vrijdag 6 april 2012


De bergwand achter de terrasjes loopt stijl omhoog. Nauwelijks zichtbaar bewegen menselijke gestalten uiterst langzaam omhoog. Het is half in de morgen en warm. Toch besluiten wij een poging te wagen naar een hoger gelegen uitkijkpunt. Ieder kiest zijn tempo en staat zo nu en dan stil om van het uitzicht te genieten. Het pad loopt langs spelonken die bewoond worden door kleurig geklede hippies, voorzien van dreadlocks. Om in hun nering te voorzien verkopen ze kleine beschilderde stenen. Op een bord prijkt de geschilderde vraag om koffie. Net onder de top wijst mijn dochter mij op een blauwwanghagedis. Ik geniet even van het beestje en voel dan in welke mate de zon mijn lijf gegeseld heeft. Er staat geen wind, er is geen schaduw, alleen een opkomende misselijkheid. Een slok water doet wonderen. Boven is het koel. Over een kale boomtak hang ik mijn doorzweten kleding te drogen. Onder ons slaan hoge golven zonder geluid op het strand. Een oma met kleinkind nadert ons van een nog hoger gelegen punt. Het kleine meisje tuurt over het strand. “Waar is opa”, vraagt zij. “Die is weggespoeld door de hoge golven”, zeg ik. Het kind kijkt verbaast. Oma lacht als een boer met kiespijn. Mijn vrouw weet niet waar zij kijken moet. “Is opa echt weggespoeld”, vraagt het meisje later. “Nee hoor”, lacht de oma. “Die meneer maakte maar een grapje”. Dan verlaat ook het meisje lachend dit schrijven.

zaterdag 31 maart 2012

De Mensch


In een bijna sombere stemming overdenk ik mijn ‘zonden’. Dan begint mijn mobieltje te trillen. Met mijn wijsvinger druk ik op de luistertoets. Haast onverstaanbaar, door gekraak en geruis, klinkt De Stadsvogelaar. "Ga je mee vogelen", vraagt hij. Ik twijfel, maar diep van binnen laait een vonk op tot een heus vreugdevuur. Dus rijden we samen in de vroege middag richting kust. De Stadsvogelaar is een echte vriend. Bijna al mijn zielenroerselen zijn bespreekbaar met hem. En dat is wederzijds. Stil zitten in de luwte van een duinpan kunnen we ook. Voor ons dansen enkele boompiepers over een ven. De struik langs de oever dient als uitkijkpost voor de roodborsttapuit. Wij zwijgen en begrijpen elkaar. Als we later de rand van de stad naderen wijst hij op een alleen door hem ontdekt kraaiennest. Bijna niets ontgaat hem. Daar is hij dan ook stadsvogelaar voor.




zijn scherpe blik spiedt
niet een veertje ontgaat hem
de stadsvogelaar

maandag 26 maart 2012

De Mensch


Of ik zin had om mee te gaan naar de Holterberg, was het verzoek. Ter plekke zouden we dan het korhoen kunnen bespieden tijdens zijn balts, het zogenaamde bolderen. Zo gebeurde het dat, om drie uur in de morgen, de wekker een einde maakte aan mijn nachtrust. Een half uur later reed ik met mijn vriend Peter naar het afgesproken meetingpoint om vandaar samen met zes andere vroege vogels op pad te gaan naar Overijssel.

Achter een singel van berken en laag struikgewas, klimt een bloedrode zon traag omhoog. Witte Wieven die mysterieus als flarden mist boven de heide zweven, lossen langzaam op. Een nieuwe dag breekt aan. Veldleeuweriken vliegen hoger en hoger in de lucht om in een punt te verdwijnen. We genieten ademloos en zonder woorden. De lullula arborea[1] doet zijn naam eer aan als hij al lu-lu-lu roepend met twee soortgenoten boven bomen ‘vecht’ om een territorium. In de verte, hoger gelegen in het veld staan een tiental vogelaars in slagorde opgesteld. Enige opwinding onder hen doet ons vermoeden dat het korhoen zich laat zien. De klapekster waar wij naar staan te turen wordt vergeten. Even later staan twintig vogelaars te staren en te wijzen naar een rode stip in de verte: het korhoen. De vogel boldert. Even zet hij zijn veren uit, spreidt zijn witte staart en wipt op als een kat die last heeft van vlooien. Voor dit wazige tafereel zou ik dus vroeg mijn bed uit zijn gegaan. Gelukkig wist en weet ik beter. Een dag in de natuur met gelijkgestemden, het genot van en met elkaar, dat is waarom ik op pad ben gegaan. Het zien van het korhoen is meegenomen, zeker als je weet dat de kans groot is dat hij volgend jaar niet meer voorkomt in ons natuurarme Nederland.



een bloedrode zon
laat de witte wieven
langzaam verdwijnen


[1] Boomleeuwerik

donderdag 22 maart 2012


Op tafel lag een witte enveloppe. Vrijwilligerscentrale Spijkenisse was de afzender. Ik maakte hem open en las tot mijn verbazing dat ik genomineerd was voor de jaarlijkse vrijwilligersprijs. Koortsachtig schoten allerlei gedachten door mijn hoofd. De week die volgde gooide ik her en der aas uit om te achterhalen wie mij genomineerd had. Het bleek Zorgboerderij Moed en Vertrouwen te zijn, de locatie waar ik hulpboeren met een verstandelijke beperking begeleid bij hun dagelijkse werkzaamheden.

Als ik de hal van het gemeentehuis binnenwandel klinken jazzy klanken door de ruimte. Ze blijken afkomstig van een saxofoonkwartet, dat weggestopt is aan de zijkant van de hal. Langzaam vult de hal zich met mensen die kennis maken met elkaar of zo maar een gesprek aanknopen. In de Burgerzaal, daar wordt de prijs uitgereikt, wordt op een wand met dia’s kunst vertoond. De kunstwerken zijn vervaardigd door plaatselijke kunstenaars. Ik neem plaats achter in de zaal. Bijna uit het zicht van een ieder en pal naast de nooduitgang. Je weet maar nooit. Tijdens het begeleidende praatje van de wethouder stijgt de spanning: Wie is de vrijwilliger van het jaar 2012. Ik niet en vele anderen niet maar toch ook weer wel, want het is precies zoals de wethouder ons vertelde, “de uitgereikte prijs staat symbool voor elke vrijwilliger”. Met deze woorden kan ik leven. In de hal geniet ik nog even na in gezelschap van vrolijke mensen. Als ik het gemeentehuis verlaat blazen de saxofoons Summertime. Deze avond klonk nergens een valse noot.




Zomertijd klinkt
Gershwin draait zich vrolijk om
Onsterfelijke klanken

zondag 18 maart 2012


Mijn vrouw had de onbedwingbare drang om naar de zuidpunt van La Palma te reizen. “Wat is daar te zien dan”, vroegen wij ons hardop af. “Een vuurtoren, wat strandjes. Nou, ja het lijkt mij gewoon leuk om daar heen te gaan”, repliceerde mijn vrouw. Volgzaam schoven wij in de auto, mijn vrouw was chauffeur. Trek in eten deed de stemming bij mij en mijn dochter dalen. Dat met het feit dat de zuidpunt maar niet werd bereikt en ook nergens de door de reisgids beloofde eettentjes te bekennen waren, had kunnen leiden tot een vakantieruzie. Maar juist daar hadden wij ons op voorbereid, dat zou ons niet overkomen. We parkeerden de auto bij de eerste de beste toeristische bezienswaardigheid: een zwart lavastrand met daarnaast een zoutwinningbedrijfje en vuurtoren. Het was daar zo mooi dat we ter plekke onze honger vergaten. Gewapend met een daar gekocht busje zout reden we later door een vulkanisch landschap. Ineens doemde er een bodega voor ons op. Konden we ons toch nog tegoed doen aan drank en warme spijzen.



     Lavastrand
golven rollen  in
  schuim uiteen

zaterdag 10 maart 2012

De Mensch


Vanaf mijn balkon kijk ik uit over Los Llanos De Aridane. Tussen brede wegen ligt een wirwar aan straten en stegen met daarin huizen in karakteristieke kleuren zoals groen, lila en blauw. Her en der verspreid, in grote aantallen liggen waterbassins. Deze bassins worden bewoond met, dat blijkt ’s avonds laat, een enorm aantal kikkers en padden. Die beesten maken een groot kabaal dat monotoon aanhoudt tot een uur of twee ‘s nachts. Dan is het stil tot een uur of vijf, als ontelbare hanen een nieuwe dag inluiden. In stilte verlaat ik later ons appartement voor een kleine ochtendwandeling, de stoelgang kan immers onverwachts op gang komen. In het struikgewas langs de weg de zang van een kleine zwartkop en verderop net voorbij enkele avocadobomen kwetteren enkele kanaries. Als ik terugkeer zie ik de plaatselijke kleine zilverreiger naar zijn vaste stekkie vliegen. Hij zal zich te goed gaan doen aan een kikker die schor en moe is van het kwaken. Op de valreep pluk ik nog wat sinaasappels waarvan het sap straks het ontbijt kleur zal geven.


Kikkers hanen en honden
Doorwaakt ervaar ik een
Nieuwe dag

zondag 4 maart 2012

De Mensch


Angst, dat is wat mij jarenlang tegenhield om te gaan vliegen. Het moet er langzaam, als een gif, ingeslopen zijn. Ondanks alle statistieken die beweren dat vliegen één van de veiligste manieren van reizen is, was ik met geen mogelijkheid een vliegtuig in te krijgen. Met een portie kalmte, ironie en zelfhypnose heb ik mij over mijn angsten heen getild. Aldus bracht ons gezin de afgelopen week op La Palma door. Om precies te zijn in de kleine stad Los Llanos De Aridane. Na ons ter plekke gemeld te hebben bij de eigenaresse van ‘ons’ appartement, mochten we haar per auto volgen door een doolhof van nauwe stegen en dito straten de heuvel op, alwaar ons onderkomen gelegen was. Achteraf was deze trip een bode voor naderend, doch door ons nog niet onderkend, onheil. Aan het einde van de middag reden wij terug naar het stadscentrum om proviand in te slaan en te genieten van culinaire creaties ter plekke. Na ons diner dwaalden we nog even door de schaars verlichte stad waar intussen een carnaval losgebarsten was. Straten waren voor verkeer gesloten en gevuld met mensen, muziek en dans. Dit bracht met zich mee dat we via slecht bewegwijzerde omleidingen ons appartement moesten zoeken. Bovendien was er in de stegen en straten buiten het centrum nauwelijks verlichting. Ergo, we konden onze vakantiewoning niet meer vinden. Na ruim een uur dwalen gaven we het op en schakelden de plaatselijke politie in. Die begreep onze precaire situatie en ging ons voor de heuvel op. Maar ach en wee, ook de sterke arm kon ons verblijf niet vinden. Een toevallig aanwezige taxichauffeur werd om raad gevraagd. Uiteindelijk konden we ruim na middernacht ons moede lijf onder fris krakende lakens ter ruste leggen.