vrijdag 18 september 2026

Evi staat in de tuin van haar vrijstaande woning. Gedachten zoeken verankering. In haar hand rust een blozende appel, zojuist geplukt. Zij woont in een stille ontgonnen polder waar de dichtstbijzijnde buren twee à drie kilometer verderop wonen. Gelukkig leeft zij niet in eenzaamheid. Toch vraagt zij zich af wat haar naar deze plek heeft gebracht. Waarom heeft zij daarvoor uit vrije wil gekozen?

Door een onbedwingbare drang geeft Evi zich over. Ze gaat schrijven. Woorden vormen zinnen over wat haar bezighoudt en wat er gaande is in de wereld om haar heen. Wat is daarvan het einddoel, of is er helemaal geen doel? Ze las: dit is de best mogelijke wereld; anders was hij wel anders geweest. En toch denkt ze: er is hoop.

Hoop is het verlangen dat de wereld beter kan worden. Ze vraagt om beweging: niet passief afwachten, maar handelen. Mensen leven met hun blik op een toekomst die nog niet bestaat, maar wel mogelijk is. Hoop betekent voorbij het heden denken en dat verlangen armen en benen geven. Doen.


zondag 13 september 2026

Noten

Regen sloeg met vlagen hard tegen het glas van het kamerraam. De jongen verveelde zich. ‘Ga wat pianospelen,’ zei de moeder. Hij slofte inspiratieloos naar de vleugel schuin voor het raam, pakte het notenschrift en zette het in de daarvoor bestemde standaard op de vleugel, terwijl hij keek naar stromen water die over het raam naar beneden vloeiden.

Terwijl hij daar zo zat, onderbrak hij zijn spel met tussenpozen. Zijn moeder, die hem observeerde, vroeg alsof hij uit een trance ontwaakte: ‘Wat gaat er door je heen, behalve de noten die je speelt?’ Hij antwoordde: ‘Hoe kan het nou dat ik die losstaande noten niet als losstaand hoor, maar als het ware als één geheel?’

Voor de moeder was dit een lastige vraag. ‘Speel nu maar gewoon verder,’ zei zij, terwijl ze aan haar stutten trok. De jongen speelde door, maar gaf zijn vraag niet op. Misschien, dacht hij, is dit een verklaring:

Het directe verleden houd ik vast in mijn brein en koppel ik als het ware aan het heden: de nieuwe noot. Onbewust verwacht ik de volgende noot, die nog toekomst is, en dat telkens opnieuw. Zo ontstaat uit losse tonen een begrijpelijk geheel van melodie en compositie: muziek.

Momenten van verleden, heden en toekomst kleuren onze ervaring van de wereld om ons heen.