vrijdag 3 september 2021

Immense stilte

Stram en voorzichtig stap ik in de kajak voor onze tocht over de Nieuwkoopse Plassen. Al na honderd meter houden wij onze peddels stil. Het zachte ruisen van de wind en het klotsen van het water is het enige wat nog te horen is. Om ons heen scheren laag over het water tientallen boerenzwaluwen. Pas als het warmer wordt zoeken zij het hogerop. Behalve onze kajak, drijven er ontelbare gele plompen en waterlelies op het water. Enkele staan zelfs nog in bloei.

Manoeuvreerden wij ooit ter plekke over bochtige kreken tussen met riet begroeide eilanden door, nu die gemaaid zijn, ‘drijft’ er een toendra van bruine stoppels als een tapijt rond de kajak. Op een geplagd en met gras begroeid oeverland leggen wij aan en gaan aan wal. De groendrassige grond onder onze voeten golft mee met elke stap die wij zetten.




gewone of bruine pad - Bufo Bufo


In de lucht is het spitsuur. Niet met vogels, maar met vliegtuigen die om de vijf minuten laag overvliegen richting Schiphol. Gelukkig is het niet storend. ‘Een kikker,’ klinkt het plotseling, ‘of is het een pad?’. Ik vertel over het verschil tussen beide. Samen zoeken we verder in het vochtige gras en zowaar, tussen tientallen kikvorsen vinden wij een enkele pad.

 

Later op een weidse plas dobbert onze kajak schijnbaar doelloos voort. Nog steeds die immense stilte. Een kleine tweehonderd meter voor ons vouwt een horizon van berken en elzen zich in een flauwe u-vorm om het water heen. Als je bergen achter het panorama fantaseert, is het net een Scandinavisch fjord. Wij moeten het met een spitse kerktoren doen; het eindpunt van onze tocht. Als wij daar aanmeren hebben wij een houten kont alsof wij urenlang in de banken van diezelfde kerk hebben gezeten. Een kniesoor die daarover valt.

 

 

 

 

 

  

vrijdag 27 augustus 2021

Het boeket

Er is iets met de blik van de stijlvol geklede vrouw als zij vers geplukte bloemen met zorg ordent in een hoge brede vaas. Het is net of haar ogen afwezig staren in het niets. Een voor een pakt zij de bloemen voorzichtig bij de steel en strijkt er, als een vluchtig tasten, met haar vingers langs. 

Die morgen loopt zij al vroeg over het pad van haar landgoed. Langs het golvend riet, waarvan de pluimen lijken te wuiven. Bij elke splitsing vertraagt zij haar pas, alsof zij iets zoekt. Haast meditatief vindt zij haar weg. Overhangende takken van de knotwilgen ontwijkt zij handig. Maar af en toe raakt er een haar schouder. Bij het ruisend water gaat zij even zitten en kneust wat watermunt. De frisse geur mengt zich met het zoet van de honingklaver die verderop tussen de wilde margrieten volop bloeit. Zo geniet zij elke dag van haar ochtendwandeling. Om haar heen het gefladder van vlinders en gezoem van insecten. Op de terugweg plukt ze hier en daar een bloem. Ze kent de bloeiwijze van al de soorten en weet waar ze staan. Straks zullen zij pronken in een fraai veldboeket.


Op de voorgrond het paars van de moerasandoorn en de grote kattenstaart; beiden precies op maat gesneden. Zorgvuldig er tussen gestoken de cichorei. Dan, opbouwend in lengte en kleur: guldenroede en margriet. Een enkele lisdodde en een toef moerasspirea maken het boeket compleet.

 

Niets wijst erop dat de vrouw met haar ogen niet kan kijken. Ze ziet met haar vingers en weet met haar geheugen, misschien wel beter dan jij en ik.


Geïnspireerd door: Portret Estelle Degas van Edgar Degas

dinsdag 17 augustus 2021

Een ochtend vol indrukken

Vroeg ben ik al wakker vanochtend. Het is Zondag 4.45 uur om een idee te geven. Ik woel nog wat tussen de klamme lakens, maar stap dan resoluut uit bed. Ik zet wat thee en lees enkele bladzijden uit het dagboek van een vijftienjarige autistische Noord-Ierse natuurjongen. Het is bijzonder om te lezen hoe hij de natuur ervaart en ervan geniet. Aan de andere kant is het ook apart om te lezen hoe hij al op jonge leeftijd doorheeft dat veel door de mens zijn toedoen verloren gaat. Ik sla het boek dicht en lees verder in Mrs. Degas van Japin. Een fraai geschreven roman over de op het einde van zijn leven blinde Franse kunstenaar. Om half zeven is het al aardig licht aan het worden. Ik ga naar buiten voor een wandeling. Na een kort praatje met een oude dame uit de buurt laat ik Spijkenisse achter mij.

In de polder waar de schapen blaten, de buizerds mauwen en enkele zwanen kroos filteren in hun snavels, overvalt zware melancholie mij. Dat zal vast ook met de inzichten van de Ierse jongen te maken hebben. Ik probeer de gevoelens en gedachten van mij af te laten glijden, wat maar nauwelijks lukt. Vanuit de toren van het Witte Kerkje in Simonshaven jaagt een torenvalk een paar kauwen weg. Als de kraaiachtigen uiteengevlogen zijn, vliegt de valk krijsend nog wat rondjes en landt in een boom. Dan is het stil en keer ik om. In de lucht volg ik de vluchten van dalende en stijgende vliegtuigen; corona luwt, het luchtverkeer neemt toe. Een bruine kiekendief, ik herken hem van ver aan zijn vleugelslagen, jaagt op zijn eerste prooi. De melancholie lijkt afgezwakt, de gedachten van en aan de jongen zijn er nog. Ik ga ze op papier zetten. 


       

woensdag 2 juni 2021

Gijs en Jip

Duinpannen, de valleien net achter de zeereep, zijn in het voorjaar een van de fijnste plekken om van de natuur te genieten. Vaak is daar een grote diversiteit aan flora en fauna te vinden. Een zo’n pan bezoek ik vandaag. Het metalen klaphekje dat dient om de Schotse hooglanders op het terrein te laten grazen, sluit achter mij. Geconcentreerd neem ik het landschap in mij op en probeer de eerste vogels te lokaliseren. In een topje van een meidoorn zie ik een soort die veel weg heeft van een boompieper. Zijn snavel is echter iets dikker en vaag zie ik een wenkbrauwstreep die achter zijn nek lijkt weg te lopen. Dit moet de boomleeuwerik zijn. Zijn zang lu-lu-lu-lu geeft zekerheid. Zoals een veldleeuwerik zich als een heldhaftige parachutist in het open veld laat ‘vallen’, zo landt de Lulla arborea -zijn wetenschappelijke naam- in een topje van een boom.

 

Bestaat een relatief nieuw aangelegde duinvallei voor een groot deel uit zand, in de loop van de tijd verandert de fauna onder aanvoering van pioniersplanten in een ‘rijk’ gebied, dat veel vogelsoorten aantrekt. De kneu is er daar een van. Gezellig kwebbelen en foerageren er enkele op de grond. In prachtkleed, als het mannetje een rood ‘petje’ en een evenzo gekleurde borst heeft, is hij op zijn mooist.




Is hij niet mooi? De kneu, een mannetje in dit geval. De foto is van Peter Ganzeboom


 

Het pad waar ik op loop, slingert langzaam richting zee. Ik klim door het zware mulle zand over de top en geniet van het uitzicht. Langs de vloedlijn maak ik een filmpje van het schuim dat opbollend aanspoelt en enkele foto’s. Verderop ga ik het duin weer in. Op een weelderig begroeid plekje barst een vogelconcert los. Maar liefst drie nachtegalen proberen elkaar de loef af te steken; wie zingt het hardst? Een gezin met twee kleine kinderen komt uiterst zachtjes naar mij toe lopen. De oudste, ik schat dat hij vijf jaar jong is heet Gijs en is het meest geïnteresseerd. Met Jip zijn twee jaar jongere broertje, krijg ik minder contact; hij is ietwat verlegen. Ik vertel hun wat over drie vogeltjes die terplekke te horen en soms te zien zijn: De fitis, de zwartkop en de nachtegaal. Laat die laatste zich juist nu stil houden. Leuk is dat de fitis in de weer is met pluisjes, veertjes en wat grasachtige attributen. We volgen hem en telkens vliegt hij naar de voet van een struikje verderop. Ik leg uit dat de fitis zijn nestje op de grond maakt. Om het beestje zijn rust te gunnen en omdat de aandacht van de jongens afneemt, zeg ik de kersverse vogelaars niet veel later gedag. Belangstelling voor al wat leeft is in ieder geval gelegd. 

maandag 24 mei 2021

Een blokje om

Beste,

Je weet ik houd niet van regen. Vooral niet in kille jaargetijden. Als ik dan niet goed gekleed ben en de wind slaat tegen mijn klamme kleding aan, dan krijg ik het onaangenaam koud. Als buitenman zou ik de regen toch moeten kunnen doorstaan en het is dan ook meer de mentale drempel die mij tegenhoudt om eropuit te gaan. Vandaag is zo´n druildag. De buitentraining van mijn atleten is afgelast, ik stuur ze het krachthonk in. Daar ben ik niet echt nodig. Een atleet is zo gelouterd wat kennis en ervaring betreft dat hij zonder problemen de leiding over kan nemen. Maar wat moet ik nu op deze sombere zaterdagmorgen. Schrijven? Ik weet niet wat en dan is het voor mij een marteling om achter het toetsenbord plaats te nemen. Ik draal en draal en malaise lijkt het over te nemen. Koffie en een klein gesprek met mijn vrouw doen wonderen. Ik strik de veters van mijn schoenen en ga er gewoon op uit. Regenkleding laat ik thuis. Ik heb daar een nog grotere hekel aan dan de regen zelf.

 

bloemendijken in lente

groen geel en wit

raapzaad en fluitenkruid

geur van verse regen

zwaan herschikt

nest en vederkleed

 

Onlangs zijn er bij enkele weilanden nieuwe hekken geplaats, althans de palen daarvan. Het hek zelf laat al weken op zich wachten. Op een van die palen bevindt zich, een uitsteeksel. Ik ken het landschap, weet wat ik kan verwachten en vul onbewust mijn eigen scenes in. Dit moet een graspieper zijn. En inderdaad als ik mijn kijker richt zit het beestje half verzopen op de paal. Dichter en dichter mag ik hem naderen. Ik praat tegen hem, zoals Franciscus van Assisi in het warme Umbrië deed. Hij buigt zijn kopje. In zijn bekje hangt een rups dood te zijn, als voer voor zijn jongen. Dan vliegt hij op. Ik kan niet aan de indruk ontkomen dat zijn nestje zich aan de voet van de robuuste rasterpaal bevindt, tussen de brandnetels en ander groen.

 

Hoe somber je jezelf kan voelen, hoe sterk de regen daaraan kan bijdragen, als je beiden vergeet en opgaat in wat je ziet …

 

wind regen een zwaan

schaduwspel op het water

niets meer dan bestaan

 

De voorzijde van mijn broek is inmiddels doornat en ook een zijkant lijkt het op te geven. Rond de kraag van mijn jas sijpelen druppels over schouders en rug. Een rilling. Als een hond schud ik de kilte van mij af. Het grappige is dat ik meerdere passanten tegenkom. Sommigen zelfs twee keer. Zij gaan hetzelfde rondje, alleen dan tegengesteld. Allen groeten mij, op een vouw na. Die kijkt nors naar de grond als ik haar tweemaal passeer. Ik zou zeggen mevrouwtje: loop nog een rondje, het helpt. Echt waar.

 

En dan ben ik thuis. Mijn vrouw staat voor het raam. Met verkleumde vingers draai ik de deur van het slot. Lunchtijd. De thee is al gezet. In de middag klaart het op. Nog maar een rondje, maar nu op de fiets.       

   

 

 

 

 

 

 


donderdag 20 mei 2021

Van die dingen

Mijn vrouw is aan het kokkerellen in de keuken. Ik sta lui op uit mijn tuinstoel, schuifel wat door de tuin en verwijder hier en daar wat onkruid. Tussen het wieden door valt mijn oog op een gelige vorm die bij snelle inspectie een nachtvlinder blijkt te zijn.


Vlug loop ik naar binnen en pak mijn camera, stel die in en neem voor de zekerheid twee foto’s. Direct stuur ik die op naar een bevriend vlinderkenner voor een nauwkeurige determinatie. Geen idee, appt hij mij. Ik ga terug naar de vlinder en bekijk hem nog eens goed. Pas dan blijkt het een opgedroogd appelschilletje. Nota bene enkele dagen terug door mijzelf neergelegd.

 

woensdag 5 mei 2021

Struinen

Vanuit het riet duiken twee mannen op. Beiden zijn ongeschoren en voorzien van verweerde koppen. Om hun hals hangt een verrekijker. In hun hand een formulier dat met paperclips op een plaatje hardboard is bevestigd. Vogelaars van de ouderwetse soort, net zoals ik. Al veertig jaar tellen zij dit gebied. ‘Nog wat bijzonders gezien, of gehoord?’ Evenals ik zijn zij tot de conclusie gekomen dat het magertjes is deze morgen. We kletsen wat bij over wat gaande is in de vogelwereld, maar al snel stokt het gesprek en gaan we uiteen. 

Struinend door de ruigte volg ik een havik die aan het bakkeleien is met een sperwer. Een klaaglijke schreeuw van een duifgrote vogel leidt mij af. Hij buitelt en duikt na iedere kreet. Langzaam maar zeker wordt de vogel groter. Het is een baltsend mannetje bruine kiekendief. Even later meldt ook het vrouwtje zich. Vanaf dat moment is het feest. Het mannetje sleept takken aan als huwelijkscadeau en maakt loopings dat het een lieve lust is. Het is zeker de moeite waard deze vogels eens te observeren. De Preekhilpolder en de Kwade Hoek zijn hier bijvoorbeeld zeer geschikt voor. Het nest wordt op de grond gebouwd tussen het riet en is voor predatoren moeilijk te bereiken. Als het helemaal af is, vangt het mannetje een prooi. Deze wordt in de lucht overgedragen aan het vrouwtje. Zij vliegt op haar rug onder het mannetje door en grijpt met haar klauwen naar de prooi. Het huwelijk is voltooid. Het vrouwtje legt drie tot zes eieren.



                                                                                           Bruine kiekendief man. Foto Peter Ganzeboom

Riet en ruigte. Voor veel vogels en zoogdieren is dit een bij uitstek geschikt leefgebied. Zo tilde ik eens een rietschoof op; een dwergmuis schoot voor mijn voeten weg en sprong in een kreek. Als een bever zwom hij meanderend naar de overzijde. Dwergmuizen maken nestjes van fijn oud riet en dor gras. Bolletjes. In zo’n bolletje zit een klein gaatje waardoor hij naar binnen- en buiten glipt. Zo’n nestje kan dienstdoen als slaapplaats of kraamkamer. Wonderlijk allemaal en bijzonder om te ontdekken.

Dieren en planten staan in verhouding tot elkaar in hun leefgebied. Een kleine verstoring kan grote gevolgen hebben. Als een muis zich niet thuis voelt in een ‘verstoord’ leefgebied en wegtrekt, kan dat van invloed zijn op de roofvogelstand. Torenvalken bijvoorbeeld kunnen dan ook naar elders vertrekken. Waar ik mij ophoud is dat gelukkig nog niet het geval. Mijn voeten kneuzen haast bij iedere stap het boerenwormkruid en het watermunt. Op een plekje vind ik zelfs de jongen scheuten van de rietorchis. Ze bestaan dus nog kleine en grotere terreintjes van hoge ecologische waarde. Om van te genieten, maar ook om ze te bewaren.