zaterdag 23 april 2011

De Mensch

Meningen verschillen van hoelang een blog ‘moet’ zijn en hoe vaak hij ververst ‘moet’ worden. Ik probeer een frequentie van twee per week te halen en het blog(je) mag niet langer zijn dan een half a-4tje. Eens kijken of het lukt.
Gisterenavond ben ik op pad geweest met Peter. Hij had eerder deze week een zwarte roodstaart waargenomen in een nieuwbouwwijk van Spijkenisse. Eigenlijk wel bijzonder. De vogeltjes worden niet vaak rond deze tijd waargenomen in onze omgeving. Ter plekke was het beestje niet te vinden. Doch bij het weggaan hoorde ik zijn kenmerkende riedeltje. Samen speurden we de omgeving af en uiteindelijk zagen we hem hoog zitten bovenop een schoorsteen. Na genoten te hebben van zijn uiterlijk en gedrag vertrokken we naar het Mallebos. Ten westen daarvan en er pal tegenaan geplakt ligt een wetlandje. Het gebiedje is in opdracht van de overheid ter compensatie ingericht als gevolg van o.a. de aanleg van de tweede Maasvlakte. Wie wat neemt, moet wat geven moet de nobele gedachte zijn geweest. Ik ben er in ieder geval blij mee. Regelmatig ga ik er in de vroege ochtend- of avonduren een paar uurtjes vogelen. Een diversiteit aan watervogels en steltlopers zorgen dan voor genoeglijke momenten. Zo zijn er op het ogenblik bos- en zwarte ruiters te zien, maar ook de fraaie slobeend en wintertaling laten zich bewonderen. Op de achtergrond als zijnde verstopt in een concertbak, completeert een gevarieerd vogelconcert het plaatje.
Als ik later thuiskom is de huiskamer donker. Hallo, roep ik vragend. Geen antwoord. Ik doe het licht aan en zie op tafel een briefje, waarop de mededeling dat we naar het ziekenhuis zijn. Mijn dochter blijkt haar pols flink gekneusd te hebben en is voor een diagnose naar het ziekenhuis. Pas na twaalf uur ’s avonds, ik lig al in bed, komt zij thuis. Het was druk hoorde ik. Uiteindelijk nam het ziekenhuisbezoek drieënhalf uur in beslag.           

donderdag 14 april 2011

De Biograaf

Afgelopen week heb ik weer stukjes voor de biografie kunnen schrijven. Daarvoor leek het breien aan een bonte lappendeken. Hier en daar heb ik in een tekst zinnen veranderd, woorden geschrapt of juist toegevoegd en vergeten spelfouten alsnog verbeterd. Goed schrijven valt niet mee, zeker niet als er van twee kanten kritisch over je schouders meegekeken wordt, wat ik overigens zeer waardeer. Enfin, na wat herstelwerk is er ook nagedacht over de titels van de hoofdstukken, die nu nog werktitels bezitten. Ik mag zeggen dat er een aantal spitsvondige namen bedacht zijn, die prikkelen tot het lezen van de tekst die erop volgt. Er was ook een pauze ingelast zodat alles even kon bezinken. Maar nu dus nieuwe teksten, over een huwelijksreis in Venetië en over Sophie een eigenzinnige ruwharige teckel. Wat een combinatie. Voor de duidelijkheid: Sophie en Venetië hebben niets met elkaar te maken. Of toch, namelijk dat Niels ‘even’ in hun buurt aanwezig was. Hieronder een klein stukje nieuwe tekst.

[..]En net als Niels ook even door een telescoop de vogel mag bewonderen, schiet er een marterachtig wezen tussen het gras door. Sophie! Lichte paniek maakt zich meester van de mannen. Als de rust is weergekeerd is de vogel inmiddels gevlogen, maar wat was toch dat bruine wezen dat hem deed opschrikken. [..]

zondag 10 april 2011

De Dichter

Het dichten lag een klein beetje op zijn gat. Toch is er nieuws van het front, want Niels kreeg onlangs nieuwe ideeën voor een gezamenlijke bundel in tijdschriftformaat, een soort glossy. Beide zijn we natuurliefhebbers en zetten zo nu en dan onze belevenissen hieromtrent op papier.  Omdat ik vogelaar ben en hij een niet-vogelaar is, ontstond het idee om gedichten te verzamelen waarin vogels voorkomen; wat is de rol van de vogel in het gedicht. Van een bevriend vogelaar konden wij foto’s gebruiken alsook kunstwerken van een kunstenaar. Een prototype heb ik al gezien en het belooft mooi te worden.
Een gedichtje verleden week geschreven kan wellicht daarvoor gebruikt gaan worden. Om een tipje van de sluier op te lichten zal ik het hieronder plaatsen. Maar of het gebruikt gaat worden,…

Drift,
riet losgetrokken
danst
over golven
naar
haar
op het nest.

maandag 4 april 2011

De Mensch

Het regent gestaag. Een groepje jongens strijdt om de eer. Wie is er het snelst over honderd meter. De coach roept. Come on boys, come on, klinkt het. Ik heb zo mijn gedachten. Straks zal ik met een aantal mensen, allen met een vorm van depressie een stukje gaan hardlopen. Als therapie. En het werkt, dat is gebleken. Al een aantal keren mocht ik invallen als trainer en telkens gingen de deelnemers gemotiveerd naar huis; ze hadden er weer zin in. Deze morgen zijn we ondanks de regen met zijn zessen. Rustig beginnen we aan de warming-up. Zo af en toe werp ik een visje uit om te peilen hoe de stemming is. Een vrouw, Fleur*, is nieuw en krijgt wat extra aandacht. Als we later de thuisbasis verlaten komt het groepje jongens van daarstraks ons op mountainbikes tegemoet. “Er staat een auto in de sloot” schreewt één van hen. Wij lopen door, er wordt niet noemenswaardig op de mededeling gereageerd. Totdat Fleur roept dat het haar wagen is die de sloot is ingereden. Na een moment van verbijstering is er paniek, verdriet en lichte chaos. Zo’n twintig mensen komen in actie. De één weet een nog betere oplossing dan de ander. Ik kijk het aan en zie dat de begeleider van ‘mijn’ groepje hardlopers een sturende leiding op zich neemt. Ik troost Fleur. De auto is haar alles. Heel de gebeurtenis heeft een grote impact. Hoe wordt dit verwerkt, vraag ik mij af. Tot tweemaal toe probeer ik weer mensen aan het lopen te krijgen. Vergeefse moeite.  Als ik totaal doorweekt en koud ben, houd ik het voor gezien. Even overleg ik met de begeleider en stap ik op de fiets naar huis. Hoe het afgelopen is weet ik niet, wel ben ik in de consternatie mijn rugzak met droge kleding vergeten. Maar dat is het ergste niet.

* Fleur is een verzonnen naam.

zaterdag 26 maart 2011

De mensch


“Meneer, meneer”,  klonk het achter mijn rug. Ik draaide mij om. De pompbediende kwam mij achterna gerend. “Meneer, sorry, ik heb de verkeerde pomp ingevoerd, u krijgt nog geld terug. Op een draf liep hij terug, zijn toko was immers onbeheerd. Ik sjokte er achteraan. Met deze valse start begon mijn reis naar Antwerpen waar ik samen met Niels naar toe ben geweest. 

Hotsend en klotsend rijden we over de Scheldekaai de haven van Antwerpen binnen. Een parkeerplaats is snel gevonden. We genieten van het uitzicht over de Schelde en nemen het voortjakkerende verkeer achter ons voor lief. Na een prima bakkie koffie in De Bengel lopen we over de Meir door het centrum van de stad. Harde onverstaanbare klanken trekken onze aandacht. Een man loopt op handen en voeten over straat. Wat opvalt is dat zijn knieën naar achteren wijzen, normaal lopen is voor hem daardoor blijkbaar niet mogelijk. De man bedelt. In gedachten lopen wij verder.  We snuiven de cultuur van vandaag: een veiling van ‘onmogelijke’ goederen op de Vrijdagmarkt. Proeven de cultuur van lang geleden: Museum Plantin-Moretus.  In de middag vloeit dan eindelijk het Belgisch bier onze vermoeide lijven binnen. Licht beneveld ontwaakt de filosoof in ons, de ellende in Japan en de ongelukkige man van de ochtend worden besproken. Wat zegt het ons, wat kunnen we doen, moeten we wel wat doen? 

Als we later de auto opzoeken, worden we aangesproken door een donkere afrikaan, een illegaal. Hij vertelt ons een vaag verhaal over zijn caravan, die elders vast zit en versleept moet worden. Niels luistert. Ik wend mij en loop lachend door. Niels volgt met in zijn spoor de afrikaan. Hoe komen we van hem af? Na wat klauterwerk over een muur, verstoppen we ons achter een groepje toeristen, de man volgt. We lopen, quasi geïnteresseerd in oude havenkranen, langs de kade. Nog één keer kijken we om, de man blijkt het volgen opgegeven te hebben . Opgelucht en lachend verlaten we Antwerpen.             

donderdag 24 maart 2011

De Mensch

De Mensch houdt van de natuur. Afgelopen maandag wilde ik de eerste voorjaarsvogels warm onthalen. Ik koos hiervoor de Benninger Slikken als lokatie. Voorzichtig stak ik mijn hoofd boven de dijk. Direct hoorde ik twee blauwborsten driftig fluiten. Wat een mooie beestjes zijn dat toch, ze lijken bijna subtropisch. In de verte, in een struik, een mysterie- bird. Een sperwer? Als ik geniet van een graspieper, hoor ik zo'n tien meter verderop een onbekend geluidje. Het is altijd even wennen in het voorjaar om 'vergeten' vogelgeluiden thuis te brengen. Dit keer blijkt het een roodborsttapuit, ook al zo'n fraai vogeltje. 
Een man op een sportfiets nadert mij. Het blijkt een kennis van mij. Vroeger reden wij vaak een trainingsrondje op de racefiets. Hij is een verwoed natuurfotograaf en al gauw hadden wij het over de te gebruiken apparatuur. Ik wil graag een carbon statief aanschaffen. De man raadde mij dat af, vanwege de instabiliteit bij wind. Nu twijfel ik.

zaterdag 19 maart 2011

De Biograaf

Gisteren heb ik samen met Niels aan onze biografie gewerkt.
Voor ons lag een lap tekst van tien a-4tjes, die nagekeken moest worden op taal en stijlfouten, maar meer nog op haar inhoud. Voor mij werkt dat prettig, er kan ad hoc gereageerd worden op vragen , antwoorden en suggesties. Elkaar mailen of bellen werkt natuurlijk ook , maar soms blijft er iets liggen, wat niet begrepen of vergeten wordt. Het geheel dan later rangschikken is een minder leuke kant van het schrijven. Tot nu toe heb ik nog steeds plezier in het schrijven van fragmenten uit het leven van Niels. Voornamelijk een pakkend verhaal schrijven met behulp van verzamelde documentatie is erg leuk. Het creëren van een karakter, zoals Niels was en is, is een boeiend en uitdagend proces. Bovendien wil Niels een rode draad door het verhaal  zien lopen, aan mij de opdracht om daar een eye catcher van te maken. Best moeilijk hoor.