zaterdag 31 december 2022

Een nieuw begin

Zo nu en dan deed ik mee aan een schrijfwedstrijd. Meer voor de leut en inspiratie dan voor de winst. Bovendien kreeg en krijg je professioneel feedback wat mij inspireerde en verbeterde.

De titel van een wedstrijd in december luidt: Een nieuw beging. En misschien ben ik die na mijn ongeluk, herstelperiode en revalidatie wel opnieuw begonnen. Toch wil ik het geen ‘nieuw begin’ noemen, maar een herstart. Dat wil zeggen: Verder gaan met waar je was. Al klopt ook dat niet. Veel moet ik opnieuw leren. Zoals: praten, slikken en optimaal bewegen.

Met praten gaat het beter. Afhankelijk van verkoudheid, schorheid of moeheid. Dat laatste plaagt mij ook tijdens het slikken. Moeheid maakt slikspieren minder krachtig. Ook de articulatie als ik praat is wel eens een stoorzender. Evenzo het soepel bewegen.

Toch zou je over ‘anders’ verdergaan/beginnen kunnen spreken. Ogenschijnlijk simpele en gewone dingen worden meer bijzonder en daarom geniet ik er meer en anders van dan voorheen. Een simpel vogeltje, een groenling bijvoorbeeld, wordt meer bijzonder qua uiterlijk en gedrag dan voorheen. Maar ook een alledaags gesprek met een medemens geeft mij energie en een boost.

Moeten we dan toch over een nieuw begin hebben? Begin 2023 dan graag. Het beste voor een ieder in dat jaar. En met veel genoegen tot ziens en lezens!        

maandag 26 december 2022

Kerst in 110 woorden

Wat een vreemde kerst. Ik minder valide en José, snipverkouden. Geen kinderen en kleinkinderen op bezoek dus, al gaat het met mijn vrouw al beter. Omdat het kerst is, probeer ik meer te genieten van lekker eten en versnaperingen. Minder sondevoeding dus. Het lukt! Volop genieten van wat wel lukt. Wat doe ik nog meer?

Lezen en wandelen. Vanochtend ben ik door twee plantsoenen en de wijk gewandeld. Ik geniet dan van de omgeving en het moois daarin. Vanmiddag ga ik met José het park in. Daar te zijn is al een hoogtepunt. Zo plak ik al het moois aan elkaar. Mindere dingen overdenk ik en zet ik even opzij.    


dinsdag 20 december 2022

Wel en wee

Ik ben dus weer thuis na mijn verblijf in het Rijndam. Alle vermoeidheid en verborgen spanning komt eruit. Rijndam was intensief, maar optimaal. Alles wat mogelijk is, fysiek en mentaal, wordt er daar uitgehaald. Met als resultaat dat je naar huis kunt wanneer mogelijk. Hulde!

Naar huis rijden ging met Jose als chauffeur oké, alleen het laatste stukje niet. Gladheid bleek een spelbreker. Thuis was en is het wennen. Je bent er toch een tijd niet langdurig geweest. Samen met Jose ben ik op zorg aangewezen en dat is een hele andere organisatie dan normaal. Ik ben tenslotte, in zekere mate, gehandicapt en heb extra zorg nodig.

Ik heb inmiddels in mijn uppie een boodschap gedaan. Door het plantsoen naar de Akkerhof. Mogelijk gladde weggedeeltes, verkeer en stoplichten bleken energie te verslinden. Maar ook de winkel zelf. Mandje zoeken, boodschappen vinden en minder om zich heen kijkende klanten maakte het moeilijk. Opletten dus! het kost allemaal energie.

Terug liep ik een klein stukje anders om even de polder in te kijken. Ik kwam een bekende tegen en maakte een praatje. Moe kwam ik thuis. Na het eten kreeg ik de tip van Jose om vroeg naar bed te gaan. Ze had gelijk. Na tien uurtjes slapen en dommelen was ik kwik en fit. Die dag ben ik maar binnen gebleven in verband met de gladheid. Elke visite waarschuwde mij daarvoor. Waren de waarschuwingen er maar eerder geweest. Een dag eerder was ik namelijk ten val gekomen in de ijzel. Gelukkig is het goed afgelopen. Ziekenhuisbezoek bracht geen zwaar letsel aan het licht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

       

zondag 11 december 2022

Herstel en geduld

Het herstel dat ik doormaak na mijn ongeluk duurt lang. Dus geduld is nodig. Ik kon weinig meer. Niet meer lopen, moeilijk praten en nauwelijks slikken. Om te herstellen is geduld, een positieve instelling en aandacht nodig. Ook van mensen om je heen. Gelukkig zijn al die facetten aanwezig.

Dit weekeinde 10 en 11 december ben ik, gelukkig thuis. Naast mijn sondevoeding drink ik o.a. verdikte koffie. Een feest 😉. Ook ben ik met Jose, mijn vrouw, boodschappen gaan doen. Dit met een solo wandeling door de wijk en hier en daar een gesprek met een bekende maakt een dag compleet. Het zijn juist die alledaagse en simpele dingen die mijn dag en leven op het ogenblik verrijken. Dat doet positief vooruitzien en maakt het leven en herstel draagbaarder.

Zo sprak ik laats onder een wandeling met een kauw. Hij boog zijn kopje, hipte opzij en zag dat ik geen kwaad in de zin had. Rustig ging hij door met wroeten onder het bladerdek. Op zoek naar iets lekkers. Dat simpele waar je anders wellicht aan voorbij loopt, maakt mij blij. Blijdschap en geduld maken mijn toch gehandicapte leven dragelijk.

Come on Bill  – de lijfspreuk van mijn reeds overleden vader was en is ook aan mij gericht.

Thanks 😊   

zaterdag 3 december 2022

Een ongeluk

Begin september, het was behoorlijk warm zodat ik besloot om niet naar Tiengemeten te gaan maar een rondje op mijn racefiets te gaan rijden, trof een aanrijding mij. Ter hoogte van Vierpolders schepte een auto mij vanachteren. Ik vloog over de voorruit en het dak. Een helm was mijn redding.  

Ik werd per ambulance naar het Erasmus ziekenhuis vervoerd waar ik een week in coma heb gelegen. Langzaam kwam ik bij en na nog eens twee weken werd ik met o.a. hersenletsel  verplaatst naar het Maasstad ziekenhuis. Daar werd een longontsteking geconstateerd. Het herstel nam ruim zeven weken in beslag. Ik was matig aanspreekbaar en kwam zelf nauwelijks uit mij woorden. Toen ik enigszins bijkwam, probeerde ik uit bed te ontsnappen. Wat mij op een aantal fikse valpartijen kwam te staan. Ik werd verplaatst naar een kamer waar om mijn bed een gazen kooi van textiel was geplaatst, zodat ik geketend was in mij bed. Pas daarna werd ik naar een eenpersoonskamer verplaatst en knapte ik echt op. Ik moest leren lopen, handen gebruiken, eten enz. alles ging redelijk tot goed vooruit, behalve het slikken. Een onderzoek wees uit dat het cognitief goed zat, maar dat de slikkracht en de techniek niet goed waren.

Omdat mijn inzet en vorderingen oké waren, mocht ik naar het Rijndam, een gespecialiseerde instelling in revalidatie. Ook daar maak ik vorderingen. Over twee weken zwaai ik af naar het medisch centrum Spijkenisse. Blijft het slikprobleem. Maar ik ga hier ook mee vooruit. Het zal dus goed komen, maar heeft zijn tijd nodig.

Ik ben nu het tweede weekeind thuis. Herontdek de buurt en probeer nog meer te herstellen. Ik sta er gelukkig niet alleen voor. Mijn vrouw, kinderen, familie , vrienden en bekenden, hebben allen aandacht en steken mij een hart onder de riem. Dank daarvoor. Ik ga het mede daardoor vast redden. In mijn volgende blogs meer over het herstel.       

  

vrijdag 2 september 2022

Roet in het eten

Onlangs had ik afgesproken met mijn vogelvriend Peter. Wij zouden een koppeltje boomvalken gaan observeren. Een regenbui gooide roet in het eten. Het leek mij een goed idee om dat moment in vijfenvijftig woorden te beschrijven. Zie de alinea hieronder. 

‘We houden het niet droog’, zegt de een.
‘Ik denk het ook niet’, zegt de ander.
Niet veel later trekt er een gordijn van regen voorbij.
Het sluit zich om de schuilende twee, het dorp en de vijf windmolens, die nog nauwelijks te zien zijn.

Na de bui gaan wij alsnog bij de valken op kraamvisite. In een hoogspanningsmast brengen zij twee jongen groot. De witte donzige kopjes van net een week oud zijn nauwelijks te zien. Moeder lijkt hen prooiresten te voeren. Vader fatsoeneert hoog in de mast zijn verenpak. Dit is van levensbelang voor de boomvalk. Een perfect onderhouden verenpak is noodzakelijk voor een geslaagde jacht en een mogelijke ontsnappingsvlucht aan een grotere roofvogel; een slechtvalk of havik bijvoorbeeld.

Als pa is opgedroogd maakt hij zich klaar voor de jacht. Wij volgen de vogel totdat hij uit het zicht verdwenen is. Het kan wel een uur of langer duren voordat hij terugkeert. Dit keer hebben wij daar geen zin in en fietsen verder.
‘Ik zou wel weer eens een gele kwikstaart willen zien’, zegt Peter. Hij wordt op zijn wenken bediend. Niet één, maar twee kwikken steken fel geel af in het groene aardappelloof. Boven het bijna rijpe graan zweeft een bruine kiekendief. Verder komen wij weinig opzienbarends tegen tijdens onze tocht. ‘Laten wij maar langzaam op huis aangaan. Volgende keer beter’.

Vooralsnog is dat er niet van gekomen. Twee dagen na de beschreven fietstocht gooit een appje van Peter roet in het eten. ‘Ik lig weer in het ziekenhuis’, schrijft hij. Hartritmestoornissen. En dit keer is het levensbedreigend. Terwijl ik dit stukje schrijf, verblijft Peter al een week in het ziekenhuis en wacht hij op vele onderzoeken. Onzekere en spannende tijden dus. Daar gaan onze plannen en wat erger is, weer staat zijn leven op z’n kop. 

Ik zal voorlopig alleen moeten gaan vogelen. Het wonderlijke is, en Peter en ik hebben dat beiden als wij in ons uppie vogelen, dat de ander er toch is. Wij praten dan tegen elkaar in gedachten of hardop. 

‘Gaat daar nou geen visarend’?
‘Zou kunnen, ze worden vast al gezien en anders zijn wij de eersten’.

‘Verrek joh, hij heeft een prooi in zijn klauwen hangen’.

In mijn verbeelding kijk ik hem lachend aan en maak een high five.

Voor  een foto van een visarend zie de blog van Peter: Visarend


dinsdag 26 juli 2022

45 woordenblog - opdracht

‘We houden het niet droog’, zegt de een.

‘Ik denk het ook niet’,  zegt de ander.

Niet veel later trekt er een gordijn van regen voorbij.

Het sluit zich om de schuilende twee,  het dorp en de vijf windmolens, die nog nauwelijks te zien zijn.



 Elke dag heeft leuke en bijzondere momenten :-)

zondag 17 juli 2022

Jazz op het dak

Jazz op het dak

een piano, een trompet

en zachte klanken, meer niet

of toch, het uitzicht

De Pot, het torentje van Boijmans,

de Kop van Zuid, Het Weena, 

vier lichtmasten

sluit de ogen en zie

Het Kasteel

hoor de Spartamars

het ‘zullen wij laten horen’

en de geest van Jules

‘Sparta naar Voorree’

als dat geen Jazz is.


Jazz op het dak van Het Nieuwe Instituut was een initiatief van North Sea Round Town. 

woensdag 6 juli 2022

Kickstart

Er zijn van die dagen, vaak na een nacht met weinig slaap, dat ik traag op gang kom. Een zondagochtend leent zich daar dan goed voor.

De temperatuur is aangenaam, zo’n zestien á zeventien graden. De lucht is lichtblauw en af en toe drijft er een kleine helderwitte wolk voor de zon. De wind draagt de geur van versgemaaid en kruidenrijk gras met zich mee. Langs het boerenweggetje groeien bieten en dik opeengepakte tarwehalmen. Als cadeautje landt er een diep doorgekleurd mannetje rietgors in een van de aren. Het loont de moeite om af te stappen. Op het moment dat ik wil opstappen, pingelt mijn mobieltje. Zie ik jou nu fietsen? Ik kijk achterom, richt mijn verrekijker en zie mijn vriend naar mij wuiven. Ik wacht en samen trekken wij op. 

Wij rijden langs een rivier en bij een aftakking, een kleine enkeldiepe kreek, maait een volwassen lepelaar met zijn snavel door het water. In een steile wand vliegen oeverzwaluwen in en uit hun nestholtes. 

Verderop ligt een grasgors. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw foerageerden hier vele weidevogels, zoals: grutto’s, tureluurs en kieviten. Het gebied is in de loop van de jaren vergrast en verdroogd. Op een wat natter stuk, waar ook enkele meidoorns staan, is vaak een roodborsttapuit actief. Misschien treffen wij hem. Ter plekke denk ik even een heggemus te horen. ‘Dat is vast de robotap’ - vogelaarsjargon -, zegt mijn vriend. En ja hoor, prachtig beschenen door de zon zit de tapuit op een paaltje. Af en toe vliegt hij op, happend naar een voor ons onzichtbaar insect.

Roodborsttapuit. Insecten genoeg in een heet voorjaar. (Ganzeboom)

 

Zo kabbelt de zonnige zondagmorgen langs ons heen. We praten over aangename en minder aangename onderwerpen en maken afspraken voor de aankomende week om ergens een dagje te gaan vogelen. Wellicht de kop van Goeree?

Op een markant punt gaan we ieder onze weg. Ik rijd nog even door een gehucht. Daar weet ik een plek met broedende huiszwaluwen. Ze broeden er al jaren en het is leuk om de nestbouw te observeren. Een vogelliefhebber heeft terplekke een tiental kunstnesten opgehangen, waarvan ik mij het nut afvraag. Immers pal ernaast zijn vier zwaluwen bezig met een echt moddernest. De kunstnesten laten zij links liggen. Wat wel opvalt is dat er minder huiszwaluwen zijn. Die bouwen elders in het dorp op natuurlijke wijze hun nesten. Het zet te denken. 

Vanuit het Witte Kerkje klinkt gezang. Dat, met geheel de sfeer van die morgen en het meanderende pad waar ik op rijd, maakt dat ik mij waan in Ons Dorp van wijlen Wim Sonneveld.

Plotseling trekt een heftig gekekker mijn aandacht. Bij een hoogspanningsmast vliegt een valk. Hij zit hoog en half verscholen. Tijd voor het raadsel van de dag: Een boom-, of slechtvalk? 

donderdag 30 juni 2022

Couleur locale

Laatst kwam ik in een essay van Joost Zwagerman de term monochroom tegen. Het verhaal ging over een schilder, een Fries. Hij schilderde stillevens. Bijvoorbeeld: ‘Schuur in een landschap’. Dat deed hij overwegend in een kleur: grijs. Als enige nuance bevatte het grijs verschillende tinten.  Nu dacht ik, zou dat ook in een verhaal kunnen? Dus qua sfeer een monochroom getint verhaal. Voor de literator in ieder geval het proberen waard.

Er hangt een lichte en door de zon flauw beschenen nevel over de graslanden. In een perceel grazen tientallen koeien en ver weg blaten enkele schapen. Er staat nauwelijks wind. De landweg die de weilanden omzoomt loopt kaarsrecht langs een water naar een wit kerkje, buigt daar af naar een slapend dorp, om achter de kerk weer tevoorschijn te komen. Langs een aantal verspreid staande huizen vervolgt hij zijn weg. Met een haakse bocht naar rechts rolt het asfalt zich verder uit, tussen twee boerderijen door om aan de einder te verdwijnen. Daar ligt de stad, nog zonder enig teken van leven.

 

Nu is het ook een uitdaging om hetzelfde landschap polychroom, oftewel meerkleurig te beschrijven.

 

De zon schijnt uitbundig aan de strakblauwe hemel. De graslanden staan weelderig in bloei. Boven de kleurenpracht klinkt het gezoem van ontelbare insecten. Een boer verweidt zijn vee. Op de landweg traint een man zijn hond. Hij heeft hem niet onder controle. De hond duikt een weiland in en jaagt een kudde schapen op. Verderop bij een wit kerkje drommen enkele mensen samen. Er is een trouwerij. Een fotograaf schiet plaatjes van het gezelschap. Bij een kleine voormalige boerenwoning komt de eigenaar naar buiten en vraagt aan een voorbijganger om hulp. Een opgejaagd schaap is te water geraakt. Samen trekken zij het door het slootwater loodzware en gitzwart bemodderde dier uit het water, wat nog een hele klus is. Als de weg het landschappelijke voor het stedelijke verruilt cirkelt een politiehelikopter boven de wijk.

 

 

 

 

 

  

 

  

maandag 13 juni 2022

Een dag met een gouden randje

Soms erger ik mij wel eens aan de storende elementen in het landschap op ons eiland. De hoogspanningsmasten en windmolens zijn mij dan een doorn in het oog. Zo ook de ruis van de industrie of een drukke verkeersweg. Wordt het mij teveel, dan verkas ik tijdelijk naar elders. De Kampina in Brabant is in dat geval een uitstekende bestemming.

Vroeg, om de ochtendspits voor te zijn, vertrekken Peter en ik van huis. De reis verloopt voorspoedig en na anderhalf uur houden wij aan de zuidrand van het natuurgebied een koffiestop. Als wij energiek  verder rijden, steekt er een vos vlak voor de auto de weg over; als dat geen krentje is! In goede stemming, zo die er al niet was, lopen wij verderop het bospad op.

Het is of wij in een theatraal opgevoerde vogelsymfonie terecht zijn gekomen. Van alle kanten klinkt vogelgezang. Opletten dus: wat zit waar? Opeens klinkt de roep van een zwarte specht. ‘Zit hij daar niet, tegen die eikenstam?’ Als ik kijk, vliegt de vogel op en landt vrij in het zicht op een omgevallen boom. Gitzwart en een felrode kruin. Wat een plaatje!

Blij als een kind geven wij elkaar een high five en juist op dat moment horen we de zang van een wielewaal. Die blijkt moeilijker te vinden. Geduldig als wij zijn geven we niet op. Als het vrouwtje zich laat zien en horen komt het mannetje vanuit het hoge bladerdak tevoorschijn. ‘Als het zo doorgaat, blijft er geen pap meer over, maar alleen krenten.’

En zo slingeren wij door het bos, vergezeld van een vriendelijk kabbelend beekje. Op een open plek, waar de rivier breder wordt, stoppen wij voor een slokje water, maken een praatje met twee voorbijgangers en volgen een buizerdgrote roofvogel die hoog boven het veld cirkelt. ‘Is het geen wespendief?’ De vogel zou om het zeker te weten even moeten kantelen. Helaas verdwijnt hij uit het zicht. Deze vogel blijft voor ons een raadsel.



Een dutje midden op de dag doet goed.


Opeens horen wij het gekras van een … Ja wat was het ook alweer? Ondanks dat ik de soort enkele weken terug uitvoerig heb kunnen observeren, moet ik flink zoeken in mijn interne databestand. Pas als het vogeltje in een flits voorbijvliegt is het één en één is twee: een bonte vliegenvanger. Die dag zullen wij nog diverse paartjes ontdekken.

Half in de middag na een koud en wit gekraagd goudgeel Palmpje keren wij de Kampina, met zijn vennen, beekjes en bossen, de rug toe. Bij ons op het eiland, zullen wij het weer met de hoogspanningsmasten en windmolens moeten doen. Maar ach, daar valt mee te leven. Zij horen er inmiddels bij. Trouwens in een van die masten zal straks de boomvalk weer broeden. Wij kijken er naar uit!       

donderdag 9 juni 2022

Kwinkeleren in de regen.

Even twijfel ik of ik een regenbroek aan zal doen. Ik laat hem thuis, ondanks dat het gestaag regent. Mijn nieuwe paraplu, waarvan de binnenkant versierd is met de meest mooie bloemen, klap ik open. Direct zet ik er stevig de pas in. Twee ringmussen landen vrolijk, althans zo vermenselijk ik de beestjes, op een rasterpaal. Even kwinkeleren zij om vervolgens op te vliegen.

Het water in de vaart geeft, door regen en wind, diverse tinten grijs. Af en toe kantel ik mijn paraplu zodat er waterstraaltjes naar de zijkant stromen. De stroompjes vallen uiteen in vette druppels. Zo speel ik een fijn spel in de lenteregen.

 

Verderop loop ik een bos in. Het geurt en kleurt. Soms laat een vogel zich horen en onwillekeurig moet ik terugdenken aan mijn laatste vakantie in het Zwarte Woud. Ook toen liep ik de regen door een bosperceel. Het had iets mystieks, net zoals nu. Het geeft rust en is absoluut niet onaangenaam. Een natte, klamme broek is dan niet erg.

 

Verfrist kom ik thuis. Om de regendruppels ervan af te wippen, klap ik de paraplu in en uit en hang hem op zijn kop in de schuur te drogen.


zondag 29 mei 2022

Mooi Neerlands

Over het algemeen pas ik modern taalgebruik toe in mijn stukjes. Toch sluipt er zo af en toe een oubollig of ouderwets woord in. Is er iets mis met ‘vergeten’ woorden? Niet altijd, want sommige daarvan zijn het gebruik waard. Mijn vriend herintroduceerde er ooit een: uitspanning. Wie gebruikt het nog?

Om in de sfeer te blijven:

 

In vroeger tijden spande men de paarden uit bij een herberg. De paarden werden verzorgd, kregen haver en water en mochten na een lange reis uitrusten. In de tussentijd laafden de ruiters, of koetsiers zich aan het bier en een copieuze maaltijd.

De plek waar de paarden werden uitgespannen, noemde men een uitspanning. Inderdaad vaak een eet- en drinkgelegenheid. Het is leuk om dan een landelijk gelegen café, of lunchroom in een tekst een uitspanning te noemen.

 

Er zijn natuurlijk veel meer ‘vergeten’ woorden om onder de aandacht te brengen. Beogen bijvoorbeeld. Heeft dat met ogen te maken?

Wat beoogt het rijk met de flitspalen langs de provinciale weg?
Dit lijkt in eerste instantie niets met ogen te maken hebben. Toch, het voorvoegsel be versterkt het begrip ogen, het wordt daardoor een werkwoord. Ogen doorzien een situatie. Zij reiken als het ware naar een betekenis en geven een duiding aan die situatie. Anders gezegd: Wat tracht het rijk met de flitspalen langs de provinciale weg te bereiken?

 

Zo af en toe een oubollig, ouderwets, of archaïsch woord of begrip is niet erg en kan zelfs een tekst leuk maken.

Taal moet in dier voege worden toegepast, dat onbedoelde neveneffecten worden geëlimineerd. 

donderdag 12 mei 2022

Een driftig mannetje

Driftig doet de winterkoning een uitval naar het dak van de terreinwagen. Omdat ik er net daarvoor een ander exemplaar zag rondscharrellen en omdat het voorjaar is, dacht ik aan balts of zelfs een mogelijke liefdesdans. Dat laatste is een krent in de pap voor elke vogelaar, al voel ik mij in dat geval ook een beetje een voyeur. Het blijken twee mannetjes te zijn, verwikkeld in een doldriest territoriumgevecht.

Ik sluip nader, totdat ik ze vlak voor mijn voeten heb. Het lijkt een gevecht op leven en dood. En dan ineens ontwart de kluwen zich en vliegt een van hen achternagezeten door de ander, zigzaggend het riet in. Dan keert de rust terug: de overwinnaar neemt zijn zangpost in en ‘kraait’ vol bravoure victorie. 

Het is leuk om te weten hoe de winterkoning aan zijn naam komt. Maar weinig vogels zingen ook in de wintermaanden zo vaak en luidruchtig als de winterkoning, vandaar. Het beestje heeft ook een bijnaam. In de streek waar ik vandaan kom wordt hij steevast, zeker door de oude garde, Klein Jantje genoemd. Leuk, niet?

Het voorjaar is voor een natuurliefhebber een fascinerende periode. Zodra het speenkruid en klein hoefblad felgeel hun bloeiwijze tonen en de eerste zomervogels hun gezang laten horen, wordt het spannend voor de vogelaar. Zo genoot ik onlangs van een wandeling door een bosperceel. De laatste maanden van de winter scharrelden daar op een stukje kaalslag twee grote gele kwikstaarten rond. Zouden ze er nog zijn? En terwijl ik rond speurde, keek ik terloops naar de lucht. Een zwarte kraai vloog door de nog kale beukentoppen. Hij leek achternagezeten door een buizerd. De diep gevorkte staart wees echter op een rode wouw. Als dat geen krentje is!

Nog even terug naar de winterkoning. Hij laat vanaf zijn zangpost duidelijk aan soortgenoten horen en zien: dit is mijn territorium. Blijf weg! Sommige soorten kunnen als goede buren in hetzelfde territorium leven. Winterkoningen, roodborsten en heggemussen kunnen het vaak niet goed met elkaar vinden.


De roodborst, een nieuwsgierig en alert vogeltje. Foto: Peter Ganzeboom

Trouwens, laatst zag ik een roodborst met nestmateriaal in zijn bekje. Stoïcijns deed ik net of ik hem niet zag. Dolgraag wilde ik weten waar hij zijn nest ging bouwen. Het gaat mij in zo’n geval niet om het vinden van het nest, maar om het gedrag van de oudervogels er omheen. Waar bouwen zij hun nest. Welk materiaal gebruiken zij daarvoor. En wat voeren zij in een later stadium aan hun jongen. 

Het vogeltje was niet van gisteren en hield mij nauwlettend in de gaten. Ik kreeg de indruk dat mijn aanwezigheid hem in zijn bezigheden stoorde en ben snel weggegaan. Want daar gaat het om: zoveel mogelijke genieten en zo min mogelijk verstoren. 

dinsdag 10 mei 2022

Een shirt als toonzetting

U kent ze vast wel, de stelletjes die uniform gekleed gaan. Hetzelfde model fiets en trainingspak plus dito schoenen. Het is mij een gruwel en ik zweer dat het mij niet zal overkomen. Maar het lot, het vreselijke lot …

Laatst waren José en ik door kennissen uitgenodigd voor een gezellige middag met alles erop en eraan. We namen een vriendelijk zonnetje mee en belden aan. ´O, wat een mooi overhemd heb jij aan´ zei de gastvrouw toen zij open deed. ´Dank je, ´ zei ik. Ik voelde echter dat er iets niet pluis was.

Binnen werden wij verwelkomd door haar man. Perplex keek hij mij aan. Wat was het geval­­: Wij droegen exact hetzelfde overhemd.


Hilariteit alom natuurlijk. Toch knaagde het bij de man en nog voor we in de avond de deur uitgingen voor een etentje trok hij een ander overhemd aan.   

woensdag 4 mei 2022

Eerlijk delen

‘Zeg jongens houd eens op met dat geruzie,’ zegt Nienke tegen haar puberkinderen.
‘Chantal deelt niet eerlijk. Ze neemt altijd het grootste stuk.'
‘Stel je niet aan Dylan. Ik denk dat het wel meevalt,’ zegt Nienke sussend.

Zij legt het boek neer waarin zij aan het lezen is en loopt naar haar kinderen toe. Op de snijplank ligt een kleine pizza die inderdaad niet netjes doormidden is gesneden. In de oven ligt er nog een. Ze haalt hem eruit en legt die op een andere snijplank. ‘Snij jij die eens precies doormidden Dylan!’ Zorgvuldig schat hij het midden in en rolt het pizzames over het rijk gevulde deeg. ‘Voilà,’ zegt hij trots. ‘Exact doormidden.’ ‘Nou, als jij dat eerlijk delen noemt …’ en nog voor er ruzie uitbreekt heeft Nienke een idee.

 

‘Als Cantal deze ene helft nu eens doormidden snijdt, dan mag Dylan kiezen welk deel hij neemt. Dat lijkt mij eerlijk. Zeker als je je bedenkt dat jij, Chantal, juist snijdt.’ Daarna doen wij hetzelfde met de andere helft, máár dan mag Dylan snijden en jij kiezen. Oké?’

 

Het lijkt beiden een goed idee en omdat er nog een pizza is doen zij daarmee hetzelfde. Vooral die laatste twee pizzahelften lijken het eerlijk delen goed te benaderen. Een kniesoor die op een klein stukje meer of minder let.

 

Mopperend omdat de pizza’s intussen koud zijn geworden eten de twee met lange tanden, maar het probleem is opgelost.

 

zaterdag 30 april 2022

Ilian wordt goed gebakerd

Er zijn van die woorden waarvan je de exacte betekenis niet weet en waar je ook niet naar zoekt. Je voelt de betekenis van die woorden aan.

Dinsdagochtend vroeg rinkelt het belletje van mijn mobiel. Ik neem op en hoor  vaag mijn dochter Femke ‘Goedemorgen opa zeggen.’ Het dringt nauwelijks tot mij door. Pas nadat mijn vrouw José naast mij staat, meeluistert en Femke haar verhaal opnieuw vertelt, valt het kwartje. ‘Jullie zijn vanochtend vroeg opa en oma geworden.’ Allerlei emoties en gedachten schieten door ons heen, want zes weken te vroeg.

De bevalling is goed gegaan. De baby, een jongentje met de mooie naam Ilian en de moeder worden uitstekend verzorgd in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem.

Nog diezelfde avond zijn José en ik op bezoek. De kleine ligt in een couveuse. Sondes zijn aan zijn lijfje bevestigd om hem te monitoren.  Om zijn kleine tere lijfje zijn blauwe en groene banden gespannen. Zo wordt de baarmoeder nagebootst, wat de baby een veilig gevoel geeft.

Ik maak een foto van het kleine wonder en stuur die later naar mijn vrienden. Een van hen antwoordt: Een moderne manier van bakeren.

Dát is een van die woorden: bakeren. Het komt van bakermoeder, wat kraamverpleegster betekent. Omdat een bakermoeder ook wel eens wil zitten om de baby te voeden, doet zij dit op haar bakermat. Is zij op een andere manier actief, dan bakert zij de baby, wat koesteren en warmhouden betekent. Wie weet dat nog zo exact?

Nu maar hopen dat Ilian niet te heetgebakerd wordt …
Of is dat een onschuldig bakerpraatje?

  


dinsdag 12 april 2022

Voorjaarszinnen

Boven het slik dat deels onder water ligt, hangt de lucht helderblauw. De daarin verweven spaarzame dunne melkachtige nevel lost in fracties van minuten op. Kieviten schakeren wit en zwart en landen op een slijkplaat waar het zonlicht de zojuist uit het zuiden gearriveerde grutto’s warm bruin kleurt, een enkele zelfs roze.

Een sperwer, een jong mannetje gezien het roze op zijn wangen en de bruingrijze rug, jaagt achter een zangvogeltje aan en duikt verderop tussen nog jonge wilgenbomen. Even blijft hij uit het zicht, om kort daarop met gefladder uit het hout te verschijnen. Hij landt op een rasterpaal. Omdat hij rechtop blijft zitten en zich niet over een mogelijke prooi buigt om die te plukken en op te eten, is zijn roofvlucht dit keer zonder resultaat geweest.

 

Intussen vult het opkomend water plas en dras. Foeragerend waterwild zoekt het hogerop. Een verzanding langs een kreek, ik kan een groot deel daarvan overzien, is een van de plekken waar het naartoe vliegt. Al snel is de zandplaat gevuld met allerlei steltlopertjes zoals: de bontbekplevier, de bonte strandloper en een enkele zwarte ruiter, die in zijn winterkleed wel wat weg heeft van een tureluur.



De tureluur houd van vochtig en nat terrein. (foto P Ganzeboom)


 

Aan de horizon, langs de oevers van het Haringvliet vliegt plots ‘alles’ op. De lucht vult zich met de silhouetten van ganzen, eenden en nog kleiner gevogelte die ik secuur volg met mijn verrekijker. Ineens zie ik wat de vogels op de wieken deed gaan. Een zeearend! Boven de in paniek uiteen gewaaierde vlucht watervogels zweeft hij met trage vleugelslag. Hij lijkt geen snode plannen te hebben, want hoger en hoger vliegt hij op totdat ik hem niet meer kan volgen.

 

Ik sta op van mijn krukje, strek mijn benen en loop kleine stukjes heen en weer. Ondanks dat het nog maar een graad of tien is voelt het in de luwte warm aan. Ik doe mijn sjaal af en schuif de ritssluiting van mijn jas ietwat naar beneden. Voorjaar en dat is ook te merken aan het schrijnen van de konen van mijn gezicht, die zullen vast rood kleuren. Omdat het water hoger en hoger stroomt en de vogels het verderop zoeken, breek ik op en wandel naar mijn fiets; ik heb nog een ander plekje in gedachten.

 

Dat is het Mallebos, een perceel van Staatsbosbeheer aan de rand van de stad waar ik woon. Dat is een zogenaamd productiebos. Men heeft het jarenlang zijn gang laten gaan. De laatste stormen van deze winter en de essentaksterfte heeft drastisch huisgehouden. Werklui hebben de boel opgeknapt en een ruig en omheind perceel waarin jonge loten zijn uitgezet achtergelaten. In een van die percelen zat laatst een appelvink, een schaarse wintergast.

 

Helaas voor mij was de vogel gevlogen, of had zich degelijk verstopt.

      

donderdag 7 april 2022

Twijfels

Vlagen vol druilerige regen trekken over het land. Omdat het morgen niet veel beter zal zijn volgens de weermannen, lijkt het mij een goed idee om naar Rotterdam te gaan voor een museumbezoek. Tussen de buien door kan ik dan mooi door een stadswijk of park wandelen. Ik doe dat graag. Ik bel mijn vriend en vraag of hij zin heeft om mee te gaan. Uiterst vervelende familieomstandigheden hebben hem zoveel energie gekost dat hij geen fut heeft om mee te gaan. Jammer, dan ga ik alleen.

De volgende morgen doe ik nog een kleine boodschap. Onderweg onderzoek ik mijn gevoelens en gedachten die zich eerder die morgen ook al opdrongen: De reis. Welk museum? Het online bestellen van tickets (niet verplicht). Kortom, heb ik nog wel zin?

 

Als ik bijna thuis ben, loop ik nog even de polder in. Het is grijs, maar droog. De wind is matig, kracht vier. Langzaam verdwijnt Rotterdam in mijn gedachten naar de achtergrond en zie ik mijzelf rijden op de racefiets. Langs het Spui en het Haringvliet. De wind schuin op kop. Over dijken, met hier en daar een huis of boerderij. Tussen akkers en weiden. De wind nu in de rug.

 

Thuis spreek ik mijzelf toe omdat ik niet goed overweg kan met al mijn ideeën. Pas na de koffie neem ik een besluit. Ik ga fietsen. Ik leg wat kleding klaar. Kijk nog een keer uit het raam. Check voor de derde keer de temperatuur en de weersverwachting. De keuze voor welke kleding ik aan zal trekken is lastig. Niet te warm, of niet te koud, dat is de vraag. Maar dan eindelijk zit ik op mijn fiets.

 

Het begint al snel zachtjes te miezeren. Ik geef er niet om. De wind is toch wel hard en ik heb hem tegen. Een tandje terugschakelen dan maar. Ik probeer een nieuwe route uit langs een nieuw aangelegd industrieterrein bij Hellevoetsluis.

 

De rit verloopt precies zoals hij zich eerder in mijn gedachten afspeelde en voor ik er erg in heb, is mijn tocht voorbij. Tevreden zet ik mijn fiets dan ook in de schuur. Na een douche maak ik mijn lunch klaar. Zoet of hartig … koffie of thee …

    

zaterdag 26 maart 2022

Een dagje Utrecht

Rond half tien zit ik dan toch in de trein. Het gedoe met kaartjes bestellen, het perron van vertrek opzoeken, een zitplaats vinden, dat alles blijkt geen gedoe te zijn, maar een flow. Vanachter het raam flitsen volkstuinen, weilanden, boerderijen en lintdorpen voorbij. Een metalen stem zegt dat we Utrecht naderen.

Sanitaire stop. Bij een zestal tourniquets staan een drietal automaten die na betaling de poortjes openen. De gebruiksaanwijzing is mij onduidelijk en ik waag de gok en stop mijn betaalkaart in een van de drie gleuven die de automaat rijk is. Ik krijg zelfs een tegoedbon, te besteden bij diverse stations horeca.


Achter een enorme glazen pui verblijdt de zon mij met warmte en licht. Als ik mij omdraai staat zij voor mij. Zij straalt. Hoe kan het anders nu zij in verwachting is. Ik krijg een kus en dan wandelen Femke en ik de stad Utrecht binnen. Na een slinger door het centrum, buitenom over singels.

 

 

In het zonnetje

op een minuscuul terras
achter ons blues en jazz.

 

Slenteren door straten en stegen
over wallen, langs verborgen verleden.

 

Gewoon dat samenzijn tussen
vader en dochter, en toch zo bijzonder. 

 

 


zondag 20 maart 2022

In hogere sferen



Oooo, kijk daar …


maar weet, kijken is ook zien

het bijzondere in het algemene

zo hogerop zie je ze niet vaak 

 

 

    



Voor mobiel: draai toestel en klik op foto voor vergroting.
Tsja soms moet je er iets voor doen ;-)

 


 

zondag 13 maart 2022

Stil de tijd

Wat ik hier nu zie,
was eerder daar ook.

De tijd lijkt stil te staan.
De narcis bij de wilg stak
in een verleden voorjaar
ook zijn kop op in de zon.

De eeuwige kringloop,
achterlaten, beleven,
herbeleven.

Wat ik nu hier zie,
is later daar ook. 

woensdag 9 maart 2022

Langs het Haringvliet

Vandaag heb ik afgesproken met mijn vriend om te gaan vogelen. Onderweg piepen we even over de dijk bij de Beninger slikken. Vanuit de auto kijken we uit over het gebied. Als een vogel over een ruggetje van klei golft en er verderop achter verdwijnt, wordt mijn vriend onrustig. ‘Was het geen waterpieper?’ vraagt hij zich hardop af. Hij opent de deur van de auto, pakt zijn camera, en sluipt naar de vogel toe. Die blijkt gevlogen. Omdat hij verder over de dijk blijft lopen, sluit ik mij bij hem aan. Door een harde en koude wind is het onaangenaam. Bovendien ‘drukken’ de vogels zich in zulke weersomstandigheden. Ze verschuilen zich liever in de luwte. In draf lopen we daarom naar de auto en rijden naar het Kooisteebos, een perceel van Staatsbosbeheer bij Hellevoetsluis.

 

Een deel daarvan is verruigd, zodat het op echte natuur lijkt. De zang van een winterkoning trekt onze aandacht. Het is voor ons een sport om het beweeglijke vogeltje op te sporen in het dode hout en het struikgewas. Een silhouet brengt ons op een vals spoor. ‘Joh, dat is een vuurgoudhaantje!´ zegt Peter enthousiast fluisterend tegen mij terwijl hij mij zacht aanstoot. Wat een mooi beestje is dat toch. De groenige mantel die over zijn rug en deels over de flanken geslagen ligt en het gouden kruintje waardoor het lijkt of er een vuurtje op zijn kopje bandt. ‘Machtig mooi man, het lijkt wel een toverbal.’ Zie hem daar hangen als een kolibrie onder een takje, op zoek naar een insect. Ondertussen is de zon fel doorgebroken. Een grote bonte specht die hoog bovenin een dode boom aan het kloppen is, wordt daardoor optimaal verlicht. De balts is inmiddels in volle gang.



                                            Foto: Peter Ganzeboom - Het vuurgoudhaantje, klaar voor de sprong naar een sappig insect.

 

Maar nog steeds hebben wij ons winterkoninkje niet gevonden. Omdat onze aandacht was afgeleid, is hij hogerop gaan zitten en nog harder gaan zingen: Hé, hier zit ik! En dan ‘hebben’ wij hem eindelijk. We hebben er niet minder lol om dan om een zogenaamde bijzondere soort. En zo op het gemak, de ogen geopend, de oren gespitst, struinen wij door het bos. ‘Het zou leuk zijn om een ijsvogeltje te spotten’ zeg ik. Helaas laat die zich niet zien. Je kan ook niet alles hebben.

 

De volgende dag loop ik op een zonovergoten zaterdag een vogelexcursie op Tiengemeten. Een sperwer vliegt pal voor ons over het struweel, langs de oevers van het Haringvliet. De eerste krent in de pap deze dag. Bij een voormalig haventje is het wederom raak. Een scherpe krachtige fluittoon, ZIE-ti ontlokt mij de kreet: ‘Een ijsvogel!’ ‘Waar?’ ‘Nou daar!’ En ik wijs naar de vogel die snel over het water vliegt.

 

Langs het Haringvliet hoef je je nooit te vervelen.