dinsdag 28 december 2021

Het verhaal gaat

Leken de dagen te lengen na de zonnewende, vlagen motregen houden het licht nog even tegen. Toch trekken Peter en ik eropuit met de fiets voor een rondje Spijkenisse. Vogels zijn minder actief en dus focussen wij ons meer op het landschap en wat wij elkaar te vertellen hebben.

Op die plaatsen waar het kan, zetten wij de fiets aan de ketting en lopen de ruigte in om toch, al is het maar even, het struingevoel te ervaren. Als we terugkomen bij onze fietsen, loopt een man van half in de zeventig ons voorbij. We groeten hem en op dat moment keert hij om voor een praatje.

Ik hoor aan zijn accent dat hij uit de buurt van Amsterdam komt. Als ik hem ernaar vraag, blijkt dat te kloppen. Hij komt uit de Zaan. Vroeger was hij scheepswerktuigbouwkundige in Amsterdam, maar omdat het werkaanbod stagneerde verhuisde hij naar … Vierpolders. Dat lijkt vreemd: verkassen vanuit de stad naar een agrarisch gehucht op Voorne Putten. In de Botlek was echter een overvloed aan werk in die tijd. Hij vond een baan en ging bij de Akzo werken. Laat nu juist daar ook mijn oom gewerkt hebben.

Hij vertelde dat zijn dochter een collega/vriendin was van mijn nichtje, de dochter van mijn oom die bij de Akzo werkte. Hoe wonderlijk toch, dat er op dat moment allerlei lijntjes samen kwamen.

Volgens de man zou mijn oom op klompen naar zijn werk gegaan zijn in die tijd. Dat lijkt in strijd met het ‘gebod’ van mijn oom aan mijn opa, een man op klompen en pet. De pet hield hij zelfs vaak op in huis. De klompen hield hij graag aan als hij boodschappen ging doen in het dorp en dat mocht nu juist niet van mijn oom.

Het is inmiddels vier uur en het begint te schemeren. Het moment om naar huis te fietsen. Thuis geniet ik na van onze tocht en het verhaal van de man. Die ontmoeting gaf licht aan de door het sombere weer overheerste dag. Als ik van mijn thee slurp, appt Peter dat hij op de valreep nog een vuurgoudhaan zag. Ik gun het hem van harte.          

zondag 19 december 2021

De ene mens is voor de ander een beslagen spiegel.

 

Zo’n dertig jaar geleden liep ik regelmatig in mijn uppie door het polderlandschap achter mijn huis. Dat beeld van een mens die graag buiten is, past al sinds mijn vroege jeugd bij mij; ik was en ben geen binnenmens. In die dagen kwam ik regelmatig mensen tegen die hun hond uitlieten. Een van hen verwoordde wat anderen van mij dachten: ’Is het niet wat voor jou om een hond te nemen, het lijkt mij eenzaam zo alleen?’ Hun innerlijk spiegelde hen een beeld voor van hoe ik mij zou kunnen voelen, aan de hand van een uiterlijk beeld. Mijn uiterlijk, gedrag en houding, verraadt dus iets van hoe of wie ik ben.

 

Nu dertig jaar later maak ik nog steeds mijn wandelingen langs de weilanden. Alleen, of met een bekende. Soms stop ik voor een praatje met een passant, of een dier op het land. Eenzaam voel ik mij nooit.

 

Tijdens die tochten kom ik regelmatig een jonge man tegen van naar ik denk Chinese afkomst, maar dat laatste terzijde. In eerste instantie liep hij op met, denk ik, zijn vader. Ik zei hen gedag en de vader knikte vriendelijk terug. Van de jonge man waren de lippen strak gespannen en lagen de kaken op elkaar geklemd. Het leek of hij mij niet zag, of wilde zien.

 

De laatste tijd loopt hij dus alleen en telkens groet ik hem. Op die momenten versnelt hij zijn pas, alsof hij bang voor mij is. Het geeft mij een onprettig gevoel, want wie wil dat iemand bang van hem is. Ik volhard echter in mijn groeten en kijk hem telkens met open blik in de ogen. Eigenlijk wil ik verbaal contact met hem; wie is die eenzame?

 

Ook in zijn innerlijk gaat het een en ander om want als hij mij van verre aan ziet komen, versnelt hij drastisch zijn pas en zwaait ter ondersteuning met zijn armen krachtig langs zijn lichaam. Heel soms als wij elkaar passeren meen ik dat hij mij toeknikt.

 

Wie is dat toch die jongere die ik op uiterlijk gedrag probeer te doorgronden? Is hij bang, boos, of autist, of misschien wel niets van dat alles?

 

Wie ben ik als ik in de spiegel kijk? Ben ik die man zoals anderen mij zien en denken te kennen? Ben ik wel die man zoals ik mijzelf zie? Is mijn buiten het buiten van mijn binnen? En die ander, wat denk ik van hem of haar te weten?

 

Zal het ooit tot een gesprek komen tussen hem en mij? Of lopen we beiden verder, ieder in zijn eigen universum?

 

 

zaterdag 11 december 2021

De wil, de weg en het doel

Het doel van het schaakspel is om te voorkomen dat jouw koning omvalt en niet dat de koning van je tegenstander omvalt. Ik zal dat uitleggen.

 

Stel je staat voor een wild stromende rivier en je wilt naar de overzijde. Hoog boven de rivier ligt een boomstam en de enige weg is om die zo geconcentreerd mogelijk over te lopen, zodat je niet valt en verdrinkt. Op zeker moment, je bent al over de helft, stapt er een ander op de stam met precies hetzelfde idee als jij hebt. Je nadert elkaar en voor beiden is er geen weg terug. Denk aan je doel: Niet vallen! Nu is het zaak om mee te gaan in de bewegingen van de ander en het is te hopen dat hij een ander doel heeft, namelijk jou te laten vallen en niet om zelf overeind te blijven…

 

Dit is natuurlijk een parabel. De diepere betekenis geeft een ander inzicht. En met oefening kan het zeker werken in momenten van de dag.

 

Training is dus de weg. Het is een training in discipline en concentratie. Een voorbeeld: de taak die iedere ochtend voor je ligt is om het aanrecht schoon achter te laten als je de dag inwandelt. Geconcentreerd en met je gedachten alleen bij je taak vergeet je geen enkel vlekje of kruimeltje … Doe dit elke dag opnieuw zonder het per se te willen; want waar geen wil is, is een weg!

 

Een tweede voorbeeld: Kijk eens naar een boom. Selecteer een enkel blad en bekijk dat. Zie daarna de boom en al zijn bladeren in zijn geheel. Er gebeurt meer om je heen dan dat ene aspect waar je uit gewoonte je aandacht bij hebt.

 

Goed, dan nu terug naar het schaken. Het doel is te voorkomen dat mijn koning valt. Laat de aanval(len) van de tegenstander maar komen. Ga mee in de bewegingen van zijn stukken en wie weet valt zijn koning om, net zoals de aanvaller om zal vallen op de boomstam – al is voor beiden wel training nodig zoals gezegd.

Betekent dit nu dat je zelf niet mag aanvallen? Ja! En heel dat proces van aanvallen en niet-aanvallen vergt discipline en inzicht. Dat is de weg, een weg vol leermomenten.

 

Schaken is een spel. Maar ik zie het ook als een parabel van het leven. Een voorbeeld:

 

Ik geef regelmatig vogelexcursies. Wat wil ik daar mee bereiken, wat is het doel daarvan? Wil ik de deelnemers zoveel mogelijk leren in een zo’n goed mogelijke sfeer? Of … ?

Ik bedenk mij nu, dat het beter is om niet te willen. Waar geen wil is, is een weg! Met andere woorden ik ga met open mind op pad. Vertel verhalen en geef informatie. Concentreer mij op details zonder het grotere geheel uit het oog te verliezen en ga mee met de bewegingen van de groep en de mensen afzonderlijk. Er is geen doel, er is geen wil, er is een weg.

 

Waar het ook om gaat is oplettendheid, want voor je er erg in hebt kun je in ongewenste situaties belanden. Een discussie kan zomaar omslaan in onmin omdat jijzelf of de ander zijn mening wilt opleggen. Ook hier geldt ga niet in de aanval, maar ga mee met de beweging. Zie het als stoeien in een rit op de fiets tegen de wind. Hou je benen even stil en laat hem uitrazen, uiteindelijk gaat hij liggen.

 

Dit is allemaal te leren. Op het schaakbord, op de boomstam, aan het aanrecht en in het leven zelf.

 

Dit zijn mijn gedachten. Spontaan opgeschreven, zonder wil, zonder doel. Het is kennis uit vele boeken, gesprekken en van mijzelf. Tot slot:

 

Er was een mens die had als doel de top van een berg (een vulkaan) te bereiken. Hij wilde dat per se en koos een weg. Uit eindelijk was hij boven en besefte dat er helemaal geen top was. Die was weggevaagd door talrijke uitbarstingen.

     

 

 

 

 

 

 

       

dinsdag 7 december 2021

Binnenblijven kan altijd nog

 

Het gure novemberweer houdt mij tegen om de natuur in te trekken. De onbedwingbare drang om ook in weer en wind op pad te gaan is met het ouder worden geluwd. Bovendien heb ik het met schrijven en kleine klusjes in huis prima naar mijn zin. En toch knaagt het; de roodborst en winterkoning ze vragen onvoorwaardelijk aandacht. Ik ben dan ook blij dat mijn vriend belt om voorzien van warme kleding en plu een stukje te gaan fietsen. Schuilen kunnen we onderweg wel ergens, is zijn opportunistische gedachte.  

Het eerste half uur verloopt prima: het blijft droog. In de verte drijven de mooiste wolkenformaties en regenbuien langs. Felle opklaringen toveren een fraaie regenboog tevoorschijn en langs de berm scharrelen kauwen en vinken in het natte gras; mijn vriend denkt zelfs een keep te zien.

Als we een bosperceel inrijden begint het te druppen, maar al snel gaat dat over in fikse regen. Vlug duiken we tussen de struiken, drukken ons tegen een elzenstam en klappen onze plu’s open. Dachten wij voor even te schuilen, de regen houdt als een dreinend kind drie kwartier aan. De enige vogel die ons vergezelt, is een verregende grote bonte specht. Toch hebben wij het prima naar onze zin. Allerlei gein en ongein halen wij boven water en er ontstaat een sfeer van oude-jongens-krentenbrood.

De lucht klaart op en Buienradar laat zien dat het verder de hele middag droog zal blijven. We fietsen naar een gemaal waar we uitzicht hebben over het polderlandschap, de rivier en het eiland aan de overkant. Wij pakken warme thee en boterhammen uit onze rugzakken; een lunch op deze manier en in deze entourage is er een uit duizenden.



Torenvalk vliegt op. Foto Peter Ganzeboom

Vrolijk en tevreden fietsen wij verwarmd en met een goed gevulde maag verder. Op een rasterpaal droogt een torenvalk haar verenkleed. Mijn vriend maakt een eerste foto. Hij wil echter een close-up en schuifelt voetje voor voetje naar de valk. Die heeft hem door, maar blijft stoïcijns doorpoetsen tot het hem genoeg is en hij op de wieken gaat. Precies op dat moment neemt mijn vriend een foto.

Een tiental minuten later zijn wij aan de rand van de stad en besluiten wij onze laatste kilometers door twee fraaie stadsparken te rijden. Er scharrelt van alles tussen het struweel. Soms blijven wij even staan, maar de kou in onze handen en tenen laat zich niet weerstaan; het is mooi geweest voor vandaag.  

Buiten zijn inspireert en wint het vaak van binnenblijven. Met plezier schrijf ik dan ook dit stukje. Ik hoop dat u ervan geniet en wens u het beste voor 2022.

woensdag 1 december 2021

Ach ja, tegenslagen

In het schemerdonker is Renz op weg naar het kantoor waar hij als accountant werkt. De kraag van zijn jas is omhooggeslagen. Hij geniet van de wandeling over het geel verlichte voetpad, dat slingert tussen woonwijk en stadsvijver. Op het station is het even dringen, maar uiteindelijk vindt hij zijn plek in de metro. Hij haalt zijn IPad tevoorschijn en beweegt met zijn vinger over het glazen scherm en opent zijn digitale krant. Af en toe kijkt hij op en tuurt door een beregend raam. Brrr, wat een somber weer. De gedachten aan een warme werkplek, een kop koffie en een sociaal praatje met een collega, maakt dat hij zich niet somber voelt.

Op kantoor lijkt het inderdaad zo te gaan als gedacht. Maar al snel vraagt het werk de aandacht, maken carrièrejagers zich groter dan zij zijn, verzinnen rancuneuze collega’s snode plannen en houden leidinggevende de touwtjes strak in handen. In gedachten verlangt Renz naar huis waar  alles beter is.

 

De intelligente centrale verwarming slaat een half uur voor thuiskomst aan, zodat het aangenaam warm is. Ook de exclusieve, computergestuurde en peperdure koffiemachine is ingesteld. De zithoek wordt automatisch bij binnenkomst sfeervol verlicht. Heerlijk. Schoenen uit. Koffie. De post doornemen en daarna aan het eten beginnen. Als Dylan thuiskomt een glaasje wijn voor het diner. Daarna uitbuiken om vervolgens een hobby op te pakken. Een kopje koffie tussendoor en als het tijd is tevreden naar bed.

 

Als Renz vroeg in de avond met een goed humeur thuiskomt, knippert het display van de koffiemachine en geeft foutcode 501 aan. Het apparaat blijkt defect. Hij laat zich niet van de wijs brengen; Dan maar oploskoffie. Het potje Nescafé is nagenoeg leeg. Zijn stemming lijkt om te slaan. Een verkwikkende douche zorgt voor wat ontspanning en energie. Vrolijk maakt hij het diner, een Franse schotel, en schuift die de oven in. Nu nog wat liflafjes als garnituur.

 

Dylan blijkt bij thuiskomst overspannen van zijn werk. Alcohol doet echter goed en iets later dan gedacht gaat het stel aan tafel. De op Franse wijze bereide eend komt goed tot zijn recht. Uitbuiken, gemberthee tussendoor en wat lummelen voor de televisie; voor een hobby zijn zij te moe.

 

Alles gaat zoals het gaan moet. Alleen die vervelende verwarming wil het maar niet doen. Dan maar vroeg naar bed. En Renz spreekt zijn gedachten met een niets verhullende knipoog uit. In bed streelt en kust hij zijn lief. Ook Dylan doet zijn best, ondanks zijn aarzelingen. Intiem en fijn is het zeker, maar: ‘Ook al is het vrijdag schat ik heb echt geen zin in dat.’

  

zaterdag 27 november 2021

Zomaar een dag

 

Spotlight valt als zomers zonlicht over mijn e-reader. Ik tik de bladzijde om en lees verder aan de brief die Ilja aan zijn jongere ik geschreven heeft. Knap gevonden! Een originele vorm van autobiografisch schrijven.

Wat mijzelf betreft stokt het schrijven even. Er zijn geen onderwerpen voorhanden waar ik inspiratie voor heb. Een stukje voor de krant zou kunnen, maar ik ben bang om in herhaling te vervallen. En dat gegeven dempt mijn motivatie.

 

Huishoudelijke klusjes motiveren bijna altijd. En zo sta ik niet veel later de dakramen van mijn huis te lappen. Dat valt nog niet mee, want het zijn grote tuimelramen; ik kan er nauwelijks bij. Terwijl ik de klus klaar en niet kan voorkomen dat ik mijn kop tegen een zolderbalk stoot begint het lichtjes te miezeren. De regen zet gelukkig niet door en na een uurtje is de klus geklaard. Koffietijd.

 

Terwijl ik van het zwarte goud geniet los ik wat schaakpuzzeltjes op. Ik schommel al tijden rond de 1500 Elo punten. Dat is een leuke rating voor een thuisschaker. Het gaat voorspoedig, wat mij aanzet tot het openen van een echte partij van maximaal drie dagen bedenktijd per zet. Het spel verloopt vaak vlotter. Meestal wordt er drie of vier keer per dag gezet en dat is net genoeg als break tussendoor.

 

Rond half elf ga ik op de fiets naar de radioloog om een echo van mijn knie te laten maken. De fysio kan dan gerichter behandelen. In coronatijd is het geen pretje om in een ziekenhuis te zijn, want: handen desinfecteren, mondkapje op en mensen van allerlei pluimage. Niet iedereen houdt zich aan adviezen of verplichtingen. Ongemakkelijk allemaal.

 

Na het ziekenhuisbezoek fiets ik nog even langs de kringloop voor een nieuwe theepot. De oude is gesneuveld tijdens een verbouwing thuis. Als ik mijn lunch klaarmaak zet ik hem in een kokend heet sopje. Vanmiddag mag hij dienstdoen.

 

Lunchtijd. Nadat de laatste cracker is vermalen nip ik van mijn thee (niet gezet in de nieuwe theepot, dat zult u begrijpen) en komt er een app van een vriend binnen. Hij vraagt of ik al wat voor de krant geschreven heb. Ik app hem dat dat niet het geval is. Zelf is hij gedichten aan het herschrijven. Na de laatste berichtjes zit ik achter het toetsenbord van mijn pc.

 

Terwijl ik vlot de toetsen intik is het harder gaan regenen. Het raam waardoor ik naar buiten kijk is kraakhelder door het druipend hemelwater; het zemen is niet voor niets geweest. Wat mij weer extra motiveert om er een stukje over te schrijven.   

dinsdag 23 november 2021

Contrasten

In het voorjaar hadden wij bij de Doelen twee plaatsen gereserveerd voor een concert later in het jaar. Nu in de herfst is het zover. Eigenlijk heb ik niet zo’n zin meer. Ik ben moe van een al weken durende verbouwing thuis, en ook de corona maatregelen spelen op de achtergrond mee. Ik doe net of ik het concert vergeten ben. Pas als mijn José over de avond begint stem ik met haar idee in; het is goed om er even tussenuit te zijn. 

Het concert wordt opgedeeld in twee etappes, zodat de concertzaal tweemaal voor de helft gevuld is en de bezoekers zoveel als mogelijk door de zaal verspreid van Ibrahim Maalouf kunnen genieten. Hij kan niet alleen fabelachtig mooi trompet spelen, ook zijn piano- en zangkwaliteiten ontroeren ons. Voor even vergeten wij de dagelijkse drukte.


In de auto praten wij nog na over het concert. Bij het Hofplein stroopt het verkeer op en staan wij plotseling stil. De Coolsingel is door agenten afgezet. Er rijden politiebusjes met zwaailicht en gillende sirenes rond het plein. Als er een ambulance langs raast, denk ik aan een ernstig verkeersongeluk. Wanneer vanaf het Pompenburg de ME met zwaar geschut komt aangereden en met gierende banden de Coolsingel oprijdt beseffen we dat er iets vreselijk mis is in het centrum van Rotterdam. ‘We moeten zo snel mogelijk wegwezen’ zegt mijn vrouw.

 

Pas bij thuiskomst horen wij over de rellen. Wat een geluk dat wij met de auto zijn gegaan en niet met de metro, zo konden wij aan de chaos ontsnappen.

 

Terwijl ik dit schrijf kijk ik uit het raam, er is gelukkig nog zoveel wat wel mooi is.

 

een zanglijster vliegt
naar de top van een wilg

een verstild moment

 

      

  

zondag 14 november 2021

Hollandse luchten

 

die wolken zie ze drijven

aaneengeklonken als een straat

breed en wazig aan de horizon

eronder een sluier van regen

 

bij elke stap die ik zet

komt het nader, speldenprikken

in de sloot en op mijn wangen

mijn pet zet ik af, een lauwe najaarsdouche

 

net niet hard genoeg

net niet koud genoeg

om naar huis te vluchten

o, ik hou van die Hollandse luchten

woensdag 10 november 2021

De blauwe reiger hapt toe

zaterdag 30 oktober 2021

Zomaar een alledaags praatje aan de rand van Spijkenisse

Bij mij thuis is de stukadoor aan het werk. Zo nu en dan piep ik er even tussenuit. In een van die momenten zie ik een ouder echtpaar bij een bord langs de weg. Ze bestuderen een fietsroute. ‘Kunt u mij de weg naar het centrum wijzen?’ vraagt de man. Na enig nadenken vertel ik hoe het beste te rijden. Per aanwijzing zie ik de frons tussen hun ogen groter worden. ‘Mijn’ route is te ingewikkeld realiseer ik mij. Ik loop naar het bord en wijs hun op het metrospoor. ‘Als je die volgt, kom je vanzelf in het centrum.’ Spontaan ontstaat er na mijn uitleg een sociaal praatje. Het echtpaar was op de e-bike vanuit Oud-Beijerland komen fietsen. Het idee was om in Spijkenisse te lunchen en vandaar weer richting huis te fietsen.

 

 ‘Hoe oud denk je dat wij zijn?’ vroeg de vrouw.

 ‘Oei, dat is lastig hoor. Maar ik zal voorzichtig raden. Ik schat dat uw man achter in de zeventig is en misschien zelfs al tachtig.’

 ‘Vierentachtig’ zei de man trots.

 ‘En ik?’ vroeg de vrouw.

 

De vrouw zag er duidelijk ouder uit, toch was ik bedachtzaam.

 

  ‘Vijf- zesenzeventig schat ik.’

  ‘Tachtig’ zei de vrouw met een grote glimlach. ‘En u?’

  ‘Nu mag u raden’ zei ik ad rem.

  ‘Zesenvijftig’ was het kordate antwoord.

 

Nadat ik haar vertelde dat ik zestig was, keek zij mij vol ongeloof aan en zei: ‘U ziet er veel jonger uit hoor.’ Voor mij was dit compliment hét moment om maar weer eens verder te lopen. De man hield mij min of meer tegen om te vertellen dat hij al twintig jaar met pensioen was en dat de twee dure e-bikes een van hun laatste grote investeringen was. Ik complimenteerde hem met zijn aankoop. Daarna stapte hij op, zijn maag begon te knorren, zei hij. En hij zoefde weg. De vrouw volgde hem, keek nog eenmaal achterom en bedankte mij voor de hulp en het leuke gesprek. Waarop ik het echtpaar met een glimlach uitzwaaide.   

  

donderdag 28 oktober 2021

leven en dood

Vroeg in de avond fiets ik door het donker. Een auto rijdt mij met te hoge snelheid tegemoet. Ineens is daar de schim en een doffe klap; een aanrijding. De bestuurder rijdt onverstoord verder. Op de plaats van het incident ligt een nog jong waterhoen te vechten voor zijn leven. Ik zie het zinloze van zijn strijd in en help hem uit zijn lijden. Daarna schuif ik hem voorzichtig aan de kant in het gras. Gemengde gevoelens overspoelen mij. Enerzijds de onnodige dood door te hard rijden. Anderzijds mijn hulp die op dat moment het beste was. Snel schud ik het voorval van mij af en rijd verder. Later op de avond ga ik nog even bij het beestje langs en toon in gedachten mijn respect voor hem en zijn verloren leven. Pas dan kan ik het voorval echt achter mij laten. Vandaag, een dag later, realiseer ik mij dat dat niet het geval is, ik schrijf er immers over. Leven en dood liggen dicht bij elkaar. Soms ga je er argeloos aan voorbij een andere keer raakt het je, ook al gaat het om een ‘simpel’ waterhoen.        

zondag 10 oktober 2021

contrasten

 

Dit keer razen wij over de snelweg die als grens tussen het begroeide duin van het Oostvoornse Meer en de bedrijvigheid van de Maasvlakte ligt. Tussen relatieve stilte, want altijd is er de ruis van de industrie, en het voortjakkerend vrachtverkeer. Bij de Maasmond stappen wij uit de auto. Hij fysiek niet zo sterk meer laadt zijn optische instrumentaria op de vouwfiets. Ik kan het gelukkig nog zelf dragen.

Verderop staan twitchers te loeren naar een dwaalgast. Wij sluiten ons aan en zien het wonder dat van ver ons land heeft aangedaan; een Aziatische roodborsttapuit. Een ondanks zijn grauwe herfstkleur contrastrijk vogeltje, dat qua bewegingen veel weg heeft van een grauwe vliegenvanger. Leuk om te zien. Toch vinden wij ‘onze’ keep mooier, zeker nu die zojuist zijn toilet heeft gemaakt in een nog niet opgedroogde plas regenwater.

Rond het middaguur klimmen wij de stuifdijk op. Ik wat sneller dan hij. Ik zie hem zwoegen, besluit terug te lopen en neem zijn bagage over. Geen enkel probleem. En zo zitten wij te genieten van de zee achter ons en een ‘vulkanische’ uitbarsting van CO2 voor ons; de schoorsteen moet immers roken.




Er is ook niet-contrast. Het samen genieten van een sublieme hobby en een vriendschap waarin veel samenvalt.         

dinsdag 5 oktober 2021

Gouden gloren

Soms is het lastig om je geboekte vakantiebestemming, dit keer de Vogezen, te vinden. Tom-Tom was om duistere reden van slag en ook Google wist het na een wegomleiding niet meer. Na draaien en keren, stijgen en dalen bereikten wij eindelijk ons logeeradres: een authentieke en tot vakantiewoning verbouwde boerderij net onder een heuveltop. Vanaf het terras lag een weids panorama onder ons waar wij dagelijks ruimschoots van genoten.

Synchroon met de baan van licht die de zon in een trage golf over de heuvels werpt en welke over een deel van het balkon strijkt, schuif ik telkens een stukje op. Ik lees een boek en kijk na iedere bladzijde even om mij heen. Als het terras voor de helft baadt in het licht en het op die plek aangenaam warm is, zweeft zij voorbij, leunt gewichtloos op het hekwerk en overziet het dal. Pas dan wenst zij mij goedemorgen. Ik sta op en kus het gouden gloren.

Die ochtend struin ik, om niet te verdwalen, in cirkels rondom het huis; op zoek naar vogelsoorten kenmerkend voor de streek en die bij ons in het westen minder voorradig zijn. Over de boomtoppen zeilt naast twee buizerds een rode wouw. Een roofvogel die behalve de roestrode kleur te herkennen is aan de diepgevorkte staart. In het struikgewas scharrelt een glanskop rond. Een neef van de bij ons veel voorkomende matkop. De soorten zijn lastig te onderscheiden, maar in combinatie met de biotoop, droog hoog opgaand gemengd bos, is het sommetje snel gemaakt. Bij het verlaten van het bos speurt op een veld een grote lijster rond. Hij lijkt sterk op ‘onze’ zanglijster en is iets groter. Beiden zijn gevlekt op de borst, waarbij de vlekjes van de zanglijster lijken op de punt van een pijl. Een leuk begin van de dag. Wat zou die nog meer in petto hebben?



Rode Wouw. Foto Peter Ganzeboom

Niet bijster veel zal later blijken. Telkens weer besef ik hoe rijk de omgeving van het Haringvliet aan vogels is. Daarvoor hoef je eigenlijk niet op pad te gaan naar verre oorden. Je wilt naast die ene, hier schaarse soort genieten van een ander landschap en een van bij ons thuis verschillende cultuur. En dat is allemaal gelukt. Toch is het weer fijn om thuis te zijn. Op de Beningerslikken pleisteren op het ogenblik honderden goudplevieren, zweven bruine kiekendieven boven plas en dras en verzamelen zich ‘handenvol’ lepelaars. En ook daar gaat de zon soms surrealistisch mooi op en onder. Met een beetje geluk komt zelfs de rode wouw nog even buurten als hij op weg is naar het warme zuiden. Kortom voor de vogelaar is het langs het Haringvliet elke dag vakantie.      

vrijdag 3 september 2021

Immense stilte

Stram en voorzichtig stap ik in de kajak voor onze tocht over de Nieuwkoopse Plassen. Al na honderd meter houden wij onze peddels stil. Het zachte ruisen van de wind en het klotsen van het water is het enige wat nog te horen is. Om ons heen scheren laag over het water tientallen boerenzwaluwen. Pas als het warmer wordt zoeken zij het hogerop. Behalve onze kajak, drijven er ontelbare gele plompen en waterlelies op het water. Enkele staan zelfs nog in bloei.

Manoeuvreerden wij ooit ter plekke over bochtige kreken tussen met riet begroeide eilanden door, nu die gemaaid zijn, ‘drijft’ er een toendra van bruine stoppels als een tapijt rond de kajak. Op een geplagd en met gras begroeid oeverland leggen wij aan en gaan aan wal. De groendrassige grond onder onze voeten golft mee met elke stap die wij zetten.




gewone of bruine pad - Bufo Bufo


In de lucht is het spitsuur. Niet met vogels, maar met vliegtuigen die om de vijf minuten laag overvliegen richting Schiphol. Gelukkig is het niet storend. ‘Een kikker,’ klinkt het plotseling, ‘of is het een pad?’. Ik vertel over het verschil tussen beide. Samen zoeken we verder in het vochtige gras en zowaar, tussen tientallen kikvorsen vinden wij een enkele pad.

 

Later op een weidse plas dobbert onze kajak schijnbaar doelloos voort. Nog steeds die immense stilte. Een kleine tweehonderd meter voor ons vouwt een horizon van berken en elzen zich in een flauwe u-vorm om het water heen. Als je bergen achter het panorama fantaseert, is het net een Scandinavisch fjord. Wij moeten het met een spitse kerktoren doen; het eindpunt van onze tocht. Als wij daar aanmeren hebben wij een houten kont alsof wij urenlang in de banken van diezelfde kerk hebben gezeten. Een kniesoor die daarover valt.

 

 

 

 

 

  

vrijdag 27 augustus 2021

Het boeket

Er is iets met de blik van de stijlvol geklede vrouw als zij vers geplukte bloemen met zorg ordent in een hoge brede vaas. Het is net of haar ogen afwezig staren in het niets. Een voor een pakt zij de bloemen voorzichtig bij de steel en strijkt er, als een vluchtig tasten, met haar vingers langs. 

Die morgen loopt zij al vroeg over het pad van haar landgoed. Langs het golvend riet, waarvan de pluimen lijken te wuiven. Bij elke splitsing vertraagt zij haar pas, alsof zij iets zoekt. Haast meditatief vindt zij haar weg. Overhangende takken van de knotwilgen ontwijkt zij handig. Maar af en toe raakt er een haar schouder. Bij het ruisend water gaat zij even zitten en kneust wat watermunt. De frisse geur mengt zich met het zoet van de honingklaver die verderop tussen de wilde margrieten volop bloeit. Zo geniet zij elke dag van haar ochtendwandeling. Om haar heen het gefladder van vlinders en gezoem van insecten. Op de terugweg plukt ze hier en daar een bloem. Ze kent de bloeiwijze van al de soorten en weet waar ze staan. Straks zullen zij pronken in een fraai veldboeket.


Op de voorgrond het paars van de moerasandoorn en de grote kattenstaart; beiden precies op maat gesneden. Zorgvuldig er tussen gestoken de cichorei. Dan, opbouwend in lengte en kleur: guldenroede en margriet. Een enkele lisdodde en een toef moerasspirea maken het boeket compleet.

 

Niets wijst erop dat de vrouw met haar ogen niet kan kijken. Ze ziet met haar vingers en weet met haar geheugen, misschien wel beter dan jij en ik.


Geïnspireerd door: Portret Estelle Degas van Edgar Degas

dinsdag 17 augustus 2021

Een ochtend vol indrukken

Vroeg ben ik al wakker vanochtend. Het is Zondag 4.45 uur om een idee te geven. Ik woel nog wat tussen de klamme lakens, maar stap dan resoluut uit bed. Ik zet wat thee en lees enkele bladzijden uit het dagboek van een vijftienjarige autistische Noord-Ierse natuurjongen. Het is bijzonder om te lezen hoe hij de natuur ervaart en ervan geniet. Aan de andere kant is het ook apart om te lezen hoe hij al op jonge leeftijd doorheeft dat veel door de mens zijn toedoen verloren gaat. Ik sla het boek dicht en lees verder in Mrs. Degas van Japin. Een fraai geschreven roman over de op het einde van zijn leven blinde Franse kunstenaar. Om half zeven is het al aardig licht aan het worden. Ik ga naar buiten voor een wandeling. Na een kort praatje met een oude dame uit de buurt laat ik Spijkenisse achter mij.

In de polder waar de schapen blaten, de buizerds mauwen en enkele zwanen kroos filteren in hun snavels, overvalt zware melancholie mij. Dat zal vast ook met de inzichten van de Ierse jongen te maken hebben. Ik probeer de gevoelens en gedachten van mij af te laten glijden, wat maar nauwelijks lukt. Vanuit de toren van het Witte Kerkje in Simonshaven jaagt een torenvalk een paar kauwen weg. Als de kraaiachtigen uiteengevlogen zijn, vliegt de valk krijsend nog wat rondjes en landt in een boom. Dan is het stil en keer ik om. In de lucht volg ik de vluchten van dalende en stijgende vliegtuigen; corona luwt, het luchtverkeer neemt toe. Een bruine kiekendief, ik herken hem van ver aan zijn vleugelslagen, jaagt op zijn eerste prooi. De melancholie lijkt afgezwakt, de gedachten van en aan de jongen zijn er nog. Ik ga ze op papier zetten. 


       

woensdag 2 juni 2021

Gijs en Jip

Duinpannen, de valleien net achter de zeereep, zijn in het voorjaar een van de fijnste plekken om van de natuur te genieten. Vaak is daar een grote diversiteit aan flora en fauna te vinden. Een zo’n pan bezoek ik vandaag. Het metalen klaphekje dat dient om de Schotse hooglanders op het terrein te laten grazen, sluit achter mij. Geconcentreerd neem ik het landschap in mij op en probeer de eerste vogels te lokaliseren. In een topje van een meidoorn zie ik een soort die veel weg heeft van een boompieper. Zijn snavel is echter iets dikker en vaag zie ik een wenkbrauwstreep die achter zijn nek lijkt weg te lopen. Dit moet de boomleeuwerik zijn. Zijn zang lu-lu-lu-lu geeft zekerheid. Zoals een veldleeuwerik zich als een heldhaftige parachutist in het open veld laat ‘vallen’, zo landt de Lulla arborea -zijn wetenschappelijke naam- in een topje van een boom.

 

Bestaat een relatief nieuw aangelegde duinvallei voor een groot deel uit zand, in de loop van de tijd verandert de fauna onder aanvoering van pioniersplanten in een ‘rijk’ gebied, dat veel vogelsoorten aantrekt. De kneu is er daar een van. Gezellig kwebbelen en foerageren er enkele op de grond. In prachtkleed, als het mannetje een rood ‘petje’ en een evenzo gekleurde borst heeft, is hij op zijn mooist.




Is hij niet mooi? De kneu, een mannetje in dit geval. De foto is van Peter Ganzeboom


 

Het pad waar ik op loop, slingert langzaam richting zee. Ik klim door het zware mulle zand over de top en geniet van het uitzicht. Langs de vloedlijn maak ik een filmpje van het schuim dat opbollend aanspoelt en enkele foto’s. Verderop ga ik het duin weer in. Op een weelderig begroeid plekje barst een vogelconcert los. Maar liefst drie nachtegalen proberen elkaar de loef af te steken; wie zingt het hardst? Een gezin met twee kleine kinderen komt uiterst zachtjes naar mij toe lopen. De oudste, ik schat dat hij vijf jaar jong is heet Gijs en is het meest geïnteresseerd. Met Jip zijn twee jaar jongere broertje, krijg ik minder contact; hij is ietwat verlegen. Ik vertel hun wat over drie vogeltjes die terplekke te horen en soms te zien zijn: De fitis, de zwartkop en de nachtegaal. Laat die laatste zich juist nu stil houden. Leuk is dat de fitis in de weer is met pluisjes, veertjes en wat grasachtige attributen. We volgen hem en telkens vliegt hij naar de voet van een struikje verderop. Ik leg uit dat de fitis zijn nestje op de grond maakt. Om het beestje zijn rust te gunnen en omdat de aandacht van de jongens afneemt, zeg ik de kersverse vogelaars niet veel later gedag. Belangstelling voor al wat leeft is in ieder geval gelegd. 

maandag 24 mei 2021

Een blokje om

Beste,

Je weet ik houd niet van regen. Vooral niet in kille jaargetijden. Als ik dan niet goed gekleed ben en de wind slaat tegen mijn klamme kleding aan, dan krijg ik het onaangenaam koud. Als buitenman zou ik de regen toch moeten kunnen doorstaan en het is dan ook meer de mentale drempel die mij tegenhoudt om eropuit te gaan. Vandaag is zo´n druildag. De buitentraining van mijn atleten is afgelast, ik stuur ze het krachthonk in. Daar ben ik niet echt nodig. Een atleet is zo gelouterd wat kennis en ervaring betreft dat hij zonder problemen de leiding over kan nemen. Maar wat moet ik nu op deze sombere zaterdagmorgen. Schrijven? Ik weet niet wat en dan is het voor mij een marteling om achter het toetsenbord plaats te nemen. Ik draal en draal en malaise lijkt het over te nemen. Koffie en een klein gesprek met mijn vrouw doen wonderen. Ik strik de veters van mijn schoenen en ga er gewoon op uit. Regenkleding laat ik thuis. Ik heb daar een nog grotere hekel aan dan de regen zelf.

 

bloemendijken in lente

groen geel en wit

raapzaad en fluitenkruid

geur van verse regen

zwaan herschikt

nest en vederkleed

 

Onlangs zijn er bij enkele weilanden nieuwe hekken geplaats, althans de palen daarvan. Het hek zelf laat al weken op zich wachten. Op een van die palen bevindt zich, een uitsteeksel. Ik ken het landschap, weet wat ik kan verwachten en vul onbewust mijn eigen scenes in. Dit moet een graspieper zijn. En inderdaad als ik mijn kijker richt zit het beestje half verzopen op de paal. Dichter en dichter mag ik hem naderen. Ik praat tegen hem, zoals Franciscus van Assisi in het warme Umbrië deed. Hij buigt zijn kopje. In zijn bekje hangt een rups dood te zijn, als voer voor zijn jongen. Dan vliegt hij op. Ik kan niet aan de indruk ontkomen dat zijn nestje zich aan de voet van de robuuste rasterpaal bevindt, tussen de brandnetels en ander groen.

 

Hoe somber je jezelf kan voelen, hoe sterk de regen daaraan kan bijdragen, als je beiden vergeet en opgaat in wat je ziet …

 

wind regen een zwaan

schaduwspel op het water

niets meer dan bestaan

 

De voorzijde van mijn broek is inmiddels doornat en ook een zijkant lijkt het op te geven. Rond de kraag van mijn jas sijpelen druppels over schouders en rug. Een rilling. Als een hond schud ik de kilte van mij af. Het grappige is dat ik meerdere passanten tegenkom. Sommigen zelfs twee keer. Zij gaan hetzelfde rondje, alleen dan tegengesteld. Allen groeten mij, op een vouw na. Die kijkt nors naar de grond als ik haar tweemaal passeer. Ik zou zeggen mevrouwtje: loop nog een rondje, het helpt. Echt waar.

 

En dan ben ik thuis. Mijn vrouw staat voor het raam. Met verkleumde vingers draai ik de deur van het slot. Lunchtijd. De thee is al gezet. In de middag klaart het op. Nog maar een rondje, maar nu op de fiets.