Argos
Alsof hij honderd ogen heeft, die alles met aandacht in de gaten houden, verteld de
boswachter zijn verhaal.
Hoe
het begon: met zijn vader loopt de kleine jongen door het park. Op een stil
plekje, geen wandelaar is te zien, wijst zijn vader op een voetbalgrote bol,
waarin in het midden een klein gaatje is te zien. ‘Weet je wat dat is?’ ‘Nee,’
is het antwoord, waarop de vader zijn verhaal doet. Het blijkt het nestje van
de winterkoning te zijn, in de vogelaarsvolksmond ook wel Klein Jantje genoemd.
Zijn
publiek kijkt vol interesse toe, doet mee op die momenten wanneer zij aanvoelen
dat ze mee kunnen doen, stellen vragen, vertellen anekdotes van wat zij weten
en mee hebben gemaakt. Vogelplaatjes en geluiden worden tevoorschijn getoverd. De
boswachter gaat zo in zijn ‘spel’ op, dat hij vergeet waar hij in zijn verhaal
was gebleven als hij even op zijn pad een zijweg was ingeslagen.
En
dan ineens zegt de klok: brei er een eind aan. Het is tijd voor de lunch. Er volgen
bedankjes, vrolijke gezichten en zichtbare blijdschap. Een iemand verteld over
een vader, een Spartapiet. Direct is er een klik, want ook de boswachter is een
Spartafan. Als hij zijn jas aantrekt, wordt hij op zijn schouder getikt. Wat hij
ziet is een oorkonde van lang geleden, de vader van iemand uit het publiek was
toen deze nog leefde, de trotse eigenaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten