vrijdag 9 april 2021

Bijna voorjaar

Ooit had ik een spiegelreflexcamera met tele- en groothoeklens. Veel foto’s maakte ik niet, ik zocht echt speciale ‘plaatjes’ uit. Jarenlang heb ik niet gefotografeerd, maar in het tijdperk van de mobiele telefoon pakte ik het weer op. Onlangs kreeg ik voor mijn verjaardag een digitale camera. Nu nog mijn camera leren kennen. Dat zal nog een hele klus worden.

Een van de mooiste foto’s die ik pas maakte was een close up van een kornoelje. Ik nam hem aan de rand van Abbenbroek, een pittoresk kerkdorp op Voorne-Putten. Al dwalend op de fiets kwam ik daar terecht. De tocht begon langs het Spui, waar ik die dag de eerste grutto’s van dit voorjaar zag rusten; moe na een lange tocht vanuit Senegal en Guinee-Bissau. Tussen enkele kieviten en scholeksters laafden zij zich in de lentezon. Straks zal het grut-o-grut-o-grut-to weer boven de weilanden klinken en zal hij op zoek gaan naar een vette regenworm of emelt.



kornoelje

De week erna maak ik een lange wandeling. De weersverwachting lijkt gunstig. Er is maar een klein buitje voorspeld, die nu zou moeten vallen; echter de zon schijnt en maar weinig schapenwolken drijven in het blauw. In de polder blijkt ook de tureluur terug van weggeweest. Kieviten draaien nestkuiltjes in het gras. Bij het havikperceel houd ik halt. Tijd voor een break en misschien laat ook de havik zich zien. Helaas blijft het bij kekekekek, zijn lokkende roep. Intussen is de lucht asgrauw geworden. Op de dijk zie ik in de verte gordijnen van regen. De wind is aangewakkerd tot kracht vijf á zes. En onvermijdelijk vallen de eerste regendruppels. Razendsnel trek ik mijn regenbroek aan, mijn jas is waterdicht, en loop met de wind in de rug verder.

Achter een betonnen paal zie ik een bekende vogelaar staan. Zijn fiets leunt tegen het prikkeldraad. De telescoop opgesteld op een statief, weerstaat de regen. Ik loop naar hem toe en groet hem. Om zeven uur die morgen was hij op pad gegaan en nu vijftien kilometers van zijn huis verwijderd, rondt hij de laatste wintervogeltelling af. ‘Wat een diehard ben jij toch’ zeg ik vol bewondering. ‘Ach ja, ik ben het gewend. Trouwens jij mag er ook zijn en nog wel te voet.’ Op een plezierige toon praten wij bij. De striemende regen en de ijzige wind maakt het koud. ‘Zeg ik ga weer verder. Succes!’ verderop kijk ik door mijn verrekijker nog eenmaal achterom. Ook hij is vertrokken. Zijn laatste telling van deze winter zit erop.

Uit mijn zak tover ik een muffin. Energie voor de laatste kilometers. Dan ben ook ik weer thuis.