De bergwand achter de
terrasjes loopt stijl omhoog. Nauwelijks zichtbaar bewegen menselijke gestalten
uiterst langzaam omhoog. Het is half in de morgen en warm. Toch besluiten wij
een poging te wagen naar een hoger gelegen uitkijkpunt. Ieder kiest zijn tempo
en staat zo nu en dan stil om van het uitzicht te genieten. Het pad loopt langs
spelonken die bewoond worden door kleurig geklede hippies, voorzien van
dreadlocks. Om in hun nering te voorzien verkopen ze kleine beschilderde
stenen. Op een bord prijkt de geschilderde vraag om koffie. Net onder de top
wijst mijn dochter mij op een blauwwanghagedis. Ik geniet even van het beestje
en voel dan in welke mate de zon mijn lijf gegeseld heeft. Er staat geen wind,
er is geen schaduw, alleen een opkomende misselijkheid. Een slok water doet
wonderen. Boven is het koel. Over een kale boomtak hang ik mijn doorzweten kleding
te drogen. Onder ons slaan hoge golven zonder geluid op het strand. Een oma met
kleinkind nadert ons van een nog hoger gelegen punt. Het kleine meisje tuurt
over het strand. “Waar is opa”, vraagt zij. “Die is weggespoeld door de hoge
golven”, zeg ik. Het kind kijkt verbaast. Oma lacht als een boer met kiespijn.
Mijn vrouw weet niet waar zij kijken moet. “Is opa echt weggespoeld”, vraagt
het meisje later. “Nee hoor”, lacht de oma. “Die meneer maakte maar een grapje”.
Dan verlaat ook het meisje lachend dit schrijven.
vrijdag 6 april 2012
zaterdag 31 maart 2012
De Mensch
In een bijna sombere stemming
overdenk ik mijn ‘zonden’. Dan begint mijn mobieltje te trillen. Met mijn wijsvinger
druk ik op de luistertoets. Haast onverstaanbaar, door gekraak en geruis,
klinkt De Stadsvogelaar. "Ga je mee vogelen", vraagt hij. Ik
twijfel, maar diep van binnen laait een vonk op tot een heus vreugdevuur. Dus rijden
we samen in de vroege middag richting kust. De Stadsvogelaar is een echte
vriend. Bijna al mijn zielenroerselen zijn bespreekbaar met hem. En dat is
wederzijds. Stil zitten in de luwte van een duinpan kunnen we ook. Voor ons
dansen enkele boompiepers over een ven. De struik langs de oever dient als
uitkijkpost voor de roodborsttapuit. Wij zwijgen en begrijpen elkaar. Als we later
de rand van de stad naderen wijst hij op een alleen door hem ontdekt kraaiennest.
Bijna niets ontgaat hem. Daar is hij dan ook stadsvogelaar voor.
zijn scherpe
blik spiedt
niet een
veertje ontgaat hem
de stadsvogelaar
maandag 26 maart 2012
De Mensch
Of
ik zin had om mee te gaan naar de Holterberg, was het verzoek. Ter plekke
zouden we dan het korhoen kunnen bespieden tijdens zijn balts, het zogenaamde
bolderen. Zo gebeurde het dat, om drie uur in de morgen, de wekker een einde
maakte aan mijn nachtrust. Een half uur later reed ik met mijn vriend Peter
naar het afgesproken meetingpoint om vandaar samen met zes andere vroege vogels
op pad te gaan naar Overijssel.
Achter
een singel van berken en laag struikgewas, klimt een bloedrode zon traag omhoog.
Witte Wieven die mysterieus als flarden mist boven de heide zweven, lossen
langzaam op. Een nieuwe dag breekt aan. Veldleeuweriken vliegen hoger en hoger
in de lucht om in een punt te verdwijnen. We genieten ademloos en zonder
woorden. De lullula arborea[1]
doet zijn naam eer aan als hij al lu-lu-lu roepend met twee soortgenoten boven
bomen ‘vecht’ om een territorium. In de verte, hoger gelegen in het veld staan
een tiental vogelaars in slagorde opgesteld. Enige opwinding onder hen doet ons
vermoeden dat het korhoen zich laat zien. De klapekster waar wij naar staan te
turen wordt vergeten. Even later staan twintig vogelaars te staren en te wijzen
naar een rode stip in de verte: het korhoen. De vogel boldert. Even zet hij zijn veren uit,
spreidt zijn witte staart en wipt op als een kat die last heeft van vlooien.
Voor dit wazige tafereel zou ik dus vroeg mijn bed uit zijn gegaan. Gelukkig
wist en weet ik beter. Een dag in de natuur met gelijkgestemden, het genot van
en met elkaar, dat is waarom ik op pad ben gegaan. Het zien van het korhoen is
meegenomen, zeker als je weet dat de kans groot is dat hij volgend jaar niet
meer voorkomt in ons natuurarme Nederland.
een bloedrode zon
laat de witte wieven
langzaam verdwijnen
donderdag 22 maart 2012
Op tafel lag een witte
enveloppe. Vrijwilligerscentrale Spijkenisse was de afzender. Ik maakte hem
open en las tot mijn verbazing dat ik genomineerd was voor de jaarlijkse
vrijwilligersprijs. Koortsachtig schoten allerlei gedachten door mijn hoofd. De
week die volgde gooide ik her en der aas uit om te achterhalen wie mij
genomineerd had. Het bleek Zorgboerderij Moed en Vertrouwen te zijn, de locatie
waar ik hulpboeren met een verstandelijke beperking begeleid bij hun
dagelijkse werkzaamheden.
Als ik de hal van het
gemeentehuis binnenwandel klinken jazzy klanken door de ruimte. Ze blijken
afkomstig van een saxofoonkwartet, dat weggestopt is aan de zijkant van de hal.
Langzaam vult de hal zich met mensen die kennis maken met elkaar of zo maar een
gesprek aanknopen. In de Burgerzaal, daar wordt de prijs uitgereikt, wordt op
een wand met dia’s kunst vertoond. De kunstwerken zijn vervaardigd door
plaatselijke kunstenaars. Ik neem plaats achter in de zaal. Bijna uit het zicht
van een ieder en pal naast de nooduitgang. Je weet maar nooit. Tijdens het
begeleidende praatje van de wethouder stijgt de spanning: Wie is de
vrijwilliger van het jaar 2012. Ik niet en vele anderen niet maar toch ook weer
wel, want het is precies zoals de wethouder ons vertelde, “de uitgereikte prijs
staat symbool voor elke vrijwilliger”. Met deze woorden kan ik leven. In de hal
geniet ik nog even na in gezelschap van vrolijke mensen. Als ik het
gemeentehuis verlaat blazen de saxofoons Summertime. Deze avond klonk nergens een
valse noot.
Zomertijd klinkt
Gershwin draait zich vrolijk
om
Onsterfelijke klanken
zondag 18 maart 2012
Mijn vrouw had de
onbedwingbare drang om naar de zuidpunt van La Palma te reizen. “Wat is daar te
zien dan”, vroegen wij ons hardop af. “Een vuurtoren, wat strandjes. Nou, ja
het lijkt mij gewoon leuk om daar heen te gaan”, repliceerde mijn vrouw.
Volgzaam schoven wij in de auto, mijn vrouw was chauffeur. Trek in eten deed de
stemming bij mij en mijn dochter dalen. Dat met het feit dat de zuidpunt maar
niet werd bereikt en ook nergens de door de reisgids beloofde eettentjes te
bekennen waren, had kunnen leiden tot een vakantieruzie. Maar juist daar hadden
wij ons op voorbereid, dat zou ons niet overkomen. We parkeerden de auto bij de
eerste de beste toeristische bezienswaardigheid: een zwart lavastrand met
daarnaast een zoutwinningbedrijfje en vuurtoren. Het was daar zo mooi dat we
ter plekke onze honger vergaten. Gewapend met een daar gekocht busje zout reden
we later door een vulkanisch landschap. Ineens doemde er een bodega voor ons
op. Konden we ons toch nog tegoed doen aan drank en warme spijzen.
Lavastrand
golven rollen in
schuim uiteen
zaterdag 10 maart 2012
De Mensch
Vanaf mijn balkon kijk ik uit over
Los Llanos De Aridane. Tussen brede wegen ligt een wirwar aan straten en stegen
met daarin huizen in karakteristieke kleuren zoals groen, lila en blauw. Her en
der verspreid, in grote aantallen liggen waterbassins. Deze bassins worden
bewoond met, dat blijkt ’s avonds laat, een enorm aantal kikkers en padden. Die
beesten maken een groot kabaal dat monotoon aanhoudt tot een uur of twee ‘s
nachts. Dan is het stil tot een uur of vijf, als ontelbare hanen een nieuwe dag
inluiden. In stilte verlaat ik later ons appartement voor een kleine
ochtendwandeling, de stoelgang kan immers onverwachts op gang komen. In het
struikgewas langs de weg de zang van een kleine zwartkop en verderop net
voorbij enkele avocadobomen kwetteren enkele kanaries. Als ik terugkeer zie ik
de plaatselijke kleine zilverreiger naar zijn vaste stekkie vliegen. Hij zal
zich te goed gaan doen aan een kikker die schor en moe is van het kwaken. Op de
valreep pluk ik nog wat sinaasappels waarvan het sap straks het ontbijt kleur
zal geven.
Kikkers hanen en
honden
Doorwaakt ervaar
ik een
Nieuwe dag
zondag 4 maart 2012
De Mensch
Angst, dat is wat mij jarenlang tegenhield om te gaan
vliegen. Het moet er langzaam, als een gif, ingeslopen zijn. Ondanks alle
statistieken die beweren dat vliegen één van de veiligste manieren van reizen
is, was ik met geen mogelijkheid een vliegtuig in te krijgen. Met een portie
kalmte, ironie en zelfhypnose heb ik mij over mijn angsten heen getild. Aldus bracht
ons gezin de afgelopen week op La Palma door. Om precies te zijn in de kleine
stad Los Llanos De Aridane. Na ons ter plekke gemeld te hebben bij de eigenaresse
van ‘ons’ appartement, mochten we haar per auto volgen door een doolhof van
nauwe stegen en dito straten de heuvel op, alwaar ons onderkomen gelegen was.
Achteraf was deze trip een bode voor naderend, doch door ons nog niet onderkend,
onheil. Aan het einde van de middag reden wij terug naar het stadscentrum om
proviand in te slaan en te genieten van culinaire creaties ter plekke. Na ons
diner dwaalden we nog even door de schaars verlichte stad waar intussen een
carnaval losgebarsten was. Straten waren voor verkeer gesloten en gevuld met
mensen, muziek en dans. Dit bracht met zich mee dat we via slecht bewegwijzerde
omleidingen ons appartement moesten zoeken. Bovendien was er in de stegen en
straten buiten het centrum nauwelijks verlichting. Ergo, we konden onze
vakantiewoning niet meer vinden. Na ruim een uur dwalen gaven we het op en
schakelden de plaatselijke politie in. Die begreep onze precaire situatie en
ging ons voor de heuvel op. Maar ach en wee, ook de sterke arm kon ons verblijf
niet vinden. Een toevallig aanwezige taxichauffeur werd om raad gevraagd.
Uiteindelijk konden we ruim na middernacht ons moede lijf onder fris krakende
lakens ter ruste leggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)