woensdag 6 november 2019

Jong geleerd ...


Om kwart voor negen vink ik de lijst met deelnemers aan de roofvogelexcursie op Tiengemeten af. Iedereen van het aangemelde gezelschap, waaronder een meisje van vier en een jongen van een jaar of twaalf is present. Onder een strakblauwe lucht varen wij over; het belooft een prachtdag te worden.


Aan de overzijde rechts naast het bezoekerscentrum lopen wij de dijk op en met uitzicht op ‘plas en dras’ houd ik een inleidend praatje en worden de eerste watervogels gespot. Al gauw laat zich een eerste bruine kiekendief zien; een vrouwtje. ‘Zie je het slanke lijfje, de smalle vleugels en de donkere vleugelpunten, in vergelijk met de buizerd?’, zeg ik aan de groep en meer in het bijzonder tegen de jongen naast mij.


De knaap heeft inmiddels een vogelboekje tevoorschijn getoverd en bladert door het boekje opzoek naar de kiekendief. Als hij de vogel gevonden heeft, bombardeer ik hem tot assistent. ‘Ga jij de groep maar rond en laat maar zien waar de vogelaar op moet letten bij het op naam brengen van de roofvogel die je net zag.

Trots als een pauw is hij lange tijd niet meer van mijn zijde te wijken. Voor mij is dit kat in het bakkie, want ik zie in hem een kersverse vogelaar en wat is er mooier voor een vogelgids.


‘Zijn zij aan het bijvoeren?’, vraagt een vrouw wijzend op een man die een bolderkar voorttrekt. In de kar staat o.a. een kist met in kleine stukjes gesneden appel. ‘Nee, ik denk dat hij met een onderzoek bezig is’.

Waar ik voor vreesde wordt bewaarheid, het aanbod van roofvogels is karig en wat te zien is zit vaak ver weg. Mijn telescoop biedt dan uitkomst, maar toch …
Ondanks dat hoor ik geen wanklank en als ik subtiel doorvraag blijkt dat de deelnemers het prima naar de zin hebben. De tocht door de natuur is voor velen op zichzelf al een belevenis. Een verhaal over de bever en zijn sporen bij een verlaten boerderij maken het boeiend.
    

Als ik twee dagen later weer op Tiengemeten ben, kom ik de man met de bolderkar weer tegen. Hij blijkt de muizenstand op Tiengemeten te onderzoeken. In zijn hand ligt een haast tamme Noorse woelmuis. Later laat hij mij een bosspitsmuis zien, een klein driftig mannetje met een gitzwart vachtje; prachtig!



Was het aanbod van roofvogels tijdens de excursie mager, vandaag wordt dat ruimschoots gecompenseerd. Boven een water hangt biddend als een torenvalk een visarend. Deze roofvogel eet uitsluitend vis en is daardoor niet verwant aan andere roofvogels, die een meer gevarieerd menu hebben. Niet veel later vertrekt hij over het Haringvliet richting de Bommelse Gorzen. Wie weet blijft hij daar nog een tijdje pleisteren. 




    De foto is van Kees van 't Zelfde      

donderdag 10 oktober 2019

Herfstschrijfsel


Het wisselen van de seizoenen is vrijwel op ieder mens van invloed. Nu in de herfst sluipen er bij mij langzaam en soms ongemerkt, vervelende gevoelens binnen. De dagen gaan korten, het wordt wat killer en soms verregent er domweg een etmaal. Voor een buitenmens als ik kan dat lastig zijn.

Ik werk al vanaf het voorjaar gemiddeld twee uur per dag aan een roman. Rond koffietijd rond ik een sessie af en piep na een cafeïneshot naar buiten voor een wandeling of tochtje op de racefiets. Nieuwe ideeën voor mijn schrijven krijgen dan vorm.

Het manuscript is samen met een werkschema voor een tweede controle opgestuurd naar een schrijfcoach. Er wordt in deze ronde vooral gekeken naar een juiste volgorde van de hoofdstukken; ik werk met flashbacks en dus niet chronologisch. Daarnaast is er aandacht voor uitdieping van karakters en situaties waarin de hoofdpersonen zich bevinden.

Deze week heb ik dus pauze. Even lekker het hoofd leegmaken, nieuwe inzichten zullen zich vast aandienen. Ik besluit dan ook een stevige wandeling door de duinen van Oostvoorne te maken, met het Mildenburgbos als startpunt.

Het bijzondere van een bos in de herfst zijn die momenten dat het zonlicht speels tussen de bomen een door het gebladerde strijkt. De kleurnuances komen dan optimaal tot hun recht. Als er dan ook nog een ree op een bedauwd veldje eikels kraakt, is het plaatje compleet. Helaas kan ik dit sprookje vandaag wel schudden, het is zwaar bewolk.

Paddenstoelen en zwammen compenseren de zwaarte. En als ik dan ineens een stukje open duin bereik klaart alles op. Een clubje van zeker vijftig sijzen trekt mijn aandacht. Zij scharrelen wat op de grond en verdwijnen als op een teken plotsklaps in de toppen van een els. Omzichtig besluip ik hen. Helaas zijn zij verdwenen.

Na een kleine drie uur loop ik het Mildenburgbos weer in. Nog een klein stukje en de wandeling zit erop. Het is intussen wat drukker geworden. Wandelaars met fototoestel en joggers ‘vechten’ om voorrang bij een smal paadje en verderop zoekt een uitgelaten schoolklas materiaal voor een herfststukje. Ik ga naar huis. Het was goed zo.            

 
    

dinsdag 3 september 2019

zaterdag 31 augustus 2019

York - enige reisimpressies


Staalblauw en haast spiegelglad ligt het water van de Nieuwe Waterweg achter de Ferry die ons naar Hull zal brengen. In de verte verdwijnen langzaam de contouren van de Maeslantkering tussen de windmolens. Het is windstil en warm.



Na een nacht met weinig slaap, het gezoem van de airco en de lichte deining van het schip zullen vast de schuldigen zijn, varen wij vroeg in de ochtend de zeearm van Hull in. Havens zijn bijna overal hetzelfde. Vierentwintig uur bedrijvigheid: vrachtauto’s die af en aan rijden, kranen die laden en lossen, mannen in feloranje kleding met witte helmen op hun hoofd die als mieren door elkaar heenlopen en dampende schoorstenen. Hoog vanaf de achtersteven is alles goed gade te slaan. De intercom dirigeert mij naar mijn hut. Ik mag mij klaar gaan maken om aan wal te gaan.

Het is altijd wennen als je ineens links moet rijden in het verkeer. Hoe goed ik ook oplet, bij de eerste de beste rotonde die ik dus linksom moet nemen, ‘vergeet’ ik dat rechts voorrang heeft. Pas op, roept mijn vrouw een auto van rechts. Stoppen gaat niet meer, een dot gas brengt uitkomst. De volgende dagen glijd ik soepel door het verkeer heen.



Ons hotel, een elegant herenhuis (bouwjaar 1904), in traditioneel Engelse stijl, ligt aan de rand van het centrum van de stad York. Elke morgen worden wij op zangerige toon bediend door de eigenaar, die van oorsprong Grieks is. ‘Good morning, how do you like your breakfast? First you can get some tea or coffee and toast. And after that an Englisch breakfast if you want.’ Wij kiezen voor een gebakken ei met bacon. De bonen in tomatensaus en de gegrilde worstjes zijn ons te machtig.

De route naar het centrum van York loopt dwars door een glooiend stadspark. Als je daar in alle vroegte de dag begint, wagen zich op het groene gras tientallen grijze eekhoorns. De meeste van hen graven kuiltjes in een plantsoen en halen of brengen daar een hazelnoot. Razendsnel ontdoen zij die van hun harde bast, de vrucht verdwijnt in hun hongerige magen. Het centrum, de oude stad, is ommuurd en dateert uit de vroege Middeleeuwen, al was de stad al eerder onder een andere naam bekend.


Jane Austen kon prachtig verhalen over The Moors of Yorkshire. De uitgestrekte heidevelden waar ieder moment het weer kon omslaan. Verrast kon je worden door winterse kou en buien of de typische Moorlands fog, een dichte mist die je liet verdwalen. Beroemd is The Famous  Grouse, het Schots sneeuwhoen. Ja, die van de Whisky. Daar gaan wij natuurlijk heen voor een fijne wandeling. Het is snikheet en maar langzaam komen wij op gang. Wij volgen de loop van een smal riviertje en moeten telkens door een klaphekje om van het ene veld met schapen naar het andere veld met bulls, zo groot als een kleine bestelbus, te lopen. In de middag struinen wij over de heide en gaan op zoek naar het Schots sneeuwhoen, die ik zowaar op de foto krijg.



De terugvaart verliep voor mij moeizaam. Het leek of wij met onze hut precies boven de machinekamer lagen. De hele nacht trilde mijn bed dat het een lieve lust was. Een keer of drie werd ik daardoor wakker. Om vier uur was ik het zat. In het donker zocht ik mijn kleding en schoenen en vertrok voor een wandeling op het schip. In een lounge vond ik een rustig plekje. Hier kon ik mooi een boek lezen. Door vermoeidheid doezelde ik in slaap en droomde ik over mijn laatste aankoop.

                               

     


woensdag 7 augustus 2019

Je verveelt je nooit

Op het ogenblik werk ik aan een roman. Het verhaal zit al een tijdje in mijn hoofd en nu is het tijd om de woorden aan het papier toe te vertrouwen. Schrijven gaat mij goed af, maar om van al het geschrevene een goede compositie te maken is knap lastig. Daarom neem ik even pauze in mijn tuin.
Terwijl ik van mijn koffie nip, komt er vanonder een stapeltje dakpannen een bosmuis tevoorschijn. Hij is niet bang, want wij kennen elkaar als buren. Ooit was hij zo brutaal om mijn huis binnen te huppen. Ik had mijn huis pas gekuist, dus er was niets lekkers voor hem te halen. Teleurgesteld wipte hij weer naar buiten.
  
Niet veel later houdt een jonge koolmees mij gezelschap, hij hipt van de ene plant naar de andere en als hij mij echt in het oog lijkt te krijgen fladdert hij in een zwaar en zoet geurende jasmijn.
Dan piept mijn mobieltje; een berichtje van mijn vogelvriend Peter. Beschuit met muisjes. De boomvalken hebben jongen. Ik feliciteer hem en maak een afspraak om op kraamvisite te gaan.

Het mag voor de meeste vogelaars dan wel komkommertijd zijn, een periode dat vogels hun zangkunsten minder dan in het voorjaar laten horen, voor ons niet. Wij gaan gewoon ‘anders’ vogelen.
Oudervogels zingen minder, omdat zij het enorm druk hebben met het grootbrengen van hun jongen. Zij vliegen af en aan met een lekkere snack in de vorm van een insect of worm. Een graantje of zaadje meepikken kan natuurlijk ook.

Zo vliegen huiszwaluwen af en aan naar hun nest dat stijf is ingeklemd tussen een opgaande muur en dakgoot. Jonge boerenzwaluwen zitten vaak op een rasterdraad of hek te wachten op een lekker hapje. De bekjes gaan dan wijd open en hun rode keel is goed te zien. Hier moet je zijn, lijken zij te zeggen.
Diezelfde boerenzwaluw, die met tientallen soortgenoten door het zwerk zwiert, is helaas voor hem, ook prooi. Dit keer voor de boomvalk. Zo snel en wendbaar als de zwaluw is, de boomvalk heeft er blijkbaar geen probleem mee. Als een sikkel suist hij achter zijn prooi aan, vouwt zijn vleugels naar achteren om in een stootvlucht zijn prooi te slaan. Mis dit keer. Hij geeft niet op. Nu voeren de prooi en de predator een vurige dans op, een tango, waarbij zelfs zijdelings en ruggelings wordt gevlogen. Dan is het uiteindelijk toch raak.

Op het nest wordt de prooi gefileerd en in stukjes aan de jongen gevoerd. Kommertijd? Voor Peter en mij zelden tot nooit. Er is altijd wel iets in de natuur te beleven. 


Foto: Peter Ganzeboom






donderdag 11 juli 2019

Van harte kerel


Kwart voor tien. Pauze. Ik sla het document waaraan ik werk, een hoofdstuk van de roman die ik aan het schrijven ben, op en bel terwijl de koffie pruttelt mijn vriend Peter. Hij is jarig vandaag. Ik feliciteer hem en vertel welke verrassing ik in petto heb.

 ‘Nou, dat is een mooi cadeau. Bedankt’.
 ‘Zit je nog op je stekkie’ …  Vraag ik hem.
 ‘Jawel, ik heb net een voedering gezien’.
 ‘Zeg, die sperwers die jij laatst zag, waar zaten die precies’.
 ‘Als je nu naar mijn huis fietst, rijden wij er samen heen’.

Een half uurtje later staan wij samen bij een clubje takkelingen van de sperwer. Het is nog een kunst om ze op te sporen, beweeglijk als zij zijn. Zij kunnen nog maar nauwelijks vliegen en balanceren vervaarlijk op de tak waarop zij zojuist geland zijn. Van roofvogels kun je het hele jaar door genieten.

Ongemerkt is het warmer en benauwd geworden. ‘Tijd voor een ijsje, zegt Peter, of wil je wat anders?’ ‘Nou, … koffie met iets lekkers lijkt mij ook wel wat, grijns ik verrast. Onderweg naar een plaatselijke hamburgerketen, een tent waar ik nauwelijks kom, gaan wij in conclaaf wat te nemen. Het water loopt ons in de mond. Uiteindelijk zitten wij aan de koffie met donut en citroencake.

Peter en ik vieren onze verjaardag nooit uitbundig, toch is het op deze manier ook groots. In februari ben ik weer aan de beurt. Tot die tijd schelen wij maar één jaartje.