woensdag 5 januari 2022

De dagen die korten en lengen

Langzaam korten de dagen. De natuur schakelt over in absolute ruststand. Soms op een zonnige dag is er wat weerstand, maar dan zakt alles weer in. Vandaag is zo´n dag. Het is mistig en de zwaarte daarvan gaat over in een lichte miezerregen, waarin je denkt droog te blijven, maar die stiekem door je kleding dringt. Op de plas binnendijks langs het Haringvliet is het stil. Er dobberen maar enkele eenden. Het gros heeft zich verstopt tussen het riet langs de oevers. Zo af en toe hoor ik het fluiten van de wintertaling. Met de kraag van mijn jas hoog opgetrokken loop ik verder.

Twee reeën, die ik schijnbaar heb opgejaagd, zoeken tussen wilgen en elzen hun weg. Ik kijk ze na met mijn verrekijker en merk dat de glazen bedekt zijn met fijne regendruppels. Op het glas van mijn bril zitten er nog veel meer. De druppels lijken te vechten om een plekje en vloeien samen tot een forse parel die langzaam naar beneden sijpelt. Ik zal ze schoon moeten poetsen wil ik nog iets zien. Met klamme en haast gevoelloze vingers tast ik in de zakken van mijn broek. Hebbes. Ik vouw het doekje uit en dep het glas.


Tino duikt op uit de mist. Foto Peter Ganzeboom

Kristalhelder zie ik de torenvalk op een rasterpaal. Hij plukt een zojuist gevangen prooi. In de randen langs het griend zijn overal knaagsporen van de bever te vinden. In grote delen van ons land gaat het goed met hem. Zo goed dat zijn aanwezigheid wel eens een plaag kan worden. Dit is een heikel punt. Eerst zetten we hem uit en geven hem de ruimte, totdat het te goed gaat en hij overlast geeft. De volgende stap is dat we hem gaan bestrijden. Wat wil de mens nu eigenlijk. Zo hoor en lees ik wel eens dat als de mens naar de sterrenhemel heeft gekeken hij tot de conclusie komt dat hij nietig is. En toch meent hij de natuur te kunnen beheren. Soms zit de mens werkelijk in een spagaat.

Omdat ik al een aantal uurtjes op pad ben en de weersomstandigheden mij niet uitnodigen tot een langer verblijf buiten, maak ik langzaam een einde aan mijn tocht. Ik ‘jaag’ nog een houtsnip op en dat was het dan.

De volgende dag maak ik mij klaar voor een excursie op Tiengemeten. Als laatste trek ik mijn jas aan. Hij is nog nat van de dag ervoor. Droog zal hij die dag niet worden, want opnieuw miezert het als een neveldouche. Ondanks het waterkoude grijs heb ik het naar de zin. En toch kijk ik uit naar half januari, want dan gaan de dagen zichtbaar lengen.