vrijdag 29 maart 2019

Hoog zweven zij


Het voordeel van weidevogels inventariseren is dat het wat later in de ochtend kan. Je hoeft niet in het halfduister op pad. Dus stappen Peter en ik uitgeslapen aan de wal op Tiengemeten. Peter heeft zijn vouwfietsje meegenomen zodat de last die hij moet dragen makkelijker te verplaatsen is. Monter en met gezwinde pas loop ik over het pad langs de Weelde. Of het nu komt omdat ik ten onrechte denk dat ik door moet lopen om mijn fietsende maatje bij te houden, of dat het spontaan gaat, maar ineens roept Peter morrend: ‘Wat ga je hard man ik kan je niet bijhouden’. Ik verontschuldig mij en neem een pasje terug, terwijl ik wijs naar een ‘vluchthuisje’ middenin het drassige gebied. ‘Het huisje werd vroeger door de agrariërs onder andere gebruikt om te vluchten voor onweer en regen, als ze ver bij hun stee vandaan aan het werk waren’, vertel ik hem.

Ter plekke bij de Griendweipolder, installeren wij ons op onze krukjes en maken ‘kantoor’. De koffie wordt tevoorschijn gehaald, pen en papier geordend en als verrassing een heerlijke stuk tulband van Sandra, de vrouw van Peter. Na een ‘vlugge’ eerste blik over het gebied noteren wij de eerste kieviten en een groepje reeën. Als wij intensiever observeren, landt een paartje zomertaling in een sloot voor ons. De eerste krent is binnen. Wij verdelen het gebied in 3 stukken om die vervolgens vanaf verschillende posities te kunnen inventariseren. Telkens verblijven wij zo’n driekwartier op locatie. Na de laatste post, gaat Peter terug naar zijn fiets en loop ik het poldertje rond, om terug over de binnendijk te lopen. Dan gaat mijn mobieltje. Ik plaats mijn statief op zijn poten, doe mijn rugzak af en nog net voordat de beller opgeeft, neem ik op. ‘Een zeearend achter je’. Ik richt mijn kijker en niet veel later mijn telescoop. Boven mij zweeft een arend die na een poosje gezelschap krijgt van een soortgenoot. Beetje bij beetje komen zij dichterbij en kan ik ze zeer goed bekijken. Minutenlang kunnen wij ze volgen. Peter op zijn rug liggend in het gras en ik zittend op mijn krukje.

Op de terugweg pakken wij de dijk langs het Vuile Gat. Wij moeten doorlopen om de pont niet te missen. Dit keer is het niet de grote, maar de kleinste van de drie, die ons over gaat zetten. Terwijl het pontje langzaam het haventje binnenvaart, is het ons duidelijk dat er te veel passagiers zijn voor een overtocht. Dat wordt wachten of ‘vechten’ voor een plekje. In dat laatste hebben wij geen zin. Als de eerste passagiers opstappen en de schipper peinzend de koppen telt, neemt hij het besluit om iedereen mee te nemen. Ik vermoed dat er toch echt vijf niet mee hadden gemogen. Voorzichtig en tergend langzaam vaart het bootje, dat een behoorlijke diepgang heeft – de waterspiegel staat maar een kleine 20 cm onder het dek – over het water. Het gaat goed. Bij het aanleggen, als er gekeerd moet worden, lijkt hij nog even water te maken. Maar het gaat goed.

Nu ik dit stukje schrijf, moet ik glimlachen om de titel van dit stukje. Er had ook Diep zinken zij kunnen staan … 


woensdag 6 maart 2019

Gedicht


Wanhoop is zo sterk
dat mijn hoop versluiert,             
nee dooft ...!

Als beschaamd voyeur                  
zie ik de vrouw, haar armen
gespreid ten hemel,

geslagen ... verslagen
de ogen groot, maar leeg,
of -

Het beeld hels verlicht,
etst scherp mijn netvlies.         
Ik kan er niet omheen.

Wat mag ik hopen?



Gedachten en gevoelens bij een foto, gemaakt tijdens de burgeroorlog in Nicaraqua jaren negentienhonderdachtenzeventig. Klik op link voor meer informatie. https://www.nederlandsfotomuseum.nl/tentoonstelling/alfredo-jaar-shadows/

dinsdag 5 maart 2019

In de krant



In tegenstelling tot wat de tekst in het artikel suggereert, is de foto van Peter Ganzeboom - waarvoor mijn dank! 



zondag 3 maart 2019

Brieffragment


[..]Half in de ochtend ben ik naar het Mallebos gereden. Ik heb geen filmcamera, dus stel je het volgende verhaal voor alsof het een film is.


Een wandelaar met fiets aan de hand en kijker om de nek kuiert oplettend over een bospad in het nagenoeg door mensen verlaten bos. Boven de kale bomen hangt zwaar de half bewolkte lucht. Dan staat de man stil, pakt zijn kijker en brengt die langzaam naar zijn ogen. Voor hem, op 75 meter afstand staat een reebok die, zo lijkt het, de man aanstaart. Op het moment dat de ree verder gaat met grazen, zet de man behoedzaam enkele passen naar voren en richt zijn kijker opnieuw. En weer lijken de twee elkaar aan te staren. Dit tafereel herhaalt zich nog tweemaal. Dan stapt de bok, hij is dicht benaderd, naar het midden van het pad. De man blijft rustig staan, waarop de ree begint te brullen. Na drie keer brullen, de man lijkt in verhulde extase, verdwijnt de reebok tussen de bomen.


Het zal duidelijk zijn dat ik de gelukkige was. Dit is de eerste keer dat ik iets dergelijks meemaak. Bijzonder. [..]

donderdag 28 februari 2019

Brief aan een vriend


Beste vriend,

Vanochtend ben ik naar de Beninger geweest. Nadat ik vest en jas had aangedaan, de rugzak - waaraan mijn stoeltje bungelde - omgehangen en het statief, nog ingeklapt, op mijn schouder gelegd, nam ik stoer de trap. Bovenop de dijk werd ik direct getrakteerd op een drietal kemphanen; prachtig die bonte ruggen en geeloranje poten. Even verderop overviel het mij opeens, voortgebracht door de stilte en de zon die het haast rimpelloze water schakeerde in licht en donker, zoals een zwerm kieviten in de lucht; een ultiem geluksmoment. Op zo’n moment valt alles samen. Als ik terplekke op zou lossen was het goed geweest. Zo'n gevoel moet je niet vast willen houden, want dan verdwijnt het voor je er erg in hebt. Beter is het om het los te laten, net doen of je het niet merkt, het blijft dan langer hangen. Om het feit te vieren haalde ik Stanley tevoorschijn en genoot van een lekker bakkie koffie. Het was het landschap en mijn goede gevoel waar ik van genoot. Uiteindelijk werd mijn rust 'verstoord' door twee mensen. Eerst was daar een jongen van plusminus 17 jaar uit Spijkenisse, die pas anderhalf jaar vogelde. Ik heb hem wegwijs gemaakt, van wat gebiedjes in de buurt. Van vogels wist hij al het een en ander. Niet veel later kwam een man van onze leeftijd met hondje mij tegemoet. Hij knoopte een praatje aan, maar ondanks het feit dat hij erg enthousiast was, smolt mijn goede gevoel als sneeuw voor de zon. Wat een harde stem had die kerel. Ik kan mij jouw verhaal nog herinneren van toen jij viste.  Je werd aangesproken op je stekkie en dacht, rot op ... loop door ... godver. Zo erg was het nog net niet, maar lastig was het wel. Het goede gevoel was verdwenen en kwam pas langzaam terug toen ik op mijn stoeltje genoot van mijn boterhammen en een nieuwsgierige graspieper die beetje bij beetje dichterbij kwam. Wat een prachtig vogeltje is dat zeg. Zo door de zon beschenen leken zijn breekbare pootjes wel van glas. Roofpieten en reeën lieten het afweten deze ochtend, maar verder wat een dag ... Ik zal hem niet snel vergeten.

Groet,

Tino

woensdag 6 februari 2019

In the Spotlight


Nadat ik in 2012 het boek Ongewoon Gewoon had geschreven, mocht ik het presenteren in de bibliotheek van Middelharnis. Ik zou dan, samen met de hoofdpersoon uit het boek, vertellen over het schrijfproces en vragen beantwoorden van het publiek, dat vast en zeker uit alle windstreken zou toestromen. Dat laatste viel tegen. Later die week werd ik ook geïnterviewd door een medewerker van Radio Rijnmond. Natuurlijk had ik mij degelijk voorbereid op beide gebeurtenissen. Toch kwam ik niet goed beslagen ten ijs. Ik gleed daardoor diverse malen uit en het gevoel dat ik overhield was bepaald niet senang. Dit nooit meer dacht ik. Echter mijn karakter dwingt mij vaak om het toch opnieuw te proberen.

Nu, na het voordragen van onder andere gedichten in literaire cafés en het geven van excursies in de natuur, sta ik steviger in mijn schoenen. Onlangs mocht ik aan een reporter van Radio Rijnmond op locatie iets vertellen over de Beninger Slikken. Een natuurgebied langs het Haringvliet. Op 16 februari ga ik daar een excursie begeleiden met roofvogels als aandachtspunt. Ik had mij goed voorbereid, zoals: Feiten verzamelen en die op een rijtje zetten, mogelijke vragen verzinnen enzovoorts. Weet je wat, dacht ik, ik geef de reporter gewoon een excursie. Ik vertel wat over het gebied en beantwoord tussendoor haar vragen, het is tenslotte ‘mijn’ terrein. Alles liep op rolletjes, al blijft het vreemd om een microfoon onder je neus geduwd te krijgen. En opeens kwam er een niet verwachtte vraag en even was ik van slag. De vraag had betrekking op mijzelf, wie is Tino van Kampen, en wat doet hij zoal in het dagelijks leven. Normaal heb ik geen moeite met het beantwoorden van die vraag, maar nu zomaar vanuit het niets ad hoc in een interview …

Op mijn vraag na afloop of alles goed was verlopen, antwoordde de reporter dat het oké was. En toch knaagt het. Het blijft spannend om jezelf terug te horen. Ik ben benieuwd.  

Zaterdag 16 februari wordt het interview uitgezonden om 8.00uur op Radio Rijnmond bij Chris Natuurlijk, een programma van Chris Vemer. Luistert u mee? Later is het interview ook te beluisteren via een podcast. Voor de geïnteresseerden even googelen dus. Diezelfde dag is er in de Beniger een excursie, aanvang 10.30 uur. U kunt zich nog opgeven op de site van Natuur Monumenten, daar vind u ook verdere informatie.