuinen loopt een beek. Een flinke boomtak hangt zwaar over het water, zijn bladeren spelen met het zonlicht. De weerspiegeling van het spel uit zich op het water, waar licht en donker mij in een roes brengen. Op een boogbrug loopt een monnik in bruine pij. Hij glimlacht naar mij. Zo ontmoet ik hem eindelijk in levenden lijve, Pater Bob, mijn alter ego. Na een lunch tussen madelief en klaver lopen we via de stadswallen naar de auto en rijden we over de Route 25 naar Balcombe, onze ‘thuisbasis’ voor een weekje Engeland.



op de rotonde

claxonneert de Engelsman

de Dutchman schrikt