Parijs I
Het
is stil op straat. Slechts twee of drie voetgangers zijn onderweg naar de plek
waar hun bestemming op hen wacht. De mijne is bij een kleine synagoge. Bij de
voordeur daarvan moet ik een code intikken. Dan gaat de deur open. Via een
smalle gang, waarin een zestal vuilcontainers staan, kom ik op een binnenplaats.
Ook daar hangt een kastje met een paneel van cijfers en letters. Ik tik de code
in en de deur gaat open. Er wacht een trapportiek. De klim naar boven, er is
geen lift naar de derde verdieping, kan met rolkoffer en rugzak beginnen. Daar hangt
de sleutel in een, haast onvindbaar, met code beveiligd kastje.
Moe
van de reis en al het gedoe eromheen kruip ik op bed en doe even mijn ogen
dicht. Een kort slaapje verkwikt. Rond zes uur krijg ik honger en sjouw ik naar
beneden, de Joodse wijk in. Er is weinig open, althans voor een Frans diner. De
cultuur schrijft voor dat het avondeten in restaurants pas rond acht uur begint.
Even wennen voor een ‘jongen’ van de Hollandse pot.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten