woensdag 21 januari 2026

Argos

Alsof hij honderd ogen heeft, die alles met aandacht in de gaten houden, verteld de boswachter zijn verhaal.

Hoe het begon: met zijn vader loopt de kleine jongen door het park. Op een stil plekje, geen wandelaar is te zien, wijst zijn vader op een voetbalgrote bol, waarin in het midden een klein gaatje is te zien. ‘Weet je wat dat is?’ ‘Nee,’ is het antwoord, waarop de vader zijn verhaal doet. Het blijkt het nestje van de winterkoning te zijn, in de vogelaarsvolksmond ook wel Klein Jantje genoemd.

Zijn publiek kijkt vol interesse toe, doet mee op die momenten wanneer zij aanvoelen dat ze mee kunnen doen, stellen vragen, vertellen anekdotes van wat zij weten en mee hebben gemaakt. Vogelplaatjes en geluiden worden tevoorschijn getoverd. De boswachter gaat zo in zijn ‘spel’ op, dat hij vergeet waar hij in zijn verhaal was gebleven als hij even op zijn pad een zijweg was ingeslagen.

En dan ineens zegt de klok: brei er een eind aan. Het is tijd voor de lunch. Er volgen bedankjes, vrolijke gezichten en zichtbare blijdschap. Een iemand verteld over een vader, een Spartapiet. Direct is er een klik, want ook de boswachter is een Spartafan. Als hij zijn jas aantrekt, wordt hij op zijn schouder getikt. Wat hij ziet is een oorkonde van lang geleden, de vader van iemand uit het publiek was toen deze nog leefde, de trotse eigenaar.