Een
hoofd vol mogelijkheden — en toch, toch weet hij niet wat te doen. Dan maar op
de bank zitten. Staren. Althans, daar lijkt het op. Subtiel, en misschien wel
onbewust, wacht hij op wat komt. Schrijven! In zijn hoofd doet hij het al.
Starend naar de grond voor hem dringt zich een haiku op.
zon en wind
spelen
schaduw van takken beweegt
op verlichte vloer
Eerst fietsen. Het bolletje leegtrappen. Wat op het
papier het licht wil zien, dringt zich op — totdat ook dát aan zijn stutten
trekt en ongemerkt mee pedaleert.
Glimlachend
denkt hij aan een anekdote. De vierjarige probeert een citroen te persen, maar
het lukt niet. ‘Dat kreng doet het niet,’ klinkt het door de keuken. ‘Wat zeg
je nou? Wie zegt dat nog meer?’ ‘Opa. Hij zegt dat vaker.’ Ja opa:
oppassen met wat je zegt.
En
zo fietst hij verder: met de wind schuin op kop, de woorden verscholen in de
luwte en een glimlach die de weg naar huis al kent.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten