dinsdag 5 oktober 2021

Gouden gloren

Soms is het lastig om je geboekte vakantiebestemming, dit keer de Vogezen, te vinden. Tom-Tom was om duistere reden van slag en ook Google wist het na een wegomleiding niet meer. Na draaien en keren, stijgen en dalen bereikten wij eindelijk ons logeeradres: een authentieke en tot vakantiewoning verbouwde boerderij net onder een heuveltop. Vanaf het terras lag een weids panorama onder ons waar wij dagelijks ruimschoots van genoten.

Synchroon met de baan van licht die de zon in een trage golf over de heuvels werpt en welke over een deel van het balkon strijkt, schuif ik telkens een stukje op. Ik lees een boek en kijk na iedere bladzijde even om mij heen. Als het terras voor de helft baadt in het licht en het op die plek aangenaam warm is, zweeft zij voorbij, leunt gewichtloos op het hekwerk en overziet het dal. Pas dan wenst zij mij goedemorgen. Ik sta op en kus het gouden gloren.

Die ochtend struin ik, om niet te verdwalen, in cirkels rondom het huis; op zoek naar vogelsoorten kenmerkend voor de streek en die bij ons in het westen minder voorradig zijn. Over de boomtoppen zeilt naast twee buizerds een rode wouw. Een roofvogel die behalve de roestrode kleur te herkennen is aan de diepgevorkte staart. In het struikgewas scharrelt een glanskop rond. Een neef van de bij ons veel voorkomende matkop. De soorten zijn lastig te onderscheiden, maar in combinatie met de biotoop, droog hoog opgaand gemengd bos, is het sommetje snel gemaakt. Bij het verlaten van het bos speurt op een veld een grote lijster rond. Hij lijkt sterk op ‘onze’ zanglijster en is iets groter. Beiden zijn gevlekt op de borst, waarbij de vlekjes van de zanglijster lijken op de punt van een pijl. Een leuk begin van de dag. Wat zou die nog meer in petto hebben?



Rode Wouw. Foto Peter Ganzeboom

Niet bijster veel zal later blijken. Telkens weer besef ik hoe rijk de omgeving van het Haringvliet aan vogels is. Daarvoor hoef je eigenlijk niet op pad te gaan naar verre oorden. Je wilt naast die ene, hier schaarse soort genieten van een ander landschap en een van bij ons thuis verschillende cultuur. En dat is allemaal gelukt. Toch is het weer fijn om thuis te zijn. Op de Beningerslikken pleisteren op het ogenblik honderden goudplevieren, zweven bruine kiekendieven boven plas en dras en verzamelen zich ‘handenvol’ lepelaars. En ook daar gaat de zon soms surrealistisch mooi op en onder. Met een beetje geluk komt zelfs de rode wouw nog even buurten als hij op weg is naar het warme zuiden. Kortom voor de vogelaar is het langs het Haringvliet elke dag vakantie.