Traag schuift de schemering de zon achter de horizon. Wij lopen ons vertrouwde rondje. Beneden ons lossen de huizen langzaam op in vage contouren; boven ons zoekt een laatste vlucht spreeuwen naar een slaapplaats. Gaandeweg verstomt ons spreken. De vragen die wij nog in ons dragen, lijken door de wereld om ons heen beantwoord te worden — niet met woorden, maar met haar zwijgende aanwezigheid. Wanneer wij gaan zitten, beseffen wij beiden, bijna gelijktijdig, dat de wereld op zichzelf onverschillig is. Misschien maakt juist dat elke vraag die wij haar stellen overbodig. Onze antwoorden onthullen uiteindelijk minder van de wereld dan van onszelf.
donderdag 2 juli 2026
maandag 29 juni 2026
Laat
in de middag gaat hij zitten op een bankje midden in de zaal. Ik observeer hem.
Tientallen bananen kleven onder stroken ducttape aan de wanden. Vaag herinner ik
mij er één: Comedian van Maurizio Cattelan. Levensecht. Zo zal wellicht
ook dit verhaal overkomen. En toch: het beeld — niet de tekst — is geprogrammeerd
met AI. Komisch, niet?
#
‘Wees
tevreden,’ klinkt het in de stroom van mijn gedachten. Een klein woordje van
twee letters — te — houdt de denkbeelden
even tegen, alsof het hun heftige voortgang wil temperen. ‘Overal waar te vóór staat … wees daar voorzichtig
mee. Te veel, te vaak. Maar hoe zit dat met tevreden?
Een
klein gedachte-experiment: als er alleen maar vrede is, als je jezelf voortdurend
vredig voelt en tevreden bent, zou dat dan niet spoedig gaan vervelen? Moet er
niet, hoe stil ook, een innerlijk conflict bestaan om de balans te kunnen
vinden — om vrede überhaupt als vrede te herkennen? Onbewust voltrekt zich dat,
denk ik. Ook bij hen die nergens tegenin lijken te gaan en tevreden rusten in
een toestand van permanente vrede.
Ik laat mijn gedachten stilvallen bij de laatste twee begrippen die zich aandienen: dankbaarheid en acceptatie. Pas daar de betekenis van dat kleine woordje te maar eens op toe.